De raadsvergadering over de verkoop van het complex van Mooiland, het oude
postkantoor aan de Prinsenstraat in Dieren, waar de beoogde koper het voornemen heeft om statushouders te huisvesten, was zinvol. De vergadering zorgde voor enige helderheid over de huidige status van het proces, maar liet ook zien dat er nog veel onzeker is en dat een hoop vragen open blijven staan.
Ik had namens de raadsfractie van de Volkspartij
Politiek Rheden gevraagd om dit onderwerp te agenderen, omdat er rondom deze
kwestie heel veel vragen en onduidelijkheden bestaan.
Toen ik onlangs de werkvoorraad aan het
doorspitten was, kwam ik de “Zienswijze verkoop complex Mooiland” voor het
eerst tegen. Ik kende geen “complex Mooiland” en als ik er niet iets dieper in
was gedoken, had er waarschijnlijk voorlopig geen haan gekraaid naar het
voornemen om statushouders te huisvesten aan de Prinsenstraat in Dieren.
Dat riep vragen op: wanneer zou de gemeenteraad
hierover worden geïnformeerd? En wanneer zouden de omwonenden hierover worden
geïnformeerd en betrokken?
Dit benadrukte nog eens het belang om dit met het
college en de raad te bespreken. Dit is een onderwerp dat maatschappelijk en
politiek zeer gevoelig ligt. Juist daarom mogen hierover geen keuzes achter
gesloten deuren ontstaan. De inwoners en de gemeenteraad moeten tijdig weten
wat er speelt.
Openheid en transparantie zijn het devies. Wij
willen voorkomen dat de gemeenteraad pas wordt geïnformeerd op een moment
waarop de keuzes al zijn gemaakt.
Wij wilden een volledig en feitelijk beeld
krijgen van wat er op dit moment speelt, wat er al is afgesproken, wat nog
openstaat en waar, wanneer en hoe de omwonenden in beeld komen en welke rol de
gemeenteraad in dit proces heeft.
Wij willen ook duidelijkheid over de gevolgen
voor de omgeving en over de waarborgen die worden getroffen voor leefbaarheid,
beheer en begeleiding. En wij willen die duidelijkheid nu, voordat het proces
verdergaat.
Inspreker
Er was één spreker. Hij benoemde precies en
duidelijk de belangrijkste vragen waar de omgeving van de Prinsenstraat mee
zit.
Waarom hier? Waarom deze woningen niet gunnen aan
starters? Waarom dreigen deze 17 woningen te worden vergund aan statushouders,
terwijl er heel veel starters, waaronder veel jongeren, jaren moeten wachten op
zelfstandig onderdak? Wat doen de plannen voor het huisvesten van statushouders
op één plek met de woonomgeving, bovendien dicht bij een school? Wat betekent
dit voor de leefbaarheid? En wanneer en hoe worden de omwonenden betrokken bij
de plannen?
Hij vroeg om een grondig onderzoek naar de
mogelijkheid om starters op deze locatie te huisvesten en voor statushouders
andere, meer passende locaties te zoeken.
Het doel
heiligt de middelen?
Het gaat volgens de wethouder enkel om het
verlenen van goedkeuring voor de verkoop, maar die verkoop hangt wel samen met
de invulling van het object. Daarnaast wordt in de zienswijze stelselmatig
verwezen naar de beoogde invulling van het complex.
Politiek gezien is het dan ook niet onbelangrijk
dat de gemeente weet welk doel de mogelijke koper met het pand heeft en waar
het college zijn medewerking aan verleent: een verkoop waarvan de voorgenomen
invulling, namelijk de huisvesting van statushouders, nadrukkelijk onderdeel
van de context is.
Maar desondanks probeerde de wethouder hardnekkig
het advies van B&W over de verkoop van het complex aan de
vastgoedontwikkelaar en het beoogde gebruik van het complex, de huisvesting van
statushouders, van elkaar te scheiden.
Door te hameren op het belang van het behoud van
het complex voor de woningmarkt, probeerde hij dit los te koppelen van het
huisvesten van statushouders.
Daarmee werd de huisvesting van statushouders
gereduceerd van doel tot middel. Statushouders worden ingezet als instrument om
subsidies los te peuteren om daarmee de renovatie van het complex en de 17
wooneenheden te financieren.
Middel erger dan de kwaal
Wij zitten daar anders in.
Voor de gemeente heiligt het doel de middelen.
Voor ons, de Volkspartij Politiek Rheden, is juist de belangrijkste vraag wat
de gevolgen zijn van dat middel: de huisvesting van statushouders op deze
locatie.
Wat betekent de concentratie van statushouders op
één plek voor de omgeving? Daarmee rijst bij ons de vraag of het middel, de
huisvesting van statushouders, niet erger is dan de kwaal, de voorlopige
leegstand van het complex.
Status van het
proces
Wij vroegen naar de status van het proces. Hoe
staat het er nu voor?
Het complex wordt verkocht onder voorwaarden. Als
er voldoende rijkssubsidie loskomt, is de koper bereid om het complex over te
nemen en te renoveren.
Met andere woorden: als het project niet rendabel
genoeg is, gaat de koop niet door.
Subsidie
Wij hadden, net als veel anderen, een aantal vragen over de businesscase,
de financiering en de door de beoogde koper gewenste subsidiëring van het
project.
Subsidies voor renovatie van rijksmonumenten,
volkshuisvesting en vooral tijdelijke huisvesting van statushouders vormen een
wirwar aan regelingen. Hoe en door wie, ontwikkelaar of gemeente, en bij welke
ministeries die moeten worden aangevraagd, is ingewikkeld en moet nog allemaal
worden uitgezocht.
Statushouders
of andere aandachtsgroepen?
In de zienswijze werd nadrukkelijk aangegeven dat
het de bedoeling is om statushouders in het complex te huisvesten. Maar de
wethouder probeerde daarbij weg te draaien.
Hij gaf nadrukkelijk aan dat er geen asielzoekers
of ontheemde Oekraïners zouden worden ondergebracht, maar dat er wel andere
aandachtsgroepen, niet alleen statushouders, zouden kunnen worden gehuisvest.
Volgens de wethouder staat nog niets vast.
De suggestie om in het complex statushouders te
huisvesten staat niet voor niets in het advies. Als dat anders wordt, hoor ik
dat graag.
Voorlopig neem ik dit met een korreltje zout.
Doorstroomlocatie
Er is onderscheid tussen tijdelijk verblijf van
individuele bewoners en langdurig gebruik van het complex voor de huisvesting
van statushouders.
In essentie betekent het dat de groep
statushouders elke twaalf maanden wordt vervangen en volledig wijzigt. Per jaar
gaat het om 17 tot 42 mensen. In tien jaar zullen dus 170 tot 420 mensen
tijdelijk in dit complex verblijven.
Op onze vraag of deze mensen na twaalf maanden
elders in de gemeente worden gehuisvest en hoe het dan zit met hun urgentie,
omdat immers al aan de huisvestingseis is voldaan en zij al zijn gehuisvest,
vond de wethouder de vraag interessant. Hij wist het antwoord echter niet en
gaf er geen antwoord op.
Ik verwacht die dus later.
Inburgering
Net als veel andere partijen hadden wij vragen
over inburgering.
Als mensen een jaar hier wonen, hoe zit het dan
met hun inburgering? Hoe kunnen deze mensen, die op een kluitje in dit complex
wonen, op een goede manier inburgeren? Hoe ziet u dat voor zich? Ze vertrekken
immers weer binnen een jaar.
Daar kwamen geen duidelijke antwoorden op. Niet
veel meer dan dat deze mensen graag willen inburgeren en daarbij worden
begeleid door gemeentelijke consulenten.
Doelgroepen
De wooneenheden kunnen maximaal twee à drie
mensen huisvesten. Voor welke doelgroepen zijn die appartementen dan bedoeld?
Mensen met dezelfde culturele achtergrond,
afkomstig uit hetzelfde land of dezelfde streek? Alleenstaanden, jongeren of
kleine gezinnen?
Ook dat werd niet erg duidelijk. Uit een
discussie die ik met de wethouder had bij een ander agendapunt, bleek wel dat
daar nog niet over was nagedacht.
Communicatie
Op vragen over de communicatie en het betrekken
van de omwonenden bij het plan gaf de wethouder geen duidelijke antwoorden.
Hij erkende dat het college politiek naïef was
geweest. Goed dat hij dat zegt, maar ik ben wel verbaasd over de gebrekkige
politieke sensitiviteit van het college in deze kwestie.
Of het college heeft gegokt op het al dan niet
voorlopig onder de radar blijven van het plan. Wellicht was dat nog gelukt ook
als ik niet zo nieuwsgierig was geweest.
Zodra de gemeente haar onderzoeken heeft
afgerond, worden de raad en de omwonenden geïnformeerd.
Betrokkenheid
omwonenden
Het college zegt dat omwonenden niet zijn
betrokken omdat er nog geen definitief besluit ligt en omdat wonen op deze
locatie binnen de bestemming past. Zij worden pas geïnformeerd zodra de plannen
voldoende concreet zijn.
Maar er is kennelijk al vrij concrete informatie
over aantallen, doelgroep en mogelijke gebruiksduur. Dus omwonenden worden pas
geïnformeerd wanneer de plannen feitelijk al ver zijn uitgewerkt.
Vraag: wanneer, op welk punt in het proces, door
wie en in hoeverre vindt het college dat omwonenden bij deze belangrijke
ontwikkeling moeten worden betrokken?
Hier gaf de wethouder geen duidelijk antwoord op.
Hij weet niet of en in welke mate de gemeente een
rol in dit project gaat spelen en bij dit project wordt betrokken. Als de
voorgenomen renovatie achter de gevel van het complex plaatsvindt en alles past
binnen het bestemmingsplan, dan komt de gemeente er niet eens aan te pas. Dan
is de renovatie een zaak voor de projectontwikkelaar.
Maar volgens mij komt de gemeente sowieso in
beeld als de appartementen klaar zijn. Zij moet dan gaan bepalen wie er in het
complex komt te wonen, welke begeleiding nodig is en hoe het beheer wordt
geregeld.
Aanvaring
Ik kreeg ook nog een aanvaring met de wethouder. Hij wachtte zijn kans af om mij de mantel uit te vegen.
“Het beeld dat u neerzet van een gevaarlijke
doelgroep die wel overlast veroorzaakt. Het stickertje dat u plakt op alle
statushouders van: ‘nou, dat zal wel gevaarlijk zijn voor de school, dat zal
wel gevaarlijk zijn voor de buren’. Daar neem ik afstand van. Het stigma dat u
neerzet is eigenlijk niet acceptabel.”
Dus volgens deze wethouder plak ik stickertjes en
stigmatiseer ik. Dat terwijl ik nog niet eens mijn vraag had kunnen stellen.
En die gaat over het antwoord op een van onze
schriftelijke vragen.
Vraag: komt er één duidelijk aanspreekpunt voor
omwonenden wanneer zich problemen of overlast voordoen?
Antwoord: problemen of
overlast worden niet voorzien, omdat er gewoon mensen in de locatie worden
gehuisvest. Iets wat al jarenlang het geval is. Mochten er problemen of
overlast zijn, dan kunnen zij de overlastgever daarop aanspreken of, indien
nodig, de gemeente bellen.
Mijn reactie in het debat:
“Dat is politiek gezien een nogal ongelukkig
statement. Niet omdat daarmee wordt gezegd dat statushouders per definitie voor
overlast zorgen. Dat heb ik niet gezegd, maar dat probeerde de wethouder mij
wel in de mond te leggen.
Maar u wilt kennelijk extra benadrukken dat het
om reguliere bewoners gaat. U weet ook best dat deze mensen, zoals ik al eerder
aangaf, een groep mensen met een verleden en een rugzakje zijn.
Juist daarom is het verstandig om vooraf gewoon
goede afspraken te maken. U moet niet wachten tot problemen ontstaan om
vervolgens te bedenken wie aanspreekbaar is. U maakt zich er wel heel erg
gemakkelijk vanaf.”
Daarom
nogmaals onze vraag
“Hoe zit het met de gevolgen voor de omgeving van
ieder jaar opnieuw 17 tot 42 bewoners, allemaal mensen met, hoe zal ik het
nogmaals noemen, ‘een rugzakje’, in één complex?
Dan hebben we het over leefbaarheid, sociale
veiligheid, mogelijke overlast, de draagkracht van de buurt en de verdere
omgeving.”
Maar ja, dit is in de ogen van deze wethouder
stickertjes plakken en stigmatiseren.
Hoe gek wil je het hebben?
Dit is een heel normale vraag. En dan wil ik op
mijn beurt niet worden gestigmatiseerd als een halve nazi of zo.
Resultaat
Goed dat we dit debat hebben aangevraagd. We
hebben een duidelijk vertrekpunt.
Wij weten nu beter waar het proces staat: de
verkoop is afhankelijk van een haalbare businesscase. Met andere woorden: de
koper moet wel zekerheid hebben over de financiering.
We hebben enig zicht gekregen op de rol van de
gemeente en op hoe de gemeente erin staat.
Wat nu?
De gemeente gaat haar rol proberen te
verduidelijken en onderzoeken welke rol zij in de toekomst krijgt. Dat hangt af
van de verkoop van het complex.
Als het niet wordt verkocht aan deze koper,
ontstaat een andere situatie.
De gemeente voert een onderzoek uit naar de
mogelijkheden van subsidiëring en naar alle vragen en problemen rond de
voorgenomen huisvesting van statushouders en andere aandachtsgroepen.
Eind september komt de wethouder met een
raadsinformatiebrief waarin de stand van zaken en de resultaten van de
onderzoeken worden gecommuniceerd.
Zodra er duidelijkheid is, worden ook de
omwonenden geïnformeerd. Ik heb tussen neus en lippen door ook begrepen dat de
wethouder bereid is om omwonenden te ontvangen.
Wij houden de vinger aan de pols!
Het devies
dient vanaf nu te zijn:
Open en transparante communicatie naar omwonenden, inwoners en gemeenteraad!

Geen opmerkingen:
Een reactie posten