Voorafgaand beantwoording van de schriftelijke vragen:
Voorafgaand de beantwoording willen wij graag het onderscheid duidelijk maken tussen de voorgenomen verkoop van het pand en de mogelijke toekomstige invulling en de ideeën van PZD Vastgoed ervan. Op dit moment ligt alleen de vraag voor of de gemeente een zienswijze geeft op de voorgenomen verkoop van het pand door Mooiland aan PZD Vastgoed. Met een positieve zienswijze op de verkoop wordt nog geen definitief besluit genomen over de toekomstige invulling van het pand.
PZD
Vastgoed en de gemeente onderzoeken momenteel welke wooninvulling op deze
locatie mogelijk en haalbaar is. Huisvesting van statushouders is daarbij één
van de mogelijkheden. Over de precieze invulling, doelgroep, looptijd en
eventuele aanvullende begeleiding zijn nog geen definitieve afspraken gemaakt.
Dit hangt mede samen met het voornemen van PZD Vastgoed om mogelijk gebruik te
maken van een rijkssubsidieregeling voor de renovatie van het gebouw. Aan deze
regeling is als voorwaarde verbonden dat de woningen gedurende een periode van
tien jaar worden ingezet voor kwetsbare doelgroepen, zoals statushouders,
ontheemden en spoedzoekers.
Wanneer
de uitwerking daar aanleiding toe geeft, vindt verdere besluitvorming plaats
door het college. Op dat moment wordt ook bepaald op welke wijze omwonenden en
andere betrokkenen worden geïnformeerd.
Aanleiding
Woningcorporatie
Mooiland is voornemens het leegstaande complex aan de Prinsenstraat 14 t/m 46
(even huisnummers) in Dieren te verkopen aan PZD Vastgoed B.V. PZD Vastgoed
heeft de gemeente geïnformeerd het complex te willen gebruiken voor de
huisvesting van statushouders. Het college ziet dit als een bijdrage aan de
gemeentelijke volkshuisvestelijke opgave en de wettelijke taakstelling. Ook
wordt hiermee volgens het college langdurige leegstand voorkomen en blijft het
vastgoed beschikbaar voor een maatschappelijke functie.
Op
basis van deze summiere informatie geeft het college een positieve zienswijze
op de voorgenomen verkoop, ten behoeve van de aanvraag van Mooiland bij de
Autoriteit woningcorporaties.
Wij
verzoeken het college meer en beter inzicht te geven in het ontstaan van het
plan om het complex aan de Prinsenstraat te gebruiken voor de huisvesting van
statushouders? In hoeverre is de gemeente bestuurlijk, ambtelijk, direct of
indirect betrokken geweest bij het ontstaan van dit voornemen? Wie heeft dit
initiatief genomen, wanneer is dit voor het eerst besproken en welke rol heeft
de gemeente daarbij gespeeld?
Daarom de volgende vragen:
1.
Hoe
is PZD Vastgoed gekomen tot het voornemen om het complex aan de Prinsenstraat
specifiek te gebruiken voor de huisvesting van statushouders?
Antwoord: PZD
Vastgoed heeft de gemeente benaderd met de vraag of zij openstaat voor een
wooninvulling van het pand waarbij onder andere statushouders kunnen worden gehuisvest.
Het college heeft in de zienswijze aangegeven positief te staan tegenover het
verder onderzoeken van deze mogelijkheid. Daarbij spelen zowel de
volkshuisvestelijke opgave van de gemeente als het voorkomen van langdurige
leegstand een rol. Over de definitieve invulling van het pand is nog geen
besluit genomen.
2. Was het initiatief om statushouders op deze locatie te huisvesten afkomstig van PZD Vastgoed zelf, van Mooiland of van de gemeente Rheden?
Antwoord: Dit is een idee van PZD Vastgoed.
3.
Heeft
de gemeente PZD Vastgoed actief gewezen op de mogelijkheid om het complex voor
de huisvesting van statushouders te gebruiken?
Antwoord: Nee
4.
Is
hierover al vóór de verkoopprocedure contact geweest tussen de gemeente en PZD
Vastgoed? Zo ja, wanneer en met welk doel?
Antwoord: Nee
5.
Was
de voorgenomen huisvesting van statushouders onderdeel van het bod of de
biedingsvoorwaarden van PZD Vastgoed?
Antwoord: De gemeente is geen partij bij de overeenkomst tussen de verkoper en PZD Vastgoed en heeft daarom geen inzicht in de afspraken en voorwaarden die tussen deze partijen zijn gemaakt.
6.
Heeft
de gemeente bij de verkoopprocedure aangegeven dat huisvesting van
statushouders op deze locatie wenselijk of gewenst was?
Antwoord: De gemeente heeft niet als voorwaarde bij de verkoop gesteld dat het pand voor statushouders moet worden gebruikt. De gemeente heeft uitsluitend een positieve zienswijze afgegeven op de voorgenomen verkoop van het pand.
7.
Zijn
er afspraken gemaakt tussen de gemeente en PZD Vastgoed over de toekomstige
bestemming van het complex voordat het college de positieve zienswijze afgaf?
Antwoord: Er zijn geen afspraken gemaakt over de toekomstige bestemming na het huidige voorziene gebruik.
Het
is daarnaast onvoldoende duidelijk welke gevolgen de concentratie van
statushouders op deze locatie heeft voor de omgeving en de omwonenden.
Waarom
kiest het college voor concentratie van statushouders en welke concrete
maatregelen en garanties zijn er om de leefbaarheid voor de huidige én
toekomstige bewoners van de Prinsenstraat en omgeving te waarborgen?
Wij hebben daarover de volgende vragen:
8. Kan het college aangeven voor welke doelgroep (welke statushouders) dit plan bedoeld is?
Antwoord: Het betreft nog een idee en moet nader uitgezocht worden. Het betreffen statushouders die aan de gemeente Rheden zijn gekoppeld en gehuisvest moeten worden binnen onze reguliere volkshuisvestelijke taak. Met andere woorden, het zijn nieuwe inwoners van onze gemeente.
9. Hoe lang blijft deze locatie voor de huisvesting van statushouders in gebruik?Antwoord: Wanneer besloten wordt om voor huisvesting van statushouders te kiezen, zal de locatie waarschijnlijk langjarig gebruikt kunnen worden voor deze taak. Er wordt nu een periode van 7 tot 10 jaar voorzien.
10. Klopt het dat de locatie wordt gebruikt voor statushouders die in afwachting zijn van een definitieve woningtoewijzing en daarmee feitelijk een doorstroomfunctie krijgt?
Antwoord: Dat is correct.
11. Hoeveel personen kunnen maximaal tegelijkertijd op deze locatie verblijven en wat is de gemiddelde en maximale verblijfsduur?
Antwoord:
Het gaat om 17 appartementen waar tussen de 20 tot 42 personen kunnen
verblijven, afhankelijk van de samenstelling van de huishoudens. Als de
gehuisveste doelgroep statushouders wordt, streven wij ernaar de personen
binnen 12 maanden te huisvesten in reguliere woonruimte.
12. Welke afspraken zijn gemaakt over de doorstroming en wat gebeurt er wanneer statushouders langer dan voorzien op deze locatie verblijven?
Antwoord:
Woningcorporatie Vivare huisvest statushouders. Binnen de prestatieafspraken
met Vivare is opgenomen dat zij de taakstelling proberen te behalen. Er zijn
geen directe consequenties voor de gemeente als het streven van 12 maanden niet
wordt gehaald.
13. Hoe voorkomt het college dat deze doorstroomlocatie in de praktijk een langdurige of permanente opvangvoorziening wordt?
Antwoord: In het geval dat de doelgroep statushouders wordt gekozen, betreft het reguliere woonruimte/appartementen die gebruikt wordt om statushouders tijdelijk te huisvesten. Het gaat daarmee nadrukkelijk niet om een opvangvoorziening.
14.Welke afweging heeft het college gemaakt tussen het belang van een snelle invulling van de locatie en de mogelijke gevolgen voor de leefbaarheid in de directe omgeving?
Antwoord: het betreft nog een idee en moet nader uitgezocht worden. Het voorziene gebruik past binnen de reguliere bestemming en onze volkshuisvestelijke taak.
15.Is vooraf onderzocht welke gevolgen de concentratie van statushouders op deze locatie kan hebben voor de Prinsenstraat en de omliggende buurt? Zo ja, wat zijn de uitkomsten van dat onderzoek?
Antwoord: In zoverre dat is onderzocht of het aangevraagde gebruik past binnen de bestemming en dat is het geval.
16.Welke concrete maatregelen worden genomen om mogelijke overlast, spanningen of een onevenredige belasting van de buurt te voorkomen?
Antwoord: Het college zet op de locatie begeleiding in om de nieuwe inwoners zo goed mogelijk te laten landen binnen de buurt. Het betreft nog een idee en moet nader uitgezocht worden.
17.Hoe wordt gezorgd voor voldoende begeleiding, beheer en toezicht op de locatie, en wie is daarop aanspreekbaar?
Antwoord: Het betreffen nieuwe inwoners van onze gemeente, waarbij begeleiding georganiseerd zal worden om ze zo goed mogelijk te laten landen in de buurt en in onze gemeente.
18.Welke garanties kan het college geven aan de huidige én toekomstige bewoners van de Prinsenstraat en omgeving dat de leefbaarheid en veiligheid gewaarborgd blijven
Antwoord: Het gebruik als woonruimte past binnen de bestemming, waarbij de leefbaarheid en veiligheid binnen reguliere wet- en regelgeving voldoende is geborgd.
19.Zijn omwonenden vooraf betrokken bij de afweging om deze locatie voor deze vorm van huisvesting te gebruiken? Zo nee, waarom niet?
Antwoord: Er is nog geen definitief besluit genomen over de toekomstige invulling van dit pand, zoals ook in de inleiding is aangegeven. Daarnaast past het gebruik als woonruimte binnen de geldende bestemming. Om die reden zijn omwonenden niet betrokken bij de afweging om de locatie opnieuw als woonruimte te gebruiken.
20.Wanneer worden omwonenden geïnformeerd over de plannen en op welke wijze kunnen zij hun zorgen, vragen en aandachtspunten kenbaar maken?
Antwoord: Zodra de plannen voldoende concreet zijn, worden omwonenden hierover geïnformeerd. De precieze vorm en het moment van deze communicatie worden nog bepaald.
21.Komt er één duidelijk aanspreekpunt voor omwonenden wanneer zich problemen of overlast voordoen?
Antwoord: Problemen of overlast worden niet voorzien, omdat er gewoon mensen in de locatie worden gehuisvest. Iets wat al jarenlang het geval is. Mochten er problemen of overlast zijn, dan kunnen zij de overlastgever daarop aanspreken, of indien nodig de gemeente bellen.
22.Welke mogelijkheden heeft de gemeente om in te grijpen wanneer de leefbaarheid onder druk komt te staan of gemaakte afspraken niet worden nagekomen?
Antwoord: Binnen de reguliere wet- en
regelgeving zijn mogelijkheden opgenomen om de leefbaarheid te waarborgen.
-/-

Geen opmerkingen:
Een reactie posten