Geef uw mening!
Stuur uw brieven, foto's, afbeeldingen, filmpjes of cartoons naar
theo.kooijmans@gmail.com
Maak het niet te bont. De redactie behoudt zich het recht voor om inzendingen zonder opgaaf van redenen te weigeren.

maandag 10 augustus 2026

Nieuwe vragen over dienstverlening Rheden aan Rozendaal

De antwoorden van het college op onze vragen over de dienstverlening van
Rheden aan Rozendaal roept meer vragen op dan zij beantwoordt. De antwoorden lijken moeilijk te rijmen met de eerder verzonden brief aan de gemeente Rozendaal over de toekomstige samenwerking. Waar in die brief nadrukkelijk wordt gewezen op de mogelijkheid van een aanzienlijke verhoging van de doorbelasting van de kosten, schetst het college in de beantwoording aan de gemeenteraad juist het beeld dat er geen sprake is van een financieel probleem.

Daarom hebben wij aanvullende vragen gesteld.

=============

De beantwoording door het college van de schriftelijke vragen (nr. 2434, 28 juli 2026) van de Volkspartij Politiek Rheden inzake de dienstverlening van Rheden aan Rozendaal roept meer vragen op dan zij beantwoordt. Opvallend is vooral dat de antwoorden moeilijk te rijmen lijken met de eerder verzonden brief aan het college van de gemeente Rozendaal over de toekomstige samenwerking. Waar in die brief nadrukkelijk wordt gewezen op de mogelijkheid van een aanzienlijke verhoging van de doorbelasting van de kosten, schetst het college in de beantwoording aan de gemeenteraad juist het beeld dat er geen sprake is van een financieel probleem.

 Wij hebben daarom bijgaand een groot aantal vervolgvragen:

1.    Wij verzoeken u om een volledig overzicht te verstrekken van alle diensten, taken, voorzieningen en vormen van ondersteuning die Rheden momenteel voor Rozendaal uitvoert, inclusief de diensten waarvoor geen actuele of specifieke afspraak bestaat?

2.    Welke van deze diensten worden daadwerkelijk aan Rozendaal doorbelast en welke niet?

3.    Voor welke diensten wordt een kostprijs in rekening gebracht en voor welke diensten wordt gewerkt met een forfaitaire bijdrage, inwoneraantal, korting of andere verdeelsleutel?

4.    Welke door Rheden geleverde diensten aan Rozendaal zijn momenteel niet opgenomen in de DVO of het addendum?

5.    Hoe verhoudt het antwoord op vraag 17 van onze schriftelijke vragen, waarin het college stelt dat er geen financiële risico's voor Rheden bestaan, zich tot de constatering in het Moventem-rapport (van Rozendaal) dat Rozendaal gebruik maakt van Rhedense voorzieningen, expertise en dienstverlening terwijl op sommige terreinen geen specifieke of actuele afspraken bestaan?

6.    Worden bij de aangekondigde evaluatie niet alleen het sociaal domein, maar alle feitelijk door Rheden geleverde diensten meegenomen en wordt per dienst inzichtelijk gemaakt wat de werkelijke kosten zijn en de daarvoor door Rozendaal betaalde vergoeding is?

 7.    Waar is de mogelijke verdubbeling van €434.000 naar maximaal circa €868.000 op gebaseerd?

 8.    Hoe verhoudt de mededeling aan Rozendaal dat de apparaatskosten mogelijk kunnen verdubbelen zich tot de beantwoording aan de gemeenteraad dat er geen sprake is van een mogelijk tekort, geen financieel nadeel en geen financieel risico?

 9.    Hoe is de 50%-korting oorspronkelijk vastgesteld en onderbouwd?

 10.          Hoe worden de kosten van bestaande ambtelijke capaciteit daadwerkelijk aan Rozendaal toegerekend?

 11.          Waarom krijgt de raad pas na de evaluatie inzicht in de financiële onderbouwing?

 12.          Kunt u aantonen dat de huidige afspraken vanaf het begin financieel deugdelijk en kostendekkend zijn geweest, en zo ja, waar zijn de cijfers en de financiële onderbouwing?"

 13.           Deelt het college onze mening dat de brief aan Rozendaal, waarin wordt gewaarschuwd voor een mogelijke verdubbeling van de apparaatskosten, de indruk wekt dat de huidige financiële afspraken mogelijk niet kostendekkend zijn, terwijl de beantwoording aan de gemeenteraad juist stelt dat daarvan geen sprake is? 

 14.          Welke inhoudelijke verklaring heeft u voor deze (schijnbare) tegenstelling?

                                                               -/-

woensdag 29 juli 2026

Twee brieven, twee werkelijkheden. Welk verhaal vertelt het college?

Vertrouwen in het gemeentebestuur begint met openheid. De gemeenteraad moet erop kunnen vertrouwen dat zij hetzelfde verhaal
krijgt als andere overheden.

Juist daarom roept de gang van zaken rond de samenwerking tussen Rheden en Rozendaal zoveel vragen op.

Aan het college van Rozendaal schrijft het college van Rheden dat de huidige financiële afspraken mogelijk niet langer houdbaar zijn. Rozendaal moet zelfs rekening houden met een mogelijke verdubbeling van de apparaatskosten vanaf 2027. Ook wordt aangekondigd dat de kosten voor algemene voorzieningen opnieuw tegen het licht worden gehouden. De boodschap is duidelijk: de samenwerking kan voor Rozendaal aanzienlijk duurder worden.

Maar wanneer de Volkspartij Politiek Rheden hierover schriftelijke vragen stelt aan het eigen college, klinkt ineens een heel ander geluid. (klik hier voor de antwoorden op onze vragen) 

Volgens het college is er geen sprake van een financieel probleem. Er zou geen aanwijzing zijn dat Rozendaal te weinig betaalt, geen sprake zijn van indirecte subsidiëring en ook geen financieel risico voor de gemeente Rheden. Tegelijkertijd schrijft hetzelfde college dat de evaluatie nog moet plaatsvinden en juist moet uitwijzen of de huidige vergoeding eigenlijk wel juist is.

Dat wringt en dat vinden wij onvoldoende.

Als nog onderzocht moet worden of de huidige afspraken kostendekkend zijn, hoe kan dan nu al met zekerheid worden geconcludeerd dat er geen financieel nadeel is? En als er volgens het college niets aan de hand is, waarom wordt Rozendaal dan gewaarschuwd voor een mogelijke forse kostenstijging?

Het college geeft bovendien geen inzicht in de berekeningen achter deze uitspraken. De gemeenteraad krijgt geen kostprijsberekeningen, geen onderbouwing van de huidige kortingsregeling en geen inzicht in de verdeelsleutels waarop de dienstverlening is gebaseerd. Er worden wel conclusies gepresenteerd, maar niet de cijfers waarop die conclusies zijn gebaseerd.

Dat is precies waar het misgaat.

Een gemeenteraad kan haar controlerende taak alleen goed uitvoeren als zij beschikt over dezelfde informatie als het college. Transparantie betekent niet dat een raad genoegen moet nemen met de mededeling dat "alles in orde is". Transparantie betekent dat de onderliggende feiten en berekeningen controleerbaar zijn.

De vraag die daarom boven de markt blijft hangen is eenvoudig:

Voor de Volkspartij Politiek Rheden staat daarom één vraag centraal: welk verhaal is nu het juiste?

Het verhaal aan Rozendaal, waarin wordt gewaarschuwd voor forse kostenstijgingen? Of het verhaal aan de gemeenteraad, waarin wordt gesteld dat er eigenlijk niets aan de hand is?

Vertelt het college aan Rozendaal dat de samenwerking waarschijnlijk veel duurder wordt omdat de huidige afspraken onvoldoende kostendekkend zijn? Of heeft het college gelijk wanneer het de gemeenteraad vertelt dat er financieel eigenlijk niets aan de hand is?

Beide boodschappen kunnen moeilijk tegelijkertijd waar zijn. En zolang het college weigert de onderliggende berekeningen openbaar te maken, blijft die vraag onbeantwoord.

Voor de Volkspartij Politiek Rheden is dat niet acceptabel. Het gaat hier niet om een administratieve discussie, maar om gemeenschapsgeld. Iedere euro die niet bij de juiste partij in rekening wordt gebracht, komt uiteindelijk voor rekening van de inwoners van Rheden.

Daarom blijven wij aandringen op volledige openheid. Niet pas na de evaluatie, maar nu. Laat de berekeningen zien. Laat zien waarop de waarschuwing aan Rozendaal is gebaseerd. En geef de gemeenteraad dezelfde informatie als waarover het college zelf beschikt.

Want één ding staat voor ons vast: een gemeenteraad kan haar werk alleen goed doen als zij niet twee verschillende verhalen krijgt voorgeschoteld.

Antwoord op vragen van VPR over kosten dienstverlening van Rheden aan Rozendaal

Bijgaand integraal de antwoorden op schriftelijke vragen (artikel 44 RvO) van fractie Volkspartij
Politiek Rheden over dienstverlening van de gemeente Rheden aan de gemeente Rozendaal

Datum vraag: 30-06-2026 Indiener: Theo Kooijmans (VPR) Datum antwoord: 28 juli 2026

Aanleiding:

Recent is gebleken dat de gemeente Rozendaal gedurende een langere periode mogelijk niet kostendekkend heeft bijgedragen aan de dienstverlening die door de gemeente Rheden wordt geleverd. Hierdoor zijn vragen ontstaan over de totstandkoming, uitvoering, monitoring en evaluatie van de dienstverlenings-overeenkomst en de financiële gevolgen daarvan voor de gemeente Rheden.

Indien gedurende meerdere jaren sprake is geweest van een structureel te lage vergoeding voor de geleverde diensten, kan dit betekenen dat de gemeente Rheden kosten heeft gedragen die feitelijk voor rekening van de gemeente Rozendaal hadden moeten komen. Daarmee rijst de vraag of sprake is geweest van een indirecte subsidiëring van de gemeente Rozendaal door de inwoners van Rheden.

Dit raakt aan de uitgangspunten van een transparant en doelmatig financieel beheer en aan de verantwoordelijkheid van het college om zorgvuldig om te gaan met publieke middelen

Context antwoorden

In 2022 heeft de gemeente Rozendaal een verzoek bij de gemeente Rheden neergelegd tot uitbreiding van de werkzaamheden van Rheden voor de gemeente Rozendaal in het Sociaal Domein.

Het verzoek betreft taken op het gebied van daarbij om beleidsvorming, bestuurlijke advisering en vertegenwoordiging in de regio. Hiertoe is een addendum op het bestaande DVO opgesteld dat 1 maart 2024 is ingegaan. Besluitvorming hierover binnen het B&W heeft plaatsgevonden op 27 februari 2024 en deze besluitvorming is ter kennisgeving aangeboden aan de gemeenteraad.

De afspraken

DVO vanaf 2015-heden maatwerkvoorzieningen sociaal domein

Al vanaf 2015 voeren wij een dienstverleningsovereenkomst (DVO Rheden-Rozendaal) uit voor de uitvoering van de maatwerkvoorzieningen sociaal domein. De uitvoering is kostendekkend: de geleverde maatwerkvoorzieningen worden 1 op 1 doorberekend en de apparaatskosten worden gefactureerd naar rato van inwonersaantal.

Addendum DVO vanaf 2024-heden (beleidstaken sociaal domein)

Vanaf 1 maart 2024 is er een addendum op de bestaande DVO vastgesteld met uitbreiding taken van Rheden voor Rozendaal met de beleidsadvisering en beleidsformulering in het sociaal domein en de regionale vertegenwoordiging in overlegstructuren. Dit houdt concreet in dat de beleidsadviseurs de taken die zij uitvoeren voor de gemeente Rheden, ook verzorgen voor de gemeente Rozendaal. Alle college- en raadsvoorstellen worden 1 op 1 overgezet naar Rozendaal en in de praktijk neemt Rozendaal alle voorstellen over zodat beleid en uitvoering in Rheden en Rozendaal altijd op elkaar aansluiten.

De apparaatskosten voor de taken die we in het sociaal domein uitvoeren zijn niet meer geworden, die hadden we al als gemeente Rheden. Er kwam wel een extra taak voor de beleidsadviseurs bij (beleidsvoorbereiding, -formulering en -uitvoering en regionale vertegenwoordiging). Deze taken zijn de afgelopen 2 jaar uitgevoerd. Hiervoor hebben we samen gezocht naar een evenwichtige verdeling van de apparaatskosten, ook relatie tot het daadwerkelijk zorggebruik van de gemeente Rozendaal en ook naar rato inwonersaantal. Er zijn geen extra beleidsadviseurs voor aangenomen.

Gefaseerde intensivering van de samenwerking

De insteek van het addendum over inzet beleid sociaal domein is gebaseerd op de behoefte aan een intensieve samenwerking met Rozendaal, en indien aan de orde ook met andere buurgemeenten.

We zijn daarbij gelijkwaardige samenwerkingspartners. Insteek van deze samenwerking is ook om beleid van Rozendaal aan te laten sluiten op beleid van Rheden. Bij de samenwerking is het essentieel dat er geen onderscheid is in de ondersteuning van en dienstverlening aan inwoners van Rozendaal of Rheden (uniformiteit in beleid en uitvoering).

Hierbij is ook afgesproken dat we onderzoeken of deze vorm van samenwerking uitgebreid kan worden naar een breder pakket (Leefomgeving en bedrijfsvoering) als ook inzicht of de afspraken uit het addendum passend zijn of voor aanpassing qua inzet en kosten in aanmerking komen.

Het streven was om de afspraken in 2025 te evalueren. Door de ontwikkelingen rondom Brummen-Rheden is er voor gekozen om de evaluatie door te zetten naar 2026.

Vraag en antwoord

 1. Wanneer heeft het college voor het eerst vastgesteld dat de door Rozendaal betaalde vergoeding mogelijk niet in verhouding stond tot de daadwerkelijk geleverde dienstverlening?

 Antwoord: Dit hebben we nog niet geconstateerd. Er wordt nog een evaluatie uitgevoerd om vast te stellen of de betaalde vergoeding: juist, te hoog of te laag was. Het genoemde addendum gaat uit van realistische kosten, zijnde 434k per jaar voor apparaatskosten.

 1. Over welke periode is sprake geweest van een mogelijk tekort in de vergoedingvoor de dienstverlening?

 Antwoord: er is geen sprake van een mogelijk tekort.

2. Wat is de totale financiële impact hiervan voor de gemeente Rheden, uitgesplitst per jaar voor zover mogelijk?

 Antwoord: er is geen financiële impact omdat de apparaatskosten waarop een Rozendaalse bijdrage is berekend, niet hoger of lager zijn geworden dan wij als Rheden al hadden.

3. Welke bestuurlijke en ambtelijke afspraken lagen ten grondslag aan de dienstverleningsovereenkomst?

Antwoord: We gaan ervan uit dat hier gedoeld wordt op het addendum met afspraken vanaf 27 februari 2024. De Dienstverleningsovereenkomst Rheden-Rozendaal 2015 ligt ten grondslag aan het door het college vastgestelde addendumvan 27 februari 2024.

4. Op welke wijze zijn de kosten van de dienstverlening in de afgelopen jaren gemonitord, geëvalueerd en geactualiseerd?

Antwoord: de kosten zijn bepaald op basis van de per jaar geldende apparaatskosten, op basis van inwonertal en het daadwerkelijk zorggebruik.

5. Waarom heeft deze situatie gedurende meerdere jaren kunnen voortbestaan zonder dat correctie heeft plaatsgevonden?

Antwoord: de situatie geldt vanaf 2024 op basis van afspraken die zijn opgesteld. Of er een correctie nodig is, zal bepaald worden na evaluatie van de afspraken.

6. Is het college van mening dat sprake is geweest van een indirecte subsidiëring of financiële bevoordeling van de gemeente Rozendaal door de gemeente Rheden? Zo nee, waarom niet?

Antwoord: Nee, dat zijn we niet. De DVO 2015 wordt uitgevoerd op basis van werkelijke kosten en naar rato van inwonertal. Het addendum levert geen extra apparaatskosten, deze kosten hebben we als gemeente Rheden namelijk ook al. We hebben een inschatting gemaakt van reëel zorggebruik in Rozendaal.

7. Welke acties heeft het college inmiddels ondernomen richting de gemeente Rozendaal?

Antwoord: het college heeft aangegeven dat we met de gemeente Rozendaal het addendum in 2026 evalueren en dat we op basis hiervan het addendum bevestigen of aanpassen.

8. Welke afspraken zijn inmiddels met de gemeente Rozendaal gemaakt over de verdere afhandeling van deze kwestie en welke planning wordt daarbij gehanteerd?

Antwoord: We hebben met de gemeente Rozendaal afgesproken dat we in 2026 een evaluatie uitvoeren. 

9. Zijn er mogelijkheden om financiële compensatie, verrekening of herstelafspraken te maken en zo ja, welke?

Antwoord: dit is voor ons niet aan de orde. Wij gaan uit van de gemaakte afspraken in DVO en addendum en die evalueren wij samen. Indien er andere inzichten zijn dan in deze documenten dan maken we andere afspraken in een nieuw addendum.

10. Welke maatregelen neemt het college om te voorkomen dat vergelijkbare situaties zich in de toekomst opnieuw voordoen?

Antwoord: er is geen aanleiding om maatregelen te nemen. Indien uit de evaluatie naar voren komt dat er andere afspraken gemaakt gaan worden dan passen wij het addendum in overleg met Rozendaal aan.

11. Op welke wijze wordt de raad de komende periode geïnformeerd over de verdere afhandeling van dit dossier?

Antwoord: Wij informeren u graag over de uitkomsten van de evaluatie die wij verwachten in Q4 van 2026.

12. Op welk moment had de gemeenteraad, naar de mening van het college, over deze situatie geïnformeerd moeten worden en waarom is dat niet eerder gebeurd?

Antwoord: Het collegebesluit (dd. 27 februari 2024) over het addendum is met u gedeeld en wij informeren u na de uitkomsten van de evaluatie. Naar onze beleving bent u aldus geinformeerd.

13. Zijn er in de afgelopen jaren signalen, rapportages of interne notities geweest waaruit bleek dat de vergoeding voor de dienstverlening niet kostendekkend was? Zo ja, waarom hebben deze niet geleid tot bestuurlijke besluitvorming of informatie aan de raad?

Antwoord: Nee, er zijn geen signalen of rapportages geweest. We hebben afgesproken in het addendum dat er geevalueerd wordt en dat wij op basis van de evaluatie eventuele aanpassingen doorvoeren.

14. Welke interne controles en financiële beheersmaatregelen waren ingericht om periodiek te toetsen of de dienstverleningsovereenkomst nog kostendekkend was

Antwoord: We hebben de apparaatskosten en de inwonersaantallen getoetst om de afspraken uit het addendum uit te voeren.

15. Op welke wijze heeft deze situatie gevolgen voor de toekomstige samenwerking tussen Rheden en Rozendaal?

Antwoord: Dit heeft geen gevolgen voor de samenwerking omdat wij de afspraken uit het addendum uitvoeren. We gaan in Q4 van dit jaar met Rozendaal in gesprek over de (toekomstige) samenwerking.

16. Is onderzocht of vergelijkbare situaties zich ook voordoen bij andere samenwerkingsverbanden of dienstverleningsovereenkomsten van de gemeente Rheden?

Antwoord: Nee, dat is niet onderzocht omdat daar geen aanleiding toe is.

17. Welke financiële risico's bestaan er nog voor de gemeente Rheden indien geen overeenstemming met Rozendaal wordt bereikt over compensatie?

Antwoord: Er zijn voor de gemeente Rheden geen financiele risico’s.

18. Heeft het college hierover inmiddels juridisch advies ingewonnen en is het bereid de raad over de hoofdlijnen daarvan te informeren?

Antwoord: Nee, dit is niet aan de orde.

19. Is deze situatie in eerdere jaren door de accountant, de interne controle of de verbijzonderde interne controle gesignaleerd? Zo nee, hoe verklaart het college dat?

Antwoord: Nee, daar is geen aanleiding toe.

20. Wordt de accountant gevraagd deze kwestie expliciet te betrekken bij de controle van de jaarrekening 2026?

Antwoord: Nee.

 21. Welke concrete verbetermaatregelen worden genomen om ervoor te zorgen datdienstverleningsovereenkomsten periodiek automatisch financieel worden herijkt?

Antwoord: De dienstverleningsovereenkomst wordt periodiek herijkt op basis van de apparaatskosten en het inwonersaantal. Verdere verbetermaatregelen zijn niet nodig tot het moment dat een evaluatie heeft uitgewezen dat er andere afspraken nodig zijn.

22. Is het college bereid alle dienstverleningsovereenkomsten met externe partijen te evalueren op kostendekkendheid en de raad hierover te rapporteren?

Antwoord: Nee, dat zijn wij voor nu niet voornemens.

maandag 13 juli 2026

Onderzoek verblijfsbelasting voor arbeidsmigranten

De Volkspartij Politiek Rheden had vragen gesteld over de huisvesting en registratie van arbeidsmigranten. Wij wilden weten hoeveel arbeidsmigranten hier verblijven en in hoeverre de gemeente daar zicht op heeft.

De antwoorden zijn opvallend. De gemeente beschikt niet over betrouwbare cijfers. Er wordt uitgegaan van ongeveer 550 arbeidsmigranten, terwijl het Register Niet-Ingezetenen ongeveer 2.000 personen vermeldt. Ook over de verblijfsduur bestaat veel onduidelijkheid.

Wel is duidelijk dat arbeidsmigranten gebruikmaken van gemeentelijke voorzieningen, zoals wegen, afvalinzameling en de openbare ruimte. Daarnaast vraagt hun aanwezigheid om extra inzet op toezicht en handhaving. Dat brengt kosten met zich mee.

Voor niet-ingeschreven arbeidsmigranten ontvangt de gemeente geen bijdrage uit het Gemeentefonds en zij betalen ook geen lokale heffingen, zoals afvalstoffen- en rioolheffing. De kosten komen daardoor grotendeels terecht bij de inwoners van Rheden.

Dat roept de vraag op of die lasten niet eerlijker kunnen worden verdeeld.

Wij dienden daarom bij de behandeling van de Perspectiefbrief 2027-2030 een motie in waarin wij vroegen om een onderzoek naar het heffen van een verblijfsbelasting voor arbeidsmigranten te doen en als dat inderdaad mogelijk is om bij het vaststellen van de programmabegroting 2027-2030 (november 2026) een voorstel voor de invoering van zo’n verblijfsbelasting voor arbeidsmigranten te doen. Maar dat laatste vond het college op dit moment niet haalbaar. Wel was het college bereid om een onderzoek naar de haalbaarheid van zo’n belasting uit te voeren.

Daarop hebben wij de motie aangepast. Wij vragen om zorgvuldig te onderzoeken of invoering van een verblijfsbelasting voor arbeidsmigranten juridisch, financieel en praktisch mogelijk is. Daarbij kan ook worden bekeken of de huidige toeristenbelasting daarvoor een geschikte grondslag biedt en welke opbrengsten, uitvoeringskosten en handhavingsaspecten daarbij horen. Ook andere gemeenten zijn ons hierin inmiddels voorgegaan.

Deze motie vraagt nu dus uitsluitend om een zorgvuldig en objectief onderzoek, zodat de raad later een weloverwogen besluit kan nemen op basis van feiten in plaats van aannames. Dat lijkt ons een redelijke en zorgvuldige aanpak.

Ons voorstel werd daarmee overeenkomstig gewijzigd:  

1.     te onderzoeken welke juridische en fiscale mogelijkheden de gemeente Rheden heeft om verblijfsbelasting te heffen voor het verblijf van arbeidsmigranten die niet als ingezetene in de BRP van de gemeente Rheden zijn ingeschreven;

2.     daarbij te onderzoeken of deze belasting kan worden geheven door toepassing of aanpassing van de bestaande Verordening toeristenbelasting, dan wel dat hiervoor andere gemeentelijke regelgeving noodzakelijk is;

3.     inzichtelijk te maken welke financiële opbrengsten, uitvoeringskosten en handhavingsmogelijkheden met het heffen van verblijfsbelasting zijn gemoeid;

4.     de gemeenteraad tijdig vóór de behandeling van de vaststelling verordening Toeristenbelasting 2027 te informeren.

 

Het indienen van de motie leidde tot een brede discussie in de raad. Zo vroeg   PRO aandacht voor de positie van arbeidsmigranten die zich vaak in een afhankelijke positie bevinden. PRO is bang dat invoering van zo’n verblijfsbelasting negatief uitwerkt naar de arbeidsmigranten omdat zij afhankelijk zijn van partijen die zowel werkgever, uitzendbureau als huisvester zijn. Daar gaat onze motie (en het bedoelde onderzoek) niet over want dat is technisch van aard maar wij willen graag samen met PRO een debat voeren over de positie van arbeidsmigranten in onze gemeente. Daarnaast was de ChristenUnie positief over onze motie omdat deze partij ook landelijk pleit voor een betere regulering van arbeidsmigratie.

De motie met 23 stemmen vóór en stemmen tégen aangenomen. Daarbij stemde PRO verdeeld (3 voor en 3 tegen) om daarmee hun kijk op deze kwestie tot uitdrukking te brengen.

Wij komen hierop terug bij het vaststellen van de Verordening Toeristenbelasting in december 2026.