Het college ziet dit als een bijdrage aan de gemeentelijke volkshuisvestelijke opgave en de wettelijke taakstelling. Ook wordt hiermee volgens het college langdurige leegstand voorkomen en blijft het vastgoed beschikbaar voor een maatschappelijke functie.
Op basis hiervan geeft het college een positieve zienswijze op de voorgenomen verkoop, ten behoeve van de aanvraag van Mooiland (de verkoper) bij de Autoriteit woningcorporaties.
Hoe is dit plan ontstaan?
Het voorstel presenteert de huisvesting van statushouders als een plan van de beoogde koper, maar is dit daadwerkelijk een zelfstandig initiatief van PZD Vastgoed. Het memo vermeldt alleen dát PZD Vastgoed de gemeente heeft geïnformeerd over het voornemen om statushouders te huisvesten. Er staat niet in hoe dit plan tot stand is gekomen of wie het initiatief daarvoor heeft genomen en de rol van de gemeente. Wij willen dat het college inzicht geeft in het ontstaan van het plan om het complex aan de Prinsenstraat te gebruiken voor de huisvesting van statushouders? In hoeverre is de gemeente bestuurlijk, ambtelijk, direct of indirect betrokken geweest bij het ontstaan van dit voornemen? Wie heeft dit initiatief genomen, wanneer is dit voor het eerst besproken en welke rol heeft de gemeente daarbij gespeeld?
Hoe verder?
Het complex zal worden ingezet voor de huisvesting van statushouders, die in afwachting zijn van een definitieve toewijzing van een woning. Met andere worden het is een doorstroomlocatie. We komen hiermee in een grijs gebied tussen asielopvang en het huisvesten van statushouders. Het krijgt op deze manier meer het karakter van een verlengstuk van een asielzoekerscentrum. Zo kun je de asielopvang in Velp ook weer wat uitbreiden. Handig hoor! Je noemt het niet een asielopvang maar het heeft daar wel veel kenmerken van. Waarom kiest het college voor een concentratie van statushouders op één locatie en welke concrete maatregelen en garanties zijn er om de leefbaarheid van de omgeving en de bewoners van de Prinsenstraat en omgeving te waarborgen?
Het collegevoorstel geeft niet aan hoeveel statushouders hier worden gehuisvest, hoe de groep wordt samengesteld, hoelang de huisvesting duurt en welke gevolgen dit heeft voor de omgeving. De plannen moeten nog worden uitgewerkt. Dit wordt afgedaan met de opmerking “De huisvesting van statushouders kan leiden tot vragen vanuit de omgeving. Goede communicatie en participatie bij de verdere uitwerking van de plannen blijft daarom van belang.”
Klik hier voor de vragen die wij hierover aan het college stellen

