Geef uw mening!
Stuur uw brieven, foto's, afbeeldingen, filmpjes of cartoons naar
theo.kooijmans@gmail.com
Maak het niet te bont. De redactie behoudt zich het recht voor om inzendingen zonder opgaaf van redenen te weigeren.

zondag 23 december 2007

Audit Stuurgroep - 1. Audit Hart van Dieren

De komende dagen zal ik 'n paar stukjes aan de Stuurgroep-audit van Hart van Dieren wijden. Ik zal de volledige tekst van de audit in de weblog opnemen. Voor het nageslacht. En van commentaar voorzien. We starten met hoodfstuk 1. Da's overigens nog niet zo spannend. Dus ik heb er slechts enkele opmerkingen over.

1. AUDIT HART VAN DIEREN


Nadat de gemeente Rheden en de provincie Gelderland sinds 2001 de mogelijkheden hadden onderzocht van hun plan om de verkeersdoorstroming en leefbaarheid in de kern van Dieren te bevorderen, hebben zij hiertoe in 2005 een samenwerkingsovereenkomst gesloten. Middels die overeenkomst werd, samen met ProRail, de haalbaarheidsfase afgesloten en een start gegeven aan de planfase van het project ‘Hart van Dieren’.

Deze samenwerkingsovereenkomst was onder meer gebaseerd op een businesscase ten behoeve van het project Hart van Dieren. Sinds 2005 hebben Stuurgroep en Projectbureau gewerkt aan het project. Inmiddels is er door het Projectbureau een geactualiseerde businesscase opgesteld, waaruit een fors tekort blijkt ten opzichte van de BC2005. Dit verschil, in combinatie met ‘verschillende signalen en verwachtingen die moesten worden bijgesteld’, heeft geleid tot vragen over project ‘Hart van Dieren’.

In dat licht heeft de Stuurgroep Hart van Dieren aangekondigd een tweetal onderzoeken uit te laten voeren. Eén onderzoek richt zich op de mogelijkheden om het plan aan te passen teneinde het binnen het bestaande budget uit te kunnen voeren. Het tweede onderzoek betreft een audit door controllers van betrokken partijen, aangevuld met een externe lead auditor. Dit rapport omvat het resultaat van dit tweede onderzoek.

Onderzoeksvraag

De Stuurgroep heeft voor de audit Hart van Dieren de volgende centrale onderzoeksvraag geformuleerd:
Het verkrijgen van inzicht in de kwaliteit van de administratieve, financiële en bestuurlijke aspecten bij het project Hart van Dieren, alsmede de juistheid, tijdigheid en volledigheid van de informatievoorziening, naar aanleiding van het tekort op de raming van de BC2005 zoals blijkt uit de BC2007.

Aanvullend op deze onderzoeksvragen heeft de Stuurgroep een zestiental deelvragen opgesteld. Deze deelvragen geven wij weer in hoofdstuk zes van dit rapport. Daar formuleren wij ook conclusies aangaande deze vragen.

Samenstelling en werkwijze audit-team

In eerste instantie was sprake van een zogenaamde interne audit. Dit hield met name in dat de audit werd uitgevoerd door vier auditors vanuit de betrokken organisaties. Kort na de start van deze interne audit is hierover een nader besluit genomen, namelijk dat dit team onder leiding van een lead auditor verder zou werken. Dit met name om de onafhankelijkheid van de audit zo goed mogelijk te waarborgen. Uiteindelijk is Berenschot uitgekozen om deze rol van lead auditor te vervullen.

Dat leek een heel verstandige zet. Hoewel dit nog geen garantie is voor onafhankelijkheid lijkt de audit daardoor toch redelijk onafhankelijk te hebben plaatsgevonden. Of de audit daardoor aan kracht heeft gewonnen betwijfel ik. De uitleg op de informatieavond was nogal zwak.

Vanaf dat moment hebben lead auditors en de interne auditors en controllers als een gezamenlijk team gewerkt aan het onderzoek en deze rapportage. Bij alle activiteiten zijn zowel de interne auditors als de lead auditors actief geweest. Zo zijn vrijwel alle interviews afgenomen door een duo bestaande uit een interne en lead auditor.

Op hoofdlijnen zijn voor deze audit de volgende activiteiten ondernomen:

• Zelfstandig documentenonderzoek door het audit-team. Zowel gericht op de financiële documenten, als op meer bestuurlijke en procesmatige stukken. Een overzicht hiervan ziet u in bijlage 2. In bijlage 3 is een door het audit-team opgestelde tijdlijn opgenomen.

• Er zijn ruim twintig gesprekken gevoerd (zie eveneens bijlage 2) met betrokkenen bij het project. Het ging om bestuurders, ambtenaren en externe adviseurs. Deze personen zijn allen tussen 2004 en 2007 in verschillende perioden betrokken geweest bij het project. De geïnterviewden hebben het vertrouwelijke gespreksverslag dat is gemaakt ter correctie voorgelegd gekregen. Afgesproken is dat deze in het dossier van Berenschot blijven en dat niet herleidbaar naar personen zal worden gerapporteerd in dit rapport.

Merkwaardigerwijs wordt de raad overgeslagen. Ook de bevolking komt niet aan bod. Er wordt in het rapport wel gesteggeld over het draagvlak onder bevolking maar de bevolking is in het onderzoek niets gevraagd en de houding en de rol van de gemeenteraad komt ook nauwelijks aan bod. Niet ter zake doende, onderzoekers?
Nee, het zat niet in de opdracht. Hoe onafhankelijk ben je dan?


Op basis van deze bronnen heeft het audit-team de nu volgende rapportage opgesteld. Deze is als volgt opgebouwd. We beginnen in hoofdstuk twee met een korte terugblik op het ontstaan van het project. Daarop sluit hoofdstuk drie aan met een beschrijving van de organisatie van de samenwerking. Hierbij gaan we met name in op de samenwerkingsovereenkomst en enkele bevindingen aangaande het Projectbureau.

Daarna gaan we in hoofdstuk vier uitgebreid in op de financiële bevindingen. De opstelling en ontwikkeling van de verschillende ramingen en businesscases wordt beschreven. In hoofdstuk vijf beschrijven en analyseren we vervolgens de informatievoorziening in het project. Hoofdstuk zes rond dit rapport af en bevat de conclusies en aanbevelingen.

Hoofdstuk 1 tot en met 5 zijn voor commentaar voorgelegd aan de leden van de Stuurgroep Hart van Dieren en de projectdirectie. Het audit-team heeft deze voor eigen verantwoordelijkheid verwerkt in deze rapportage.

Ik zou deze concept-versie graag eens willen inzien. Dit tast de onafhankelijkheid natuurlijk weer behoorlijk aan. Ze hadden het oorspronkelijke rapport moeten publiceren met een apart hoofdstuk waarin de stuurgroep en de projectdirectie hun zegje hadden kunnen doen.
Op deze manier is het niet een echt onafhankelijk onderzoek geworden.


Maar goed. De uitleg op de informatieavond was ver onder de maat. We zullen het met het rapport zelf moeten doen.

zaterdag 22 december 2007

Nóg een voor Ada

Nog even door de speeches van Ada Boerma-van Doorne en Thom de Graaf gelopen. Ze stonden toch op de site. En ik kwam nóg 'n stukje van Thom de Graaf tegen dat Ada kennelijk goed kon gebruiken. Ik wil deze kerstpuzzel niet voor u bederven zodat u nog even verder kunt zoeken.

Maandag of zo laat ik het aan u weten.
Als u het zelf al niet hebt gemeld.
Bij mij of bij Cees Sips.

Ada en het Gootspook

In Maasdriel draait de geruchtenmachine op volle toeren. Daar heb ik natuurlijk stevig de hand in gehad. Dat begrijp je.

Toen ik ontdekte dat Ada bij haar installatiespeech uit andermans werk voorlas heb ik maar eens naar contacten gezocht in Maasdriel.

Ik kwam eerst terecht op de weblog van de "Vrijstaat Hoenzadriel" waar ik een berichtje over Ada’s plagiaat achterliet. Ik kreeg geen enkele reactie. Blijkbaar is de vrijstaat een zachte dood gestorven. Gisteravond zag ik nog dat de laatste bezoeker er op zondag 16 december een kijkje was komen nemen. Dat was ikzelf natuurlijk.

Gelukkig vond ik al snel de website van VVD-raadslid Cees Sips. Beter kon ik het niet treffen. Cees reageerde prompt op mijn bericht. Hij schrok zich te pletter en wijdde er aandacht aan in zijn dagboek van zondag 16 december.

De volgende dag was de speech van Ada al van de website van de gemeente Maasdriel verdwenen. Spoorloos. Ik had ‘m voor de zekerheid natuurlijk al gedownload en heb Ada's rede nu ook maar even op mijn weblog gezet. Samen met de volledige installatiespeech van Thom de Graaf. Misschien zijn er bezoekers die nog meer overeenkomsten vinden.

Aanvankelijk vond ik dat Ada Boerma zich aardig door de Bommelse ramp heensloeg. Totdat ik op dat jatwerk stuitte. Later in de week kreeg ik ook nog mee dat de Drielse winkeliers haar bloed inmiddels wel kunnen drinken. Vanwege de aggregaten die de markt wel en de winkeliers niet kregen. Nee, Ada heeft bij mij afgedaan.

De hele wereld viel over Paul Depla heen toen hij onlangs Clintonnetje ging spelen in het fietsenhok. Hoe je daar ook over denkt, hij had politiek niets misdaan.

Maar Ada dus wel!

Zoals de meeste lezers inmiddels wel weten houd ik niet van bestuurders die de boel belazeren. En dat is precies wat Ada Boerma bij haar installatiespeech in Maasdriel heeft gedaan. Ze heeft de inwoners van Maasdriel willens en wetens een rad voor ogen gedraaid. Ze is niet oprecht geweest. Die speech kwam niet uit haar hart maar uit de installatierede van burgemeester Thom de Graaf van Nijmegen.

In de academische wereld wordt je voor plagiaat bestraft met verbanning. In de politiek kun je er blijkbaar mee wegkomen. Met deze daad heeft ze het vertrouwen in het ambt ernstig geschaad. Zij heeft de mensen in de Bommelerwaard bij de neus genomen en hun vertrouwen al bij de eerste officiële woorden die zij uitsprak ernstig beschaamd.

Maar het kan altijd nog erger. In de editie Bommelerwaard van het Brabants Blad verschijnt een column “Uiterwaardigheden” onder het pseudoniem Gootspook.

Dat Gootspook zet de wereld op zijn kop. Niet Ada maar Cees Sips krijgt ervan langs.
Cees is de schuldige. Hij verwart volgens het Gootspook het algemeen belang met het eigenbelang. Cees opereert niet ter meerdere glorie van Maasdriel. Ja beste Gootspooklezers, wie anders dan VVD-er Cees Sips, die zelfbenoemde luis in de pels is volgens deze cliffhanger over Ada aan het klikken op zijn weblog. En Ada Boerma had op haar klompen kunnen aanvoelen dat in het Drielse bos de wolven zouden ontwaken. Het Gootspook besluit met de woorden: De toon is weer gezet. Welkom in de Maasdrielse slangenkuil.

Volgens het Gootspook had Ada op haar klompen kunnen aanvoelen dat de wolven zouden ontwaken. Haar eigen spook vindt haar dus nog dom ook.

Rheden wordt echt te klein voor me. Je zou je ook kandidaat moeten kunnen stellen voor gemeenteraadsverkiezingen in een ander gemeente. Maasdriel is dan een goede optie. Ik zou dan meedoen onder de naam Ghostbusters en beginnen met het uitroeien van anonieme achterbakse laffe Gootspoken die hun partijvrindjes de hand boven het hoofd houden en proberen de boodschapper een kopje kleiner te maken. Zulke gootspoken zijn een belediging voor alle echte Bommelse gootspoken.

Of moet ik medelijden met dat spookje hebben. De zielepoot heeft niet in de gaten waar het om draait: een burgemeester die misbruik maakt van de ideeën van een ander om daar haar voordeel mee te doen en drie-en-twintig-en-een-half-duizend mensen besodemietert. Al bij de eerste keer dat ze haar officiële mond open doet.

Beste lezers. Neem eens een kijkje op de website van Cees Sips. Een aanrader.
Cees heeft een geweldig mooie en complete website. Ben ik echt jaloers op. Zoiets wil ik ooit ook!!

Klik hier voor de website van Cees.
Klik hier voor zijn ontboezemingen over Ada’s plagiaat in zijn dagboeknotities van zondag 16 december en klik hier voor zijn dagboeknotitie van vrijdag 21 december.

Voordat Ada Boerma naar Maasdriel kwam was ze burgemeester in Rozendaal. Die gemeente zal op termijn haar zelfstandigheid moeten opgeven. Ada was nog maar een paar maanden tevoren herbenoemd in de gemeente Rozendaal toen het nieuws kwam dat ze naar Maasdriel ging. Ik vermoed dat Ada er tussenuit kneep omdat ze besefte dat de zelfstandigheid van Rozendaal niet lang meer is vol te houden. En vooruitlopend op die ontwikkeling heeft Commissaris van de Koningin Clemens Cornielje haar gepousseerd bij de Maasdrielse gemeenteraad. Die heeft gehapt en Ada kan nu nog ’n jaar of zes vooruit in Maasdriel. En Clemens Cornielje was alvast van het eerste probleem verlost. Maar Maasdriel zit er intussen maar mee. Die gemeente heeft deze Ada in zijn maag gesplitst gekregen.

Bij haar afscheid van Rozendaal noemde Ada deze gemeente “het groene hemeltje op aarde”. Tja dat komt ervan. Als je niet eens meer tevreden bent met de hemel dan wordt je daarvoor blijkbaar bestraft met rampspoed. En dan zijn gootspoken nog je beste vrienden.

In haar argeloosheid had Ada als dame van stand misschien een Tom Poes in de Bommelerwaard verwacht. Helaas Ada, je moet het met een gootspook doen.

In het Brabants dagblad van vorige week zaterdag liet Ada Boerma nog optekenen "'Jij krijgt hier wel een echte ontgroening', zei mijn man vanmorgen nog tegen me".

Nou Ada, zeg dat wel!

Ik geloof dat ik m’n licht maar eens ga opsteken bij weblog GeenStijl. Daar wordt de gedrukte pers meestal wel wakker van.

Voor de geïnteresseerden nog eens de adressen van Cees Sips:

http://www.ceessips.nl
http://www.ceessips.nl/dagboek/zondag-16-december-2007.php
http://www.ceessips.nl/dagboek/vrijdag-21-december-2007.php

En voor de Drielse bezoekers. Kijk ook eens in het Dossier Rozendaal-Maasdriel.

EN STEUN CEES SIPS.

Dat gootspook mag wel even bij mij langs komen.

Onderstaand het Gootspook-artikel. Klik op de afbeelding om te vergroten.


Ada's Installatiespeech in Maasdriel

En zo sprak Ada Boerma-van Doorne in haar speech ter gelegenheid van haar installatie tot burgemeester van Maasdriel.

Mevrouw de voorzitter, dames en heren leden van de gemeenteraad, leden van het college, de vertegenwoordiger van de Commissaris van de Koningin, inwoners van Maasdriel, vrienden, familie, collega’ s.

Ik vind het erg fijn dat u vanmiddag hier bent op deze voor mij zo belangrijke dag.

En ik ben ontzettend blij en vereerd dat ik tot burgemeester van Maasdriel ben benoemd.

Maasdriel een mooie gemeente met 23.616 inwoners en 11 prachtige dorpen in een oer-
Hollands landschap. Wat kan een burgemeester zich nog meer wensen?

U leden van de gemeenteraad van Maasdriel,heeft mij op voordracht van de
vertrouwenscommissie unaniem gekozen.

Ik ben dankbaar, maar ben er ook een beetje verlegen mee. Want zo’n breed draagvlak komt alleen iemand toe die zich al heeft bewezen; ik ben letterlijk vandaag pas begonnen in Maasdriel.

Niettemin: het is eervol en fijn om zoveel vertrouwen op voorhand te ontmoeten. Ik ga er alles aan doen om dit zo snel mogelijk bij u te verdienen.

Ik bedank iedereen die er aan heeft meegewerkt dat ik hier vandaag, zo snel na de voordracht, met de ambtsketen om kan staan: de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de Koningin die bewilligde en het besluit tekende en haar Commissaris in Gelderland, de heer Cornielje, die waakte over de zorgvuldigheid van het proces. Gelderland en Maasdriel hebben elkaar nodig. De weg naar Arnhem zal ik de komende jaren vaak rijden.

Tot slot wil ik de heer Moree bedanken voor de inzet voor Maasdriel het afgelopen half jaar. Het was de tweede keer dat u in deze gemeente hebt waargenomen. Dit op nadrukkelijk verzoek van de gemeenteraad. Bij uw afscheid deze week hebben verschillende vertegenwoordigers met respect en dankbaarheid gesproken over uw inzet voor de gemeente. Daar sluit ik graag bij aan.

Dames en heren,

Wat kan ìk, als burgemeester bijdragen aan Maasdriel en het bestuur?

Misschien kent u het verhaal wel. De droom van elke burgemeester. Het verhaal over een Italiaans bergdorp midden in de Alpen. Het dorp leidde in de zomer een bloeiend bestaan maar zonk in de winter weg in somberheid. Door de hoge bergwanden en de lage zon kreeg het ’s winters nooit zonlicht en dat vrat aan de mensen. Zo was het al eeuwen. Er kwam een nieuwe burgemeester, dat bleek een energieke man. Hij installeerde een reusachtige spiegel op de bergwand, die – op afstand bediend kon worden. Die spiegel werpt nu grote bundels zonlicht in het dorp. De hele bevolking is eeuwig dankbaar. De droom van elke burgemeester: hij kwam en er was licht!

Ik zei u al een droom! De praktijk is weerbarstiger. De burgemeester drukt niet in zijn eentje een stempel op de gemeente. De politieke besluitvorming is in eerste en in laatste instantie aan de raad en aan het college. Beide organen hebben hun eigen bevoegdheden en verantwoordelijkheden, maar zijn van elkaar afhankelijk. De burgemeester heeft natuurlijk eigen taken, maar is niet een eerste en ook niet een vijfde wethouder. Ik ambieer die rol ook niet.

Binnen de soms ingewikkelde en gevoelige verhoudingen van het duale bestuur wil ik de zorgvuldigheid bewaken, de eenheid bevorderen en transparantie en verantwoording garanderen. Dat zijn kerntaken in een democratisch bestuur, die neem ik uitermate serieus.

Vijf fracties van vijf politieke groeperingen in onze gemeente verdienen aandacht en respect. Zij dragen alle bij aan onze lokale democratie, ongeacht of zij tot de coalitie behoren of niet.

De raad heeft als geheel een zware verantwoordelijkheid om de maatschappelijke opvattingen te vertegenwoordigen. De raad gaat met elkaar in gesprek en met elkaar in debat om zo het beleid vast te stellen en de kaders aan te geven. Het is mijn ambitie om dat proces te bewaken en de sfeer constructief te houden. In het college van B&W is mijn inzet dezelfde. Er zit een energiek college en ik wil daar graag de actieve maar ook zorgvuldige voorzitter van zijn. Als vanuit verschillende invalshoeken het probleem wordt benaderd dan komt dit zondermeer de kwaliteit van de politieke besluitvorming ten goede. Ik zal veel investeren in formele en informele contacten. De LDD, de leuke dingen dagen, staan wat mij betreft in Maasdriel, net als in Rozendaal, hoog op de agenda! Dat zijn dagen om als college of raad er informeel op uit trekken om een project te bekijken en daar iets gezelligs aan vast te koppelen.

In de profielschets die door de gemeenteraad is opgesteld staat één woord centraal: verbinder. Als je wilt verbinden is één voorwaarde dat je de mensen en de situatie
kent. Dat je weet wat er leeft in de gemeente en in de dorpen.

Een andere voorwaarde is: vertrouwen. Mijn belangrijkste voornemen voor deze nieuwe bestuursperiode is: het vertrouwen te winnen van de burgers van Maasdriel.

Dat kan alleen door burgers echt te ontmoeten, door mensen te spreken en tegen te komen in de dorpen, op straat, in het bedrijf en op school, bij het carnaval of in de kerk. Het Rozendaalse model om elk jaar 2 procent van de bevolking thuis op te zoeken om aan de keukentafel de staat van de gemeente door te nemen zal moeilijk worden in Maasdriel. Een snelle rekensom geeft aan dat ik dan meer dan 450 koffiebezoekjes moet afleggen, zo’n 10 per week. Ik denk dat naast alle andere werkzaamheden wat te ambitieus is. Misschien hebt u een idee, hoe ik het contact kan organiseren. Ik sta open voor suggesties. Ik streef ernaar een open en benaderbare burgemeester te zijn. Een burgemeester die gericht is op mensen net als mijn voorganger Jack Mikkers. Jack, het zal een hele klus worden om in jouw voetsporen te treden.

Mijn voornemen sluit goed aan bij het voornemen van het college om te investeren in meer en betere communicatie met de burgers. In september 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders al gemeld dat zij met de burgers in gesprek wil gaan. Naar aanleiding van een enquête onder de inwoners van Maasdriel heeft het college in september huis-aan-huis een flyer laten bezorgen. "U heeft gesproken, nu zijn wij aan zet" stond daar als fiere kop boven. In 2008 gaat het college op diverse fronten in gesprek met inwoners, om samen het beleid voor de toekomst, voor 2020 en de jaren daarna inhoud en vorm te geven.

Daar wil ik graag als uw burgemeester energie insteken. Dat communicatieproces ga ik van harte en met open vizier aan.

Dat beperkt zich niet tot de gemeente, dit reikt verder. Al noemt de Bommelerwaard zich het mooiste eiland tussen twee rivieren, met eiland denken kom je niet ver in de wereld van 2007. Veel van wat hier in Maasdriel gebeurt wordt bepaald door gebeurtenissen elders, zoals bijvoorbeeld veiligheid, ruimte voor de rivier, infrastructuur en openbaar vervoer.

In deze tijd van decentralisatie en schaalvergroting komt er heel veel op de gemeente af. Veel taken vragen om grotere uitvoeringsverbanden, dan de gemeente Maasdriel. Samenwerking met derden en tussen gemeenten is geen teken van zwakte maar van bestuurskracht en durf. Mijn vorige gemeente Rozendaal dankt zijn bestaan aan goede samenwerking met verschillende partners, particuliere ondernemers, buurgemeenten en de regio. Ik ben van mening dat wij als bestuurders, het aan onze burgers verplicht zijn om zo goed en efficiënt mogelijk om te gaan met de middelen. Naar mijn mening komt goede samenwerking met andere overheden de burgers alleen maar ten goede. Samenwerking op basis van gelijkwaardigheid maakt beide partners sterker.

Een van de belangrijkste taken van de burgemeester is de portefeuille openbare orde en veiligheid. Veiligheid is geen rustig bezit, het moet permanent bewaakt, beschermd, tot stand worden gebracht. Dat doen we samen. De politie is, zoals het nieuwe motto luidt, waakzaam en behulpzaam. Dat zullen we allemaal moeten zijn, niet alleen op het vlak van criminaliteit, maar ook op het gebied van preventie. Politie, de brandweer, de gemeente, de woningbouwvereniging zijn met de burgers partners in veiligheid. Het is een gedeelde verantwoordelijkheid. In de politie unit IJsselwaarden, werkte ik aan integrale veiligheid samen met de partners en met buurtplatforms en buurtpreventieteams. Ik denk dat het een goede zaak is dat burgers betrokken worden bij hun eigen leefbaarheid van hun eigen buurt en straat en zich daarvoor inzetten. Veiligheid is meer dan handhaving van de openbare orde. Het gaat om leefbaarheid, om een goede en veilige woonomgeving. Wie in veiligheid wil investeren, moet dáár beginnen! Ook dat doet een burgemeester ook al is hij portefeuillehouder openbare orde en veiligheid, niet alleen. Er bestaan om dat terrein allerlei dwarsverbanden tussen de verschillende portefeuilles van de burgemeester en de wethouders. Vanuit mijn verantwoordelijkheid zal ik, in samenwerking met uw raad een integrale aanpak bevorderen.

De afgelopen weken heb ik samen met mijn man veel rondgefietst en rondgereden door
Maasdriel. Wat mij opviel was het eigen karakter van de verschillende dorpen. Iedere kern, elk dorp heeft iets unieks. Maasdriel heeft geen twee gezichten maar elf gezichten. Niet alleen 11 verschillende gezichten, maar ook 11 verschillende karakters. Voor de mensen, die hier vandaag voor het eerst zijn een beschrijving van de gemeente.

Waar vind je in Nederland nog de wijdse vergezichten zoals Wellseind en Hurwenen. Er zijn niet veel burgemeesters in Nederland, die er prat op kunnen gaan dat zij twee echte kastelen in de gemeente hebben, in Ammerzoden en Well en bovendien nog een
kasteelruïne in Hedel. Waar vind je een dorp waar de boomgaarden letterlijk in de dorpskern staan zoals in Rossum? Dan heb ik nog niet gesproken over de fraaie dorpskern in Heerewaarden en het zicht op de uiterwaarden in Alem. Kerkdriel kan zich beroemen op een prachtige jachthaven en golfbaan. Niet alleen het landschap heeft veel te bieden ook de cultuurhistorie. In Hoenzadriel torent de molen boven het dorp uit. In Velddriel is de laatste ambachtelijke klompenmaker van Nederland actief. Hedel is vermaard om zijn paardenmarkt, en jaarlijks terugkerend evenement. Niet te vergeten fort Sint Andries. Wat kun je als burgemeester nog meer wensen als je zoveel diversiteit binnen de gemeentegrenzen hebt. Maasdriel telt 11 kernen. Het getal 11 roept verschillende associaties op zeker in deze 11de maand van het jaar. In sommige dorpen gaat het deze maand over de raad van elf en de 11de van de 11de. Een andere beeld is de associatie met een voetbalteam. 11 spelers vormen samen het team onder leiding van de coach. In een team levert elke speler zijn unieke kwaliteiten, zijn talenten. Juist die verscheidenheid, dat verschil zorgt voor een sterk team. Die verscheidenheid van de 11 dorpen maakt Maasdriel uniek. Eenheid in verscheidenheid, daar geloof ik in.

Niet alleen het karakter van Maasdriel is uniek, ook de ligging van Maasdriel is uniek. Maasdriel is een authentiek stukje Nederland, met een eigen groene en landelijke uitstraling op de as Randstad- Brabant. De twee economische centra in Nederland, waar de grootste economische bedrijvigheid is en de grootste economische groei plaats vindt. Dat gegeven biedt kansen voor de gemeente. Maasdriel zelf heeft veel mogelijkheden. Maasdriel heeft een ondernemende en ijverige bevolking. De agrarische sector biedt perspectief.

De gemeente ligt in een oer-Hollands landschap, met zijn brede rivieren. Mensen komen graag naar Maasdriel om te genieten van het schitterende landschap en de gemoedelijke sfeer in de dorpen. Al die eigenschappen samen vormen de kracht van Maasdriel. Er wordt wel gezegd Maasdriel is een goudklomp in de Bommelerwaard. De grote vraag is wat doe je met dat goud. Misschien denkt u: bewaren dat is, het meest veilige. Bewaren in de safe, in de kluis. Dat is waar, dan blijft alles zoals het is. Er zijn ook andere keuzes mogelijk. Misschien moeten we als gemeenschap, als we de komende jaren een visie voor Maasdriel ontwikkelen wat meer ambitie, wat meer lef tonen. Er liggen kansen en er is potentie om de lat wat hoger te leggen, om de kwaliteit van de woon, werk- en leefomgeving van iedereen die hier woont te vergroten.

De kunst is om de verschillen optimaal te benutten. Om al de ondernemerszin, de talenten, de inspiratie en de werklust van “drielenaren” bijeen te brengen. Een evenwicht te vinden tussen de natuurwaarden van dit schitterende gebied en de eisen van woningbouw en economische ontwikkeling. Ik wil daar actief aan bijdragen. De toekomst van Maasdriel wordt gebouwd op stevige pijlers van ondernemingszin, saamhorigheid en natuurwaarden. Ik wil actief bijdragen aan een klimaat waar problemen vertaald worden in uitdagingen, waar vernieuwing een kans krijgt. Geen gemeente kan zich stilstand veroorloven, ook Maasdriel niet. Maasdriel ontwikkelt een toekomstvisie voor 2020. Om die sociale, economische dynamiek, die aanwezig is, te stroomlijnen, is een krachtig beeld van Maasdriel nodig. Dat beeld dat zullen we actief en met allure moeten uitstralen en uitbouwen.

Dames en heren,

Ik heb lang genoeg gesproken. Burgemeester word je pas als je het bent, dus ik ga maar gewoon aan de slag. Uit eigen ervaring van de afgelopen weken weet ik nu al dat ik ontzettend goed ondersteund zal worden door mijn directe medewerkers, door de
gemeentesecretaris en de medewerkers waar hij leiding aan geeft.

In de profielschets, hoewel kort en bondig, vroeg u een schaap met tenminste vijf poten. U krijgt er een met vier poten. Een schaap dat niet alleen op de Rozendaalse hei heeft gegraasd, maar ook met vier poten in de Groningse klei heeft gestaan en soms wel in de modder. Dat is misschien wel nuttig in een gebied waar de eerste prioriteit is: droge voeten.

Ik dank de heer Goesten namens de vertrouwenscommissie, de heer van den Anker en
voorzitter Hooijmans voor de inspirerende woorden, voor de hamer en de ambtsketen die ik waardig zal proberen te dragen. Ik dank ……ik dank u allen dat u bij mijn installatie aanwezig hebt willen zijn.

Ik sluit af met een citaat:
“Met uitgestoken handen sta ik voor U allen. Die handen zijn nog leeg. Zij dragen nog geen bouwstenen en geen cement voor de vele taken. U allen wil ik vragen mij te helpen mijn grage hoofd en handen te vullen”.

Ik heb er zin in en ga aan de slag. Laten we er samen, onder Gods zegen, wat moois van
maken!

Dank u wel.

---------------------------
Onderstaand de overeenkomsten tussen de speeches van Thom de Graaf en Ada Boerma.
Klik op de afbeelding om te vergroten.

Thom de Graaf - installatiespeech Nijmegen

Toespraak bij de installatie tot burgemeester van Nijmegen, Thom de Graaf, 8 januari 2007

Dames en heren leden van de gemeenteraad van Nijmegen, Leden van het college, meneer de Commissaris van de Koningin, Inwoners van Nijmegen, vrienden van dichtbij en van ver, familie,

Ik wil u allen allereerst een prachtig 2007 toewensen. Veel geluk, een goede gezondheid, succes in uw werk of uw studie, voorspoed in liefde en vriendschap en als het even kan ook heel veel plezier. Ik spreek als nieuwjaarswens uit dat wij allen in 2007 er aan zullen bijdragen dat Nijmegen bruist en zich verder ontwikkelt als een dynamische open stad. Elke bijdrage is welkom en dat zeg ik ook met nadruk tegen vrienden en bekenden uit de Haagse overheid.

Hier staat een benoemde burgemeester voor u. Zelfgekozen maar wel benoemd. En ik ben ontzettend blij en vereerd dat ik tot burgemeester van Nijmegen ben benoemd en nu geïnstalleerd. Ik was een groot voorstander van de rechtstreeks door de bevolking gekozen burgemeester. En om misverstanden te voorkomen: ik bèn een groot voorstander van de rechtstreekse verkiezing en blijf dat, ook nu. Ik mag dan nu omketend zijn, ik lig niet aan de ketting, zelfs niet aan die van de Kroon.

In een vorig leven heb ik met veel energie en toewijding gepleit voor een ander bestuurlijk model in de gemeente. Een model dat, vind ik, meer recht doet aan de democratische betrokkenheid van de burgers en meer ruimte schept voor slagvaardig bestuur. Dat andere model met die rechtstreekse verkiezing van een meer politieke burgemeester is er niet gekomen. De vereiste herziening van de Grondwet kreeg in de Eerste Kamer uiteindelijk niet de benodigde tweederde meerderheid. Wie veranderingen wil, moet zich er bij neerleggen als de democratische besluitvorming uiteindelijk de andere kant uitwijst. Ik heb dat gedaan, maar ik blijf hopen op nieuwe inzichten bij oude partijen.

Sommigen menen dat ik als erkend voorstander van de rechtstreekse verkiezing eigenlijk geen benoemde burgemeester kan zijn. Ik begrijp dat niet. Ook al kan het beter, het huidige burgemeesterschap is op zich waardevol, betekenisvol genoeg, zeker nu in onze samenleving steeds meer behoefte bestaat aan verbindende mensen op verbindende posities. Het zou toch wel een bijzonder selectiecriterium zijn als je alleen maar mag functioneren in het openbaar bestuur als je volmaakt gelukkig bent met de huidige spelregels.

De leden van de gemeenteraad van Nijmegen hebben gelukkig ook niet zo gedacht. U heeft in hun keuze vooroordelen noch partijpolitiek laten domineren. Ik ben er dankbaar voor dat U eensgezind het oordeel van de ook al eensgezinde vertrouwenscommissie hebt willen volgen. Dankbaar maar ook mee verlegen. Want zo’n breed draagvlak komt alleen iemand toe die zich al heeft bewezen in het stadsbestuur en ik ben letterlijk vandaag pas begonnen. Niettemin: het is eervol en fijn om zoveel vertrouwen op de voorhand te ontmoeten. Ik ga er alles aan doen om wat u mij heeft geschonken, ook zo snel mogelijk echt te verdienen.

Ik bedank iedereen die er aan heeft willen meewerken dat ik hier vandaag met de Nijmeegse ambtsketen om kan staan. De leden en adviseurs van de vertrouwenscommissie, de gemeenteraad, maar ook de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties die de officiële voordracht deed en de ministerraad die daarmee instemde, één van de betere besluiten van Balkenende 3 wat mij betreft. Ik dank natuurlijk de Koningin die bewilligde en het besluit tekende en tenslotte haar Commissaris in Gelderland, Clemens Cornielje, die waakte over de zorgvuldigheid van het proces. Ik verheug me er op onze goede persoonlijke contacten te kunnen voortzetten. Gelderland en Nijmegen hebben elkaar nodig en wij weten elkaar te vinden.

Ik bedank ook de Nijmegenaren die hun mening gaven over de eigenschappen en de talenten waarover de nieuwe burgemeester moet beschikken. U heeft mij niet gekozen maar wel aangegeven wat u wilde.
U vroeg een schaap met tenminste vijf poten en heel veel wol, u krijgt er een met vier poten en nog een paar krullen, dus u kunt onmogelijk tevreden zijn. Maar uw opvattingen heb ik, net als de profielschets, zwaar mee laten tellen bij mijn besluit om te solliciteren naar Nijmegen. U heeft mij duidelijk gemaakt dat gevoel voor Nijmegen, voor deze unieke stad, ministens zo belangrijk is als de beste bestuurlijke ervaring.
‘n Bietje Nimweegs ien sien hert, dat vroeg u eigenlijk. En ook al blijkt dat ik het Nimweegs nog niet echt onder de knie heb, met dat hart van mij zit het wel goed. Burgemeester zijn is één, maar burgemeester zijn van Nijmegen, dat is een droom die uitkomt.

“Tussen Hoorn en Maastricht/ Bij de wijde Waal / Is het middenrif / dat ademhaalt. (…) Tussen enkel en hals / Halverwege / ligt Nijmegen / als / een onderpand/ Een begin van leven / uit de eerste hand”.
Dat schreef de dichter Guillaume van der Graft ooit en hij noemde Nijmegen de navel van het land. Een mooi warm beeld, al valt er wellicht geografisch wel iets op af te dingen.

Mijn belangrijkste voornemen voor dit nieuwe jaar is om het vertrouwen te winnen van de Nijmegenaren. Dat kan alleen door U echt te spreken, U tegen te komen in de wijk, op straat, in het bedrijf en op school of faculteit, bij het carnaval of bij het concert, bij NEC, in Lux of in één van de vele prachtige kroegen waardoor Nijmegen zo uitnodigend is.

Ik woon inmiddels hier, al laat mijn gezin nog even op zich wachten. Ik ben niet van plan om jaarlijks te verhuizen, maar voor het overige neem ik graag een voorbeeld aan mijn voorgangster als een open en benaderbare burgemeester.

Guusje, bij jouw aantreden zes jaar geleden zei je dat besturen een mooie gelegitimeerde manier is om je met van alles en nog wat te bemoeien. Dat spreekt mij wel aan, vooral omdat uit je afscheidstoespraak bleek dat je die bemoeiruimte ook daadwerkelijk kreeg van de stad. Jouw bestuur was op mensen gericht en dat heeft Nijmegen begrepen en gewaardeerd. Het zal een hele klus worden om in jouw voetsporen te treden.

Dames en heren,

Ik zal mij hier goed thuis voelen, ook omdat ik deels thuiskom. De stad van de katholieke cultuur, van de romeinse en middeleeuwse historie en van het Bourgondische leven, de stad waar ook hard wordt gewerkt, de stad van de leergierigheid, van kennis en van verdieping, de stad van discussies en van idealen, van dromen en van acties om recht te halen en onrecht te bestrijden.

De stad die vaak voorop heeft gelopen in de emancipatie van bevolkingsgroepen en minderheden en benadeelden en daarin een naam heeft hoog te houden. Nijmegen staat voor vrijheidsliefde, bescherming van elementaire rechten en kritische zin waar het gezagsdragers betreft. Ik ben gewaarschuwd… Ik zie ook een stad die veranderd is in vergelijking met dertig jaar geleden. Groter, actiever, met veel nieuwe mensen, nieuwe wijken, andere culturen. Een prachtige Waalkade, een gedurfde Waalsprong, een ongelooflijk mooi museum en bijzondere winkelstraten, maar ook meer verkeersproblemen, meer aandacht voor sociale uitsluiting en onveiligheid.

Wat kan ìk bijdragen aan Nijmegen en haar bestuur? Een paar weken geleden berichtte het Journaal over een Italiaans bergdorp midden in de Alpen. Het dorp leidde in de zomer een bloeiend bestaan maar zonk in de winter weg in somberheid. Door de hoge bergwanden en de lage zon kreeg het ’s winters nooit zonlicht en dat vrat aan de mensen. Zo was het al eeuwen. De nieuwe burgemeester bleek een energieke man die niet van de straat was. Hij installeerde een reusachtige spiegel op de bergwand, die – op afstand bediend en draaibaar – nu grote bundels zonlicht in het dorp werpt. De gehele bevolking is eeuwig dankbaar. De droom van elke burgemeester: hij kwam en er was licht!

Toch is dat helaas niet het geval. De burgemeester drukt niet in zijn eentje een stempel op de stad. De politieke besluitvorming is in eerste en in laatste instantie aan de raad en aan het college, ieder binnen de eigen bevoegdheden en verantwoordelijkheden en in onderlinge afhankelijkheid. De burgemeester heeft natuurlijk eigen taken maar is niet een eerste en ook niet een zevende wethouder. Ik ambieer die rol ook niet.

Binnen de soms ingewikkelde en gevoelige verhoudingen van het duale stadsbestuur wil ik de zorgvuldigheid bewaken, de eenheid bevorderen en transparantie en verantwoording garanderen. Dat zijn kerntaken in een democratisch bestuur en die neem ik uitermate serieus. Tien fracties van tien politieke groeperingen in de stad verdienen aandacht en respect en dragen alle bij aan onze lokale democratie, ongeacht of zij tot de coalitie behoren. De raad heeft als geheel een zware verantwoordelijkheid om de maatschappelijke opvattingen te representeren en door debat en onderzoek tot zorgvuldige en afgewogen kaders voor het stadsbestuur te komen. Het is mijn ambitie om dat te bewaken en de sfeer goed en harmonieus te houden. In het college van B&W is mijn inzet dezelfde. Er zit een nieuw energiek college en ik wil daar graag de actieve maar ook zorgvuldige voorzitter van zijn.

Ambities genoeg. Maar toch, het is al moeilijk genoeg om fatsoenlijk te besturen. Gewoon er te zijn in het belang van alle Nijmeegse burgers en er voor te zorgen dat zij zich enigszins vertegenwoordigd en betrokken weten. Laat ik dat maar als mijn hoofdtaak beschouwen. Als burgemeester wil ik de verbindende schakel zijn. De verbinding leggen tussen al die mensen die in onze stad wonen, de sterken en de mensen die het minder hebben, de verschillende wijken en de verschillende culturen. Een verbindende schakel tussen de gemeente en al die belangrijke partners in de stad: het bedrijfsleven, de opleidingscentra en kennisinstituten, de zorginstellingen, de corporaties, de maatschappelijke instellingen en verenigingen, de culturele ondernemers en iedereen die aan Nijmegen bijdraagt.

Binnen die hoofdtaak leg ik zelf graag een paar accenten. Ik geloof heilig in stedelijke innovatie, een permanente organische ontwikkeling van de stad met steeds weer nieuwe initiatieven en nieuwe maatschappelijke coalities. Geen stad kan zich stilstand veroorloven en zeker de oudste stad van Nederland niet. Nijmegen is juist zo oud omdat zij zich steeds weer nieuwe doelen stelde: van Romeinse vestingplaats tot middeleeuws handelscentrum, van rijksstad tot nieuwe ruimte buiten de muren, van woonstad voor de welgestelden tot stad van industrie en kennis, van stad met oorlogswonden en een geschonden aangezicht tot een herwonnen benedenstad, van stad áán de Waal tot stad die òver de rivier gesprongen is, de Koers West heeft uitgezet maar tegelijkertijd contact zoekt met onze oosterburen.
Zo zal het in de nabije toekomst ook moeten gaan. De kunst is om steeds de stad opnieuw uit te vinden en optimaal al de talenten, de inspiratie en de werklust van Nijmegenaren en nieuwe Nijmegenaren bijeen te brengen. Het gemeentebestuur wordt in toenemende mate een makelaar van ideeën en mensen, ondersteuner van particuliere intiatieven, gangmaker zonder alles zelf te kunnen bepalen. Ik wil daar actief aan bijdragen. De toekomst van Nijmegen wordt gebouwd op stevige pijlers van kennis, cultuur en ondernemingszin. Health Valley is daar een goed voorbeeld van, maar evenzeer de kleinschalige culturele en creatieve activiteiten die bijdragen aan een klimaat van experimenten, uitdagingen en vernieuwing langs nog niet gebaande paden.

Om die sociale, economische en culturele dynamiek verder te vergroten, is een krachtig beeld van Nijmegen nodig, een herkenning van de mogelijkheden en de ambities van onze stad en van onze mensen. Dat beeld dat zullen we actief en met allure moeten uitstralen en uitbouwen. Een stad die open staat voor nieuwe kennis, voor nieuwe en oude cultuur, voor alle mensen. Open in houding en in verdraagzaamheid, open in toekomstmogelijkheden voor bedrijven, kenniswerkers en creatieve mensen maar ook voor mensen die extra ondersteuning of zorg nodig hebben.

Nijmegen, open stad. Bij die open stad horen natuurlijk actieve burgers. Ik geloof dat dit de belangrijkste uitdaging is voor alle gemeenten en zeker voor de grotere steden: hoe krijgen we weer burgerschap centraal in de lokale gemeenschap? Hoe spreken we elkaar aan op onze verantwoordelijkheden voor meer dan alleen onze eigen belangen, voor de buurt, voor de ouderen en gehandicapten, voor het groen in de plantsoenen, voor de buren die onbekenden zijn in de straat? Hoe krijgen we weer meer respect voor de mensen die in ons aller belang werken, zoals de agenten op straat, de brandweerlieden of het ambulancepersoneel, de mensen die hun best doen voor anderen zonder eigenbelang.

Ik pleit gewoon voor burgerzin. Dat mogen we vragen van iedereen. En eigenlijk meer. Ik pleit ook voor wat ik maar noem burgertrots. Wie trots is op zijn eigen buurt, zijn sportclub, de speeltuin, de wijk, de mooie oude stad, die wil ook zijn steentje bijdragen aan de gemeenschappelijke waarden en aan het gevoel van saamhorigheid.

Nijmegen doet daar al veel aan en terecht. Een open stad heeft trotse burgers nodig! Die trotse Nijmeegse burgers mogen in ieder geval drie dingen verwachten: een behulpzame en dienende overheid, integer en zorgvuldig handelen en absolute prioriteit voor een veilige omgeving. Ik zal mij daar binnen mijn eigen verantwoordelijkheden en mogelijkheden in het bijzonder op richten.

Dames en heren,

Als burgemeester van Nijmegen ben ik van Nijmegen en in Nijmegen, maar mijn aandacht houdt niet bij de grenzen op. Ik verheug mij op de samenwerking in de stadsregio Arnhem-Nijmegen, in de politie- en veiligheidsregio Gelderland-Zuid en in de provincie. Ik zie uit naar al dan niet hernieuwde kennismaking met collega-burgemeesters. Mijn voorgangster Guusje ter Horst heeft veel energie gestoken in de ontwikkeling van de EU-regio Rijn en Waal en ik zal mij daar aan spiegelen. Duitsland is niet alleen ons buurland maar in toenemende mate ook deel van onze toekomst. En dan is er Den Haag. De raad wilde graag een burgemeester met een netwerk in de landspolitiek en de rijksoverheid. Waar ik bij machte ben, zal ik graag door contacten en ingangen de wethouders ondersteunen bij de forse opgaven voor de directe toekomst. Ik zal, daar kunt u van verzekerd zijn, ook mijn partijtje meeblazen in landelijke discussies die de positie van het lokale bestuur of de grote steden raken.

En over Den Haag gesproken, wat brengt een nieuw kabinet voor Nijmegen? Laten we om te beginnen ruimhartig zijn: als de informateur en de onderhandelaars van CDA, PvdA en ChristenUnie in hun rondreizend circus nog een mooie en inspirerende vergaderplek zoeken, dan zijn ze van harte welkom – we hebben hier zelfs een Trêveszaal, om alvast een beetje te oefenen. In ruil daarvoor zijn we eigenlijk heel bescheiden in ons wensenlijstje. Natuurlijk willen we de nodige middelen om de ambities van de grote Nijmeegse projecten te realiseren. Maar er mag ook wel iets aan worden toegevoegd:
• Investeren in onderwijs, kennis, onderzoek en innovatie;
• Meer aandacht en ruimte voor cultuur als sociale èn economische basisvoorwaarde;
• Een vreemdelingenbeleid dat berust op duidelijkheid, maar ook op humaniteit en een integratiebeleid dat niet alleen maar eenrichtingsverkeer is;
• Verder werken aan de modernisering van de overheid door minder bureaucratie, beter te handhaven regels, betere dienstverlening aan burgers en decentralisatie in plaats van nieuwe bevoegdheden in Den Haag.
En dat brengt mij tot slot bij de veiligheid. Veiligheid is geen rustig bezit, het moet permanent worden bewaakt, beschermd, tot stand gebracht en soms heroverd. Dat doen we samen. De politie is, zoals het nieuwe motto luidt, waakzaam en behulpzaam. Dat zullen we allemaal moeten zijn, niet alleen op het vlak van criminaliteit of terrorismebestrijding, maar ook waar het om het voorkomen van branden, ongevallen of ernstige rampen gaat. Veiligheid is van iedereen, vóór iedereen. Daarom is de centralisatie van de politie een slecht idee. Ik zal mij in ieder geval tot het uiterste daartegen verzetten. Het is een volstrekt verkeerd signaal om het beheer van de regionale politiekorpsen uit de lokale inbedding weg te halen en er een nationale politie van te maken. Daar wordt geen buurt veiliger van, geen boef meer door gevangen. Wat de politie nu nodig heeft is rust om verder te werken aan gezamenlijke oplossingen: wel meer eenheid in de Nederlandse politie, maar geen Rijkspolitie. En vergeet ook die negatieve energie van een nieuw ministerie van Veiligheid; kies er liever voor om de politie, de brandweer en rampenbestrijding en het lokale bestuur meer middelen te geven om de veiligheid te borgen daar waar het echt nodig is.
Veiligheid mag géén monocultuur worden, waarin geen ruimte meer is voor evenwichtige afweging van andere belangen. Terrorisme bestrijd je niet door alleen maar de grondrechten en de privacy te beperken. Het tegengaan van radicalisering en het voorkomen van terrorisme is natuurlijk ook zaak van veiligheidsdiensten, maar begint heel dichtbij: in de buurt, bij de wijkagenten, de maatschappelijke instellingen, de dialoog met de religieuze en andere leiders, de scholen, kortom in de wereld van het lokaal bestuur. Wie in veiligheid wil investeren, moet dus dáár beginnen!

Dames en heren,

Ik heb lang genoeg gesproken. Burgemeester word je pas als je het bent, dus ik ga maar gewoon aan de slag. Ik weet nu al dat ik ontzettend goed ondersteund zal worden door mijn directe medewerkers, door de gemeentesecretaris en de gemeentelijke organisatie waar hij leiding aan geeft.

Ik dank Renate Bos, Ben van Hees en Paul Depla voor de inspirerende woorden, voor de hamer en de ambtsketen die ik waardig zal proberen te dragen. Ik dank Karel Boehlee en het Nijmeegs Mannenkoor voor hun prachtige optredens en ik dank u allen dat u bij mijn installatie aanwezig hebt willen zijn.

Ik sluit af met een citaat:
“Met uitgestoken handen sta ik voor U allen. (…) Die handen zijn nog leeg. Zij dragen nog geen bouwstenen en geen cement voor de vele taken (…). U allen wil ik vragen mij te helpen mijn grage hoofd en handen te vullen”.
Dat zei mijn vader op 24 januari 1968 tegen de leden van de gemeenteraad van Nijmegen. Ik denk aan hem vandaag en zeg het hem graag na.

Dank u wel.

--------------
Onderstaand de overeenkomsten tussen de speeches van Thom de Graaf en Ada Boerma.
Klik op de afbeelding om te vergroten.


vrijdag 21 december 2007

Grote schoonmaak

Wethouder Jan Bart Wilschut grijpt het Hart van Dieren-advies van Verdaas aan om zijn aftreden aan te kondigen. De echte oorzaak ligt natuurlijk in de falende bestuurlijke controle op het project.

Wat dat betreft moeten de conclusies van de audit toch een hele kudde bestuurders en politici het schaamrood naar de kaken jagen.

Jarenlang heeft men de kop in het zand gestoken. De voorbeelden van mislukte projecten elders liggen voor het oprapen. En iedere keer weer wordt dit onderzocht en verschijnen er dikke rapporten maar men weigert daaruit te leren. Het kan natuurlijk altijd een keer fout gaan maar dat men zich onvoldoende inspant om dit te voorkomen is onvergeeflijk. Men probeert het niet eens.

De gevolgen zijn bekend. Nog afgezien van de zakelijke en bestuurlijke gevolgen is de schade die is toegebracht aan het vertrouwen in de overheid en de politiek niet in geld uit te drukken

Denk eens aan de mensen die ten onrechte hun huis moesten verlaten, de tijd en de energie die goedbedoelende burgers in dit project hebben gestoken en de verkilde verhoudingen tussen overheid en belangengroeperingen.

Jan Bart Wilschut heeft fouten gemaakt. Hij heeft daar tot nu toe als enige de consequenties uit getrokken. Als je kijkt naar de mens achter de bestuurder Wilschut dan zie je een sociaal bewogen man die er het beste van heeft geprobeerd te maken en die het moeilijk heeft met de gevolgen van dit echec en de emotionele schade die aan mensen is toegebracht. Dat siert hem en ik heb daarom ook met hem te doen.

Het blijft niettemin zeer terecht dat hij opstapt. Maar het zou onrechtvaardig zijn als dit zich beperkt tot hem alleen. En als wij willen dat de adviezen van Verdaas een eerlijke kans verdienen dan moet er schoon schip worden gemaakt.

Een hele reeks bestuurders, politici en ambtenaren komt voor een afscheidsreceptie in aanmerking.

Allereerst de gedeputeerde van de provincie, Marijke van Haaren. Zij is, als voorzitter van de stuurgroep, de hoofdverantwoordelijke voor de falende controle en het beleid in dit project. En daar mag zij niet mee weg komen.

Dan is daar het college van B&W. Dat heeft zich altijd gepresenteerd als collegiaal bestuur en keer op keer benadrukt dat niet een individuele wethouder maar het voltallige college verantwoordelijk is voor het beleid. Logischerwijs zal dat consequenties moeten hebben. Tot nu toe heb ik alleen Joop Kock bewegingen in die richting zien maken. We zullen de komende tijd zien wat dat collegiale bestuur voor de overige wethouders en de burgemeester precies betekent.

Daarnaast dient de gemeenteraad de hand diep in eigen boezem te steken. Die heeft (al in 2005) verzuimd om haar verantwoordelijkheid te nemen. En alle partijen, geen enkele uitgezonderd, hebben de afgelopen twee jaren wethouders voor het college van B&W geleverd. En daarbij hebben ze zich soms ernstig gecompromitteerd. Tot aan regelrecht kiezersbedrog toe.
Zelfs de minst schuldige tot nu toe, GroenLinks, zwijgt op dit moment in alle talen. Uit vrees voor het verlies van dat zachte wethouderspluche.

Tenslotte blijkt het ook in de projectorganisatie goed mis te zijn. Niet alleen de (financiële) huishouding is een puinhoop maar ook de projectleden hebben het met elkaar aan de stok gekregen. Bovendien blijkt de projectdirecteur vooral de belangen van de provincie te dienen en niet het algemene projectbelang.

Gun het advies van Verdaas een kans!
Maar dan moet eerst de bezem door deze Augiasstal.

Bijgaand de brief in de Regiobode. Klik op de afbeelding om te vergroten.


donderdag 20 december 2007

Atelier Kooijmans

Ik heb toch nog enige vragen en opmerkingen over het advies van het Atelier CV. En met mij nog een hele reeks anderen die ook bij de presentatie aanwezig waren.

De opbrengst van het Atelier vind ik nogal magertjes. Pi, Wim en Hans zeggen de goede dingen maar eigenlijk had Pi maar één scenario waar hij achter kon staan. Het Stationspark vond hij zelf vanwege de tunnel al niet geschikt en het Gazelle-scenario was niet realistisch. Dus blijft alleen de Dierense Allee over.

Het Atelier had niet nagedacht over radicaal andere alternatieven zoals het toch doortrekken van de A348 door de uiterwaarden.

Of, en ik zuig het nu ter plekke uit mijn duim, een verhoogde weg op pilaren door Dieren heen waarover het doorgaande verkeer wordt geleid. Net zoiets als je wel in Amerikaanse films ziet. Zodat het doorgaande verkeer over Dieren wordt geleid en er geen barrière meer is tussen Dieren-Noord en Dieren-Zuid. De ruimte onder de weg komt dan vrij voor bijvoorbeeld een park en de uitwisseling tussen Dieren-Noord en Dieren-Zuid is vrij van hindernissen.

Dat out-of-the-box denken van deze drie coryfeeën viel dus nogal tegen.

De Wilhelminaweg wordt in de ogen van het Atelier een promenade. Een culturele wandelroute tussen Dieren-Noord en Dieren-Zuid. De Ramblas van Dieren.

De Molenweg stond ook als as ingetekend. Daarover werd met geen woord gerept. Maar ik vrees dat ook daar geen autoverkeer voorzien was.

Het autoverkeer tussen Dieren-Noord en Dieren-Zuid zou dus langs de buitenste assen, de Harderwijkerweg en de Kanaalweg, moeten plaatsvinden.

Dat zullen de winkeliers in Dieren-Zuid niet zo leuk vinden. Die kunnen hun zaak dan wel opdoeken.
En de inwoners van Dieren zelf zie ik ook nog niet enthousiast langs de buitenranden van de “mijter” van noord naar zuid en andersom rijden. Met ander woorden: in het plan van deze drie mensen blijft er een grote barrière tussen Noord en Zuid en wordt de tweedeling van Dieren juist versterkt.

Het bagatelliseren van het verkeersprobleem was ook opvallend. De heer Roskam meldde dat 90% van het autoverkeer over de Harderwijkerweg komt. Dus door de resterende 10% over de Burgemeester de Bruinstraat te leiden zou er niet veel verlichting komen. Wim Korf zei dat hij over andere cijfers beschikte en dat er meer verkeer via de Burgemeester de Bruinstraat zou gaan.

De heer Sevenster vroeg waarom de businesscase niet openbaar kon worden gemaakt. De rol van Prorail was in het advies immers drastisch teruggeschroefd. Daarop antwoordde het college dat dat niet kon vanwege de gevoeligheid van de cijfers. Daar zou vooral ProRail kunne schaden om dat daarmee de rekenmethodiek van ProRail op straat kwam te liggen. (daar kom ik nog op terug als ik de audit verder ga bespreken)

En wat ging er nu gebeuren met het ecoduct? . Ook daarop kon geen antwoord worden gegeven maar het Atelier wil dit loskoppelen van Dieren en onderbrengen in de Havikerpoort.

De heer Ottevanger sprak zijn teleurstelling uit over het advies. Hij (en ik ook trouwens) had meer verdieping verwacht. Daarop gaf Wim Korf aan dat ze slechts een maand de tijd hadden gehad. En het Atelier had daardoor ook slechts terloops naar de historie kunnen kijken. Allemaal geen tijd voor.

Barbara de Vos vroeg waarom de belangengroeperingen niet door het Atelier bevraagd waren.
Wim Korf antwoordde dat er 14 brieven waren binnengekomen die alle zijn beoordeeld. Of daar bruikbare suggesties in hadden gestaan werd niet vermeld.

Johan Blok uit Dieren gaf de suggestie om het verkeersprobleem in een veel bredere context te zien. Als een vraagstuk van de driehoek Dieren-Apeldoorn-Zutphen.

Een heer uit Ellecom had ook een interessante opmerking. Het Atelier had de regionale centrumfunctie van Dieren over het hoofd gezien. Pi de Bruin wist niet anders te berde te brengen dat dat niet op hun bordje had gelegen. Men moest Dieren cultiveren als cultureel centrum.

Dat wel of geen verkeersprobleem is natuurlijk arbritrair. Op een vraag of we hier nu wel of niet te maken hadden met een verkeersprobleem antwoordde Wim Korf nogmaals dat er geen probleem is maar een vraagstuk. Er gaan nu 25.00 auto’s per dag over de Burgemeester de Bruinstraat en je spreekt pas van een probleem bij 30 à 35.00 auto’s. Daarop maakte deze zelfde heer de opmerking dat er in 2016 zo’n 44.000 auto’s per dag worden verwacht.

Mevrouw van Lierop vroeg naar de haalbaarheid van de scenario’s. Het voorspelbare antwoord was dat er niet naar de economische kant is gekeken.

Wat toevallig dat vooral de goedkoopste oplossing, de Dierense Allee, werd aangeprezen.
Wat toevallig dat de nadruk werd gelegd op de rol van de gemeente. met als argument dat het de inwoners van deze gemeente aangaat. De inwoners van Dieren zijn toch ook inwoners van de Provincie Gelderland. En dat gedeputeerde Verdaas ook zo opvallend snel ruimte tussen het Atelier en hemzelf probeerde te creëeren. De provincie gaat er volgens mij gewoon vandoor. Laat Rheden het maar lekker zelf uitzoeken.

Nee, al met al vielen de bedenksels van het Atelier toch wat tegen.

Maar ik word wel steeds enthousiaster over mijn eigen idee: die weg op palen door Dieren heen.

Ja beste mensen, gewoon even “out-of-the-box denken” zunne.

Waarom zat ik eigenlijk niet in het Atelier?
Ik geloof dat ik zelf maar een Atelier opricht.

Atelier Pi de Bruin en Hans Broekman.

Na Wim Korf was de bühne vrij voor Pi de Bruin met zijn Droom over Dieren en Hsn Broekman die het proces om tot het Masterplan te komen nog eens uitlegde.

Het doorgaande verkeer wordt aan de westkant al voor het dorp gescheiden van het bestemmingsverkeer. De Harderwijkerweg krijgt dan alleen het bestemminsgverkeer te verwerken. Het doorgaande verkeer vervolgt zijn weg over de Bugemeester de Bruinstraat tot de oostkant van het dorp waar het doorgaande verleer richting Apeldoorn via de Kanaalweg wordt geleid. De Kanaalweg krijgt daarnaast ook bestemmingsverkeer te verwerken.
Andesom geldt dat uiteraard ook. Verkeer dat vanuit Leuvenheim richting Apeldoorn wil wordt ook via de Kanaaalweg geleid.

De Burgemeester de Bruijnstraat is verder kruisingsvrij. Het verkeer kan alleen een andere richting kiezen bij de verkeersscheidingen aan de west en oostkant van het dorp.

De afbeeldingen in dit artikel komen uit de extra pagina van De Rhedenaar en het perbsricht van de aankondiging van de informatieavond.

Niet de as die van west naar oost loopt, de Burgemeester de Bruinstraat, maar juist de noord-zuid as langs de Wilhelminaweg moet het centrale thema zijn voor het masterplan en het daaraan gekoppelde Verkeerscirculatieplan. Daaromheen moet de stedenbouwkundige opgave uitgewerkt worden.
Zo wordt de Wilhelminastraat het echte hart van Dieren.

Op onderstaand plaatje is dit weergegeven. Klik op de afbeelding om te vergroten.

De gele lijnen geven de assen aan met als centrale Noord-Zuid as de Wilhelminaweg. De buitenste assen langs de Harderwijkerwehg en de Kannalweg vormen de mijter.

Vervolgens presenteerde Pi de Bruin drie scenario's.

In het scenario dat hij de Dierense Allee had genoemd (zie onder) blijven spoor en weg op maaiveldhoogte. Het station wordt omgeklapt zodat het stationsplein en de ingang aan de norodkant komt te liggen. Het perron loopt af naar de Wilhelminaweg.

De Wilhelminaweg wordt een promenade die van zuid naar noord beide delen van Dieren verbindt.

Klik op de afbeelding om te vergroten.


In het tweede scenario gaat de Bugermeester de Bruinstraat toch door een tunnel. Bovenop de tunnel kan dan een park worden aangelegd. Maar Pi gaf direct al aan dat dat niet zijn voorkeur heeft. Tunnels lossen niet alleen een probleem op maar veroorzaken ook weer andere problemen. De tunnelmonden veroorzaken problemen met luchtvervuiling en ze kerven ook diep in het dorp.

Hij vertelde ook dat tunnels inmiddels achterhaald zijn. Als voorbeeld noemde hij de tunnel in de Weesperweg in Amsterdam. Daar spelen nu kinderen en het verkeer rijdt eromheen. TunFun noemde hij dat.
Kennelijk wilde hij ook zijn nachtmerries met ons delen. Want waarom hij anders dit dit concept presenteerde is mij een raadsel. Maar ja één alternatief uit het Atleir is natuurlijk wel heel erg mager.



In het derde scenario werd het farbrieksterrein van Gazelle betrokken. Weg en sppor blijven op maaiveldhoogte maar het station zou langs het Gazelle-terrein kunnen komen en de monumentale fabriek zou bijvoorbeeld dienst kunnen gaan doen als museum.
Maar hij had vóór de presentatie met de directeur van Gazele gesproken en die voelde daar niet zoveel voor. De fabriek is nog volop in bedrijf.

Klik op de afbeelding om te vergroten.


Na Pi kwam Hans Broekman nog eens uitleggen hoe het proces om tot Masterplan te komen zou moeten verlopen. En dat kan volgens hem best snel.
Er liggen genoeg streek-, structuur- en andere plannen die een goede basis vormen.
De gemeente is leidend met betrokkenheid van de provincie en ProRail.
En de bevolking moet in de planvorming participeren.
Het masterplan kan worden uitgevoerd in deelprojecten. Stap voor stap.

Mwah, we bleven nog met een aantal vragen zitten.

woensdag 19 december 2007

Atelier Wim Korf

Na de bescheiden inleiding van Co Verdaas werd de piste vrijgemaakt voor de overgebleven artiesten van het Atelier: Wim Korf, Pi de Bruin en Hans Broekman.

Hun visie: “met Hart voor Dieren”

Wim Korf, voormalig projectdirecteur van de HSL (prima referentie vwb budgetoverschrijdingen) beet het spits af. Hij had zich in het Atelier beziggehouden met algemene zaken en meer specifiek met verkeer.

Wim maakte duidelijk dat de 8-min variant niet past bij Dieren.

Dieren is een dorp en dat dorpse karakter moet je niet gaan mollen met beton, tunnels en verdiepte sporen. De verbinding tussen het verkeer en de gekozen oplossing is gzocht Het gaat er om dat je oplossing vindt en daar vervolgens in inevsteert en het gaat er juist niet om dat je 100 miljoen hebt en kijkt hoe je die weg kunt zetten.

Nou, volgens mij was dat wegzetten van 100 miljoen helemaal geen probleem. Er was zelfs nog ’n miljoen of veertig te weinig om weg te zetten.

En je moet de oplossing breed in de tijd uitzetten. Je moet kijken waar je over ’n jaar of twintig staat en wilt staan. Stel je daar op in.

Ik interpreteer dat als : verander mee met de tijd, anticipeer op de ontwikkelingen en stuur die ontwikkelingen bij in de richting die je voor ogen hebt.
Kan ik allemaal in meegaan. Heel verstandig.

So far so good. Maar vervolgens kwam de aap uit de mouw. Ook hij snapte niet waar we ons druk over maken.

Er is helemaal geen verkeersprobleem in Dieren. Er is slechts een verkeersvraagstuk, er is een dreiging van goederenvervoer over het spoor en er is het verkeerscirculatievraagstuk. Dat VCP moet de oplossing brengen.

Wim komt natuurlijk uit de Randstad. Moest je maar eens bij hem komen. Daar heb je pas echte verkeersproblemen. Waar hebben we het hier helemaal over. ’n Dorp met een verkeersvraagstukje.

Zo die zat!

Hij verloor het dorpse karakter waarvan hij eerder zei dat dat zo belangrijk was dus al snel weer uit het oog. Stay focussed Wim, stay focussed.

Maar goed. De oplossing voor het verkeersvraagstuk is dat het doorgaande verkeer moet worden gescheiden van het bestemmingsverkeer en dat het dorogaande verkeer zo snel mogelijk door Dieren geleid moet worden.

Er moet nu eerst een Masterplan moet komen. Een dorpsvisie waarin staat uitgewerkt wat je verder met Dieren wilt. Bij deze integrale aanpak betrek je de bevolking en zorg je ervoor dat deze integrale aanpak breed wordt gedragen. En je kijkt niet alleen naar het verkeersprobleem ... pardon... verkeersvraagstuk maar integreert dit in een stedenbouwkundige aanpak.

Daarbij dient de regie te worden gevoerd door de gemeente. Weliswaar moeten het rijk, de provincie en ProRail ook worden aangehaakt maar de gemeente komt op de eerste plaats. Het zijn tenslotte haar inwoners.

Neem me niet kwalijk Wim maar nu wordt ik een beetje wantrouwig. Het Atelier werkte in opdracht van de stuurgroep. En in de stuurgroep heeft de provincie de oevrhand. Bovendien stond het Atelier onder de bestuurlijke aansturing van gedeputeerde van de provincie Co Verdaas (daar heb je het al). Het is toch niet zo dat de provincie nu van een bleeder, dat lastige Hart van Dieren, probeert af te komen?

Voor de provincie is draagvlak blijkbaar geen issue. Blijkbaar ligt Dieren op een andere planeet en zijn de inwoners van Dieren geen inwoners van Gelderland.

Zo makkelijk komt de provincie er bij mij niet af. De provincie zal toch niet weer weer net als bij de rondweg in Laag Soeren de gemeente in de steek laten mag ik hopen. Dus daarover zou ik eerst nog wel eens een woordje met de provincie over willen wisselen.

Ik ben met je eens dat de gemeente het laatste woord moet hebben maar de provincie zal toch ook haar bestuurlijke verantwoordelijkheid moeten dragen. En er nu niet tussenuit proberen te knijpen. Als de provincie nu eens een miljoen of dertig, veertig extra uit haar Nuon-spaarvarken of uit de provinciale opcenten op de wegenbelasting in de projectpot stort dan krijgt de provincie van mij de zegen na.

Voor de ontwikkeling van het masterplan is volgens Wim Korf niet zoveel tijd nodig.
December en januari kun je zelfs gebruiken om even uit te puffen. Maar zo rond mei 2008 zou er een Masterplan kunnen liggen. Gebruik daarvoor alle voorhanden stukken: streekplan, structuurplan, stedenbouwkundige schets enzovoorts en stel samen met de bevolking het Masterplan/Dorpsvisie op. Parallel daaraan maak je een verkeerscirculatieplan voor Dieren inclusief de omgeving van Dieren.

Tot zover Wim Korf. Goed gedaan Wim!

En ons Hart van Dieren niet meer bagatelliseren!
Want waar moeten we ons dan nog druk over maken?

Morgen ga ik verder. Als ik vanavond voldoende tijd heb, de actualiteit het toelaat, ik nog zin heb en er niks anders tussenkomt wil ik het morgen over het mijtermodel hebben, de dromen van Pi en vragen vanuit het publiek.

Kijk, ik begin het al te leren. Mitsen en maren genoeg. Help...…Theo wordt bestuurder!

Trouwens, ik moet ook nog ’n stukje maken over Ada Boerma. Ik ben benieuwd hoe ze in Maasdriel over dat geintje dat ze met haar installatiespeech uithaalde denken.
Hallo Rozendaal! Hebben jullie daar soms nog wat gedachten over? Deel ze even met me wil je? Via Dossier Rozendaal (links op deze pagina) kom je bij alle artikelen die met Rozendaal en ex-Rozendaalse burgemeesters te maken hebben.
En als je hier klikt dan kom je rechtstreeks bij het artikel over het plagiaat van Ada.

En m’n spellingchecker doet het ook al niet.
Als U, beste lezer, nog eens kritisch naar de tekst kijkt en de spelfauten aan me meldt dan scheelt dat alvast weer ’n hoop werk voor me.

voorheen Atelier Verdaas

Afgelopen maandag werden de bevindingen van de “bende van drie”, de artiesten van het Atelier, nader toegelicht.

Hoezo “bende van drie”? Er waren toch vier leden?
Ja, dat viel me ook al op. Het Atelier is uitgedund. Blijkbaar is het atelier bendelid numero vier, Peter Kuenzli, onderweg kwijtgeraakt. Alleen Wim Korf, Pi de Bruin en Hans Broekman stonden nog in de arena. Over Peter werd in ieder geval niet meer gesproken.

En nu ga ik ’s flink mekkeren over die Co Verdaas. Bij mij had ie het namelijk al snel verbruid. En daar wordt ik chagrijnig van.

Je moet iemand altijd het voordeel van de twijfel gunnen maar mijn laatste ervaringen met bestuurders zijn niet om over naar huis te schrijven. Ik ontwikkel de laatste tijd dan ook een flinke dosis scepsis als het over bestuurders gaat. Dat geldt ook voor Co Verdaas. Aardige man hoor maar ik leg toch maar even ’n paar van zijn uitspraken onder de loep.

Volgens hem is er in Dieren sprake van een geisoleerd, beperkt probleem. Dat werd later nog ‘ns aangedikt.

Volgens Verdaas moeten we er wat meer afstand van nemen zodat we een helderder beeld krijgen.

Nou Co. Ik kan je vertellen dat het mij ook geen moer interesseert als de dakpannen van de Eusebiuskerk waaien en door de kamer van Clemens Cornielje suizen. Daar kijk ik ook van een afstand naar en constateer dat het slechts ’n paar dakpannen zijn. Maar als Clemens op dat moment in zijn kamertje zit zal ie er zelf toch iets anders over denken. Moet ik voortaan soms eerst even aan Tsjernobyl denken voordat we het over het Hart gaan hebben? Want dan valt alles allemaal wel mee.

Hiermee laat Co zien dat zijn inlevingsvermogen toch ook zijn beperkingen heeft.

En u zag het goed. Ik noemde in de eerste zin niet het “Atelier Verdaas” maar alleen het “Atelier”. Jazeker, het “Atelier”. We mogen het van Verdaas namelijk niet meer n over "Atelier Verdaas" hebben. Dat zou Co Verdaas zelf te veel in de schijnwerpers zetten en dat vindt hij niet terecht. De “ideeën” zijn niet van hem afkomstig maar van de kunstenaars van het Atelier.

Waarom zegt ie dat nu pas. Dat had ie volgens mij al wel ’n paar maanden eerder kunnen zeggen. Of voelt ie zich ongemakkelijk bij de resultaten die de artiesten maandagavond opdisten? Wil hij daar soms niet verantwoordelijk voor zijn?

Je naam aan het Hart verbinden kan in de toekomst nog wel eens problematisch worden. Dat Hart is een slangenkuil met veel risico’s. En iedere stem is er één nietwaar? En bovendien moet de provincie wat meer afstand nemen van deze mislukking.
Dus géén associaties Verdaas – Hart van/voor Dieren asjeblieft!

Laat ik hier voor de zekerheid toch maar even vastleggen dat Co Verdaas nu en in de toekomst bestuurlijk verantwoordelijk is voor het Atelier, de bedenksels van het Atelier en eventuele andere zaken die op het Atelier zijn terug te voeren. Straks komt die Peter Kuenzli nog schadevergoeding claimen omdat ie is overgeslagen of is er iemand (bijvoorbeeld Pi) die zijn geesteskind misbruikt ziet. Net zoals vorig jaar die stoel van de Tweede Kamer die door de Partij van de Dieren op een poster was mishandeld. En dat gaat weer ten koste van het budget. Of wat daar nog van over is.

En dan moeten we toch iemand aan kunnen spreken.

En hoe moet ik het dan noemen? Alleen “Atelier” is zo kaal en koud. Zal ik het dan maar het “Atelier v/h Atelier Verdaas” noemen of simpelweg “Atelier CV”?

Co Verdaas wilde ook nog even kwijt dat het geld voor het Hart niet op is maar dat het slechts om een dreigend tekort is. Er zijn volgens hem namelijk domkoppen die denken dat het geld op is. Nee beste lezers. Het geld is nóg níet op. Er is tot nu toe slechts een kleine miljoen of 10 – 15 uitgegeven.

De persconferentie van vorige week was overigens maar een “teaser”. Bedoeld om de mensen naar de raadszaal te lokken dus. Denk alstublieft niet dat de pers eerder aan de beurt kwam dan de bewoners omdat de pers belangrijker is hoor! De persconferentie was slechts bedoeld als lokkertje!

Hó, hó, hó Co. Kijk uit wat je zegt. Anders zul je het moeten bezuren bij de pers. Die pikt dat niet hoor! Ik zie d ekoppen al voor me: “Als de persconferentie een lokkertje is dan is Co de rattenvanger”.

Beste Co neem een goede raad van mij aan: “Kijk aub uit met het journaille!”

De presentatie droeg de mooie titel: “met Hart voor Dieren”. Heel origineel. Het wekte bij mij direct al nostalgie naar lang vervlogen “pré-8-min” tijden. Voordat het project werd omgedoopt tot “Hart van Dieren” heette het namelijk officieel “Hart voor Dieren”. Verdaas heeft daar nu nog ’n sausje aan toegevoegd.

’n Soort patatje mèt.

Voor Co was er ook nog ’n rouwrandje aan de presentatie. Vanwege het komende aftreden van Jan Bart Wilschut. Jaja die Co weet de juiste toon te treffen.

Tot zover Co Verdaas. Gepokt en gemazeld bestuurder. Van de PvdA natuurlijk. Een bescheiden maar zeer wijs man.

En, volgens een van zijn vorig jaar gehanteerde verkiezingsslogans,
Trots op Nederland.

Ach wat. Laat ik nog maar even doorgaan.

dinsdag 18 december 2007

Informatieavond Hart van Dieren: Audit

De gisteravond gepresenteerde informatie over de onderzoeken naar Hart van Dieren die in opdracht van de stuurgroep zijn uitgevoerd heeft mij niet zo heel veel wijzer gemaakt.

Eerst maar eens de audit. Dat was toch wel heel zwak.

De audit-groep die onder leiding stond van Berenschot-consultant Berndsen had niet eens de moeite genomen om een beeldpresentatie in elkaar te zetten waarin het proces en de bevindingen nog eens op een rijtje werden gezet. Deze man had zelfs niet de beleefdheid om even te gaan staan terwijl hij zich voorstelde.

De beantwoording van de vragen was ver onder de maat. Zodra het inhoudelijk werd verwees hij naar het rapport. Hij kon geen duidelijk antwoord geven op mijn vragen over de samenstelling van het tekort op de gebiedsontwikkeling en op de betrokkenheid van ProRail bij de businesscase 2005.

Vragen van onder andere de heer Paul konden ook niet goed beantwoord worden. Op vragen over het betrekken van de bevolking en de gemeenteraad in het onderzoek verschool hij zich achter de opdracht van de stuurgroep.

Straks krijgen we ook nog ’n apart onderzoek van de raad. Het is nog maar afwachten of dan de bevolking ook nog aan bod komt.

Op de vraag van Albert Lenting of de samenwerkingsovereenkomst (Gemeente, Provincie, ProRail) nog geldig is antwoordde Jan Bbart Wilschut dat bij nieuwe plannen nieuwe overeenkomsten horen.

Een heer (waarvan ik de naam niet goed kon verstaan, ik meen Bakker?) die vroeg wat Berndsen precies bedoelde met de opmerking dat hij het goed ziet komen met het project (als de problemen zijn opgelost) werd verwezen naar het rapport.

Wat me bijblijft is dat de Berenschotter de nadruk legde op het gebrek aan expertise Dat er, vooral in het begin van het project, onvoldoende deskundigheid in het project voorhanden was. Die expertise zou van buiten gehaald moeten worden. Hij ging nog net niet zover om te zeggen dat Berenschot daar wel een oplossing voor had. Meedenken met de opdrachtgever noemen de commerciële jongens dat.

Zwak!!

maandag 17 december 2007

Verdaas-advies

Verdaas was er snel uit.

Verdiepte ligging en tunnel zijn niet nodig en zorg nou maar gewoon voor een oplossing die de knelpunten weg neemt.

Da’ s natuurlijk niet zo moeilijk. Ik wijs de lezer nog maar even op mijn artikel Hart van Dieren........alternatieven? van 21 september.

De daarin aangestipte alternatieven zijn allen aanzienlijk goedkoper dan de 8-min variant. En dat had het illustere kwartet van Verdaas natuurlijk ook al snel in de gaten.

Kijk en vergelijk. Onderstaand de schetsjes voor het alternatief 3 (3a en 3b) en het advies van Verdaas.







Verdaas adviseert om het bestemmings- en doorgaand verkeer al buiten het dorp te scheiden. Het bestemmingsverkeer moet zo vroeg mogelijk Dieren in worden geleid. Zo kan het bestemmingsverkeer gebruik maken van de Harderwijkerweg.
De Kanaalweg kan worden gebruikt voor zowel doorgaand- als bestemmingsverkeer. De Burgemeester de Bruinstraat is dan alleen bestemd voor doorgaand verkeer. Het Atelier adviseert om een nieuw verkeerscirculatieplan voor Dieren en omgeving te maken en het gebied ten oosten van het kanaal daarbij te betrekken.


Ik ben benieuwd hoe ze de Harderwijkerweg alleen toegankelijk willen maken voor bestemmingsverkeer en ik vraag me af de bewoners van de Burgemeester Willemsestraat en Spankeren zo blij zullen zijn met dit voorstel. Overigens logisch dat je dan ook de oostzijde van het kanaal bij het verkeerscirculatieplan betrekt. Dat moet in ieder geval gebeuren.

Het Atelier constateert dat de stuurgroep Hart van Dieren teveel vanuit een verkeersoplossing heeft gedacht en te weinig vanuit een visie op de ruimtelijke ordening. Verder merken zij op dat het stedenbouwkundig streefbeeld (de ruimtelijke invulling van het gebied) niet past bij het dorpse karakter van Dieren. Door de plannen af te stemmen op de infrabundel (autotunnel en spoorbak) is er een te ambitieus streefbeeld ontstaan.

Spreekt deze commissie koeterwaals of begrijp ik het niet? Het klinkt mooi maar volgens mij zegt Verdaas dat de gebiedsontwikkeling (het stedenbouwkundig streefbeeld) en de infrabundel los van elkaar moeten worden gezien. Onder water geeft ze de gemeente dus een steek. Want die is verantwoordelijk voor de gebiedsontwikkeling. En met de infrabundel was dus volgens de commissie niks mis. Want die had blijkbaar geen rekening hoeven te houden met de gebiedsontwikkeling. Anders schrijf je het zo niet op toch. Commissiekletskoek dus.

Invloed van de provincie op het advies van Verdaas? De commissie had gewoon moeten zeggen dat het hele plan te duur is en niet door de bevolking gedragen wordt. Punt uit.

De toekomst van Dieren is volgens het Atelier niet stedelijk maar dorps. Daar passen geen megastructuren bij voor auto- en spoorwegen. Wat wel past bij Dieren is het bestaande station uit 1856 en de karakteristieke woonhuizen in Dieren zuid. Het beeld van de Middachter Allee hoort bij de toekomst van Dieren, met loodrecht daarop de Wilhelminaweg zonder autoverkeer en het prachtige, beeldbepalende pand van Gazelle. De Wilhelminaweg moet een mooie centrale leeflijn voor Dieren gaan vormen.

De Wilhelminaweg moet dus vrij van autoverkeer. Dat scheelt natuurlijk weer ’n tunnel. En hoe kom je dan van Dieren-Zuid naar Dieren-Noord? Wat betekent die pijl op het Verdaas-schetsje dan? Alleen een fietstunnel?

Dan schiet mij nu meteen GroenLinks te binnen. Volgens het verkiezingsprogramma wilde GroenLinks het station van Dieren behouden en zou als randvoorwaarde hanteren dat de verbinding van zuid en noord Dieren (ook voor fietsers) gerealiseerd wordt op een wijze die tegemoet komt aan het karakter van het dorp. Samen met bewoners, provincie, Rijk en spoorwegen zal hiervoor een goede oplossing gevonden dienen te worden. Groen Links zou tegen de voorstellen zijn, als aan deze voorwaarde niet voldaan wordt.

Voordat GroenLinks zich op de borst klopt. Het is niet GroenLinks maar Verdaas die dit voor elkaar krijgt. Althans als dit advies wordt overgenomen.

Met het wethouderspluche in zicht waren het station en die randvoorwaarde namelijk geen punt meer. Ik heb ze onlangs nog in de raadszaal horen zeggen dat het plan Hart van Dieren het gevolg was van een democratisch genomen besluit en dat ze zich daarbij als goede democratische partij neerlegt.

Jaja, de magie van het wethouderspluche doet de meningen snel wijzigen. Da’s niks nieuws hoor. Dat zagen we ook al bij de coalitie van PvdA, Gemeentebelangen en SP.

Maar terug naar Verdaas.
De “bende van vier” van Verdaas spreekt zichzelf toch behoorlijk tegen. In het persbericht staat dat “Het Atelier constateert dat de stuurgroep Hart van Dieren teveel vanuit een verkeersoplossing heeft gedacht en te weinig vanuit een visie op
de ruimtelijke ordening.”


En vervolgens is een groot deel van het persbericht gewijd aan de verkeersoplossing inclusief de schets. Maar laat ik niet te cynisch worden.

Het Atelier adviseert de gemeente Rheden een Masterplan op te stellen voor het gebied. Het moet een visie op heel Dieren worden ten aanzien van wonen, werken, winkelen en recreëren. Dit Masterplan (Dorpsvisie) en het nieuwe verkeerscirculatieplan vormen dan samen de basis voor de stedenbouwkundige plannen en de verkeerskundige maatregelen.
In deze Masterplanfase zal in nauwe samenspraak met de bevolking een beeld gevormd gaan worden over de manier waarop het dorp Dieren zich de komende jaren moet ontwikkelen.


Het Atelier scoort ook bij mij goed met deze opmerkingen. Het betrekken van de burgers is weliswaar een open deur maar de samenstelling van de commissie geeft extra gewicht aan dit adveis.

Nu maar eens afwachten hoe de provincie en de gemeente dit gaan invullen.
Er schuilt echter wel een addertje onder het gras. Het opstellen en uitwerken van deze plannen kost tijd, veel tijd. En van uitstel komt afstel. Het moet niet zo zijn dat we over veertig jaar nog op deze manier met deze Burgemeester de Bruijnstraat opgescheept zitten.

Het Atelier stelt ook voor om het gebied van Dieren west met Hof te Dieren onder te brengen bij het project Havikerpoort

De opmerking om het gebied van Dieren west met Hof te Dieren onder te brengen in Havikerpoort is een strategische. Door het onder te brengen bij Havikerpoort hoopt men dit ecoduct nog te redden Dit onding moet echter helemaal niet bij Havikerpoort worden ondergebracht maar het moet gewoon worden geschrapt. Dan maar zonder die paar miljoen van het ministerie van LNV. Het ecoduct heeft niets met het verkeersprobleem in Dieren te maken. Het is een slecht plan zonder enige toegevoegde waarde. Alleen Hof te Dieren wordt er beter van. Verder is er niets en niemand die er wat aan heeft. Mens noch dier.

Tot slot constateert het Atelier dat veel van de ingezonden ideeën waarnaar Atelier Verdaas de bevolking had gevraagd, in dezelfde richting wijzen als hun adviezen.

Veel alternatieven waren er niet. En volgens mij heeft het GBO niet met Verdaas gesproken.

Vanavond verwacht ik meer duidelijkheid.

zondag 16 december 2007

Ada - Van de hemel naar de hel (2)

Ik had nog een ander aardig bericht over Ada Boerma. Ik vind het zelfs een stuk interessanter dan mijn bericht van gisteren.

Beste lezer, heb even geduld en lees het hele verhaal.

Gisteren citeerde ik uit haar installatiespeech in Maasdriel.

Ik rond het nu even af. Helaas pakt het vandaag wat minder fraai uit voor Ada Boerma.

Ada beëindigt haar speech als volgt:

"Ik sluit af met een citaat
“Met uitgestoken handen sta ik voor U allen. Die handen zijn nog leeg. Zij dragen mog geen bouwstenen en geen cement voor de vele taken. U allen wil ik vragen mij te helpen mijn grage hoofd en handen te vullen”.

Ik heb er zin in en ga aan de slag. Laten we er samen, onder Gods zegen, wat moois van maken!”


En ja hoor. Dat heb ik weer. Het is alsof de duvel er mee speelt. Zou Ada dan toch helse streken hebben? .


En ja hoor. Dat heb ik weer. Het is alsof de duvel er mee speelt. Zou Ada dan toch in de hel thuishoren en duivelse streken hebben? .

Ik wilde weten waar die woorden vandaan kwamen en heb daarom maar even verder gegoogled.

De eerste en enige hit was de installatiespeech van Thom de Graaf die hij bij zijn aantreden in Nijmegen op 8 januari van dit jaar uitprak.

En wat ziet mijn oog?
Een aantal passages in de installatiespeech van Ada Boerma zijn ook te vinden in de speech van Thom de Graaf. Kortom ze zijn identiek. In de academische wereld wordt zo’n handeling ernstig bestraft. Dan heet dat plagiaat.

Ada heeft gewoon een aantal pasasages uit de speech van Thom de Graaf gekopieerd onder het motto "Beter goed gejat dan slecht bedacht".

Ada, Ada toch! Het is allemaal niet eenvoudig. Dat weet ik best. Maar ik vind dit wel heel erg stout van je. En niet zo burgemeester-achtig hoor!

Of gebruiken burgemeesters allemaal voorgedrukte speeches waar alleen de variabelen nog moeten worden ingevuld. Moet ik toch de installatiespeech van Petra van Wingerden ‘ns opzoeken.

Of is hier soms een tekstschrijver aan te pas gekomen die op een makkelijke manier aan zijn pennevruchten komt? Ik weet niet wat jij (of de de gemeentekas) daarvoor moet betalen maar ik zou de rekening dan nog maar even laten liggen. En eerst zo'n procentje of 75 van het berekende bedrag afhalen. Of helemaal niet betalen want je bent flink bij de neus genomen.

De speeches zijn nogal lang. Vooral die van Thom de Graaf is te lang om hier nu volledig wwer te geven. Ik heb de overeenkomtsige passages daarom in een tabel geplaatst.

De speech van Ada Boerma stond gisteren nog op de website van Maasdriel. De speech van Thom de Graaf staat op de website van Nijmegen maar is misschien moeilijk te vinden. Ik heb hem gevonden door in google te zoeken op “Met uitgestoken handen sta ik voor U allen”

Klik hier voor het adres van de website van Maasdriel.

Klik hier voor de webpagina met de speech van Thom de Graaf.

De volledige tekst van beide speeches kan ook bij mij worden opgevraagd. Ik heb ze voor de zekerheid maar even gedownload.

Onderstaand de overeenkomende passages.
Klik op de afbeelding om te vergroten.