Geef uw mening!
Stuur uw brieven, foto's, afbeeldingen, filmpjes of cartoons naar
theo.kooijmans@gmail.com
Maak het niet te bont. De redactie behoudt zich het recht voor om inzendingen zonder opgaaf van redenen te weigeren.

zondag 4 november 2007

Aangifte?

De stuurgroep Hart van Dieren geeft in haar persbericht van 2 november een verklaring voor het tekort van 40 miljoen gegeven.

Dit keer geen persconferentie maar alleen een persbericht op de website Hart van Dieren. Het persbericht werd zelfs niet op de websites van de provincie en de gemeente gepubliceerd. Eerdere persberichten werden juist wel op die sites gepubliceerd.

De websites van provincie en gemeente krijgen grote aantallen bezoekers die nu niet worden geïnformeerd. Er is zelfs geen verwijzing naar het persbericht op de website Hart van Dieren. Dit is een serieuze en ernstige beperking van de informatieverstrekking. Manipulatie van informatie.

De onderzoeksopdracht van de gemeenteraad werd door de coalitiepartijen ook al in achterkamertjes geregeld en met een enkele hamerklap in de plenaire raadsvergadering afgedaan. Alles met het doel om zo weinig mogelijk publiciteit te genereren.

Dit past naadloos in de strategie om de bestuurders en politici van de provincie en de gemeente zo weinig mogelijk te associëren met het project. Blijkbaar is er een spindoctor actief die er voor moet zorgen dat wethouder Jan Bart Wilschut, gedeputeerde Marijke van Haaren en de gemeenteraad zoveel mogelijk uit de wind worden gehouden.

Beetje bij beetje wordt de informatie vrijgegeven. Zo dat het publiek er geleidelijk aan went. In de hoop dat de affaire op het laatst niemand meer interesseert.
Als dat punt bereikt is kunnen de bestuurders en politici opgelucht ademhalen. Dan maakt niemand zich er meer druk om of ze nu blijven zitten of niet.

Maar naast manipulatie van de informatieverstrekking is hier nog iets aan de hand.

Het persbericht wordt vergezeld van de bijlage met de wijdlopige titel:



In de notitie worden de verschillen tussen de businesscases van 2005 en 2007 verklaard.

Zonder de business-cases 2005 en 2007 moet je maar voor zoete koek aannemen dat het klopt wat er in de notitie staat. Het is voor een niet-ingewijde oncontroleerbaar. Ik zal in een volgende posting wat inhoudelijk commentaar op de cijfers geven.

Waar het me nu om gaat is de geheimhoudingsplicht.

De businesscase 2005 valt onder de geheimhoudingsplicht op grond van de artikelen 25 en 55 van de Gemeentewet en artikel 10 lid 2b van de Wet Openbaarheid van Bestuur.

Ik heb me aan die geheimhoudingsplicht gehouden. En ik heb nog steeds geen bericht gehad dat de geheimhoudingsplicht is opgeheven. Ik ga er ook vanuit dat ik per direct officieel wordt geïnformeerd als de geheimhoudingsplicht voor de businesscase 2005 wordt opgeheven.

Maar intussen blijken er mensen te zijn die boven de wet staan want zo te zien geldt deze geheimhoudingsplicht niet voor de stuurgroep.

Deze stuurgroep maakt naar eigen goeddunken cijfers uit de businesscases openbaar.

Bedragen in de notitie zijn te herleiden tot de businesscase 2005. Bovendien bevat de notitie rechtstreeks informatie uit de businesscase 2005.

Ook wordt op diverse plaatsen in de notitie aangegeven dat er in de businesscase 2005 voor sommige zaken geen kosten waren opgenomen die nu wel in de businesscase 2007 staan. Inclusief de bedragen. Dit is dus rechtsreekse informatie uit de businesscase 2007. Bovendien zegt het iets over de businesscase 2005.

De geheimhoudingsplicht wordt volgens mij dus door de stuurgroepleden met voeten getreden.

Enkele voorbeelden uit de notitie die ik niet anders kan uitleggen dan als een schending van de geheimhoudingsplicht:

Pagina 1 van 9 uit de notitie:
Voor de uitvoeringsfase waren in de Business Case 2005 geen kosten voor de projectorganisatie opgenomen. Omdat naar verwachting toch een deel van de projectorganisatie ook tijdens de uitvoeringsfase in stand zal moeten blijven is in de Business Case 2007 een bedrag opgenomen van € 2,0 mln


Deze informatie komt uit de businesscase 2007 anders zou het niet in deze notitie terecht hebben kunnen komen.

Pagina 2 van 9 uit de notitie:
Tevens zijn hier voor de planfase extra onderzoeken (lucht, geluid) opgenomen, waardoor de geraamde kosten toenemen met € 0,4 mln


Met dit soort zaken staat de notitie vol. Hoezo geheimhoudinsgplicht?

Pagina 2 van 9 uit de notitie:


Dit is informatie die rechtstreeks uit de businesscase 2005 komt. Maar het staat echt in de notitie. Zwart op wit.

Pagina 3 van 9 uit de notitie:
Prijseffecten
Wijziging waarderingsgrondslag.
In 2005 waren de nog te verrichten verwervingen gewaardeerd op vermogenswaarde. De stuurgroep heeft in het najaar van 2005 besloten om vanaf de start van de planfase te verwerven op basis van algehele schadeloosstelling. Deze waardes liggen ca. 25% hoger dan de vermogenswaarde. Dit verklaart een toename van € 2,7 mln


De vermogenswaarde van de verwervingen werd in de businesscase 2005 dus gewaardeerd op € 11,8 muljoen.

Pagina 5 van 9 uit de notitie:
Aanbestedingsvoordeel
Over het aanbestedingsvoordeel is in de Stuurgroepnotitie d.d. 29 juni reeds gemeld dat het in de Business Case 2005 geraamde aanbestedingsvoordeel gegeven de zich snel wijzigende marktomstandigheden niet meer gehaald zal worden. Voorgesteld werd om dit bedrag tenminste te halveren. Het verwachte aanbestedingsvoordeel wordt uitgedrukt als percentage en wordt toegepast op de totale bouwkosten plus stelposten plus efficiencywinst. Het effect over de post onvoorzien is in dat blok opgenomen! Het aanbestedingsvoordeel wordt teruggebracht met € 7,7 mln


Het aanbestedingsvoordeel werd in de businesscase 2005 dus geschat op minimaal
€ 15,4 miljoen.

Rechstreekse informatie uit de businesscases 2005 en 2007 en informatie die te kenmerken is als afkomstig uit een van beide businesscases.

En zo kan ik nog wel even doorgaan.

Als IK informatie uit de businesscase 2005 naar buiten had gebracht dan had ik ongetwijfeld een aangifte wegens schending van de geheimhoudingsplicht aan mijn broek gekregen.

Schandelijk!!!

Misschien moest ik maar eens aangifte gaan doen bij het openbaar ministerie.

Tegen de leden van de stuurgroep

Wegens overtreding van de artikelen 25 en 55 van de Gemeentewet en artikel 10 lid 2b van de Wet Openbaarheid van Bestuur.

Ik ben geen jurist en heb geen geld om een jurist in de arm te nemen maar als er iemand is die mij juridisch kan en wil ondersteunen dan houd ik me ten zeerste aanbevolen.

Persbericht Stuurgroep.....verklaring tekort

Bijgaand het volledige persbericht over het miljoenentekort dat de stuurgroep van Hart van Dieren op 2 november op de website Hart van Dieren publiceerde.
Inclusief de notitie waarin de stuurgroep het rapport nader verklaart.

Klik op de afgebeelde pagina's om te vergroten.













zaterdag 3 november 2007

Onderzoeksopdracht Onderzoek Tekort Hart van Dieren

De volledige onderzoeksopdracht van de gemeenteraad voor het externe onderzoek naar Hart van Dieren. Voor de leesbaarheid heb ik op diverse plaatsen extra "wit" ruimte toegevoegd.

Aanleiding
In de gemeente Rheden wordt gewerkt aan het project Hart van Dieren. Het project dient een oplossing te creëren voor de verkeers- en leefbaarheidproblemen die ontstaan door het doorkruisen van Dieren door zowel de provinciale weg N348 als de spoorlijn Arnhem-Zutphen.

Hierdoor ontstaan er niet alleen verkeersopstoppingen en gevaarlijke situaties, ook de geluidsoverlast door auto- en treinverkeer en de tweedeling van Dieren door weg en spoor wordt als probleem ervaren. Als oplossing voor deze problemen wordt er door de gemeente, provincie en Pro-rail gewerkt aan een plan tot realisering van een gesloten autotunnel en het verplaatsen van de treinsporen naar een verdiepte ligging.

Na de zomer 2007 is duidelijk geworden dat de kosten van het project, met een budget van 107 miljoen euro, bij ongewijzigde plannen 40 miljoen euro hoger uitvallen.

De stuurgroep Hart van Dieren, gevormd door de gemeente Rheden, Provincie Gelderland en Pro-rail, heeft aangekondigd een tweetal onderzoeken uit te laten voeren.

Eén onderzoek richt zich op de mogelijkheden om het plan aan te passen teneinde het binnen het bestaande budget uit te kunnen voeren.

Het tweede onderzoek betreft een interne audit door controllers van de provincie, de gemeente en pro-rail om erachter te komen hoe dit tekort in zo korte tijd heeft kunnen ontstaan dan wel in zo korte tijd duidelijk heeft kunnen worden.
Extern onderzoek
De raad van de gemeente Rheden heeft bij motie (coalitie voor, oppositie tegen) besloten een extern onderzoeksbureau een onderzoek uit te laten voeren naar de ontstane tekorten bij Hart van Dieren.

Een onderzoek dat samen met Provinciale Staten wordt uitgevoerd behoort vooralsnog niet tot de mogelijkheden aangezien Provinciale Staten eerst de resultaten van het interne onderzoek lijken af te wachten alvorens nadere stappen te overwegen.

Voorts heeft de raad niet gekozen voor het uitvoeren van een raadsonderzoek (cf. art 155a van de gemeentewet, onderzoek vergelijkbaar met een parlementaire enquête).

Vraagstelling:
De raad heeft bij motie uitgesproken een zelfstandige taak te hebben om te bepalen hoe het tekort heeft kunnen ontstaan, hoe tekorten in de toekomst voorkomen kunnen worden, wie hiervoor verantwoordelijk is en of en hoe het college van B en W hierop aangesproken moet worden.

Hieruit kan worden afgeleid dat het externe onderzoeksbureau de opdracht krijgt de volgende vragen gemotiveerd te beantwoorden:

1. Hoe heeft het tekort kunnen ontstaan?

2. Hoe kunnen tekorten in de toekomst bij Hart van Dieren en andere omvangrijke projecten worden voorkomen?

3. Wie is er verantwoordelijk voor het ontstaan van de tekorten?

De raad zal op basis van dit onderzoek en zijn eigen afweging moeten bepalen of en hoe het college van B en W hierop aangesproken moet worden. De raad is zich ervan bewust dat hij alleen rechtstreekse zeggenschap heeft over het college van B en W en dus ook alleen het college van B en W op basis van de onderzoeksresultaten rechtstreeks kan aanspreken.

Deelvragen
Het onderzoeksbureau heeft een eigen taak om te bepalen welke deelvragen gesteld moeten worden om de hoofdvragen van dit onderzoek te kunnen beantwoorden. Wel wordt in de bijlage een aantal suggesties voor deelvragen gedaan die relevant worden geacht voor het onderzoek.

Deze deelvragen zullen door het onderzoeksbureau naar eigen inzicht moeten worden opgenomen in het onderzoek en worden aangevuld. Over het wel of niet opnemen of toevoegen van deelvragen dient een terugkoppeling met de begeleidingscommissie plaats te vinden.

Kaders voor onderzoek
Het externe onderzoeksbureau heeft een eigen taak om een voorstel te doen op welke wijze het onderzoek moet worden uitgevoerd. Wel wordt een aantal kaders voor het onderzoek meegegeven.

Deskresearch
Bestudering van de beschikbare dossiers over Hart van Dieren zal naar verwachting veel informatie opleveren.

Hierbij valt te denken aan bestudering van de agenda’s, stukken en verslagen van de stuurgroepvergaderingen, de kwartaalberichten, de business case en actualisaties daarvan, het onderzoek en de aanbevelingen van de Rekeningcommissie van 17 april 2007, B&W- en raadsvoorstellen etc.

Het onderzoeksbureau mag de stukken die het bureau voor het onderzoek relevant acht en waar geheimhouding voor geldt bestuderen, maar de geheimhouding blijft ook voor het onderzoeksbureau onverkort van kracht.

Interviews
De onderzoeksaanpak kan niet uitsluitend bestaan uit een analyse van de stukken. Omdat niet bij voorbaat mag worden uitgesloten dat ook de cultuur of samenwerking binnen of tussen stuurgroep en projectorganisatie relevant kunnen zijn, is het van belang dat er gesproken wordt met de relevante actoren binnen het project, in ieder geval met leden van de stuurgroep en leden van de projectorganisatie.

Interne Audit
De stuurgroep Hart van Dieren heeft opdracht gegeven een interne audit uit te voeren.

De doelstelling van dit onderzoek luidt: “Het verkrijgen van inzicht in de kwaliteit van de administratieve, financiële en bestuurlijke aspecten bij het project Hart van Dieren, alsmede de juistheid, tijdigheid en volledigheid van de informatie-voorziening, naar aanleiding van het tekort op de raming van de Businesscase 2005 zoals blijkt uit de concept-Businesscase 2007”.

Het onderzoeksbureau wordt gevraagd de resultaten van dit onderzoek kritisch te bezien en waar mogelijk te gebruiken voor het eigen onderzoek. De resultaten van deze interne audit worden aan een “second opinion” onderworpen.

Begeleidingscommissie
Het onderzoek wordt uitgevoerd door het externe onderzoeksbureau. Vanuit de raad zullen de fractievoorzitters, ondersteund door de griffie, als begeleidingscommissie functioneren. De griffie zal het eerste aanspreekpunt zijn voor informatieve vragen van het onderzoeksbureau.

De onderzoeksaanpak om tot een goede uitvoering van de onderzoeksopdracht te komen, zal door het onderzoeksbureau aan de begeleidingscommissie worden voorgelegd, gezamenlijk worden besproken en vastgesteld. Iedere wijziging van de vastgestelde onderzoeksaanpak volgt dezelfde route.

Het onderzoeksbureau houdt de begeleidingscommissie ten minste één keer per twee weken, of vaker indien dit nodig wordt geacht, schriftelijk op de hoogte van de voortgang van het onderzoek.

Het bureau heeft naast het uitvoeren van de door de raad gegeven onderzoeksopdracht een eigen verantwoordelijkheid om onmiddellijk met de begeleidingscommissie te overleggen wanneer er in het belang van het onderzoek buiten de gegeven onderzoeksopdracht getreden moet worden dan wel, om welke reden dan ook, niet voldaan kan worden aan de gegeven onderzoeksopdracht.

Indien de begeleidingscommissie niet tot een besluit kan komen, wordt een voorstel ter besluitvorming aan de raad voorgelegd. Dit zal gelet op het gewenste tijdspad, echter zoveel mogelijk voorkomen moeten worden.

Eindrapportage
Het onderzoeksbureau is verantwoordelijk voor de inhoud van de eindrapportage.

De eindrapportage gebeurt aan de raad in een openbaar document.

Het kan noodzakelijk zijn dat bepaalde informatie die besloten moet blijven (bijvoorbeeld gespreksverslagen van interviews die personen kunnen schaden, of informatie waarvan de geheimhouding niet is opgeheven) in een besloten bijlage aan de raad wordt aangeboden.

De conclusies van het rapport moeten echter openbaar zijn.

Planning
Het onderzoek moet worden afgerond binnen zes tot tien weken na de opdrachtverstrekking.

De raad wenst de onderzoeksresultaten zo spoedig mogelijk te kunnen behandelen, echter de kwaliteit van het onderzoek mag niet onder de nagestreefde voortgang lijden.

Het onderzoeksbureau
Het onderzoek moet worden uitgevoerd door een extern onderzoeksbureau. Hiermee wordt een maximale onafhankelijkheid, objectiviteit en snelheid nagestreefd. Om de onafhankelijkheid te kunnen waarborgen dient het onderzoeksbureau niet eerder werkzaamheden voor het project te hebben uitgevoerd. Het bureau zal hierover een schriftelijke verklaring moeten afleggen bij de uit te brengen offerte.

Offerte verzoek
Teneinde het onderzoek zo snel mogelijk te kunnen laten starten wordt er aan vier bureaus gevraagd uiterlijk 19 november 2007 om 12.00 uur offerte uit te brengen.

Nadat de raad de onderzoeksopdracht formeel heeft vastgesteld (d.d. 30-10-2007) wordt, op basis van de uitgebrachte offertes, door de begeleidingscommissie bepaald welk bureau het onderzoek gaat uitvoeren. De offertes zullen in ieder geval op de volgende criteria worden beoordeeld: plan van aanpak, prijs en ervaring van de door de inschrijver voorgestelde onderzoekers/consultants.


Bijlage: Mogelijke deelvragen

Ad vraagstelling 1: Hoe heeft het tekort kunnen ontstaan?
De verwachting is dat de interne audit, waar de stuurgroep opdracht toe heeft gegeven, deze onderzoeksvraag grotendeels zal beantwoorden. Het onderzoeksbureau wordt gevraagd deze resultaten kritisch te bekijken en indien relevant in het onderzoek te betrekken.
Voorts worden de volgende mogelijke deelvragen bij deze vraagstelling geformuleerd:
- Waren de oorspronkelijke financiële aannames (businesscase 2005) wel correct? In de BC 2005 is een aantal risico’s benoemd. In hoeverre is aandacht besteed aan risicomanagement en –beheersing? Is er wel voldoende risicobuffer opgenomen?

- Op welke posten (d.a spoorbak, autotunnel, stedenbouwkundige invulling etc.) binnen het project zijn overschrijdingen en onderschrijdingen ontstaan en waaruit bestaan deze over- en onderschrijdingen? Wanneer zijn deze overschrijdingen ontstaan?

- Waardoor worden deze overschrijdingen veroorzaakt?

- Indien er sprake is van kostenoverschrijding door aanvullende eisen, wie heeft deze aanvullende eisen gesteld, hoe zijn de kosten hiervan inzichtelijk gemaakt?

- Indien er sprake is van kostenoverschrijding door aanvullende wensen, wie heeft besloten tot deze aanvullende wensen, hoe zijn de kosten hiervan inzichtelijk gemaakt?

- Indien er sprake is van kostenoverschrijding door vertragingen, wat heeft deze vertragingen veroorzaakt (d.a. bezwaren c.q. gebrek aan draagvlak, oplossen van niet voorziene problemen etc., aanvullende opdrachten van raad aan college of van Provinciale Staten aan Gedeputeerde Staten of aanvullende opdrachten van de Stuurgroep), hoe zijn de kosten hiervan inzichtelijk gemaakt?

- Hoe hebben de overschrijdingen zolang onopgemerkt kunnen blijven?
Subvragen bij deze deelvraag zijn:

- Hoe is de interne financiële controle van het project opgezet?

- Zijn uitgaven en budgetten adequaat en voldoende periodiek gemonitored?

- Zijn de beschikbare gegevens van de financiële controle op de juiste momenten en op de juiste wijze gecommuniceerd met de stuurgroep?

- Heeft de stuurgroep het college en de raad volledig en tijdig geïnformeerd?

- Is de inrichting van organisatie en werkprocessen van de financiële controle, de projectorganisatie en de stuurgroep van invloed geweest op het niet opmerken van het financiële tekort?

- Is de samenwerking en afstemming binnen projectdirectie en binnen de stuurgroep alsook tussen projectdirectie en stuurgroep van invloed geweest op het niet opmerken van het financiële tekort?

- Heeft de stuurgroep voldoende controle over de projectorganisatie om sturing en controle adequaat en met voldoende daadkracht uit te kunnen voeren?

- Wat is de rol van onze collegeleden in de stuurgroep en hoe is deze rol ingevuld? Wat zijn de rollen van de andere partijen in de stuurgroep en hoe zijn deze ingevuld? Zijn taken, rollen en verantwoordelijkheden binnen de projectdirectie, binnen de stuurgroep en tussen projectdirectie, stuurgroep, college en raad voldoende helder? Waar liggen deze afspraken vast (samenwerkingsovereenkomst)? Wordt en is hiernaar gehandeld?

- Is er wederzijds voldoende rekening gehouden met de verschillen in doelstellingen en belangen van de verschillende partners in het project? Is de samenwerkingsovereenkomst voldoende toegesneden op de verschillende doelstellingen en belangen van de partners?

- Heeft de raad zijn controlerende taak voldoende uitgevoerd? Heeft de raad met de informatie die hem beschikbaar werd gesteld, zijn controlerende taak voldoende kunnen uitvoeren?

- Wat heeft het college gedaan met de aanbevelingen die de Rekeningcommissie aan de raad heeft voorgelegd en die in april door de raad unaniem zijn overgenomen?

- etc.


Ad Vraagstelling 2: Hoe kunnen tekorten in de toekomst voorkomen worden?
Daar waar in de beantwoording van de deelvragen bij vraagstelling 1 tekortkomingen worden geconstateerd, moet de vraag worden gesteld hoe deze tekortkomingen in de toekomst voorkomen kunnen worden (vraagstelling 2).

De antwoorden op de deelvragen van vraagstelling 1 die geen tekortkomingen of mogelijkheden voor verbetering laten zien, hoeven bij vraagstelling 2 niet meer aan de orde te komen.
Mogelijke deelvragen zijn dan:
- Hoe moet er worden omgegaan met aanvullende wensen en eisen?

- Hoe kunnen vertragingen worden voorkomen?

- Hoe kan de interne financiële controle worden verbeterd?

- Hoe kan de monitoring van uitgaven en budgetten worden verbeterd?

- Hoe kan worden gewaarborgd dat gegevens op de juiste momenten beschikbaar zijn?

- Wanneer en hoe moeten gegevens met de stuurgroep worden gedeeld?

- Hoe kan de informatievoorziening van stuurgroep aan het college en de raad worden verbeterd?

- Hoe kan de inrichting van organisatie en werkprocessen van de financiële controle, de projectorganisatie en de stuurgroep worden verbeterd?

- Hoe kan de samenwerking en afstemming binnen projectdirectie en binnen de stuurgroep alsook tussen projectdirectie en stuurgroep worden verbeterd?

- Hoe kan de controle van de stuurgroep op de projectorganisatie om sturing en controle adequaat en met voldoende daadkracht uit te kunnen voeren, worden verbeterd?

- Hoe kunnen taken, rollen en verantwoordelijkheden binnen de projectdirectie, binnen de stuurgroep en tussen projectdirectie, stuurgroep, college en raad worden verduidelijkt? Kunnen deze afspraken beter worden vastgelegd? Hoe kan ervoor gezorgd worden dat hier ook naar gehandeld wordt?

- Hoe kan de raad zijn controlerende taak beter invullen?

- etc.

Ad Vraagstelling 3: Wie is er verantwoordelijk?
Daar waar in de antwoorden op vraagstelling 1 tekortkomingen worden geconstateerd zal beoordeeld moeten worden wie voor deze tekortkomingen verantwoordelijk is.

Voorts zijn in algemene zin de volgende deelvragen denkbaar:
- Wie wist wat op welk moment en heeft verzuimd deze informatie te delen met diegenen die van deze informatie op de hoogte gesteld hadden moeten worden?

- Wie heeft nagelaten ervoor te zorgen dat hij voldoende informatie had om zijn taken adequaat uit te voeren?

- Welke opdrachten had de raad het college kunnen geven om de ontstane problemen te voorkomen en waarom is nagelaten om deze mogelijkheden te benutten? Welke andere mogelijkheden hadden projectorganisatie, stuurgroep, college en raad om de ontstane problemen te voorkomen?

vrijdag 2 november 2007

Hamertje tik

In de raadsvergadering van eind september kondigde de raad aan dat de opdracht voor een extern onderzoek naar project Hart van Dieren in de vergadering van 30 oktober behandeld zou worden. Nou dat was ook zo. En Hoe!.

In twee minuten was het gebeurd. De fractievoorzitters van de coalitiepartijen PvdA, VVD, CDA en Groenlinks vonden het een goed voorstel en dat was dat. Met een enkele hamerslag werd het voorstel voor de opdrachtformulering door de gemeenteraad vastgesteld.

Hamertje tik

In de raadsvergadering van eind september kondigde de raad dat de opdracht voor een extern onderzoek naar project Hart van Dieren in de vergadering van 30 oktober behandeld zou worden. Nou dat was ook zo. En Hoe!.

De fractievoorzitters van de coalitiepartijen PvdA, VVD, CDA en Groenlinks vonden het een goed voorstel en dat was dat. In twee minuten was het gebeurd.. Met een enkele hamerslag werd het voorstel voor de opdrachtformulering door de gemeenteraad vastgesteld.

Dit pas geheel in de stijl van opereren van de politieke partijen in dit dossier. Alles was al in de achterkamer bekokstoofd zodat er niet meer over gedebatteerd hoefde te worden en zo weinig mogelijk publieke ruchtbaarheid aan gegeven hoefde te worden.

De voor het fiasco mede-verantwooedelijke politiek liet zich weer eens kennen. Deze “politici” houden niet van kritische burgers.

De raad had kunnen kiezen voor het uitvoeren van een raadsonderzoek (vergelijkbaar met een parlementaire enquête) maar dat heeft ze niet gedaan. De redenen daarvoor werden niet gegeven en ik vraag me af wat er moet gebeuren voordat dit instrument wel wordt ingezet.

Bij een raadsonderzoek worden personen in het openbaar gehoord en dat zou natuurlijk teveel publiciteit en commotie opleveren. Het afzien van een raadsonderzoek past in het beeld van dempen en zo stil mogelijk houden: Zwijgen is goud!

Een externe onderzoeksbureau krijgt de opdracht om de volgende vragen te beantwoorden:
1. Hoe heeft het tekort kunnen ontstaan.
2. Hoe kunnen tekorten in de toekomst bij Hart van Dieren en andere omvangrijke projecten worden vorokomen?
3. Wie is er verantworodelijk voor het ontstaan van de tekorten.

De gemeenteraad heeft merkwaardige randvoorwaarden in de opdracht opgenomen:
“De raad is zich ervan bewust dat hij alleen rechtstreekse zeggenschap heeft over het college van B en W en dus ook alleen het college van B en W op basis van de onderzoekresultaten rechtstreeks kan aanspreken”

Dat impliceert dus dat de raad zichzelf het recht ontzegt om anderen op het bestuurlijk falen aan te spreken. Maar volgens mij kan de raad best door mening uiten over en naar andere partijen zoals provinciale staten, gedeputeerde staten, gedeputeerde van Haaren zelf, de Commissaris van de Koningin of zelfs naar de betrokken ministeries. .
Is deze zinsnede er soms op aandringen van het CDA in de opdracht opgenomen? Om CDA-gedeputeerde Marijke van Haaren te beschermen?

Er lagen wel enkele exemplaren van de opdrachtformulering op de publieke tribune maar het voorstel was niet compleet:.
“Het onderzoeksbureau heeft een eigen taak om te bepalen welke deelvragen gesteld moeten worden om de hoofdvragen van dit opnderzoek te kunnen beantwoorden. Wel wordt in de bijlage bij de onderzoeks opdracht een aantal suggesties voor deelvragen gedaan die relevant worden geacht voor het onderzoek. Deze deelvragen zullen door het onderzoeksbureau naar eigen inzicht moeten worden opgenomen in het onderzoek en worden aangevuld. Over het wel of niet opnemen van de deelvragen dient een terugkoppeling met de begeleidingscommissie plaats te vinden.

Die bijlage was niet bij het voorstel gevoegd. Ik heb ‘m wel opgevraagd. Het feit dat je daarvoor extra moeite voor moet doen zegt al genoeg.
En het bureau moet zelf beslissen of ze vragen toevoegt of weglaat. Daarover moeten de onderzoekers eerst wel overleggen met de begeleidingscommissie.
Die begeleidingscommissie stuurt er dus op welke vragen er wel of niet gesteld mogen worden. Dat betekent toch een inperking van de onderzoeksvrijheid van de onderzoekers.
Wat gebeurt er met een vraag die onwelgevallig is aan (een of meer leden van) de commissie? Ik zet daarom een vraagteken bij de onafhankelijkheid van de onderzoekers.

Er worden vier bureaus gevraagd om een offerte voor het onderzoek uit te brengen. 19 november moeten de offertes binnen zijn. Daarna moeten de fractievoorzitters het nog eens worden over welk bureau wordt geselecteerd. Vervolgens wordt gedacht aan een termijn van zes tot tien weken voor afronding van het onderzoek. Dus het zal nog ’n paar maanden duren voordat de eindrapportage komt.

De eindrapportage gebeurt aan de raad in een openbaar document. Het kan noodzakelijk zijn dat bepaalde informatie die besloten moet blijven in een besloten bijlage aan de raad wordt aangeboden. De conclusies van het rapport moeten echter openbaar zijn.

Dat betekent volgens mij dat de eindrapportage met de begeleidingscommissie of de raad besproken wordt voordat het rapport openbaar wordt. Want ze moeten in ieder geval eerst vaststellen wat geheim moet blijven en wat niet. Er zal dus eerst een concept moeten worden opgesteld. Ik vraag me af wat er gebeurt als in het eindrapport opmerkingen of conclusies staan die niet stroken met opvattingen van (een deel van) de begeleidngscommissie.

In de bijlage staan enkele interessante vragen. Ik ben benieuwd naar de antwoorden.
Ik hoop dat ze recht doen aan de geschiedenis en het ontstaan van de hedendaagse feiten.

donderdag 1 november 2007

Vox populi

Wethouder Jan Bart Wilschut heeft een zware lastige portefeuille. In het project Hart van Dieren ligt Wilschut al (terecht) onder vuur. Maar hij heeft ook bouwen en wonen in zijn pakket. Bovendien is hij verantwoordelijk voor de aanpak van de zogenaamde “rotte kiezen”. (zijn eigenwoorden), verloederde plekken in de gemeente zoals het voormalige zwembad Beekhuizen en het oude Aldi-terrein aan de Nordlaan in Velp. En dat gaat niet goed.

Mede dankzij de VVD heeft hij al bakzeil moeten halen bij de opwaardering van Beekhuizen. En in de raadsvergadering van 30 oktober stak deze partij opnieuw een spaak in het wiel van de plannen voor woningbouw op het voormalige Aldi-terrein aan de Nordlaan in Velp.

Nu eiste de VVD in een amendement aanpassing van het “Aldi-bouwplan”. Het aantal woonlagen moet worden teruggebracht van vier naar drie. Een van de bouwlagen met betaalbare woningen moest er aan geloven. De bovenste bouwlaag met de duurste woningen moest wel behouden blijven. (voor potentiële VVD-stemmers natuurlijk). De VVD werd overigens gesteund door de andere coalitiegenoot, het CDA. En Gemeentebelangen natuurlijk die, nadat ze uit het college zijn gegooid, weer naar hartelust NEE kan zeggen.

De reactie van Wilschut was begrijpelijk. Hij is bang dat afroming van de bouwplannen leidt tot afstel en tot slechtere alternatieven. Waarbij de 50/50-verdeling in het nadeel van de betaalbare woningen uitpakt. Een mooi voorbeeld is het bouwplan in De Steeg waar de projectontwikkelaar heeft afgezien van nieuwbouw op de plek van het voormalige klooster omdat het aantal woningen van de gemeenteraad moest worden teruggebracht. De projectontwikkelaar heeft daarop het klooster verkocht. Nu wordt het gebruikt als opslagplaats voor Poolse arbeiders die in mensonwaardige omstandigheden zijn gehuisvest. En ik denk dat dat ook niet echt de bedoeling was van de bezwaarmakers tegen de bouwplannen.

Op deze wijze kom je natuurlijk nooit aan de doelstelling van 1100 woningen in 2010. En al helemaal niet aan de 550 betaalbare woningen. Bij iedere aanpassing van bouwplannen sneuvelen de goedkope woningen het eerst. Dat gebeurt al bij de Rhederhof en in de plannen van Rheden Bestrating is het aantal betaalbare woningen al teruggebracht. En bij Nimmer Dor is het nog maar de vraag of en hoeveel betaalbare woningen gerealiseerd zullen worden.

Wilschut wilde bij de Nordlaan dan ook niet toegeven. Gelijk heeft hij. Op deze manier is niet te voldoen aan de opdracht. Die heeft de gemeenteraad zelf opgesteld. In 2010 moeten er 1100 woningen zijn bijgebouwd, waarvan 50% in de categorie betaalbaar. En vervolgens geeft dezelfde gemeenteraad niet de mogelijkheid om de opdracht uit te voeren.

Na een langdurige schorsing van de raadsvergadering werd duidelijk dat de coalitie van PvdA, VVD, CDA, GroenLinks en CU scheuren vertoont. En dat Wilschut er ook genoeg van heeft. Volgens mij werd nog net voorkomen dat hij het bijltje erbij neergooit.

Hier speelt ook Hart van Dieren mee. Wilschut zal waarschijnlijk op moeten stappen omdat de bestuurlijke controle van Hart van Dieren heeft gefaald. Dan maakt het nu niet meer zoveel uit hoe hij handelt. Dat maakt hem nu even onafhankelijker van de grappen en grollen van de raad. Hij pikt het niet meer. Maar zo had hij al veel eerder tegen de raad moeten optreden.

Niet alleen Wilschut heeft genoeg van het dwarsliggen van de raad maar de VVD en het CDA hebben ook genoeg van Wilschut. Ook hier speelt Hart van Dieren mee. Van een verliezer moet je je zo snel mogelijk distantiëren lijken de VVD en het CDA te denken.

Zij vergeten echter dat zij daar zelf ook voor verantwoordelijk zijn. Zowel voor het falende Hart als voor de poppenkast rond de bouwplannen.

De Rhedense VVD ontwikkelt zich steeds meer als een partij die het moet hebben van de VVD-nimby’s, het welbegrepen particuliere eigenbelang van de omwonenden. Zodra een verongelijkte burger zijn vinger opsteekt komt buikspreekpop VVD in het geweer.

En de murmelende, vrijwel onverstaanbare woordvoerder van het CDA blinkt vooral uit door het stellen van vragen in plaats van het geven van een mening. Het CDA vergeet toch hopelijk niet dat in een vorige coalitie CDA-wethouder Jan Jansen verantwoordelijk was voor het bouwvolume van die 1100 woningen? En dan nu even dwars gaan liggen?

Misschien is het een idee om “Bouwen en wonen” en de “rotte kiezen” onder te brengen bij “die kapper uit Dieren”. VVD-wethouder Hans Elsenaar voert volgens mij geen klap uit. Over de rondweg in Laag Soeren hoor ik ‘m niet. En ik zie hem verder alleen nog op foto’s in de krant bij feesten en partijen.Of doet ie alleen voor spek en bonen mee? Is ie soms nu al ere-wethouder?

Het is wel sneu voor wethouder Wilschut. Het ligt ook wel ’n beetje aan de hemzelf. Hij had al die moeilijke dossiers wat beter moeten verdelen over zijn maatjes in het college. Terwijl hij zich kapot werkt op deze ondankbare onderwerpen lopen zijn collega's 'n beetje te lanterfanten. En zij ontspringen al lintjesknippend nu de dans.

Jammer van Hart van Dieren. Daar heeft hij, overigens samen met CDA-er van Haaren en de gemeenteraadsleden van de VVD, het CDA en de eigen PvdA, grote fouten gemaakt en dat heeft terecht consequenties.

Dus ik ben het politiek vaak niet met hem eens maar ik heb veel respect voor de inzet en de vechtlust van deze wethouder. Hij probeert het tenminste. Een mens met inhoud die niet bij iedere beslissing berekent hoeveel stemmen het kost of oplevert.

Ik zou het dan ook zeer onterecht vinden als hij sneuvelt over de woningbouw en de 50/50 regeling. Daarin steun ik 'm van harte.

En hij moet zich niet laten koeioneren door de vox-populi van de VVD en de wisselaars van het CDA. Zulke politieke vrienden kun je missen als kiespijn.

woensdag 31 oktober 2007

Wil Jan Bart de pijp aan maarten geven?

Gisteravond werd in de gemeenteraadsvergadering de kadernotitie Nordlaan behandeld.

Een door de VVD ingediend amendement om het aantal bouwlagen voor het project op het voormalige Aldi-terrein aan de Nordlaan terug te brengen van vier naar drie bouwlagen kon rekenen op de steun van een meerderheid in de raad inclusief de steun van coalitiegenoot CDA.

Wethouder Wilschut ontraadde dit amendement. Hij vreest dat in dat geval de projectontwikkelaar (Rabo-vastgoed) dan het terrein in de verkoop doet en dat er dan voorlopig niets met deze "rotte kies" gebeurt. En er dus ook geen betaalbare woningen worden gebouwd.

Alles wees erop dat de wethouder zijn poot stijf zou houden en dat zelfs de uiteindelijke consequentie, aftreden, een mogelijkheid was.

Tijdens een langdurige schorsing werd koortsachtig door de coalitiepartijen overlegd. Zij kwamen echter niet tot elkaar.

Het college van B&W kwam ook enkele malen bij elkaar en de burgemeester had de wethouder blijkbaar zover gekregen dat hij er nog een nachtje over zou slapen.
De kadernotitie over de Nordlaan werd dan ook aangehouden. Er werd dus geen beslissing genomen.

Duidelijk is dat de VVD en het CDA zich weinig meer aantrekken van deze wethouder.
En dat Jan Bart Wilschut zich daarvan bewust is.

Het zou me niet verbazen als hij er bij de eerste de beste gelegenheid de brui aan geeft. Volgens mij was het vanavond bijna zover.

dinsdag 30 oktober 2007

Administratief/financieel?

In het interne ondezoek van de stuurgroep wordt een onderscheid gemaakt tussen “administratief/financiële” issues en “sturing door de stuurgroep HvD”.

Een poging om de inschattingsfouten die juist veelal politiek gemotiveerd zijn af te doen als “administratief/financieel” zal de suggestie wekken dat het niet aan de stuurgroep en de politici ligt maar aan het kantoor: de projectorganisatie.

Onderstaand ’n paar mogelijke (enigszins ironisch bedoelde) antwoorden op de vragen uit de catagorie “administratief/financieel”.

1)Is bij de businesscase 2005 uitgegaan van de juiste uitgangspunten en zijn effectieve methodieken gehanteerd om tot een begroting te komen.

Antwoord: Ja natuurlijk is er van de juiste uitgangspunten uitgegaan. Het allereerste uitgangspunt was acceptatie van de plannen in het politieke besluitvormingstraject.
Daarvoor hebben we onder andere marktdruk geintroduceerd. Dat leverde al wat miljoenen op. De politiek had er al voor gezorgd dat de indruk ontstond dat vanuit de regio zo’n 70 miljoen zou worden bijgedragen. Dat werden er maar 45. Zo ga je al snel naar de 40 miljoen. Oeps, toevallig in de orde van grootte van het tekort.
Maar ja, we moesten wel hè.

En wat is een businesscase. In februari 2005 dachten we nog dat het 126 miljoen zou kosten. Maar we hadden gewoon geen geld genoeg. Dus we hebben ’n beetje creatief gerekend. Kwamen we in april 2005 toch nog op 104,5 miljoen uit.

Best knap en ’n prima uitgangspunt toch? Voor dat geld moesten we het doen. Hoeveel het plan echt zou kosten was iets om later het hoofd over te breken.
Nogmaals, de politiek vroeg en wij leverden. De vraag hoort dus thuis onder de noemer: sturing door de politiek.

De gebruikte methodiek staat overigens ook wel bekend onder naam DIMDIW; duim in de mond, duim in de wind.


2) Welke externe omstandigheden hebben de uitkomsten van de businesscase 2005, vanaf 2005, beïnvloed en wat zijn de gevolgen hiervan voor de raming.

Antwoord: Ach ja, de wereld ziet er altijd anders uit dan je denkt? Zo had ProRail in 2003 al een heel ander beeld dan wij, adviseurs en ambtenaren.

Uit de alternatievenstudie van 2003 blijkt dat de planners van Pro Rail heel afwijkende uitkomsten (hogere kosten) kregen over bepaalde varianten dan de ambtenaren en de consultants. Maar dat kon niet anders.

Oorzaak: zie antwoord vraag 1, het zo gunstig mogelijk voorstellen van de kosten. Dus ook dit is een politieke vraag.


3)Hadden deze omstandigheden vooraf kunnen worden voorzien en is hier rekening mee gehouden bij het opstellen van de businesscase 2005.

Antwoord: Ja, natuurlijk hadden we deze omstandigheden al lang voorzien. Maar dat is normaal toch. Dat gaat in ieder project zo. En daar gaat ’t niet om. Waar het om gaat is dat je het project door de besluitvorming moet zien te krijgen. Later kom je met betere cijfers op de proppen.

Dat raadslid in Rheden die al in 2005 over externe controle begon te zeuren kon gelukkig geen kwaad. De meeste andere vrijetijdspolitici hielden zich keurig aan de regels en hebben braaf hun kop in het zand gestoken. Zoals het hoort! Alle complimenten daarvoor
.

4) Is bij de risicoinventarisatie 2005 rekening gehouden met deze omstandigheden en zijn adequate maatregelen benoemd. Zijn deze maatregelen ook toegepast.

Antwoord: Risicoinventarisatie? De grootste risico’s zijn politici, lastige burgers, belangenverenigingen en jullie met je stomme vragen. Denk je dat we helderziend zijn of zo? En over welke maatregelen heb je het?

5)Is de administratieve en financiële administratie op orde en zijn de juiste instrumenten ingezet voor de sturing en de beheersing van het project.

Antwoord: Ja natuurlijk is de financiële administratie in orde. We moesten één keer per kwartaal rapporteren. Je hebt ’n pot met geld en je hebt facturen. Die betaal je en je noteert de bedragen.

In de afgelopen jaren hebben we zeker twee rapportages opgeleverd. Dus dat hebben we keurig gedaan hoor. En dat die rapportages niet aansluiten op de businesscases is een detail. Daar moet de rekenkamercommissie van Rheden niet over zeuren. Die amateurs kunnen we overigens best hebben. Kluitjes voor het riet zijn er genoeg.

Als die stomme burgers nu ook nog hun mond houden dan zouden wij eindelijk eens aan het werk kunnen gaan. Die zijn trouwens wel even verantwoordelijk voor het tekort. Slap inspraakgeklets en workshops. Wat ’n verspilling! Maar ja, er zijn collega’s die daar weer aan kunnen verdienen.

En instrumenten voor de projectadministratie? Dat weet de stuurgroep toch? Waarom vraag je het niet aan hen. De stuurgroep was het altijd met ons eens.


6)Heeft rapportage volledig en tijdig plaats gevonden.

Antwoord: dat zeg ik toch. We hebben zeker twee keer gerapporteerd. Per keer wel twee tot vier A4-tjes. En de stuurgroep was daar uiterst tevreden over.

7) Hoe moet de kwaliteit van de bijstelling van de raming worden beoordeeld (uitgangspunten, criteria).

Antwoord: dat moet je mij niet vragen? Formuleer eerst maar ‘ns wat kwaliteit is?

Moraal van het verhaal.
Het zo gunstig mogelijk voorstellen van kosten en baten is een bekend politiek fenomeen. Liegen om een project geaccepteerd te krijgen loont (Flyvbjerg). En vervolgens volgt (politieke) verstrikking in de optimistische scenario’s.

En de administratie en projectbeheersing was gewoon slecht. Er werd niet op tijd gerapporteerd, de rapportages waren niet transparant, leverden geen houvast en sloten niet aan op de businesscase. Oncontroleerbaar. En daarvoor was de stuurgroep de eerstverantwoordelijke.

De scheiding in onderzoeksgebieden tussen “administratief/financieel” en “Sturing door de stuurgroep HvD” is dan ook kunstmatig en bedoeld om de schuldvraag te spreiden en de schuld voor het administratieve falen vooral bij de projectorganisatie neer te leggen. Het zal best zijn dat de projectadministratie en de financiële planning niet in orde waren maar dat was allemaal boven water gekomen als mijn voorstellen voor een strikt rapportageprotocol en externe controle in 2005 waren geaccepteerd.

De stuurgroep is en blijft gewoon volledig verantwoordelijk voor de projectbeheersing, de projectorgansiatie, de aanpak, de adminsitratie en de financiën: gewoon voor ALLES verantwoordelijk. En het helpt niet als je ’n paar ambtenaren of consultants als zondebok aanwijst. Dat is juist een extra teken van zwakte.

En voor de volledigheid: 23 van de 27 Rhedense gemeenteraadsleden hebben door hun afwijzing van het rapportage- en controleprotocol in 2005 hun controlerende plicht eveneens ernstig verzaakt.


De categorie vragen "sturing door de stuurgroep HvD" laat ik even voor wat ze zijn.

En wat mij betreft. Het valt me steeds moeilijker om dit circus nog serieus te nemen.

zondag 28 oktober 2007

Opdracht interne audit Hart van Dieren

Een primeurtje. Met dank aan Martijn Leisink van de D66 statenfractie.

Onderstaand de volledige opdrachtformulering voor het interne onderzoek van project Hart van Dieren die in opdracht van de stuurgroep (gedeputeerde van Haaren en wethouder Wilschut) wordt uitgevoerd.

We weten dat onze bestuurders niet erg van pottenkijkers houden.

Dat blijkt ook nu weer want het op 22 oktober 2007 gedateerde document is alleen bedoeld voor Provinciale Staten en Gedeputeerde staten van de provincie Gelderland, Directie ProRail en de Gemeenteraad,het College van B&W van de gemeente Rheden en de stuurgroep.

Daar denk ik iets anders over en ik ben blij dat ik deze informatie met jullie kan delen. Uiteraard is commentaar van harte welkom.




1 Inleiding

1.1 Doel van het document
De stuurgroep Hart van Dieren heeft verzocht een nader onderzoek in te stellen naar de kwaliteit van de administratieve, financiële en bestuurlijke aspecten bij het project Hart van Dieren.

In dit document wordt de opdrachtformulering uiteengezet, die ná de vaststelling door de stuurgroep Hart van Dieren als opdracht geldt voor het uitvoeren van het onderzoek door het onderzoeksteam.

1.2 Lezerskring
- Provinciale Staten en Gedeputeerde staten van de provincie Gelderland, Directie ProRail en de Gemeenteraad en het College van B&W van de gemeente Rheden.

- Stuurgroep Hart van Dieren (ter vaststelling) opdrachtgever

2 Onderzoeksbeschrijving
Dit hoofdstuk geeft een nadere uitwerking van de aanleiding van het onderzoek en gaat nader in op de doelstellingen en de onderzoeksvragen die centraal staan in het uit te voeren onderzoeken.

Tevens geeft dit hoofdstuk inzicht in de randvoorwaarden voor het onderzoek, het type onderzoek en de wijze waarop zal worden gerapporteerd over de uitkomsten van het onderzoek.

2.1 Aanleiding
Situatieschets
Begin september is vanuit het projectbureau Hart van Dieren richting de betrokken partijen (provincie Gelderland, ProRail en gemeente Rheden) kenbaar gemaakt dat er sprake is van een forse verschillen in de Businesscase 2007 in vergelijking tot de oorspronkelijke Businesscase 2005.

De Businesscase 2007 is een actualisatie van de Businesscase 2005 en is uitgevoerd door het projectbureau Hart van Dieren in opdracht van de genoemde partijen. De Businesscase 2007 laat een fors, geraamd, tekort zien op de oorspronkelijke begroting van de Businesscase 2005.

Op grond van de huidige inzichten bedraagt dit tekort nu circa € 42 miljoen. Het tekort is aanzienlijk te noemen, zeker gezien de totale omvang van het project dat in de Businesscase 2005 is geraamd op circa € 100 miljoen.

Afgelopen periode zijn verschillende signalen afgegeven en zijn verwachtingen gewekt die korte tijd daarop moesten worden bijgesteld. Zo is in de stuurgroepvergadering
van 29 juni 2007 door het Projectbureau nog melding gemaakt van een geraamd tekort van een veel geringere omvang dan nu bekend is geworden.

Ook wordt door de stuurgroep de betrouwbaarheid van de begrotingscijfers in de concept-businesscase 2007 ter discussie gesteld. Dit wordt ondermeer ingegeven door het aantal wijzigingen dat recentelijk in dit concept is aangebracht.

2.2 Doelstellingen en onderzoeksvragen
Kort samengevat kan de doelstelling van het onderzoek als volgt worden
omschreven:

Het verkrijgen van inzicht in de kwaliteit van de administratieve, financiële en bestuurlijke aspecten bij het project Hart van Dieren, alsmede de juistheid, tijdigheid en volledigheid van de informatievoorziening, naar aanleiding van het tekort op de raming van de Businesscase 2005 zoals blijkt uit de Businesscase 2007.

Om inzicht te krijgen in de Centrale Onderzoeksvraag, dient een antwoord op de
volgende onderzoeksvragen te worden gegeven:

Administratief/financieel:
 Is bij de businesscase 2005 uitgegaan van de juiste uitgangspunten en zijn
effectieve methodieken gehanteerd om tot een begroting te komen.

 Welke externe omstandigheden hebben de uitkomsten van de businesscase
2005, vanaf 2005, beïnvloed en wat zijn de gevolgen hiervan voor de raming.

 Hadden deze omstandigheden vooraf kunnen worden voorzien en is hier
rekening mee gehouden bij het opstellen van de businesscase 2005.

 Is bij de risicoinventarisatie 2005 rekening gehouden met deze omstandigheden
en zijn adequate maatregelen benoemd. Zijn dezemaatregelen ook toegepast.

 Is de administratieve en financiële administratie op orde en zijn de juiste instrumenten ingezet voor de sturing en de beheersing van het project.

 Heeft rapportage volledig en tijdig plaats gevonden.

 Hoe moet de kwaliteit van de bijstelling van de raming worden beoordeeld (uitgangspunten, criteria).

Sturing door de Stuurgroep HvD
 Is de samenwerkingsovereenkomst duidelijk over inbreng van nieuwe elementen in het project en over het in beeld brengen van de consequenties hiervan.

 Hoe is invulling gegeven aan de afspraken uit de samenwerkingsovereenkomst/ businesscase 2005.

 Hoe is de besluitvorming in de stuurgroep, in relatie tot de samenwerkings-overeenkomst, tot stand gekomen, op basis van welke
afwegingen.

 Is de risicoinventarisatie door de stuurgroep vastgesteld en zijn de maatregelen die voortvloeien uit de risicoanalyse door de stuurgroep tijdens het proces gehanteerd.

 Hoe zijn eventuele (financiële) meevallers ingezet en is dit gebeurd conform de samenwerkingsovereenkomst.

 Is de raming tijdens het proces bijgesteld op basis van de besluiten van de stuurgroep, wat is de invloed hiervan geweest op de geraamde tekorten en is de stuurgroep hierover geïnformeerd.

 Zijn de randvoorwaarden/uitgangspunten van het project strikt bewaakt, zijn
voorgestelde wijzigingen geanalyseerd op beheersbaarheid en zijn de consequenties van deze wijzigingen in beeld gebracht.

 Heeft de stuurgroep maatregelen getroffen om tijdig te kunnen sturen op externe invloeden en ontwikkelingen.

 Heeft besluitvorming plaats gevonden conform de planning en conform de
uitgangspunten van de samenwerkingsovereenkomst.


Beoogd effect
Partijen in de stuurgroep beogen lering te trekken uit dit onderzoek en de bevindingen en de aanbevelingen te betrekken bij het vervolg van het project HvD
en bij toekomstige grote infrastructurele en gebiedsontwikkelingsprojecten.

De urgentie is: hoog

2.3 Type onderzoek
Het onderzoek kan worden gekenmerkt als een probleemsignalerend en probleemanalyserend onderzoek. Er wordt hier een onderzoek uitgevoerd naar de
problematiek en de oorzaken die hier aan ten grondslag liggen.

2.4 Randvoorwaarden
Belangrijkste randvoorwaarden voor het succesvol uitvoeren van het onderzoek en
het verkrijgen van betrouwbare informatie op de onderzoeksvragen zijn:

- Volledige medewerking aan het onderzoek door alle betrokken partijen;

- Verkrijgen van voldoende middelen voor het inzetten van externe expertise voor zover het onderzoeksteam deze nodig acht;

- Het verkrijgen van voldoende tijd om een zorgvuldig en gedegen onderzoek te kunnen uitvoeren;

- Voldoende samenwerking tussen de leden van het onderzoeksteam;

- Ter bevordering van de onafhankelijkheid van het onderzoek en de objectiviteit in de oordeelsvorming in deze, dient na de vaststelling van de onderzoeksopdracht geen interventie vanuit de stuurgroep en/of deelnemende partijen plaats te vinden. Tevens kunnen de leden van het onderzoeksteam niet worden aangesproken op hun functioneren in het onderzoeksproces;

- Ter bevordering van de doorlooptijd dient voldoende facilitaire ondersteuning te worden geboden. Deze ondersteuning is benodigd voor onder meer het vastleggen van de te houden interviews.

2.5 Risico’s
Bij het uitvoeren van onderzoeken en het trekken van conclusies uit het onderzoek
bestaat altijd een zeker risico op onjuistheden en onvolledigheden in het rapport.
De risico’s hierop dienen zoveel als mogelijk te worden beperkt. Een goede invulling van de hierboven genoemde randvoorwaarden is hierbij van het grootste belang.
Ter zake het volgende:

 Op voorhand kan worden gesteld dat de leden van het onderzoeksteam, werkzaam bij een van de betrokken organisaties (controllers), in welke vorm dan ook een betrokkenheid hebben, immers kunnen de partijen (medewerkers) van de organisatie waar ze werkzaam zijn, worden geschaad.

 Voor zover sprake is van onvoldoende tijd om het onderzoek uit te voeren, kan dit leiden tot onjuistheden in de bevindingen en conclusies. Immers kan dan in onvoldoende mate de vereiste informatie verkregen worden die nodig is voor een goede oordeelsvorming;

2.6 Beperkingen
Zoals blijkt uit de beschrijving van de doelstelling en de onderzoeksvragen richt
het onderzoek zich uitsluitend op het verkrijgen van inzicht in de oorzaken van het
geraamde tekort op basis van feiten. De onderzoeksvragen zijn hierop gebaseerd.

Het onderzoek is vooralsnog geen contra-expertise op de inhoudelijke onderbouwing van de begroting. Hiervoor zijn door het projectbureau gespecialiseerde externe bureaus ingeschakeld. De uitkomsten hiervan zijn op dit moment nog niet bekend. Indien gedurende het onderzoek naar het oordeel van de auditors twijfels ontstaan over de kwaliteit van de begroting kan aanvullend onderzoek worden verricht.

2.7 Rapportering
De rapportage kenmerkt zich door betrouwbaarheid, voorzover kan worden geopereerd binnen de hierboven genoemde randvoorwaarden. Dit betekent dat de conclusies en aanbevelingen altijd terug te herleiden zijn tot de bevindingen.

Bij het rapporteren zal er naar worden gestreefd dit op hoofdlijnen te doen, met behoud van betrouwbaarheid. Alleen de voor de oordeelsvorming relevante
informatie zal worden opgenomen in de rapportage.

Nadat het eerste concept van de rapportage gereed is, zal deze worden besproken met de stuurgroep. De verantwoordelijkheid van de rapportage berust derhalve bij het onderzoeksteam.

Voor zover zich omstandigheden voordoen die relevant zijn voor de voortgang en de uitkomst van het onderzoek zullen deze direct bij de stuurgroep worden neergelegd. Hier kan sprake van zijn op het moment dat de genoemde randvoorwaarden niet worden ingevuld, bijvoorbeeld voor zover niet de nodige medewerking wordt verkregen dan wel niet de vereiste informatie wordt overlegd.

Alvorens de definitieve rapportage aan de stuurgroep wordt aangeboden, krijgt de projectdirecteur Hart van Dieren gelegenheid om zijn reactie te geven op de feiten en bevindingen van het onderzoek. Deze reactie wordt als bijlage opgenomen in de rapportage. Na de behandeling in de stuurgroep krijgt de rapportage de openbare status.

3 Plan van aanpak
Het onderzoek doorloopt de volgende fasen:

 Oriëntatiefase;

 Onderzoeksfase;

 Rapporteringfase.

De hier genoemde onderzoekfasen zullen hieronder nader worden toegelicht, waarbij teven een tijdsindicatie wordt gegeven. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een samenvattende planning van het totale onderzoeksproces.

3.1 Oriëntatiefase
In de oriëntatiefase wordt een verkennend onderzoek uitgevoerd dat erop is
gericht om alle informatie te verkrijgen die nodig is voor het uitvoeren van een
deugdelijk onderzoek en hierop gebaseerde oordeelsvorming. In de oriëntatiefase
zullen de volgende stappen worden doorlopen:

 Gesprekken met de ‘keyplayers’ in het proces die erop zijn gericht om een eerste beeldvorming te verkrijgen over het proces van de totstandkoming van de Businesscase, alsmede inzicht te verkrijgen in de informatie die beschikbaar en benodigd is. Tevens zal uit die gesprekken moeten blijken welke betrokkenen van het onderzoek geïnterviewd moeten gaan worden;

 Dossieronderzoek gericht op de verzameling van de broninformatie die bepalend is voor het verder verzamelen van informatie in de onderzoeksfase, alsmede het gericht selecteren van betrokkenen die zullen worden geïnterviewd;

 Het plannen van de interviews met betrokkenen in het proces.

De oriëntatiefase sluit af met een nadere uitwerking en planning van de onderzoeksfase. Voor zover dit nodig wordt geacht door het onderzoeksteam zal overleg plaatsvinden met de stuurgroep, bijvoorbeeld als een tijdsoverschrijding dreigt.

3.2 Onderzoeksfase
In deze fase wordt het daadwerkelijke onderzoek uitgevoerd. De volgende stappen
zullen hierbij worden doorlopen:

 Met alle, in de oriëntatiefase geselecteerde, betrokkenen zullen interviews worden afgenomen. Deze interviews zijn erop gericht om alle voor het onderzoek relevante informatie te verkrijgen, alsmede een beeld te krijgen over het verloop van het proces tot dan toe. Van de gevoerde gesprekken zullen gespreksverslagen worden gemaakt, welke ter bevestiging en ter tekening worden voorgelegd aan de geïnterviewden;

 In de onderzoeksfase zullen de dossiers van Hart van Dieren verder worden bestudeerd op informatie die benodigd is voor het verkrijgen van antwoorden op de hierboven genoemde onderzoeksvragen.

3.3 Rapporteringfase
In de rapporteringfase wordt de verkregen informatie uit de onderzoeksfase vastgelegd in een rapportage. De rapportage wordt opgesteld door het onderzoeksteam en zal de volgende opbouw kennen:

 Opdrachtformulering;

 Beschrijving van de uitvoering van de opdracht;

 Bevindingen voortkomend uit het onderzoek met de hierbij benodigde onderbouwing (feiten, beweringen e.d.);

 Conclusies, welke zijn gebaseerd op de bevindingen van het onderzoek;

 Aanbevelingen, welke zijn gebaseerd op de conclusies van het onderzoek.

Overigens zal in de rapporteringfase tijd moeten worden gereserveerd voor het
mogelijk nader verifiëren van feiten en beweringen uit het onderzoek, alsmede het
verkrijgen van aanvullende informatie die mogelijk nog ontbreekt.

3.4 Planning
Vooralsnog wordt uitgegaan van een doorlooptijd van het onderzoek van zeven weken. Het tijdstip van afronding van het onderzoek wordt bepaald door de datum dat daadwerkelijk kan worden gestart met het onderzoek.

4 Organisatie onderzoek
Hieronder wordt de organisatie binnen en rondom het onderzoek weergegeven.

Om de onafhankelijkheid en de kwaliteit van het onderzoek te waarborgen zal een externe ‘lead auditor’ worden aangesteld.

4.1 Rollen en Verantwoordelijkheden
Voor het onderzoek zijn de volgende rollen van belang:



De onderstaande tabel geeft een beschrijving over de verantwoordelijkheden per
rol weer.



Relevante documenten (met versienr.)
- lijst wordt nog opgesteld
-
-
-

4.2 Planning
Start onderzoek: 25 september 2007

Concept rapportage: medio november

Vaststelling rapportage: eind november

Capaciteit:

Lead Auditor 100 uur

Controllers: 120 uur elk

Ondersteuning (inhoudelijk): PM

Ondersteuning (secretarieel): 100 uur

5. Financiële inspanning
De kosten voor uitvoering van dit onderzoek zullen worden ingebracht in de totale kosten van het project Hart van Dieren. De kosten zullen worden gedragen door
de deelnemende partijen.

Vooralsnog bestaat geen goed inzicht in de kosten die verband houden met de inhuur van externe expertise. Verwacht mag worden dat deze kosten in de bandbreedte van € 15.000 tot € 30.000 zullen vallen.

==============================================================
HIERONDER STAAN AFBEELDINGEN VAN ALLE PAGINA'S VAN DE OPDRACHT
KLIK OP 'N AFGEBEELDE PAGINA OM TE VERGROTEN

==============================================================






























Silence is golden

Vanuit de politiek en het gemeentehuis blijft het opvallend stil rond Hart van Dieren. Men is blijkbaar zo “verbijsterd” dat nog steeds geen woorden zijn gevonden.

En ja, het is een oude politieke wijsheid: "je moet stil blijven zitten als je wordt geschoren"

Onze kapper uit Dieren kan daarover meepraten.

Zowel de bestuurders als de raadsleden hullen zich in stilzwijgen. Zij laten zelfs expliciete uitnodigingen van de lokale pers om hun visie en standpunten ten aanzien van de ontwikkelingen in het project aan de lezers (hun kiezers) toe te lichten aan zich voorbij gaan.

Anders geven de dames en heren altijd graag hun mening maar nu zijn ze niet zo happig. Ze hebben blijkbaar niets te melden. In plaats daarvan worden we getracteerd op foto’s van wethouders op caranavalsbijeenkomsten en met blinddoeken voor.
Wel mooie metaforen trouwens. Kan ik nog 'ns gebruiken.

Dinsdag 30 oktober staat de opdracht voor het externe onderzoek naar het financiële tekort op de agenda van de raadsvergadering. De meeste stukken voor deze raadsvergadering staan al weken op de website maar het voorstel voor de opdracht was er op vrijdag 26 oktober nog steeds niet te vinden. U maakt mij niet wijs dat dat voorstel nog niet bekend is. Ik begrijp het wel hoor. Openheid is natuurlijk leuk voor de mensen mooi maar er zijn grenzen.

En hoe de opdracht voor het interne onderzoek van de stuurgroep hebben de gemeenteraadsleden zeker per mail ontvangen. De burger hoeft het immers allemaal niet te weten. Die veroorzaakt alleen maar last.

Dat onderzoek zou trouwens uiterlijk 6 tot 8 weken na de raadsvergadering van 25 september zijn afgerond. Dus dan kunnen we de resultaten tussen 6 november en uiterlijk 20 november tegemoet zien. Ik zeg het hier maar even. Ter herinnering.

Ik ben benieuwd hoe het nu staat met de openbaarheid van de informatie. In de notulen van de raadsvergadering van 25 september staat:
- Het college zal in de eerstvolgende vergadering met de stuurgroep het nut en de noodzaak van het openbaar maken van de stukken bespreken. Daarbij zal gelijk worden meegenomen of met de vertrouwelijkheid anders kan worden omgegaan.
- Het college zal in de stuurgroep de discussie voeren over hoe met de businesscase en met de cijfers in het vervolg om te gaan en zal in de volgende raadsvergadering daar antwoord op geven.
- Het college zal in de stuurgroep pleiten voor het openbaar maken van alle stukken die voor de gemeenteraad noodzakelijk zijn haar werk goed te kunnen doen.

Ziet u dat er staat “het college” en niet “de wethouder”. Allemaal subtiele pogingen om de verantwoordelijkheid te spreiden en de wethouder zoveel mogelijk uit de wind te houden. Als straks de zwarte pieten op tafel komen dan is die eenheid natuurlijk snel gesmolten.

De toezeggingen zijn overigens zo vaag mogelijk. En de gemeenteraad laat de wethouder hiermee wegkomen.

Het is nu al meer dan twee maanden geleden dat de gemeenteraad is geïnformeerd over het tekort. Maar onze volksvertegenwoordigers hebben nog steeds niet geleerd dat openheid in deze omstandigheden de enige manier is om het vertrouwen in de politiek niet verder te laten afbrokkelen.

Deze gemeenteraad loopt aan de leiband van de projectwethouder voor Hart van Dieren. En de wethouder wacht weer op een fluitje vanuit Arnhem voordat hij het volgende woord zegt.

En de dames en heren volksvertegenwoordigers hebben geen boodschap aan verontruste burgers. Die zijn alleen maar lastig en nieuwsgierig.

zaterdag 27 oktober 2007

Stalag Zehn B

'n Gedicht van Jan Theuninck

"Stalag Zehn B"
le feldwebel est devenu général
le docteur du camp, professeur
et nous les juifs - c'est banal -
on est resté juif - pas d'erreur
ORC(°1954)

"Stalag Zehn B"
the feldwebel became a general
the camp doctor, a professor
and we the Jews - it's banal -
we stayed Jewish - no error.
ORC(°1954)

"Stalag Zehn B"
Der Feldwebel ist General geworden,
Der Arzt des Lagers, Professor,
und wir, die Juden - es ist banal -
wir sind jüdisch geblieben - keinen Zweifel!
ORC(°1954)

Handleiding reacties

Een handleiding voor het plaatsen van reacties.

Het lijkt veel werk maar er zijn maar ’n paar muisklikken nodig om ’n reactie te plaatsen. Als u het eenmaal ’n keer hebt gebruikt dan gaat het allemaal heel snel. Als iets niet duidelijk genoeg is of u hebt verbetersuggesties dan hoor ik het graag. Het liefst via een reactie natuurlijk maar u kunt ook ’n mailtje sturen of mij even bellen.

Klik op de titel om naar de bijbehorende uitleg te gaan.

Naar het reactiescherm (1)

Naar het reactiescherm (2)

ANONIEM reageren

Reageren met naam afzender (OVERIGE)

Reageren als GOOGLE/Blogger gebruiker

Terug naar de startpagina

Terug naar het berichtscherm

Reactie eerst zelf beoordelen via de voorbeeldoptie

Originele bericht op reactiescherm weergeven

Het gebruikte voorbeeld: Voetafdruk dinosaurus gestolen in Zwitserland

vrijdag 26 oktober 2007

Planschade

Op 5 november treedt de professor op in Theotorne.
Ik heb even wat recensies van zijn boek opgezocht en bewerkt. E natuurlijk nog wat commentaar van mijzelf.

De prof legt in "Echte economie" boek uit dat “economie” en “geld en markt” niet hetzelfde zijn. Bij economische beslissingen moeten ook bredere maatschappelijke effecten meewegen. Ook als ze niet direct meetbaar zijn. Je kunt investeringen in onderwijs niet direct vertalen in financieel rendement. Maar dat wil nog niet zeggen dat je die investeringen achterwege moet laten.

Of het wetenschappelijk onderzoek alleen ondersteunen als de resultaten toepasbaar moeten zijn en voldoende financieel voordeel opleveren. Of als scholen alleen nog worden afgerekend op het aantal diploma’s dat ze produceren en daardoor kwaliteit en integriteit onder druk komen.

Professor Heertje vindt dat de moderne economie scheefgroei vertoont door de fixatie op geld en markt en door overspecialisatie. Niet-meetbare grootheden als milieu, natuur en behoud van cultureel erfgoed horen ook tot de economie.

Milieu is natuurlijk prima. Die andere twee zaken bezorgen me wel ’n paar kriebels. Vooral als ik kijk naar de gang van zaken in deze gemeente. Hier lijkt het soms wel of economie gelijk staat aan particulier hobbyisme (Rhederhof) en plat nimby- gedrag (Beekhuizen, Nimmer Dor)

Zorgvuldig omgaan met de natuur en met cultureel erfgoed is noodzakelijk. Wel in balans met de menselijke behoeften. Als dhr H. ook nog andere niet-meetbare grootheden als bijvoorbeeld welzijn, sociale rechtvaardigheid, recht, gelijkwaardigheid, duurzaamheid, democratie en de menselijke maat in zijn beschouwingen meeneemt vindt ik het best.

Hij heeft met zijn column en zijn gezag Hart van Dieren op een grotere kaart gezet. Daar ben ik ‘m dankbaar voor. Als hij dat deel volgende week maar niet vergeet en niet in zijn eigen valkuil stapt door alleen oog te hebben voor de promotie en de verkoopcijfers van zijn boek.

Daarnaast heb ik nog ’n aanrader voor ‘m. De inspanningen van de Stichting Duurzame A12 passen perfect in zijn ideeën over de economie en maatschappelijk rendement.

Professor kijk daarvoor even op www.stichtingduurzamea12.nl en het dossier over de Stichting Duurzame A12 op mijn weblog. (komt er morgen op).

Jammer, maar Jan Bart Wilschut en de kapper uit Dieren zullen volgende week waarschijnlijk niet in de zaal zitten. Ze zijn dan druk aan het vergaderen in De Steeg.

Misschien is Marijke van Haaren wel aanwezig. Dan kan ze de professor mooi lik op stuk geven. Zowel op ’t Hart als op de A12.

Die extra oplagecijfers heeft Heertje overigens wel weer te danken aan Jan Bart en Marijke. Zonder hun voortreffelijke sturing had de professor geen onderwerp voor zijn column gehad.

Dus een bedankje van de professor aan deze bestuurders moet er af kunnen.

Van mij mogen Jan Bart Wilschiut en Marijke van Haaren dit succesje dan op hun conto schrijven. Als ze het maar niet verrekenen met de projectkosten.

En de lokale boekeneconomie wordt ook nog eens ondersteund. Ik ben nu wel moreel verplicht om professor Heertje z’n boek te kopen. En te lezen uiteraard.

Kost het Hart mij nog geld ook. Nog ’n direct slachtoffer van Hart van Dieren.

En bovendien moet ik uitkijken dat de professor niet met ons Hart aan de haal gaat. Dan heb ik weer veel minder om me druk over te maken.

Zou ik daarom aanspraak kunnen maken op planschadevergoeding?

Ik voel me steeds beroerder.

Tot ziens in Theotorne. Of zal ik toch maar naar de begrotingsbehandeling gaan? Ik wil de verhalen van de fractievoorzitters bij die vergadering nog wel even doorvlooien.

donderdag 25 oktober 2007

Help....de professor komt!

Hoe wonderlijk kan alles toch gaan.

De column van professor Arnold Heertje over Hart van Dieren heeft lokaal een grote impact gekregen. Hij schrijft niet veel anders of meer dan verschillende mensen (waaronder ik) al jaren doen maar zijn gezag geeft alles een zwaardere lading.

En zijn column heeft ook weer veel schrijfmateriaal opgeleverd. Voor het Streekjournaal, de Regiobode, de Gelderlander, voor Nel Son, Maarten Vreugdenhil, Desiderius Antidotum, Caroline Laboyrie, voor al die mensen die reageerden en voor mij en mijn weblog Politiek Rheden natuurlijk.

Dat maakt ons schatplichtig aan de professor.

Nu komt die Heertje ook nog hierheen. Op 5 november om 20:00 uur in Theotorne.
En zo levert Hart van Dieren toch nog ’n onverwacht economisch voordeeltje op. Voor de professor, de Bruna en Theotorne.

De professor en de boekwinkel zien het Hart als een mooi opstapje om Heertjes boek te promoten. Tja, de een z’n dood is de ander z’n brood.

Zou Heertje dat nu na iedere column doen?
Een column schrijven over een lokaal probleem en dan vervolgens z'n producten aan komen prijzen?

Op een slimme manier via verschillende kanalen (internet en rechtsreeks) zijn boeken marketen en verkopen. Multichanneling heet dat.
Vast wel. Daar is ie tenslotte econoom genoeg voor.

Over gebrek aan belangstelling zal hij in ieder geval niet te klagen hebben.

De professor komt om z’n boek te promoten maar hij gaat vast nog iets zeggen over het Hart. En kan zo het nuttige met het aangename verenigen.

Ik zal ‘m morgen nog ’n ander aardig onderwerp aan de hand doen. Kan ie mooi gebruiken bij zijn lezing.

Marijke en Jan Bart: Berg je! De professor komt!

woensdag 24 oktober 2007

Voorkeurspositie of dooie mus?

De gemeente is met Vivare overengekomen om ouderen uit Velp een voorkeurspositie te geven bij de toewijzing van huurwoningen in de nieuwbouwplannen Elsweiden en Velpsche Veste.

Ouderen die in Velp een sociale huurwoning achterlaten krijgen voorrang bij de toewijzing. Daarna komen overige ouderen aan de beurt.


Op zich een prima ontwikkeling. De woningen in deze gemeente dienen in de eerste plaats ten goede te komen aan de inwoners. Het lijtk erop dat er wel degelijk ruimte is om hier gemeentelijk invloed op uit te oefenen.

Maar zit hier soms een addertje onder het gras?
In het betreffende voorstel staat een zin die mij niet zo bevalt.
“Bij de woningtoewijzing wordt rekening gehouden met de begrenzing van lokaal maatwerk: dat wil zeggen dat maximaal 30% van de verhuringen in de gemeente Rheden als lokaal maatwerk kan plaats vinden.”

Dat betekent volgens mij dat de gemeente op 30% van de woningtoewijzingen invloed kan uitoefenen.

Dat doet bij mij een belletje rinkelen. En ik zou ik niet zijn als ik hier geen vraagteken bij plaats.
Heeft dit nou echt effect of worden we blij gemaakt met een dooie mus?

De vraag is of deze 30% al op natuurlijke wijze wordt gehaald.

Wordt bij woningtoewijzing in deze gemeente reeds vanzelf, dus zonder ingrijpen, al 30% van de huurwoningen toegewezen aan lokale inwoners?

Dat zou ik wel graag willen weten. Ik heb even geprobeerd uit te zoeken hoe de vork aan de steel zit. Daarvoor ben ik uitgegaan van cijfers uit het statistisch jaarboek 2006 van de gmeente Rheden. Ik zal u niet vermoeien met mijn redenering maar ik kom uit op een schatting dat 40% van de verhuizingen plaatsvindt binnen de gemeente. En ik heb geen reden om aan te nemen dat die 40% niet geldt voor de groep ouderen en (sociale) huurwoningen.

Of anders geredeneerd: 40% van de kandidaten voor de huurwoningen in Velpsche Veste en Eslweiden komen al uit de gemeente. Deze woningen zijn bedoeld voor ouderen. Dus bj een evenredige woningtoewijzing aan alle kandidaten wordt sowieso al 40% van de woningen aan inwoners uit de gemeente toegewezen.

Dus per 100 mensen die een woning in Velp zoeken komen er al 40 uit Velp zelf. Bij evenredige toewijzing zou dus logischerwijs ook 40% van de woningen bij Velpenaren terecht komen.

Dat werpt wel even een ander licht op die 30% reservering voor de lokale markt.

Die 30% wordt volgens mij namelijk al vanzelf gehaald, zonder extra sturing.

En dan rijst de vraag of we hier niet te maken hebben met symboolpolitiek. Een dooie mus?

Kan iemand mijn zienswijze onderschrijven of in een ander licht plaatsen?