Geef uw mening!
Stuur uw brieven, foto's, afbeeldingen, filmpjes of cartoons naar
theo.kooijmans@gmail.com
Maak het niet te bont. De redactie behoudt zich het recht voor om inzendingen zonder opgaaf van redenen te weigeren.

dinsdag 4 maart 2008

TAK en de spoornota

Vandaag 'n tussendoortje. Morgen ga ik weer verder met de Steegse Vertellingen. We zijn er bijna doorheen. Er zijn nog vijf afleveringen. Nu even wat anders. Wel over het spoor maar dan buiten 't Hart.

In mijn raadsperiode heb ik keer op keer gevraagd om aandacht voor de spoorlijn buiten Hart van Dieren. Ieder jaar dienden wij moties in om het college van B&W te bewegen na te denken over de gevolgen van de komst van de Noordtak.

Eind 2004 beloofde de verkeerswethouder om in deze problematiek te duiken en er in het voorjaar van 2005 op terug te komen. Dat gebeurde dus niet. We werden aan het lijntje gehouden. De wethouder was blijkbaar kopje onder gegaan en niet meer boven komen drijven.

Maar we hielden vol. Bij de begrotingsraad van 8 november 2005 werd onze motie voor een Spoornota unaniem door de gemeenteraad aangenomen. We dachten “eindelijk wordt deze problematiek serieus genomen”.

Het is triest maar daarin heb ik me kennelijk vergist. Want nu zijn we ’n dikke twee jaar verder maar er is nog niets gebeurd. Geen spoornota, niks.

De SP ('n credit voor de SP) heeft er nog eens aan herinnerd maar wat er ook gebeurt, een spoornota is er in ieder geval nog steeds niet. De noordoost-verbinding heeft voor alle aan de spoorweg gelegen dorpen gevolgen op vele terreinen. Denk aan milieu, verkeer, wonen, veiligheid en welzijn. Dat roept om een integrale visie op deze spoorweg.

Onlangs heeft de stichting TAK (Tijdelijke Aftakking Katastrofaal) waarin de Belangenvereniging Spankeren, Comité Dieren-Zuid, Belangengemeenschap De Steeg en Havikerwaard, Rhedens Dorpsbelang en Geen Noordtak Velp zich verenigd hebben hierover een brief aan de gemeenteraad geschreven waarin ze dringend vraagt om alsnog gevolg te geven aan de motie.

TAK motiveert haar dringende verzoek als volgt:

- Alle prognoses rondom de Betuwelijn, de aftakkingen en alle daarbij behorende plannen dateren van omstreeks 1990 en waren gemaakt tot 2015. Dat jaar komt snel naderbij. Meer dan 15 jaren heeft men nodig gehad om de plannen voor de Betuweijn rond te krijgen.

- Het voorlopig mislukt lijken van project Het Hart van Dieren.

- Het toenemende autoverkeer, waaronder steeds meer vrachtwagens.

- De lightrail plannen die binnen het KAN gemaakt worden en die ook voor veel inwoners in uw gemeente aantrekkelijk kunnen zijn.

- De nieuwbouwplannen in Velp langs het spoor waarbij bestaande geluidoverlast als een nauwelijks te bemvioed gegeven wordt beschouwd.

- Het innovatieprogramma geluid, dat nieuwe mogelijkheden biedt voor geluidbeperking aan de bron.

- De discussie, onderzoeken betreffende de vorming van een hasisnet voor het vervoer van gevaarlijke stoffen

Prima!
Het college van B&W is tot nu toe ernstig in gebreke gebleven en de gemeenteraad dient het college hierop aan te spreken. Nu eindelijk eens doorpakken. Een integrale kijk op de spoorlijn en al wat daarmee een relatie heeft is hoogst noodzakelijk.

Ik ben blij dat deze door Leefbaar Rheden ingediende motie nu ook aandacht krijgt vanuit de samenleving. Ik ben benieuwd naar het antwoord van de raad.


In de motie staat als opleverdatum van de spoornota vermeld de datum 1 juli 2006 vermeld. Tijdens de raadsvergadering is dat nog aangepast naar 1 november 2006.

Motie Spoorlijn (dd 8 november 2005, ingediend door Leefbaar Rheden)
“De raad van de gemeente Rheden, in vergadering bijeen op 8 november 2005;
overwegende dat:

- de noordoost-verbinding van de Betuwelijn voor alle in de gemeente Rheden aan de spoortlijn gelegen dorpen gevolgen zal hebben;

- de gevolgen voor milieu, verkeer, wonen, veiligheid en welzijn extra aandacht behoeven;

- een samenhangend beleid ten aanzien van de noordoost-verbinding in de gemeente ontbreekt;

draagt het college van burgemeester en wethouders op:

- een nota Spoorweg gemeente Rheden op te stellen, waarin alle aspecten die samenhangen met de geplande noordoostelijke verbinding en die niet vallen onder het project ‘Hart van Dieren’ aan de orde komen;

- dat deze nota beleidsvoornemens bevat ten aanzien van de geplande noordoostelijke verbinding;

- deze nota voor 1 juli 2006 aan te bieden aan de raad van de gemeente Rheden;
en gaat over tot de orde van de dag.”

Fractievoorzitter Leefbaar Rheden,
Theo Kooijmans.


Die Kottelaar toch. Hij heeft namens Comité Dieren Zuid de brief medeondertekend. Hoe zit dat nou? 'n tijdje terug noemde ie me nog een "twistziek Kooijmannetje" en nu wil ie dat mijn motie wordt uitgevoerd. Zou ie in de gaten hebben dat die motie van mij, het twistzieke Kooijmannetje, afkomstig is?

Geeft niet hoor Kottelaar. Die spoornota moet er komen. Blij dat je het helemaal met me eens bent.

Grappig!

maandag 3 maart 2008

Steegse Vertellingen - 16. December 2005

In de aanloop naar de beslissende raadsvergadering op 20 december 2005 werd duidelijk dat de plannen niet zonder slag of stoot door de gemeenteraad konden worden geloodst. De 1500 bezwaarschriften konden niet zo makkelijk onder de mat worden geveegd.

De provincie werd daarom maar weer eens in stelling gebracht.
Gedeputeerde van Haaren kwam de gemeenteraad ernstig waarschuwen voor het afbrokkelen van draagvlak bij provincie en rijksoverheid. En passant werd de Kanaalweg-optie van Roskam afgeserveerd. Dezelfde provincie die via de pers aan de inwoners van Laag Soeren liet weten dat de rondweg er niet komt.
Ik was dan ook zeer onder de indruk van de gedeputeerde en van de wijze waarop de provincie communiceert, dat begrijpt u wel. De provincie zou ons als het zo uitkwam net zo makkelijk weer laten vallen.

De klankbordgroep bracht haar punten ook nog eens naar voren. Onderhuids waren de spanningen merkbaar en er werden bedekte toespelingen gemaakt op de verslechterde verhouding met de gemeente en de projectorganisatie. Ik kon er op dat moment niet helemaal doorheen prikken maar het was duidelijk dat zij niet langer wenste te fungeren als echoput voor de gemeente en de projectorganisatie.

De Stichting Spankerenseweg manifesteerde zich nadrukkelijk. Zij kreeg uiteindelijk € 18.000,- voor een nadere studie naar alternatieven voor de problemen in de Spankerenseweg. Nog ’n succesje voor de Dierenaren. Al heb ik later nooit meer gehoord hoe dit bedrag was besteed.

In de raadsvergadering van 20 december kwamen de besluiten over het Verkeerscirculatieplan en de Stedebouwkundige schets aan de orde.

Bij de inspreekbeurt van de SP voorafgaand aan de vergadering (zie Roskam en de SP) liet de VVD even zien hoe zij tegenover het verzet van de bevolking stond. De VVD draaide het gewoon om. De 1500 bezwaarschriften waren voor de VVD het bewijs dat de overgrote meerderheid van de inwoners van Dieren vóór het plan was.

Roskam en de SP

De SP, toen nog niet in de gemeenteraad, zag wel brood in het plan Roskam. Het gaf mij een verhelderend inzicht in de wijze waarop de SP opereert.

Zij had een persbericht opgesteld met de veelzeggende kop “Minister Peijs steunt onderzoek alternatieven Hart van Dieren” .

“Overleg tussen de SP afdeling Rheden en de SP Tweede Kamerfractie heeft er toe geleid dat SP Tweede Kamerlid Arda Gerkens vandaag tijdens het MIT-overleg over grote infrastructurele projecten, minister Karla Peijs van VROM heeft gevraagd om onderzoek naar de mogelijke alternatieven voor Hart van Dieren te steunen. De minister steunt deze suggestie en zal contact opnemen met de gemeente Rheden en de provincie Gelderland.”

En “De door het college aangedragen bezwaren tegen dit onderzoek werden door de SP van de hand gewezen. Mogelijk verlies van de rijkssubsidie van € 50 miljoen werd als belangrijkste argument genoemd, hoewel de subsidiebeschikking van het ministerie duidelijk aangeeft dat verbeteringen in het plan geen invloed op de subsidie hebben. “

“Inmiddels heeft de SP afdeling Rheden in haar visie de steun gekregen van de minister. Hangende een motie van de SP met het verzoek gemeente en provincie aan te sporen tot onderzoek, zal de minister binnen 60 dagen gehoor moeten geven aan dit verzoek”

Bij de raadsvergadering van 20 december kwam de aap uit de mouw toen voorzitter Rikus Brader kwam inspreken. De raadsleden beschikten over een afschrift van de notulen van het MIT, de Haagse commissie waarin de SP “Hart van Dieren” had geagendeerd. De SP had de minister inderdaad verzocht om naar het plan Roskam te kijken. Het voornaamste diverse malen nadrukkelijk herhaalde argument daarvoor bleek echter niet het plan Roskam of andere alternatieven maar een bezuiniging van € 10 miljoen.

Kamerlid Gerkens “Maar ik vraag om een kostenreductie van 25%. Wij hebben zo gesteggeld over 10 mln. bij het Wilhelminakanaal! Dan kunt u nu ook wel kijken naar een mogelijke kostenreductie van 25%.” En “Wat het Hart van Dieren betreft, zie ik toch nog besparingskansen.”

De minister zei letterlijk “Wij hebben over bepaalde projecten een hele heisa gehad in de Kamer. Daarover zijn we nu echt uitgepraat” en “Ik zal mij in de provincie laten informeren hoe het daarmee staat In ga niet het lokale en het provinciale proces verstoren, maar ik zal informeren hoe het daar staat en of dit nieuwe plan ooit is meegenomen”.

Van steun van de minister voor onderzoek naar alternatieven was dus geen sprake en het ging de SP voornamelijk om het besparen van geld op het roject.

zondag 2 maart 2008

Statennotitie Hart van Dieren - Prijsstijgingen

Naar aanleiding van het bericht over de Statennotie Hart van Dieren stuurde de Gelderse D66-voorman Martijn Leisink me nog een interessante aanvulling.

In die notitie laat de stuurgroep optekenen.
“Wij hebben niet eerder in het project kunnen ingrijpen dan wij gedaan hebben. De belangrijkste prijsstijgingen, namelijk die op het gebied van omgevingsontwikkeling en in de GWW-sector, deden zich immers pas voor begin 2007 en werden pas nadien significant zichtbaar.”

Martijn had een grafiekje bijgevoegd dat op basis van de CBS-gegevens laat zien hoe de prijzen van de GWW-sector (Grond-,Weg en Waterbouw) zich in de afgelopen jaren in werkelijkheid ontwikkelden.
Vergelijkt u de uitspraken van de stuurgroep met de werkelijkheid.



Scherpe prijsstijgingen in 2005 en 2006 met een stabilisatie in de tweede helft van 2006 waarna de prijzen verder stegen.
Vanaf medio 2003 stijgen de prijzen al significant. Dat is dus nog vóór die "solide" businesscase 2005 (april 2005) waarin geroepen werd over de 15% marktdruk.

Jaja, die exogene factoren toch!

Statennotitie Hart van Dieren

5 maart komen de standpunten van de stuurgroep en gedeputeerde staten over Hart van Dieren aan de orde in de commissie Mobiliteit en Economische Zaken van provinciale staten van Gelderland.
Zoals te verwachten nemen gedeputeerde staten de zienswijze van de stuurgroep volledig over. In een statennotitie wordt voorgesteld om die standpunten voor kennisgeving aan te nemen.

Toch ontkomen ook de bestuurders niet aan twijfel.

In de tekst van de notitie staat:
"Wellicht waren de effecten van die externe omstandigheden eerder aan het licht gekomen bij betere benutting van de controlemomenten tijdens de planfase."

Dat "wellicht" moet er zeker af. Iedere stuurgroep- of projectvergaderingvergadering, iedere rapportage en ieder gesprek van de opdrachtgever (Marijke van Haaren) met de projectleiding of de projectcontroler is een controlemoment.

De bestuurders wringen zich in allerlei bochten om onder hun verantwoordelijkheid uit te komen. De boze exogene buitenwereld krijgt de schuld. "We konden niet en we wisten niet." Die mantra wordt keer op keer herhaald.

In zekere zin klopt dit natuurlijk. Ze konden inderdaad niets. Daardoor kregen ze juist geen grip op dat project. Ze beseften niet dat de wereld om het project heen veranderde. En ze konden maar geen inzicht krijgen in de financiële ontwikkelingen. Ontwikkelingen zoals de waarschuwingen van ProRail die al in november 2005 een tekort van 6,7 miljoen euro berekende of van een externe planeconoom die de "solide" businesscase 2004 (tweeduizend-en-vier) doorrekende em een tekort van 11,4 miljoen euro op de gebiedsontwikkeling constateerde.

En de stuurgroep maar blijven volhouden dat pas in 2007 de tekorten boven water kwamen.

Een brevet van totaal onvermogen. Ze konden inderdaad niets.
De statennotitie staat natuurlijk ook vol met goede voornemens.
Maar of er werkelijk iets verandert?

Ik vrees het ergste.
Om even simpel te blijven. Voor alle projecten waaraan de provincie werkt of die ze in voorbereiding heeft gelden exogene factoren als prijsontwikkeling en inflatie. Wordt daar nu wel van tevoren rekening mee gehouden?

=============================================
Bijgaan de Statennotitie die op woensdag 5 maart wordt behandeld in de commissie MEZ (Mobiliteit en Economische Zaken). De stukken die ik in de afgelopen dagen heb besproken, de standpunten, zijn de bijlagen van deze notitie.

Met dank aan D66-fractieleider Martijn Leisink van wie ik de documenten mocht ontvangen.
=============================================

STATENNOTITIE PS2008-147

Aan de leden van Provinciale Staten

HHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHH
Structuur project Hart van Dieren
HHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHH

Beknopte samenvatting Statennotitie:

Deze notitie bedoelt uitvoering te geven aan de motie M2 die uw Staten in uw vergadering van 9 januari 2008 met algemene stemmen hebben aangenomen. De notitie gaat in op de conclusies die wij hebben verbonden aan de gehouden audit. Voorts gaat de notitie in op de uitkomsten van het Atelier, die in hoge mate bepalend zijn voor de wijze waarop het project wordt voortgezet. Tenslotte geven wij aan op welke wijze de huidige projectorganisatie wordt ontbonden en welke maatregelen zijn genomen om te komen tot een voortzetting van het project. Overigens wordt u het door u bij diezelfde motie gevraagde overzicht van alle voorzitterschappen van de gedeputeerden van de diverse stuurgroepen separaat aangeboden.
= = = = =

Aan de leden van Provinciale Staten

Inleiding
In opdracht van de Stuurgroep Hart van Dieren (HvD) is onder leiding van Bureau Berenschot een audit uitgevoerd naar de kwaliteit van de administratieve, financiële en bestuurlijke beheersing van het project HvD. Voorts heeft een onderzoek plaatsgevonden naar mogelijke alternatieven voor het project. Dit onderzoek is uitgevoerd door een aantal deskundigen onder de naam Atelier en onder leiding van gedeputeerde Verdaas. Wij hebben uw Staten daarover geïnformeerd in uw vergadering van 8 januari 2008 waarbij tevens in is gegaan op de financiële beheersing van het project HvD, waarover hieronder meer.

De stuurgroep heeft vervolgens in zijn vergadering van 17 januari 2008 de beide rapportages besproken en dienaangaande standpunten ingenomen.
De standpunten zijn verwoord in de notities “Standpunt stuurgroep inzake auditrapport Hart van Dieren” en “Standpunt stuurgroep inzake rapportage Atelier”. De standpunten zijn bij brief van de stuurgroep (bijlage 1) aan ons college aangeboden. De standpunten treft u hierbij als bijlage 2 en resp. 3 aan.

Bij diezelfde brief heeft de stuurgroep ons verzocht, naast het onderschrijven van de standpunten van de stuurgroep, de volgende besluiten te nemen:

- de samenwerkingsovereenkomst planfase Hart van Dieren d.d. 16 juni 2005 en de Stuur-groep Hart van Dieren met ingang van 13 februari 2008 ontbinden, met dien verstande dat de Stuurgroep in stand blijft om standpunten in te nemen over de afronding/het afsluiten van het huidige project Hart van Dieren en daartoe voorstellen te doen aan provincie, gemeente en ProRail. Voor de afronding geldt als streefdatum 15 mei 2008;

- de huidige projectorganisatie (in casu de projectdirecteur) opdracht geven om het huidige project Hart van Dieren af te ronden. Streefdatum voor afronding is 15 mei 2008;

- de huidige projectorganisatie opdracht geven om de bij het projectbureau opgebouwde kennis en ervaring beschikbaar en toegankelijk te maken en over te dragen aan de beide nieuwe projectleiders van provincie en gemeente. Het projectbureau blijft ook hiervoor in functie tot 15 mei 2008;

- de kosten die verbonden zijn aan de afronding van het huidige project nog ten laste te brengen van het projectbudget Hart van Dieren en deze kosten mee te nemen in de afrekening van kosten tussen partijen ingevolge artikel 20 van de samenwerkingsovereenkomst Hart van Dieren;

- de projectdirecteur te mandateren de bevoegdheid om aan nog lopende uit het huidige project voortkomende verplichtingen te kunnen voldoen, de daartoe benodigde privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten;

- opdracht geven om zo spoedig mogelijk een ambtelijk en bestuurlijk afstemmingsoverleg tussen partijen in het leven te roepen, om zo een gecoördineerd proces voor het vervolg van het project te bewerkstelligen;

- alles in het werk te stellen om op zo kort mogelijke termijn te komen tot een herdefinitie van het project.

De stuurgroep heeft aan de hand van het auditrapport teruggekeken en geanalyseerd hoe het grote verschil heeft kunnen ontstaan tussen de beschikbare middelen en benodigde middelen voor een uitvoering conform de wensen die tot op dat moment in beeld waren. De analyse heeft tevens tot doel gehad om lessen te trekken voor een betere beheersing van dit project en soortgelijke projecten in de toekomst.

Tenslotte heeft de stuurgroep aan de hand van de bevindingen uit de beide rapportages ook een standpunt bepaald over de wijze van afronding van het huidige project en over het proces dat gestart moet worden om tot een zinvolle herstart van het project te komen. De “Standpuntbepaling inzake de beëindiging van het project Hart van Dieren en voorstel voor het in gang zetten van het vervolg van het project” (bijlage 4) is eveneens bijgevoegd.

Eerst gaan wij hieronder in op de financiële beheersing van het project HvD en daarna op de drie bijgevoegde documenten.

Financiële beheersing project HvD

Ten aanzien van de infrastructuur is de gebruikelijke systematiek voor Provinciale Infrastructuur gehanteerd waarin op basis van een voorlopig schetsontwerp een berekening wordt gemaakt van de kosten. In de loop van het project, als de scope van het project nader wordt uitgewerkt, worden deze berekeningen regelmatig geactualiseerd. Deze methodiek is in principe ook bij het project HvD toegepast, met dien verstande dat wij er met dit project ook van uit zijn gegaan dat de gebruikelijke bijstelling van de budgetraming zou plaatsvinden aan het eind van de planfase.

Uit de gehouden audit en uit de discussie met uw Staten is de vraag naar voren gekomen of bij de gekozen opzet van het project HvD voldoende bestuurlijke aansturing heeft plaatsgevonden en de controlemomenten voldoende zijn benut.

Het auditrapport concludeert dat een relatief groot aantal exogene factoren ten grondslag heeft gelegen aan de uitkomsten van de businesscase, zoals die in de loop van 2007 zichtbaar zijn geworden.

Wellicht waren de effecten van die externe omstandigheden eerder aan het licht gekomen bij betere benutting van de controlemomenten tijdens de planfase. De inzet van een dynamisch beheersingssysteem zou daarbij een goed hulpmiddel geweest zijn.
De planfase heeft aanzienlijk langer geduurd dan oorspronkelijk gepland. Ook hebben definitieve besluiten over scopewijzigingen door verschillende oorzaken relatief lang op zich laten wachten. Wij hebben willen wachten met de definitieve bijstelling van de businesscase 2005 totdat alle plannen waren uitgekristalliseerd. Daarbij zijn wij min of meer ingehaald door niet te voorziene forse prijsstijgingen in de GWW-sector, met name in 2007.

Het college is van mening dat ook bij de inzet van een dynamisch systeem wij niet eerder dan voorjaar 2007 voldoende duidelijke signalen zouden hebben ontvangen dat de kosten de oorspronkelijke ramingen ver zouden gaan overtreffen en dat wij niet eerder tot andere beslissingen zouden zijn gekomen wat betreft het al dan niet continueren van het project in de huidige vorm. Wij hebben niet eerder in het project kunnen ingrijpen dan wij gedaan hebben. De belangrijkste prijsstijgingen, namelijk die op het gebied van omgevingsontwikkeling en in de GWW-sector, deden zich immers pas voor begin 2007 en werden pas nadien significant zichtbaar.

Met betrekking tot de aspecten risico-inschatting en risicobeheersing merkt het college nog graag het volgende op.

Parallel aan de provinciebrede invoering van risicomanagement is deze methodiek gehanteerd voor grote infrastructurele werken. Risicomanagement is een belangrijke input voor de ramingssystematiek. Dit is echter niet verwerkt in de huidige systemen voor raming van infrastructurele werken. Het ontwikkelen van een nieuwe ramingssystematiek is erg kostbaar, maar ook vanwege het feit dat je een dergelijk systematiek niet geïsoleerd moet ontwikkelen, zijn wij een gesprek aangegaan met CROW en hebben deze bereid gevonden om het ontwikkelen daarvan bij CROW onder te brengen. Hierbij hebben wij een voortrekkersrol vervuld (en vervullen deze nog steeds).

Eind 2007 was deze systematiek zover ontwikkeld dat wij besloten hebben deze in te voeren. Zowel andere publieke partijen als wij, evenals private partijen die deze systematiek (zijn) gaan toepassen moeten deze systematiek nog op waarde leren kennen. Deze systematiek gaat, in tegenstelling tot de eerder door ons toegepaste systematiek, uit van een betere uitsplitsing naar kostensoorten en een andere opbouw van posten onvoorzien en is daarom behoudender van aard. Dit in het kader van een betere financiële risicobeheersing.

In het kader van de nieuwe ramingsystematiek zullen wij regelmatig, te beginnen dit jaar, voor alle projecten een risicoscan doen om te bepalen of de hoogte van posten onvoorzien moet worden aangepast.

Alles overziende zijn wij van mening dat, hoewel de controlemomenten tijdens de planfase beter benut hadden kunnen worden mede door de inzet van een dynamisch beheersingssysteem, de bestuurlijke controle op de financiën voldoende adequaat is geweest.

Het auditrapport.

Ons college onderschrijft het standpunt van de stuurgroep als neergelegd in de notitie. Wel hebben wij hieronder een aantal aanbevelingen geherformuleerd die grote infrastructurele projecten betreffen en waarbij tevens sprake is van belangen van meerdere publieke en/of private partijen.
Het college neemt deze aanbevelingen zich ter harte en zal deze uitwerken in maatregelen en opdracht geven deze te borgen in de organisatie.

• Duidelijk onderscheid maken in verantwoordelijkheden. De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van partijen worden helder belegd. Gezamenlijke verantwoordelijkheid is moeilijk vorm te geven en waar te maken. Wel kunnen op basis van eenduidige randvoorwaarden heldere afspraken met publieke en/of private partijen worden gemaakt over samenwerking tussen partijen. Van ‘eindverantwoordelijkheid’ voor gezamenlijke projecten kan alleen sprake zijn als verantwoordelijkheden en bevoegdheden aan de eindverantwoordelijke partij worden overgedragen.

• Heldere aansturing van het project noodzaakt dat de opdrachtgeversrol eenduidig is belegd. De provincie stuurt het project direct aan. De stuurgroep formuleert de opdracht aan de projectleider en regisseert en draagt zorg voor (politiek) commitment tussen partijen en draagvlak onder betrokkenen maar staat op afstand van de inhoudelijke sturing van het project. Het project kent één opdrachtgever (persoon). De opdrachtgever zorgt er voor dat de randvoorwaarden (denk daarbij aan: budgetten, rapportage: frequentie en inhoud, organisatie, planning) aanwezig zijn. De opdrachtnemer (projectleider) realiseert de opdracht binnen de randvoorwaarden.

• Bij complexe, integrale (gebiedsontwikkelings)projecten worden uitsluitend projectleiders aangesteld met (bewezen) ruime ervaring. Daarnaast wordt vanaf de start van het project externe – inhoudelijke - expertise ingehuurd. Deze expertise varieert per fase van het project. Het varieert van kennis over het bereiken van overeenstemming tussen partijen tot en met ervaring met grote infrastructurele projecten en/of gebiedsontwikkeling.

• Bij grote projecten wordt altijd een businesscase opgesteld met daarin opgenomen de bijdragen van partijen, de ‘go/no go’-momenten, de procesarchitectuur (wie beslist wanneer, waarover), procedures bij escalatie en de financiële doorrekening. Deze businesscase wordt continu actueel gehouden, vooral aangaande de financiële consequenties. De uitkomsten worden frequent besproken met de opdrachtgever en/of betrokken partijen. Voor alle grote (infrastructurele) projecten vindt minimaal één keer per jaar actualisatie plaats van de businesscase en de onderliggende begroting.

• Bij grote projecten wordt daarom direct vanaf de start een projectcontroller aangesteld die, op basis van een volledig ingerichte projectadministratie, regelmatig rapporteert aan de opdrachtgever over zowel de interne projectkosten als de actualisatie van de totale projectkosten op basis van (prijs)ontwikkelingen en scopewijzigingen. De projectcontroller toetst of voldaan wordt aan de randvoorwaarden van het project. De projectcontroller maakt deel uit van de projectorganisatie maar heeft ook een directe escalatielijn naar de opdrachtgever.

• Dit voorjaar zullen wij het protocol Gelderse aanpak gebiedsontwikkeling naar uw Staten sturen. Hierin worden 6 fasen van gebiedsontwikkeling onderscheiden: pre-initiatieffase, initiatieffase, definitiefase, ontwikkel- en contracteringsfase, realisatiefase en de fase van exploitatie en beheer. Bij elk van de fasen wordt nader ingegaan op wat voor die fase de essentiële activiteiten zijn voor zowel project- en procesmanagement als de interactie tussen de inhoudelijke processen rekenen (planeconomie/financiële strategie), tekenen (integraal ontwerp) en ondertekenen (de afspraken tussen de publieke en eventueel private partijen).
Dit geheel vormt een leidraad voor de aanpak van gebiedsontwikkelingsprojecten. De overgang van de ene fase naar de andere fase vergt een expliciet besluit van ons college en soms Provinciale Staten waarbij enerzijds de balans van de vorige fase wordt opgemaakt en anderzijds de aanpak en planning van de volgende fase wordt vastgesteld. Ter voorbereiding van de besluitvorming moet een beslisdocument worden opgesteld

Bevindingen/adviezen van het Atelier.

Het college onderschrijft het standpunt van de stuurgroep als neergelegd in de notitie. Met de stuurgroep zijn wij van mening dat het Atelier waardevolle en interessante ideeën heeft opgeleverd voor een vervolg van het project:

- De benaderingswijze (“van buiten naar binnen”);

- De andere insteek: vanuit de gewenste stedenbouwkundige ontwikkeling komen tot verkeerskundige en infrastructurele oplossingen (in plaats van de tot nu toe gevolgde werkwijze);

- Vergroot het plangebied: kies een brede benadering, waarbij de gehele kern Dieren als uitgangspunt wordt genomen in plaats van het nu gehanteerde afgegrensde plangebied (WVG-gebied);

- Het voor dit grote plangebied opstellen van een Masterplan, inclusief de verkeersstructuur;

- Keuzes maken inzake de inpassing van en de aansluiting op de provinciale infrastructuur uitgaande van dit Masterplan incl. verkeersstructuur;

- Het loskoppelen (ontvlechten) van de (gemeentelijke) verantwoordelijkheid voor Masterplan/ verkeersstructuur enerzijds en het te ontwikkelen van een infrastructuurplan voor de inpassing van de N 348/spoorlijn (door de provincie) anderzijds. Dit leidt vervolgens tot twee zelfstandige parallelle projecten;

- Opbrengst Gebiedsontwikkeling loskoppelen van de kosten van de provinciale infrastructuur.

Belangrijk is in ieder geval de constatering dat voor het vervolg van het project het Masterplan en VCP een gemeentelijke verantwoordelijkheid is, en het ontwikkelen van een infrastructuurplan voor de inpassing van de N 348 een provinciale verantwoordelijkheid is. Er is dus duidelijk sprake van gescheiden verantwoordelijkheid.

Vervolg van het project Hart van Dieren

Met de stuurgroep is het college van mening dat de drie oorspronkelijk geformuleerde probleemvelden (verkeerskundig, barrièrewerking en leefbaarheid) nog steeds valide zijn. Het verkeerskundige probleem is nog steeds actueel. Inmiddels is gebleken dat de gekozen oplossing (8-min) onbetaalbaar is geworden. Wij hebben daarom besloten, mede op verzoek van de stuurgroep, de verdere ontwikkeling van het huidige project formeel stop te zetten.

In het verlengde daarvan hebben wij intern opdracht gegeven om op een zo kort mogelijke termijn te komen tot een herdefinitie van het project. Het gaat dan in dat project nadrukkelijk om ontwikkeling van provinciale infrastructuur met betrekking tot N 348. Daarnaast is het van het grootste belang dat de toegezegde rijksmiddelen beschikbaar blijven om de probleemvelden op te kunnen lossen. Wij hebben inmiddels de daartoe geëigende stappen richting het Rijk ondernomen. Het ligt in de bedoeling nog voor de zomer, wanneer ook het Masterplan gereed zal zijn, met VROM in overleg te treden over de voortgang van het project.

Ecoduct

Voor het projectonderdeel Dieren-West dat gericht is op het treffen van ecologische maatregelen (ecoduct en bundeling spoor en weg) stellen wij ons voor om dit onderdeel van het project los te koppelen van het verkeersvraagstuk binnen de dorpskern.

Het verbeteren van de ecologische kwaliteiten is een vraagstuk dat qua aanpak zowel in de ontwerpfase als in de uitvoeringsfase beter kan worden aangehaakt aan het project Havikerwaard. De vraag die daarbij tevens vanuit een meer integrerend ecologisch perspectief kan worden beantwoord is of de voorgestelde passage passend is op de tot op heden gedachte locatie. In de loop van het project zijn hierover wisselende inzichten ontstaan, welke nader verkend moeten worden.

Een bijkomend vraagstuk is of de bundeling van spoor en weg daarbij eveneens een passende maatregel is, mede gelet op de landschappelijke kwaliteiten van de Middachterallee (i.c. de Arnhemse Straatweg) zoals die door het Atelier onder de aandacht zijn gebracht.

Wij zullen het maatregelenpakket heroverwegen, waarbij het mogelijk is dat de financiële omvang van de maatregelen een andere is dan oorspronkelijk voorzien. Dit heeft mogelijk ook consequenties voor de hoogte van de LNV-deel van de rijksbijdrage van € 10 miljoen. Om welk bedrag het gaat is in dit stadium nog niet te overzien.

Afbouw huidige projectorganisatie.

De stuurgroep heeft een voorlopige inventarisatie gemaakt van de acties die nodig zijn om het huidige project af te ronden. Wij zullen de huidige projectorganisatie opdracht geven om het huidige project Hart van Dieren af te ronden. Streefdatum voor afronding is 15 mei 2008.

Ons college zal voorts de huidige projectorganisatie opdracht geven om de bij het projectbureau opgebouwde kennis en ervaring over te dragen aan de beide nieuwe projectleiders van provincie en gemeente voor het vervolg van het project. Het projectbureau blijft ook hiervoor in functie tot 15 mei 2008.

De kosten die verbonden zijn aan de afronding van het huidige project worden nog ten laste gebracht van het projectbudget. Deze kosten worden meegenomen in de afrekening van de tot nu toe gemaakte kosten ingevolge de samenwerkingsovereenkomst.

Rol en positie van de Stuurgroep Hart van Dieren

Door de ingrijpende wijziging die het project zal ondergaan, is feitelijk en formeel het mandaat voor de stuurgroep weggevallen. Zie hiervoor ook het door de stuurgroep ingewonnen advies (bijlage 5) van advocaten Nysingh (die destijds de samenwerkingsovereenkomst hebben opgesteld).
Hiermee treedt artikel 20 van de samenwerkingsovereenkomst in werking:

“Indien het project in de beoogde vorm om welke reden dan ook geen doorgang kan vinden, treden partijen in overleg teneinde een regeling te treffen ten aanzien van de kosten en risico’s die recht doen aan de inhoud en de strekking van de samenwerkingsovereenkomst”.

Het is logisch en praktisch de stuurgroep in stand te houden voor de afronding en afhandeling van het huidige project. Het is ook logisch dat de stuurgroep standpunten zal innemen over de wijze waarop die afronding dient plaats te vinden. De besluiten hierover dienen te worden genomen door de bevoegde organen van de partijen die tot nu toe onder de samenwerkingsovereenkomst met elkaar hebben samengewerkt (provincie, gemeente en ProRail).

Praktisch gezien zal dit betekenen dat de stuurgroep nog 2 à 3 keer bij elkaar komt om standpunten in te nemen over de (wijze van) afronding.
De stuurgroep zal echter niet verantwoordelijk kunnen zijn voor en ook geen besluiten kunnen nemen over de herdefinitie van het project, het nieuwe infrastructuurontwerp en de dorpsvisie.

Gezien de noodzaak van intensieve afstemming tussen de door provincie en gemeente afzonderlijk op te stellen producten, is er uiteraard wel een noodzaak om tot (ambtelijk en bestuurlijk) overleg te komen.

Ons college heeft dan ook besloten de samenwerkingsovereenkomst m.i.v. 19 februari 2008 te beëindigen en per gelijke datum de stuurgroep te ontbinden, met dien verstande dat de stuurgroep in stand blijft om standpunten in te nemen over de afronding/het afsluiten van het huidige project en daartoe voorstellen te doen. Voor afronding geldt als streefdatum 15 mei 2008.

Wij hebben inmiddels de nodige initiatieven ondernomen om te komen tot de benodigde afstemming tussen partijen om een gecoördineerd proces voor het vervolg van het project te bewerkstelligen.

Wij geven u in overweging deze notitie voor kennisgeving aan te nemen.

Arnhem, 19 februari 2008 - zaaknr. 2008-002139
Gedeputeerde Staten van Gelderland
C.G.A. Cornielje - Commissaris van de Koningin
H.M.D. Brouwer - secretaris
+ + + + +

.

zaterdag 1 maart 2008

Dutch Bloggies - Politiek Rheden wel bij laatste 15 niet in de finale.


Dutch Bloggies organiseert jaarlijks verkiezingen voor de beste weblog in verschillende categoriën.
Nu alweer voor de achtste keer.
Ik dacht, laat ik ’s een kansje wagen en heb me opgegeven.
Er zijn 18 categoriën waaraan je kunt meedoen.
Ik had me opgegeven in de categorie Politiek.

De verkiezing is trapsgewijs georganiseerd.
Afgelopen weken heeft de jury de longlist samengesteld.

En wat bleek? In de categorie Politiek stonden 15 weblogs op de longlist waaronder Politiek Rheden, mijn weblog!

Tussen illustere weblogs als Jan Marijnissen, Buro Renkema, Sargasso en Wijblijvenhier.

Niet slecht voor een simpele amateur-blogger. Het is niet altijd even makkelijk om dagelijks, in de schaarse vrije uurtjes, een zinnig bericht te schrijven.

Maar gelukkig geven de lokale en regionale politiek en maatschappij stof genoeg tot beschouwing en discussie.

En niet te vergeten de groeiende schare trouwe lezers die steeds vaker hun steentje bijdragen.

Ik vind het geweldig!! Een prachtig neveneffect van Politiek Rheden.


Wij,de Raad van Bestuur van weblog Politiek Rheden, zijn natuurlijk apetrots!

Jammer genoeg heb ik de finale niet gehaald. De shortlist is gisteren bekend gemaakt. Prima weblogs. Ik wens de genomineerden alle succes.
Ik stel me voorlopig tevreden met die plaats onder de laatste 15.

Neems eens een kijkje op Dutch Bloggies

Stuurgroep, het Atelier en de adviezen: inconsistent.

Vandaag wil ik twee door de stuurgroep Hart van Dieren afgescheiden documenten bekijken. Het “Standpunt van de Stuurgroep inzake de bevindingen/adviezen van het Atelier” en het “Standpunt Stuurgroep inzake de beëindiging van het project Hart van Dieren en voorstel voor het in gang zetten van het vervolg van het project.”
Deze documenten zijn niet consistent met elkaar. Bovendien is er inconsistentie in gedrag en uitspraken van bestuurders. Er is verschil tussen de bestuurder als lid van de stuurgroep en de bestuurder buiten de stuurgroep.

Nog even ter herinnering. Namens de provincie hadden de gedeputeerden Marijke van Haaren en Co Verdaas zitting in die stuurgroep. De gemeente Rheden werd vertegenwoordigd door de wethouders Jan Bart Wilschut, Joop Kock en Hans Elsenaar. De stuurgroep stond onder voorzitterschap van Marijke van Haaren.

De stuurgroep heeft dus een standpunt ingenomen over de adviezen van het Atelier. Het Atelier dat onder leiding stond van gedeputeerde Co Verdaas zelf en dat ook zijn naam, Atelier Verdaas, droeg.
Bij de presentatie van de bevindingen van het Atelier nam Co Verdaas nogal opzichtig afstand. Hij wilde toen opeens niet meer dat zijn naam nog geassocieerd werd met het Atelier. Zoals we inmiddels weten past dat precies in de strategie van de provincie. Afstand nemen van het project is daar het parool. Hart van Dieren laten vallen als een hete aardappel. Dat hebben we eerder ook al gezien bij de rondweg van Laag Soeren. Ook in die kwestie liet de provinciale gedeputeerde van Haaren onze gemeente in haar vet gaar smoren.

De stuurgroep vindt een aantal ideeën van het Atelier interessant en waardevol voor het vervolg van het project. Andere elementen vindt zij de moeite waard om te bestuderen. Zij uit zich dus uitermate positief over het Atelier. “Moeten we doen” roept ze.

Maar intussen handelt zij anders. Bij de presentatie van het Atelier is gezegd dat het project onder één leiding moest komen. Inmiddels weten we dat het wordt gesplitst in twee projecten.

Bij die presentatie werd ook gezegd dat er geen sprake is van een verkeersprobleem doch slechts van een verkeersvraagstuk. Ook daar denkt de stuurgroep anders over. Die spreekt wel degelijk over een verkeersprobleem.

En de inmiddels afgetreden wethouder Jan Bart Wilschut vond het niet geloofwaardig als hij de nieuwe plannen voor Hart van Dieren zou verdedigen. Hij was immers geen verkoper van tweedehands auto’s. Maar als lid van de stuurgroep heeft hij blijkbaar een andere mening want nergens wordt duidelijk dat hij niet bij deze standpuntbepaling was betrokken.

Ook het gedrag van Joop Kock is vreemd. Hij heeft zichzelf benoemd tot trekker van het Masterplan voor Dieren. Die moet voor de zomer klaar zijn. Nogal merkwaardig als de stuurgroep, waarvan Joop zelf deel uitmaakt, tegelijkertijd zegt dat de door het Atelier voorgestelde doorlooptijd voor het opstellen van het Masterplan niet reëel is

In het document “Standpunt Stuurgroep inzake de beëindiging van het project Hart van Dieren en voorstel voor het in gang zetten van het vervolg van het project.” staat letterlijk:

...Daarnaast acht de Stuurgroep de doorlooptijd die het Atelier noemt (6 maanden) niet reëel voor een breed gedragen masterplan dat een onderlegger is voor keuze ten aanzien van de infrastructuur knelpunten1. Daarbij ontstaat het grote risico dat het rijksgeld (en wellicht zelfs ook dat van provincie en stadsregio) in gevaar komt c.q. wegvalt. Door de Stuurgroep is – na een eerste consultatie van de verantwoordelijke bewindslieden – geconstateerd dat voor de zomervakantie van 2008 een concreet voorstel voor de oplossing van de problemen in Dieren voorhanden moet zijn om het behoud van de middelen überhaupt bespreekbaar te houden.


Als je dit leest dan handel je volgens mij tegen beter weten in! Je wel opwerpen als trekker van het Masterplan maar tegelijkertijd via de stuurgroep laten weten dat je er niet in gelooft. Zo ben je al op voorhand ongeloofwaardig. Dat komt nog eens bovenop de falende bestuurlijke controle op de financiën van het project.

Volgens mij geloven de leden van deze stuurgroep helemaal niet meer in een sucecsvol vervolg van het project. Atelier Verdaas had het over een bezinningsperiode van twee maanden (december en januari) waarna op volle stoom aan het Masterplan moest worden gewerkt. Februari is al voorbij. Er zijn dus nog vier maanden te gaan maar ik hoor nog helemaal niks over nieuwe plannen.

Of moet de bevolking van Dieren soms weer onder druk gezet worden? Met de dreiging dat de rijksbijdragen wegvallen als er niet snel een nieuw plan komt. En dan even vlug een plannetje in elkaar flansen zonder de bevolking erbij te betrekken. Gewoon opnieuw dezelfde fouten maken?

De stuurgroep zegt letterlijk:
De drie oorspronkelijk geformuleerde probleemvelden (verkeerskundig, barrièrewerking en leefbaarheid) zijn nog steeds valide. Het verkeerskundige probleemveld is nog steeds actueel en vraagt – naast de beide andere probleemvelden – om een oplossing.


Zoals al eerder opgemerkt. Dat spoort niet met de Atelier-adviezen. Het Atelier ontkent het verkeersprobleem en het Atelier laat zich ook weinig gelegen liggen aan de barrière tussen Dieren-Noord en Dieren-Zuid. Die wordt in mijn optiek juist versterkt. Daardoor wordt ook de leefbaarheid verder aangetast.

In het standpunt over het Atelier worden de “koude aansluitingen” Wilhelminaweg –Spoorstraat en Enkweg-Molenweg de moeite waard genoemd voor verder onderzoek.

Weet u wat een “koude aansluiting” is? Dat is een een gelijkvloerse kruising waarbij niet afgeslagen mag worden. Dus verkeer vanaf Wilhelminaweg, Spoorstraat, Enkweg of Molenweg mag dan niet afslaan naar de Burgemeester de Bruinstraat. Ook andersom, vanaf de Burg. de Bruinstraat naar een van deze wegen mag niet worden afgeslagen.
Ervaringen elders leren echter dat dat toch gebeurt.

Op deze koude aansluitingen kruisen bovendien totaal anderssoortige verkeersstromen. Snelverkeer op de Burg. De Bruinstraat kruist met voetgangers, fietsers, optrekkende auto’s etc. op de andere wegen.

Een koude aansluiting is dan ook uiterst gevaarlijk.

Overal elders in het land worden deze koude aansluitingen juist geëlimineerd. Daar zoekt men oplossingen in rotondes, verkeerslichten en tunnels en soms wordt een koude aansluiting gewoon gesloten. Dat laatste is hier overigens geen oplossing.

Voor beide aansluitingen, in ieder geval voor minimaal één van die aansluitingen, lijken tunnels meer voor de hand te liggen. En zoals ik al eerder voorstelde. Er kan ook aan gedacht worden om de Burg. de Bruinstraat verhoogd aan te leggen. Op palen zodat er nog van alles onder kan en onderdoor kan of op een dijk met onderdoorgangen. Bij een weg op palen kun je de ruimte onder de weg openhouden of gebruiken voor andere zaken.

Ook andere varianten zijn mogelijk. En kijk ook nog eens naar de alternatievenstudie. Daarin staan voorstellen die beduidend goedkoper zijn dan de 8-min variant. Zie daarvoor onder andere mijn eerdere bericht van 21 september Hart van Dieren........alternatieven?

We zijn er nog lang niet met het Hart!

Onderstaand beide Standpuntdocumenten van de stuurgroep.
Klik op een afbeelding om te vergroten.
De eerste pagina is het “Standpunt van de Stuurgroep inzake de bevindingen/adviezen van het Atelier”


“Standpunt Stuurgroep inzake de beëindiging van het project Hart van Dieren en voorstel voor het in gang zetten van het vervolg van het project.”




vrijdag 29 februari 2008

Reactie stuurgroep op audit Hart van Dieren

In haar reactie op het audit-rapport legt de stuurgroep de nadruk op de omstandigheden waar zij geen invloed op had. Dat is nu juist voortdurend mijn punt. Daar had de stuurgroep op moeten anticiperen. En daar had zij gelegenheid genoeg voor. In 2005 wijzen B&W en de gemeenteraad mijn voorstellen voor een goed controle- en rapportagesysteem, externe audits en expert-ondersteuning voor de raad af.

En de bevindingen van het audit-rapport zijn duidelijk genoeg.
Tussentijds heeft de stuurgroep op diverse momenten verzuimd gebruik te maken van controlemomenten, “vergeten”de bevoegde organen (raad en staten) in te lichten, om toestemming te vragen voor scope-wijzigingen en was ze niet op de hoogte van bevindingen van ProRail en een bureau dat nog even de grond- en huizenprijzen tegen het licht hield.

Ach, laat ik niet in herhaling vallen. Als je het audit-rapport goed leest dan is er veel meer aan de hand dan exogene factoren. De stuurgroep onder leiding van gedeputeerde van Haaren heeft gewoon gefaald. En de financiële man van Rheden in die stuurgroep, wethouder Joop Kock, heeft meegehobbeld.

Onderstaand nog eens de eindbevindingen van het audit-rapport zoals ze in de reactie van de stuurgroep staan. Soms door mij aangevuld met zinsneden uit het audit-rapport zelf en en een enkele opmerking van mijn kant.

Voor de volledige reactie van de stuurgroep zelf moet u op de afbeeldingen klikken. Ik heb daar nu even geen zin in. Het is toch het oude liedje.

Tja, zelfs ik begin er mijn buik vol van te krijgen. Het komt me de neus uit.
Daar rekent de bestuurlijke coterie natuurlijk ook op. Dus toch nog maar even volhouden.

1. Is bij de businesscase 2005 uitgegaan van de juiste uitgangspunten en zijn effectieve methodieken gehanteerd om tot een begroting te komen.
De uitgangspunten voor de BC2005 waren op enkele punten te positief

2. Welke externe omstandigheden hebben de uitkomsten van de businesscase 2005, vanaf 2005, beïnvloed en wat zijn de gevolgen hiervan voor de raming.
Een relatief groot aantal exogene factoren (externe omstandigheden) ligt ten grondslag ligt aan de uitkomsten van de businesscase, zoals die in de loop van 2007 zichtbaar zijn geworden.

3. Hadden deze omstandigheden vooraf kunnen worden voorzien en is hier rekening mee gehouden bij het opstellen van de businesscase 2005.
De vertraging in het planproces als gevolg van de bestuurlijke ontwikkelingen binnen de gemeente Rheden haddenvoor een deel kon worden voorzien.
Ook een aantal externe ontwikkelingen tav aanbestedingsvoordelen hadden kunnen worden voorzien

Theo: En daar voegt het audit rapport zelf aan toe : en hiermee is onterecht geen rekening is gehouden in de BC2005. Bovendien constateren wij dat één van de partners in het planproces, Prorail, niet betrokken was bij de BC2005. Daar voeg ik nog aan toe dat ProRail al in november 2005 had gemeld dat het project duurder zou worden.

4. Is bij de risico-inventarisatie 2005 rekening gehouden met deze omstandigheden en zijn adequate maatregelen benoemd. Zijn deze maatregelen ook toegepast.
De sturings- en beheermaatregelen waren in 2005 beperkt uitgevoerd, hadden voor een deel betrekking op de planfase en waren vooral daardoor onvoldoende adequaat.

5. Is de administratieve en financiële administratie op orde en zijn de juiste instrumenten ingezet voor de sturing en de beheersing van het project.
Voor een adequate beheersing van het totale budget van een integraal ontwikkelingsproject, zoals Hart van Dieren is, kon men niet beschikken over een overzichtelijke en voor partijen transparante administratie waaruit adequate financiële informatie (volgens vaststaand format) beschikbaar komt.

6. Heeft rapportage volledig en tijdig plaats gevonden.
De voortgangsrapportages hebben, tijdig plaatsgevonden maar de audit is kritisch over de actualisatie van de BC De BC had continu actueel moeten worden gehouden.

Theo: Dat ben ik dus niet eens met de auditors. Het projectbureau kan dan wel tijdig hebben gerapporteerd maar de rapportages aan de raad waren onregelmatig, te weinig (er was iedere drie maanden een rapprotage beloofd), te summier en ze sloten niet aan op de busiensscase 2005. Dat is niet alleen een conclusie van mij maar ook van de rekenkamercommissie van de gemeente Rheden.

7. Hoe moet de kwaliteit van de bijstelling van de raming worden beoordeeld (uitgangspunten, criteria).
De BC 2007 zit degelijk in elkaar. We moet de voorgestelde optimaliseringen (t.a.v. de tunnelverlenging e.a.) volledig doorgevoerd worden. En voorts is een volledig en voldragen marktonderzoek naar de marktvraag en –prijzen ten behoeve van de gebiedsontwikkeling alsnog nodig.

Theo: Het zijn subtiele kleine veranderingen maar het leest toch anders. Daarom de volledige tekst uit het audit-rapport zelf . In dat auditrapport staat: Op basis daarvan kunnen wij concluderen dat de huidige businesscase degelijk in elkaar lijkt te zitten. Daar hebben wij twee kanttekeningen bij. Ten eerste merken wij op dat de in de BC2007 voorgestelde optimaliseringen (t.a.v. de tunnelverlenging e.a.) dan volledig moeten worden doorgevoerd. Ten tweede is een volledig en voldragen marktonderzoek naar de marktvraag en –prijzen ten behoeve van de gebiedsontwikkeling alsnog nodig.

8. Is de samenwerkingsovereenkomst duidelijk over inbreng van nieuwe elementen in het project en over het in beeld brengen van de consequenties hiervan.
De samenwerkingsovereenkomst is duidelijk waar het gaat om de inbreng van extra eisen door partijen. Onduidelijk is hoe om te gaan met schuurvlakken (effect van infra-ontwikkelingen op gebiedsontwikkeling v.v.) en hoe om te gaan met exogene factoren (prijsstijgingen). Onvoldoende duidelijk is aangegeven hoe moet worden omgegaan met het taakstellend karakter van de budget en meer in het bijzonder, hoe om te gaan met tegenvallers die niet het gevolg zijn van doelbewuste scopewijzigingen.

9. Hoe is invulling gegeven aan de afspraken uit de samenwerkingsovereen-komst/ businesscase 2005
In strijd met de samenwerkingsovereenkomst zijn scopewijzigingen niet voorgelegd aan de bevoegde organen Voorts is het opstellen van nieuwe financiële overzichten tot aan de BC 2007 niet altijd gebeurd.

10. Hoe is de besluitvorming in de Stuurgroep, in relatie tot de samenwerkingsovereenkomst, tot stand gekomen, op basis van welke afwegingen.
De besluitvorming in de Stuurgroep is vanaf eind 2005 steeds meer tot stand gekomen in het licht van de bestuurlijke dynamiek rondom het project

Theo: Zoals bijv. het Verkeerscirculatieplan, de parkeergarage of de Noordschuif. En bij besturlijke dynamiek denk ik ook aan de onderlinge verhoudingen in het project en de stuurgroep.

11. Is de risico-inventarisatie door de Stuurgroep vastgesteld en zijn de maatregelen die voortvloeien uit de risicoanalyse door de Stuurgroep tijdens het proces gehanteerd.
De risico-inventarisatie heeft slechts in zeer beperkte mate geleid tot sturing vanuit de Stuurgroep.

12. Hoe zijn eventuele (financiële) meevallers ingezet en is dit gebeurd conform de samenwerkingsovereenkomst.
De SOK bevat artikelen over hoe om te gaan met meevallende opbrengsten. Deze zijn nooit geactiveerd. Dat is verklaarbaar gezien het tegen elkaar wegstrepen van meevallers en tegenvallers.


Ik zet de rest van de bevindingen van de audit er maar even bij: De Stuurgroep is van veel financiële ontwikkelingen in het project op de hoogte gebracht, maar heeft hiervan steeds slechts een gefragmenteerd en in beweging zijnd overzicht gehad. Zichtbaar is dat diverse financiële meevallers (BTW, Noordschuif) daardoor steeds in het achterhoofd zijn gehouden en in de beeldvorming afgezet tegen meerkosten en tegenvallers.

13. Is de raming tijdens het proces bijgesteld op basis van de besluiten van de Stuurgroep, wat is de invloed hiervan geweest op de geraamde tekorten en is de Stuurgroep hierover geïnformeerd.
Geconcludeerd wordt dat informatie m.b.t. infrastructuur en gebiedsontwikkeling onder handbereik was van de stuurgroep en daar ook, zij het gefragmenteerd, aanwezig is geweest. Doordat men in 2006 genoegen heeft genomen met de verkenning actualsiatie BC2005 die niet compleet was, is de kans voorbij gegaan om geïnformeerd te raken over de tekorten.


Theo: In het auditrapport zelf staat:
Zowel aangaande de infrastructuur als de gebiedsontwikkelingen zijn er geen nieuwe ramingen vastgesteld door de Stuurgroep. Op beide gebieden is in 2006 en 2007 informatie aanwezig die een behoorlijke impact heeft op de BC als geheel. Aangezien een daadwerkelijke actualisatie op zich laat wachten tot 2007, is deze informatie niet verwerkt in de Stuurgroep. Wij concluderen dat informatie onder handbereik was van de Stuurgroep, en daar ook – zij het gefragmenteerd – aanwezig is geweest. Doordat men in 2006 genoegen heeft genomen met de verkenning actualisatie BC2005 die niet compleet was, is de kans voorbij gegaan om geïnformeerd te raken over de tekorten.

14. Zijn de randvoorwaarden/uitgangspunten van het project strikt bewaakt, zijn voorgestelde wijzigingen geanalyseerd op beheersbaarheid en zijn de consequenties van deze wijzigingen in beeld gebracht.
Het bewaken van de randvoorwaarden van het project als geheel heeft niet heeft kunnen plaatsvinden, omdat financieel overzicht ontbrak.


15. Heeft de Stuurgroep maatregelen getroffen om tijdig te kunnen sturen op externe invloeden en ontwikkelingen.
Het nemen van een besluit om alle informatie te verwerken in een integraal nieuw beeld van de businesscase heeft niet plaatsgevonden.

16. Heeft besluitvorming plaats gevonden conform de planning en conform de uitgangspunten van de samenwerkingsovereenkomst.
De besluitvorming in de Stuurgroep volgt uiteindelijk de dynamiek van het project en de ontwikkelingen in Rheden/ Dieren. Hoewel daarmee de initiële planning uit de samenwerkingsovereenkomst niet langer geldt – deze is immers door de stuurgroep aangepast – wordt dit op zichzelf niet als tekort gekwalificeerd.

En daar voegt het audit-rapport zelf nog aan toe:: Het hoort immers bij de planfase van een project dat zaken veranderen. Het is aan bestuurders om daar op een adequate wijze mee om te springen. De SOK is daarbij een belangrijk richtinggevend document, maar geen in beton gegoten kader.


Onderstaand het volledige document. Klik op een afbeelding om te vergroten.
De laatste twee pagina's betreffen de algemene conclusies.








Steegse Vertellingen - 15. Burgerverzet

Sommige bewoners van het plangebied waren al eerder geconfronteerd met de minder aangename kanten van het project. De Wet Voorkeursrecht Gemeenten was van toepassing verklaard om de benodigde percelen op te kopen en speculatie tegen te gaan. Daarbij werden bewoners soms op een kille onaangename manier verrast met de mededeling dat zij hun woningen eerst aan de gemeente moesten aanbieden en dat zij tezijnertijd hun woningen moesten verlaten. De gemeente veronderstelde daarvoor ook begrip bij de bewoners. De wereld op zijn kop.

Vanaf 2004 nam de kritiek uit de bevolking op de inhoud van de plannen toe. Eerst vooral van bewoners uit de directe omgeving van het plangebied, van individuele ondernemers, de Dieren door ’t Lint (toen nog inclusief de Belangenvereniging Dieren e.o.) en van Comité Dieren-Zuid.

Na het bekend worden van het Verkeerscirculatieplan en de Stedenbouwkundige schets zwelde de kritiek aan. In de loop van 2005 ontstonden overal stichtingen en comités die zich ieder vanuit hun eigen perceptie en belang teweer stelden tegen de plannen.
De bezwaren stroomden dan ook binnen. Boeren, burgers, buitenlui, ondernemers, mede-
overheden, de klankbordgroep en andere organisaties. Ze hadden allen zware kritiek op de plannen. Van de boeren in de uiterwaarden tot aan de gemeente Brummen, van inwoners in Ellecom, Dieren en Spankeren en Eerbeek, Bijna iedereen in de directe en wijde omgeving maakte zich zorgen over dit project.

Knelpunten bij de Spankerenseweg, de Kanaalweg, de Burgemeester Willemsestraat, de Burgemeester de Bruinstraat, Harderwijkerweg en rond Calluna,, verhoogde ligging van de spoorbaan, de autotunnnel, het station, de parkeergarage, de ruimtelijke invulling van het gebeid, het aantal woningen etc. Letterlijk op alle onderdelen van de plannen was iets aan te merken. Zelfs de klankbordgroep voelde zich in de maling genomen.

Eind 2005 werd een voorlopig hoogtepunt bereikt. Binnen twee maanden nadat het verkeerscirculatieplan ter inzage was gelegd kwamen op dit VCP alleen al bijna 1500 reacties binnen.. Het merendeel vergezeld van voorstellen ter verbetering van de plannen. De suggesties varieerden van het behoud van de huidige situatie met enkele kleinere aanpassingen tot aan compleet uitgewerkte plannen. Zonder de andere plannen tekort te willen doen noem ik hier het plan Roskam.

De grote opkomst bij de raadsavond van 17 november in het Rhedens maakte nog eens duidelijk hoe ongerust de bewoners waren. Insprekers drongen aan op uitstel van het Verkeerscirculatieplan, beter invulling van de Stedenbouwkundige schets, onafhankelijk onderzoek naar alternatieven en op het beter betrekken van de bewoners bij de uitwerking van plannen.

Uiteindelijk zou dit leiden tot uitstel van een besluit over het Verkeerscirculatieplan en de Stedebouwkundige Schets. Een succes voor de bewoners.

Roskam en de overheid
De gang van zaken rond het plan Roskam illustreert hoe overheden met hen onwelgevallige plannen omgaan en hoe het een speelbal werd van de politiek.

Het “plan Roskam” nam een speciale plaats in. De gemeente voerde een “quick-scan” uit waarin het plan ontkracht werd. Als doekje voor het bloeden uitte de projectorganisatie zich positief over de aansluiting op de Kanaalweg oostelijk van het kanaal.
Op verzoek van de gemeenteraad werd na het aannemen van een motie van raadslid dhr. Uithof van D66 een “second opinion” gevraagd aan bureau Haskoning.

Deze second opinon was wel iets positiever. Naast de oplossing voor de Kanaalweg werden ook de doorstroming van het verkeer op de gelijkvloerse kruisingen en een licht verminderde geluidshinder als positief beoordeeld. Hiervan is later niets meer in de plannen terug te vinden. Bovendien kun je de vraag stellen hoe objectief een bureau kan zijn dat voor een belangrijk deel afhankelijk is van overheidsopdrachten.

Voor de goede orde: Jaap Uithof had geen bijbedoelingen met zijn motie. Hij wilde een zuivere afweging van het plan zodat de raad een goede keus kon maken.

Bij de commissievergadering van 8 december 2005 maakte gedeputeerde van de provincie Marijke van Haaren het karwei af. Zij kwam vertellen dat de provincie de Kanaalweg-optie van de heer Roskam niet zag zitten. Ja, misschien veel later pas, na 2015.

Exit plan Roskam

donderdag 28 februari 2008

Combibad in Rheden?

Nou zeg, ik word helemaal op m’n wenken bediend. Bureau Hopman Andres Consultants (H*AC) heeft de zwembadbehoeften in de gemeente Rheden onderzocht. Deze toekomstvisie wordt aanstaande dinsdag in de gemeenteraad gepresenteerd. Het bureau ziet centraal in de gemeente, bij de Hangmat, een combibad, een combinatie van een overdekt bad en een openluchtbad voor zich. Ze komt zoals ze op haar website zegt tot die visie na een “uitgebreide demografische analyse en marktscan”.

Een mooie opsteker voor de zwemverenigingen in de gemeente.
Een zwemsportaccomnodatie is gezien de behoefte die er is (de zwemclubs die van Nieuwland gebuik maakten hadden ’n dikke 800 leden) broodnodig. Na de sluiting van Nieuwland moeten deze clubs met kunst- en vliegwerk hun veel van hun trainings- en wedstrijduren in baden rondom de gemeente vullen.

Nu is het de vraag wat de gemeente hier voor over heeft. De privatisering van Nieuwland leidde tot een deceptie en ik mag er toch van uit gaan dat de plaatselijke politiek nu wel genezen is van dit soort escapades.Ik schat in dat met een meerderheid van Gemeentebelangen, de SP en de PvdA in de raad de prvate exploitatie van de baan is en dat de gemeente zelf de verantwoordelijkheid voor het bad neemt.

Maar ja, een advies of een onderzoeksresultaat is nog steeds alleen papier. Er ligt nog geen zwembad. Dus voorlopig is het pluimpje voor Hans Elsenaar nog klein. Het klinkt goed. Nu de rest nog. Maar dat moet volgens mij geen probleem zijn.
Ik kan er dinsdag niet bij zijn maar ik hoor ongetwijfeld hoe het eruit gaat zien.

Daarnaast is er nog 'n puntje: Hoe zit het met de financiële afwikkeling van zwembad Nieuwland? Wanneer wordt daar iets over bekend? Hans Elsenaar, stuur me daar 'ns 'n mailtje over. Interesseert me. En mijn lezers ook.

Advies stuurgroep beëindiging Hart van Dieren

De stuurgroep Hart van Dieren heeft vorige week aan Gedeputeerde Saten formeel geadviseerd om de samenwerkingsovereenkomst tussen gemeente, provincie en ProRail te ontbinden en de stuurgroep per 13 februari op te heffen. De stuurgroep zal nog wel zorgen voor de afhechting van het project dwz de financiële afwikkeling en het overdragen van de kennis aan de nieuwe projecten van gemeente en provincie. Gestreefd wordt om het project per 15 mei op te heffen.

Daarnaast wordt geadviseerd om alvast een overlegstructuur tussen gemeente en provincie op te starten voor de onderlinge afstemming van deze vervolgprojecten en te komen tot een herdefinitie van het vervolgproject (van de provincie naar ik aanneem, het is immers een advies aan Gedeputeerde Staten).

Ik adviseer de stuurgroep ten sterkste om een nauwkeurige financiële verantwoording af te leggen. Hoeveel geld is er uitgegeven, aan wie, door wie, ten laste van welk deelbudget, wanneer en waarvoor.

Over aftreden of opstappen van stuurgroepleden wordt niet gesproken. De gedeputeerden, van Haaren en Verdaas, voorzitter respectievelijk lid van de stuurgroep, kunnen leunen op een comfortabele meerderheid in Provinciale Staten.

In dezelfde brief vraagt de stuurgroep aan Gedeputeerde Staten om de standpunten van de stuurgroep die zijn verwoord in de notities “Standpunt stuurgroep inzake auditrapport Hart van Dieren” en “Standpunt stuurgroep inzake rapportage van het Atelier” over te nemen.

Beide documenten zal ik apart behandelen.

Onderstaand de volledige brief “Beëindiging huidig project Hart van Dieren”

Klik op de afbeeldingen om te vergroten.



Steegse Vertellingen - 14. Opgestapt

De motie van Joop Kock was prima. Wij wilden dat deze alsnog bekend zou worden en in de raad zou worden behandeld.

De behandeling van het Verkeers Circulatie Plan en de Stedenbouwkundige schets stond in december op de rol. Ik wilde het conflict niet uitvechten over de rug van Hart van Dieren maar ook niet te lang wachten. Het meest geschikte moment was daarom de begrotingsraad in november. Er was dan bovendien genoeg aandacht van pers en publiek.

De motie van Joop werd geactualiseerd en wij dienden hem in bij de begrotingsbehandeling op 7 en 8 november.

Ik was benieuwd welke partijen vóór de raadsadviseur zouden stemmen. Met andere woorden welke partijen serieus grip op het proces wilden krijgen. En ik wilde publiekelijk laten weten dat de VVD en het CDA tegen een raadsadviseur waren. Ik verwachtte het niet maar als het CDA of de VVD alsnog voor een raadsadviseur waren geweest dan waren we in de coalitie gebleven.

De motie werd met 15 stemmen vóór en 11 stemmen tégen verworpen De PvdA, Groen Links, D66, de Christen Unie en Leefbaar Rheden waren vóór een raadsadviseur.
CDA, VVD en Gemeentebelangen waren tegen.

Wij hadden het met deze coalitie gehad en wij stapten eruit.

Wij waren het al langer niet eens met de koers die voor wat betreft “Hart van Dieren” wordt gevolgd. De raad moest meer grip op het project krijgen, Linksom of rechtsom. En dat was ons niet gelukt.

Wij konden niet langer verantwoordelijk zijn voor het gevoerde beleid.

De gemeente Rheden had voor Hart van Dieren een zware hypotheek afgesloten. Vanaf dat moment hebben wij tegen de besluiten over Hart van Dieren gestemd.

De gang van zaken leidde ook tot het aftreden van wethouder Kees Hermsen die namens Leefbaar Rheden in het college van B&W zat. Hij was het eerste politieke slachtoffer van het project. En hij was onschuldig. Hij had in het college geen enkele bemoeienis met Hart van Dieren.

In de raadsvergadering van 29 november werd nog eens uit de doeken gedaan hoe een en ander zich had voltrokken. Op de dinsdagmiddag voor de raadsvergadering waren Pedro Canters (PvdA), Hein de Gooijer (CDA) en Pauline Doornbos-Vroom (VVD) namens het college verzocht om iets voor de raadsvergadering op het gemeentehuis te verschijnen. Zij hebben toen gesproken met de de wethouders Hollemans (VVD) en Jansen (CDA).

Canters: “Alledrie de voorzitters hebben toen zeer nadrukkelijk gevraagd waar de voorzitter van Leefbaar Rheden was. De voorzitter van Leefbaar Rheden bleek niet voor dat overleg te zijn uitgenodigd. Wij hebben daarover onze verbazing en onthutsing uitgesproken, wij waren daarover “not amused”. Als klap op de vuurpijl heeft Leefbaar Rheden toen moeten constateren dat de voorbereide motie niet door het CDA en de VVD werd gesteund, hoewel zij daarop in eerste instantie wel hadden gereageerd. Om vijf minuten voor half acht, dus vijf minuten voor de aanvang van de raadsvergadering, trokken die partijen hun steun voor die motie in.”

Motie raadsadviseur Hart van Dieren (ingediend op 7/8 november 2005)
“De raad van de gemeente Rheden, in vergadering bijeen op 8 november 2005;

overwegende:

- dat het project Hart van Dieren gezien zijn omvang en complexiteit een zorgvuldige controle van de zijde van de raad noodzakelijk maakt;

- dat die controle een zeer specifieke expertise veronderstelt waarvan niet verwacht kan worden, dat die (in voldoende mate) aanwezig is binnen de raad;

- dat soortgelijke overwegingen gelden waar het gaat om de uitoefening door de raad van zijn kaderstellende taak en het hem toekomende budgetrecht ten aanzien van dit project;

besluit tot het aantrekken van een raadsadviseur Hart van Dieren, onder de navolgende condities:

1. taakstelling en profiel;
de raadsadviseur heeft als kerntaak ten behoeve van de raad te beoordelen of de projectorganisatie en vervolgens het college:

- alle voldoende alternatieven heeft afgewogen;

- heldere en passende keuzecriteria heeft gehanteerd (waartoe in ieder geval steeds behoort: het wegen van het oordeel/gevoelen van omwonenden en andere direct betrokkenen);

meer in het bijzonder geeft de raadsadviseur een oordeel over en brengt in samenhang daarmee een advies uit aan de raad over:

- de uitwerking van de plannen: past die binnen de begroting en de toerekening van de kosten aan de verschillende onderdelen (spoor, weg en bebouwing)?

- de risico’s (financieel, juridisch en milieutechnisch);
* zijn die in voldoende mate ingeschat?
* zijn maatregelen getroffen ter voorkoming van het manifest worden van risico’s?

- de rapportages aan de raad en de besluiten die op grond daarvan worden voorgelegd:
* zijn die correct en voldoende helder?
* wordt de raad in voldoende mate in staat gesteld die besluiten te toetsen aan kaders en criteria?
* wordt de raad in voldoende mate in staat gesteld (de risico’s van) uitstel af te wegen?

- over de signalering en belangrijke, niet omkeerbare stappen in het proces;

- over de gevolgen voor de omgeving tijdens de bouw: overlast, planschade e.d.;

- over de communicatie met de omgeving;

gegeven deze taakstelling zal de raadsadviseur in het bijzonder deskundig zijn op twee terreinen:
* stedenbouwkundig: inrichting plangebied, verkeersafwikkeling e.d.;
* processturing: naar/door raad en omwonenden en in afgeleide zin (overheids)financiën;

2. tijdinvestering en budget:
- vooralsnog wordt uitgegaan van een tijdinvestering van ca. 24 dagen in 2006;

- het college wordt verzocht om een voorstel ter dekking te doen, waarbij het de raad in overweging geeft de dekking te vinden in de businesscase Hart van Dieren;

3. wervingsprocedure, intake en begeleiding:
een beperkt aantal raadsleden – voor zover mogelijk met (enige) deskundigheid op dit terrein – wordt verzocht om:

- een selectiecommissie te vormen die een wervingsprocedure opstelt en uitvoert;

- in het vervolg te fungeren als aanspreekpunt voor de raadsadviseur;
de griffie coördineert en ondersteunt ook anderszins daarbij;

de griffie wordt verzocht om een voorstel voor de selectie en aanstelling van de raadsadviseur op te stellen, die in de raadsvergadering van december 2005 kan worden behandeld;

en gaat over tot de orde van de dag.”

woensdag 27 februari 2008

Steegse Vertellingen - 13. Geflikt

Er waren geen afwijzende reacties op de motie binnengekomen. Ook niet van het CDA en de VVD. De PvdA zou als ontwerper van het voorstel de motie indienen.

Ik ging dan ook vol vertrouwen naar de raadsvergadering van 6 juli en ik had een mooie tekst voorbereid waarmee ik uiting zou geven aan onze tevredenheid over het volledig herstelde vertrouwen tussen de coalitiepartijen.

Als er een motie wordt ingediend op een onderwerp dat niet op de agenda staat dan wordt dat vooraf of uiterlijk aan het begin van de vergadering door de indieners medegedeeld. De burgemeester vroeg bij de opening of er nog fracties waren die een mededeling wilden doen. Zo’n expliciete vraag wordt anders zelden gesteld. Achteraf realiseerde ik me dat zij, als lid van het college, van de motie moet hebben geweten. Blijkbaar verwachtte zij dat de motie zou worden ingediend of dat er een verklaring voor het uitblijven van de motie zou komen.

De PvdA verzocht daarop om een schorsing voor overleg met zijn fractie. Na de schorsing kwam fractievoorzitter Canters met de mededeling dat de PvdA geen wijziging van de agenda wilde.

De vergadering werd een paar keer malen geschorst waarbij ik diverse raadsleden van de andere coalitiepartijen met elkaar in conclaaf zag gaan. Ik begreep er helemaal niets meer van. Waar bleef die motie?

De motie bleef uit en tijdens het verdere verloop van de vergadering ontstond er een kribbige stemming. Langzamerhand werd me duidelijk dat er iets was gebeurd was maar ik had nog steeds geen flauw idee. Daar kwamen we pas achter toen de PvdA tijdens een lange schorsing ons inlichtte dat er geen motie zou komen.

VVD-wethouder Johan Hollemans en CDA-wethouder Jan Jansen hadden zich namens het college met de gang van zaken rond de motie bemoeid. Met de fractievoorzitters van de PvdA, het CDA en de VVD was pal voor het begin van de raadsvergadering overlegd zonder dat wij daar iets van wisten. Wat daar precies is besproken weet ik niet maar er was in ieder geval besloten om de motie niet in te dienen.

Ik stond perplex. We waren geflikt. VVD, CDA en PvdA hadden zich door het college de wet voor laten schrijven. En pal voor de raadsvergadering trokken zij hun steun voor de motie in. Zonder dat aan ons mee te delen. Durfden ze waarschijnlijk niet.

Nu begreep ik ook de reden voor de aangevraagde schorsing aan het begin van de vergadering. De PvdA-raadsleden moesten nog worden ingelicht door Pedro Canters.

Raadslid Jaap Uithof van D66 voelde nattigheid. Op zijn vraag waarom de collegedragende partijen na de schorsing zo stil waren antwoordde ik “Wij zijn uitgepraat!” . En dat was ook zo. Ik had geen enkele behoefte om nog met zulke partners zaken te doen.

Er werd dus geen motie ingediend. Deze keer hield ik mij in. Ik wilde eerst weten hoe alles precies was gegaan. De raad zou pas weer in september bijeen komen. Genoeg tijd om alles op een rijtje te zetten.

De volgende dag kwam wethouder Johan Hollemans met een verklaring en hij verontschuldigde zich bij mij. Hij was ‘vergeten’ om mij ook uit te nodigen. Blijkbaar had hij tijdens het overleg bewoordingen gebruikt die niet bij de PvdA in goede aarde waren gevallen want hij verontschuldigde zich ook bij de PvdA. De PvdA scheen nog wat tegengesputterd te hebben maar had zich naar het lijkt onder druk van de anderen bij de beslissing om de motie niet in te dienen neergelegd.

Het viel me mee van de PvdA. Zij was boos op de VVD en het CDA. Ik had overigens altijd prima met de fractievoorzitter Canters op kunnen schieten. In de periode dat hij fractievoorzitter was had de PvdA ons altijd fair behandeld. Enfin, hij stelde aan mij voor om de VVD en het CDA een publieke draai om de oren te geven. Daarmee zouden we wachten tot na de zomervakantie. Zo gezegd,zo gedaan.
De PvdA had een nogal slap persbericht opgesteld dat in september werd uitgedaan. Daarin werd vooral de nadruk gelegd op de positieve rol van wethouder Jan Bart Wilschut en de PvdA inzake Hart van Dieren. Van een draai om de oren voor de VVD en het CDA was in de tekst weinig terug te vinden. Het interesseerde me niet echt meer.

Ree

Bijgaande foto ontving ik van mevrouw Braaksma.
Zij vermeld dat de foto van het ree vorige week maandag is genomen in een zijpad dat grenst aan een pad in het begin van het bos van het hondenlosloopgebied, bij de één na laatste parkeerplaats van het Rozendaalse veld. Is toen aangegeven (2e melder) bij de politie. Een eerdere melding was al gedaan door een medeheideganger c.q. hondeneigenaar, die het de zaterdagochtend ervoor al had gemeld. Eén van de honden van een andere heideganger, een Golden Retreiver, had er al in liggen rollen.
--------------------------
Oorzaak?
Ik kan het niet beantwoorden!
Als iemand met zekerheid de oorzaak kan aangeven dan hoor ik dat graag.
De relatie met de bomenkap is snel gelegd maar dat hoeft natuurlijk helemaal niet. Er kunnen legio andere oorzaken zijn: ziekte, honden, 'n ongeluk ....
Het blijft een trieste aanblik.
--------------------------



Rozendaalse Veld - Boskap

Bijgaand nog enkele foto's van de boskap op het Rozendaalse Veld.
Ontvangen van mevrouw Braaksma.