De antwoorden zijn opvallend. De gemeente beschikt niet
over betrouwbare cijfers. Er wordt uitgegaan van ongeveer 550 arbeidsmigranten,
terwijl het Register Niet-Ingezetenen ongeveer 2.000 personen vermeldt. Ook
over de verblijfsduur bestaat veel onduidelijkheid.
Wel is duidelijk dat arbeidsmigranten gebruikmaken van
gemeentelijke voorzieningen, zoals wegen, afvalinzameling en de openbare
ruimte. Daarnaast vraagt hun aanwezigheid om extra inzet op toezicht en
handhaving. Dat brengt kosten met zich mee.
Voor niet-ingeschreven arbeidsmigranten ontvangt de
gemeente geen bijdrage uit het Gemeentefonds en zij betalen ook geen lokale
heffingen, zoals afvalstoffen- en rioolheffing. De kosten komen daardoor
grotendeels terecht bij de inwoners van Rheden.
Dat roept de vraag op of die lasten niet eerlijker kunnen
worden verdeeld.
Wij dienden daarom bij de behandeling van de Perspectiefbrief 2027-2030 een motie in waarin wij vroegen om een
onderzoek naar het heffen van een verblijfsbelasting voor arbeidsmigranten te
doen en als dat inderdaad mogelijk is om bij het vaststellen van de
programmabegroting 2027-2030 (november 2026) een voorstel voor de invoering van
zo’n verblijfsbelasting voor arbeidsmigranten te doen. Maar dat laatste vond
het college op dit moment niet haalbaar. Wel was het college bereid om een
onderzoek naar de haalbaarheid van zo’n belasting uit te voeren.
Daarop hebben wij de motie aangepast. Wij vragen om
zorgvuldig te onderzoeken of invoering van een verblijfsbelasting voor arbeidsmigranten
juridisch, financieel en praktisch mogelijk is. Daarbij kan ook worden bekeken
of de huidige toeristenbelasting daarvoor een geschikte grondslag biedt en
welke opbrengsten, uitvoeringskosten en handhavingsaspecten daarbij horen. Ook
andere gemeenten zijn ons hierin inmiddels voorgegaan.
Deze motie vraagt nu dus uitsluitend om een zorgvuldig en
objectief onderzoek, zodat de raad later een weloverwogen besluit kan nemen op
basis van feiten in plaats van aannames. Dat lijkt ons een redelijke en
zorgvuldige aanpak.
Ons voorstel werd daarmee overeenkomstig gewijzigd:
1.
te
onderzoeken welke juridische en fiscale mogelijkheden de gemeente Rheden heeft
om verblijfsbelasting te heffen voor het verblijf van arbeidsmigranten die niet
als ingezetene in de BRP van de gemeente Rheden zijn ingeschreven;
2.
daarbij
te onderzoeken of deze belasting kan worden geheven door toepassing of
aanpassing van de bestaande Verordening toeristenbelasting, dan wel dat
hiervoor andere gemeentelijke regelgeving noodzakelijk is;
3.
inzichtelijk
te maken welke financiële opbrengsten, uitvoeringskosten en
handhavingsmogelijkheden met het heffen van verblijfsbelasting zijn gemoeid;
Het indienen van de motie leidde tot een brede discussie
in de raad. Zo vroeg PRO aandacht voor
de positie van arbeidsmigranten die zich vaak in een afhankelijke positie
bevinden. PRO is bang dat invoering van zo’n verblijfsbelasting negatief
uitwerkt naar de arbeidsmigranten omdat zij afhankelijk zijn van partijen die zowel
werkgever, uitzendbureau als huisvester zijn. Daar gaat onze motie (en het bedoelde
onderzoek) niet over want dat is technisch van aard maar wij willen graag samen
met PRO een debat voeren over de positie van arbeidsmigranten in onze gemeente.
Daarnaast was de ChristenUnie positief over onze motie omdat deze partij ook landelijk
pleit voor een betere regulering van arbeidsmigratie.
De motie met 23 stemmen vóór en stemmen tégen aangenomen.
Daarbij stemde PRO verdeeld (3 voor en 3 tegen) om daarmee hun kijk op deze
kwestie tot uitdrukking te brengen.
Wij komen hierop terug bij het vaststellen van de Verordening
Toeristenbelasting in december 2026.
