Geef uw mening!
Stuur uw brieven, foto's, afbeeldingen, filmpjes of cartoons naar
theo.kooijmans@gmail.com
Maak het niet te bont. De redactie behoudt zich het recht voor om inzendingen zonder opgaaf van redenen te weigeren.

zaterdag 29 december 2007

Audit Stuurgroep - 4.3 Overige onderdelen

4.3 OVERIGE ONDERDELEN

De businesscase Hart van Dieren omvat naast de gebiedsontwikkeling en de infrastructuur ook andere onderdelen. Ook op deze onderdelen hebben zich ontwikkelingen voorgedaan die invloed hebben op de businesscase. Deze vatten we hierna samen.


4.3.1 Opdrachtgeverkosten

BC2005

In de BC2005 zijn de opdrachtgeverkosten niet als een afzonderlijk projectonderdeel benoemd, maar verdeeld over de zogenoemde blokken.
In de BC2007 zijn de opdrachtgeverkosten afzonderlijk opgenomen als onderdeel 2a en 2b.
Volgens de BC2007 worden de totale opdrachtgeverkosten nu geraamd op € 26,7 miljoen, terwijl in de BC2005 nog rekening werd gehouden met een totaal aan opdrachtgeverkosten van €18,4 miljoen. '

Aldus stijgen in vergelijking met de BC2005 de opdrachtgeverkosten in de BC2007 met in totaal € 8,3 miljoen. Het audit-team komt tot de volgende constateringen:
De kosten van de projectorganisatie stijgen met in totaal € 2,8 miljoen, waarvan in totaal € 2,0 miljoen betrekking heeft op de uitvoeringsfase (bron: verschillenanalyse).

In de BC2005 was rekening gehouden met de beëindiging van de projectorganisatie na de afronding van de planfase.

Mede gezien de aard van het project is het audit-team de mening toegedaan dat bij de start van de planfase ervan uit kon worden gegaan dat ook in de uitvoeringsfase een projectorganisatie in stand moest worden gehouden, óók na de gunning van het uitvoeringscontract infrastructuur en de biedingen voor de gebiedsontwikkeling. Dit in verband met de begeleiding en toezicht op de realisatie van het project.

Zouden ze in 2005 al voorzien hebben dat het project niet tot uitvoering komt. Dan hebben ze nog gelijk gekregen ook. Of dacht de stuurgroep dat het project wel uit zichzelf zou worden uitgevoerd.

Uit de BC2005 is niet te herleiden waar de raming van de kosten van de projectorganisatie van € 6,0 miljoen op is gebaseerd. Voor de overige componenten van de opdrachtgeverkosten (€ 12,4 miljoen) ontbreekt in de BC2005 eveneens een goed inzicht.

Snappen die onderzoekrs dat dan niet. Dat zijn allemaal exogene factoren natuurlijk.

Tussentijdse actualisatie (verkenning BC2005)

Het onderdeel opdrachtgeverkosten is niet in de verkenning BC2005 opgenomen. Op grond van de beoordeling van de documenten (waaronder de verschillenanalyse) oordeelt het audit-team dat in april 2006 vaststond dat voor de diverse onderdelen van de opdrachtgeverkosten sprake zou zijn van een overschrijding van de kosten, door de aanvullende kosten die verband houden met extra onderzoek en de stijging van de kosten van de projectorganisatie (huisvesting e.d.).

BC2007

Het audit-team heeft hierbij geen nadere opmerkingen.

Verschillenanalyse

In de verschillenanalyse is door het Projectbureau inzicht verschaft in het resultaat van de BC2007 in vergelijking tot het resultaat van de BC2005. Het nadelig resultaat van € 8,3 miljoen is vervolgens opgedeeld in de onderdelen volgens het stramien BC2007 en nader toegelicht. Het audit-team heeft deze verschillenanalyse nader bestudeerd en constateert dat de verschillenanalyse voornamelijk een opsomming geeft van de diverse onderdelen van de opdrachtgeverkosten waarin de BC2007 ten opzichte van de BC2005 afwijkingen ontstaan.

Het audit-team is van mening dat bij de diverse onderdelen, waar sprake is van een significante afwijking, in onvoldoende mate een verklaring wordt gegeven van de oorzaken van de afwijkingen. Zo blijkt uit de verschillenanalyse niet waarom voor de uitvoeringsfase geen kosten voor de projectorganisatie zijn opgenomen en is voor het tekort ‘bijkomende kosten infrastructuur’ volstaan met het benoemen hoe de kostenraming BC2007 is opgebouwd.

Die kosten zijn gewoon weggelaten omdat het in 2005 even niet uitkwam in de besluitvorming

4.3.2 Analyse verwervingskosten

BC2005

Het audit-team komt tot de volgende constateringen.

• De verwervingskosten zijn in de BC2005 opgenomen voor in totaal € 11,0 miljoen, waarvan € 3,0 miljoen is ondergebracht onder blok 3, infrastructuur en € 8,0 miljoen onder blok 2, grondexploitatie. De raming van de kosten is gebaseerd op de zogenoemde vermogenswaarde (waarde in het economisch verkeer), zo blijkt uit de verschillenanalyse. In het najaar van 2005 heeft de Stuurgroep besloten deze waarderingsgrondslag te wijzigen in de zogenoemde algehele schadeloosstelling (onteigeningsprijs), welke volgens de verschillenanalyse circa 25 % hoger ligt dan de vermogenswaarde.

Dus in het najaar van 2005 toen het besluitvormingsproces in een criciale fase was is dit besluit genomen. En vervolgens niet doorgerekend? En sowieso niet aan de gemeenteraad meegedeeld.

• In de BC2004 is voor het overgrote deel uitgegaan van een gemiddelde verwervingsprijs van € 200.000 per object en voor een aantal verwervingen is uitgegaan van nihil (pm). Het audit-team is van mening dat een meer nauwkeurige raming van de verwervingskosten had kunnen worden gemaakt, bijvoorbeeld door uit te gaan van de beschikbare WOZ-waarde uit het gemeentelijke belastingbestand en dat voor de pm posten een ‘best guess’ waardering had kunnen plaatsvinden.

Gewoon broddelwerk dus. Maar ja, allemala exogeen zullen we maar zeggen.

Tussentijdse actualisatie (verkenning BC2005)

In de verkenning BC2005 is melding gemaakt van de hierboven genoemde wijziging van de waarderingsgrondslag voor de grondverwerving en het kostenverhogend effect op de raming in de BC2005. De financiële gevolgen hiervan zijn niet in beeld gebracht.
BC2007

Zoals ik al opmerkte.

Het audit-team heeft hierbij geen nadere opmerkingen.

Verschillenanalyse

In de verschillenanalyse is door het Projectbureau inzicht verschaft in het resultaat van de BC2007 in vergelijking tot het resultaat van de BC2005. Het nadelig resultaat van € 7,1 miljoen is verklaard naar prijseffecten, volume-effecten en overige kosten. Het audit-team komt tot de volgende constateringen:

• De hiervoor genoemde onderverdeling geeft een goed inzicht in de omstandigheden die hebben geleid tot het nadelig resultaat.

• De verklaring van het nadelig effect op het onderdeel prijseffecten is vanuit het gezichtspunt van het audit-team onvolledig. Zo wordt geen inzicht verschaft in het effect van de (naar de mening van het audit-team) bepalende factor in de resultaatafwijking: de gehanteerde ‘onnauwkeurige’ gemiddelde verwervingsprijs van € 200.000 per object en de pm- bepaling voor een aantal te ververwerven objecten. Weliswaar wordt gemeld dat voor enkele objecten pm ramingen zijn opgenomen, echter ontbreekt het financiële effect hiervan op de BC2007.

• Het audit-team is van mening dat gegeven het karakter van het plan en de ervaringen bij dit soort projecten, het hanteren van de algehele schadeloosstelling in de BC 2005 een beter uitgangspunt was geweest.

4.3.3 Onvoorzien

BC2005

Volgens de BC2007 is in de BC2005 in totaal € 7,3 miljoen opgenomen als post onvoorzien. De hoogte van deze post is door het audit-team niet herleidbaar uit de BC2005.

In de BC2005 is een post onvoorzien opgenomen van € 9,1 miljoen (toegelicht als 10 % van de kosten en heeft betrekking op niet meegenomen of later toe te voegen eisen en/of elementen uit de projectscope). Deze post onvoorzien heeft alleen betrekking op de kosten infrastructuur en voor het overige (onder meer voor het onderdeel gebiedsontwikkeling) is geen post onvoorzien opgenomen.

Tussentijdse actualisatie (verkenning BC2005)

In de verkenning actualisatie BC2005 is geen melding gemaakt van de toereikendheid van de post onvoorzien en de mate waarin deze post volgens de samenwerkingsovereenkomst (artikel 9) is ingezet voor de dekking van ontoereikende budgetten. Gegeven de bekend zijnde tekorten (zoals hierboven blijkt) is het audit-team van mening dat in de verkenning 2005 inzicht had moeten worden verstrekt in de ‘aanwending en toereikendheid’ van de post onvoorzien.

BC2007

Het audit-team heeft op grond van de beoordeling van de BC2007 voor dit onderdeel geen nadere opmerkingen.

En ik ook niet

Verschillenanalyse

In de verschillenanalyse is door het Projectbureau inzicht verschaft in het resultaat van de BC2007 in vergelijking tot het resultaat van de BC2005. Het nadelig resultaat van € 3,3 miljoen is verklaard naar de diverse onderdelen waarop de post onvoorzien is opgenomen en blijkt dat het nadelige resultaat is te verklaren doordat voor meerdere onderdelen (posten) in het projectbudget nu een post onvoorzien is opgenomen. Uit de verschillenanalyse blijkt echter niet waarom een dergelijke benadering niet voor de BC2005 is toegepast.

Nee natuurlijk niet. Bij een te hoge businesscase 2005 zou het project al in 2005 gesnueveld zijn.

4.3.4 Fiscaliteit

BC2005

De BC2005 gaat uit van per saldo te betalen btw van € 10,9 miljoen. Hierbij is het voorzichtigheidsbeginsel gehanteerd door uit te gaan van het uitgangspunt dat alleen over het regionale deel van de kosten de btw gecompenseerd kon worden.

Tussentijdse actualisatie (verkenning BC2005)

In de verkenning 2005 is melding gemaakt van het onderzoek naar de fiscale mogelijkheden om de btw afdracht zoveel als mogelijk te beperken. Ten tijde van het uitbrengen van de verkenning 2005 waren de uitkomsten van dit onderzoek nog niet bekend.

BC2007

Het audit-team heeft op grond van de beoordeling van de BC2007 voor dit onderdeel geen nadere opmerkingen.

Verschillenanalyse

Uit de verschillenanalyse blijkt dat per saldo een voordelig resultaat ontstaat van € 6,7 miljoen. Het voordelig resultaat ontstaat doordat is komen vast te staan dat de btw op de infrastructuur gerelateerde kosten via het btw-compensatiefonds teruggevorderd kunnen worden, wat leidt tot een voordelig resultaat van € 9,3 miljoen. Tegenover dit voordeel ontstaat een btw-nadeel als gevolg van de toename van de projectkosten en de hieraan gerelateerde btw-kosten. Het audit-team is van mening dat de verschillenanalyse hier een voldoende beeld geeft van het voordelige btw-resultaat.

4.3.5 Inflatie op kostentotalen

BC2005

Ten aanzien van de BC2005 kan het volgende worden geconstateerd:

• In de BC2005 is uitgegaan van een jaarlijkse inflatie van 2 % op alle onderdelen van de BC2005. Dit wordt door kostendeskundigen beoordeeld als destijds een redelijke aanname, maar lage kant.

Niet "aan de lage kant" maar gewoon "te laag"

Tussentijdse actualisatie (verkenning actualiteit BC2005)

Ten aanzien van de actualisatie kan het volgende worden geconstateerd:

• In de actualisatie zijn geen opmerkingen gemaakt over de stijging van inflatiekosten als gevolg van bijvoorbeeld het uitlopen van de planning en de aangegeven inzichten die op dat tijdstip bestonden in onder meer de ‘snelle prijsstijgingen’ van de bouwmaterialen in de periode 2005 en 2006.

BC2007

Ten aanzien van de BC2007 kan het volgende worden geconstateerd:

• Het audit-team signaleert dat in de BC2007 voor de periode vanaf 2008 wederom is uitgegaan van één algemeen inflatiepercentage van 2 % per jaar (algemeen prijsindexcijfer voor 2008 volgens de MEV2007 van het CPB). Het audit-team is van mening dat voor wat betreft de BC2007 een nadere analyse (onderzoek) moet worden uitgevoerd inzake de te hanteren inflatiepercentage en een eventueel hierin aan te brengen differentiatie.

Ja die 2% hè. En maar vol blijven houden.

• In de verschillenanalyse is aangegeven dat een hogere (niet gekwantificeerde) kostenstijging wordt verwacht. Door kostendeskundigen wordt aangegeven dat een inflatiepercentage van 2,5 % reëel is.

Dan komt het verschil dus ook vanwege dit percentage dus nog hoger uit. Samen met de irreéle 5% marktdruk komen we dan al snel richting extra 10 miljoen tekort.

Verschillenanalyse (Verklaring van het tekort BC2007 t.o.v. BC2005)

Ten aanzien van de verschillenanalyse kan het volgende worden geconstateerd:

• Het audit-team constateert dat de verschillenanalyse duidelijk aangeeft dat er inflatiekosten in de verschillende blokken zijn ondergebracht.

• Het audit-team komt tot een ander inzicht over de oorzaak van de inflatiekosten. De BC2005 is op basis van prijspeil 2004 opgesteld, zowel voor de gebiedsontwikkeling als voor de infrastructuur. In de verschillenanalyse wordt gerekend op basis inflatiecorrectie van 2% (CPB) over twee jaar in plaats van over drie jaar. Het audit-team constateert dat de conclusie betreffende de kostenontwikkeling van € 4,5 miljoen over de infra een onjuiste is, dit moet een verhoging van € 2,6 miljoen (negatief resultaat) zijn ten opzichte van de inflatiekosten van € 8 miljoen uit de BC2005 als gevolg van de verhoogde kosten van de infra.

Waarvan nogmaals akte.

• In de BC2005 staat een inflatie van 8 miljoen op basis van het prijspeil 2004. Het audit-team heeft berekend dat hiervan, op basis van de geprognosticeerde 2% per jaar in de BC2007 die op basis van het prijspeil 2007 is opgesteld, nog een bedrag van € 2,6 miljoen over zou moeten zijn. Het verschil van € 5,4 miljoen zou wegens het gewijzigde prijspeil in de raming van de infrastructuur van de BC2007 moeten zijn verwerkt. Het verschil tussen de in de BC2007 opgenomen € 11,4 miljoen en de hier gecalculeerde € 2,6 miljoen, zijnde € 9,8 miljoen moet in de verschillenanalyse worden toegeschreven aan het verlengen van de uitvoeringstermijn. Het audit-team constateert dat dit bedrag niet overeen komt met de opgenomen € 3,5 miljoen.
Het audit-team constateert dat de analyse van de ontwikkeling van de inflatiekosten onvoldoende inzicht geeft in het onderscheid tussen ontwikkeling van inflatiekosten als gevolg van 1) wijzigingen in de hoogte van de kosten van de infra en de gebiedsontwikkeling en 2) wijziging in de uitvoeringstermijn van het project.
4.3.6 Bijdrage publieke partijen

Endogene factoren weggemoffeld in de inflatie

BC2005

De BC2005 gaat uit van de (toegezegde) bijdragen van de diverse publieke partijen.

Tussentijdse actualisatie (verkenning BC2005)

De verkenning 2005 meldt dat de bijdragen van de publieke partijen zijn vastgelegd in beschikkingen en besluiten. Er wordt niet ingegaan op de risico’s die bestaan in onder meer de (rand)voorwaarden die zijn gesteld door de publieke partijen. Het audit-team merkt hierbij op dat geen melding is gemaakt van risico’s, zoals ten aanzien van de aanpassing van de grondexploitatie (wijziging bijdrage) die volgens de samenwerkingsovereenkomst als uitgangspunt heeft gediend voor de rijksbijdrage.

BC2007

Wij hebben duidelijke signalen gekregen van het bestaan van risico’s voor het niet volledig verkrijgen van de diverse bijdragen van publieke partijen. Het audit-team adviseert hier in de risico-inventarisatie en risicoanalyse nadrukkelijk de aandacht aan te geven, ten einde alle maatregelen te treffen om de risico’s ter zake te beperken.

Wat nou. Risico's Wat zijn dat?

Verschillenanalyse

In de verschillenanalyse is geen aandacht besteed aan het voordelig resultaat dat ontstaat op de rijksbijdrage. Volgens de BC2007 komt dit voordelig resultaat uit op € 3,6 miljoen en is voornamelijk het gevolg van het voordelige rente-effect dat ontstaat door de extra bijschrijving (vergoeding) van rente, veroorzaakt door de vertraging van het project.

Audit Stuurgroep - 4.2 De infrastructuur

4.2 DE INFRASTRUCTUUR

De BC2007 laat in vergelijking met de BC2005 een negatief resultaat van € 15,8 miljoen zien (formaat BC2007).

BC2005

Ten aanzien van de BC2005 kan het volgende worden geconstateerd:

• De BC2005 is gebaseerd op een concept - kostenraming van het infra-adviesbureau, behorende bij het schetsontwerp (SO) uit maart 2005. Deze concept - kostenraming is door ProRail in januari 2005 getoetst. Deze kostenraming is niet integraal in de BC2005 terecht gekomen. Onder andere de post object-onvoorzien is niet opgenomen. Dit is niet conform de gehanteerde systematiek van de achterliggende SSK-ramingen van het schetsontwerp. ProRail beschikte pas in november 2005, ten tijde van de definitieve raming van het infra-adviesbureau, over de BC2005. Uit die definitieve raming blijkt het verschil met de BC2005. Pas bij het opstellen van de verschillenanalyse is het verschil van 6,7 miljoen met de BC2005 aan het licht gekomen .

Dus de kostenraming BC2005 voor de infrastructuur is niet volgens de methodiek van ProRail tot stand gekomen. En ProRail heeft pas later (in november 2005) kennis genomen van de BC2005.

Hoe zit dat dan met de weigering om de businesscaes openbaar te maken? Het belangrijkste argument voor het niet-openbaar maken van de Businesscases was dat ProRail daartegen was omdat dan de rekenmethodiek van ProRail op straat zou liggen. De BC2005 is juist niet conform de ProRail-systematiek opgesteld. Bovendien nam ProRail pas in november 2005 kennis van de BC2005.
En gelooft u dat de rekenmethodieken van ProRail niet bekend zijn bij al die aannemers waar ProRail mee werkt? Dat moet een grap zijn. Een drogreden om de businesscases ond er de vloermat te kunnen houden.


En die 6,7 miljoen had al veel eerder, in november 2005, aan de gemeenetraad gemeld moeten worden. Toen het besluitvormingsproces nog in volle gang was. Maar ja, dat schoot er even tussendoor. Je kent het wel. Zieken hier, vakantie daar, te weinig mensen enzovoorts.

• De BC2005 gaat uit van een voordeel dat te behalen valt uit prijsdruk. Dit voordeel is gesteld op 15%, destijds ingeschat op basis van de toen geldende marktdruk. Deze inschatting heeft een behoorlijke mate van onzekerheid, wat blijkt uit de melding van de projectdirecteur in de Stuurgroep van mei 2006. Daarin geeft hij aan dat vertragingen naar verwachting tot minder aanbestedingsvoordeel leiden. In hoofdstuk 2 (conclusies/bevindingen) van de BC2005 staat het volgende “In de businesscase is uitgegaan van conservatieve ramingen en is van grondig onderzochte en getoetste gegevens gebruik gemaakt. Voor onzekerheden die negatief kunnen uitwerken is een bedrag opgenomen en voor onzekerheden die positief kunnen uitwerken zijn niet of slechts ten dele op geld gesteld.” Het audit-team constateert dat het volledig opnemen van de post prijsvoordeel (15%) niet in lijn is met het gestelde in de BC2005. Met het accorderen van de BC2005 zijn de gehanteerde uitgangspunten door de Stuurgroep overgenomen en geaccordeerd.

Die 15% was ook reeds in 2005 VOLSTREK ONGELOOFWAARDIG. Jammer genoeg kan ik het niet met grotere kapitalen weergeven.

• Het contracteringsplan is in de Tenderboard van ProRail besproken, echter zonder cijfermatige beoordeling, omdat men niet over de benodigde gegevens beschikte.
Tussentijdse actualisatie (verkenning actualiteit BC2005)

De ProRail “methodiek” toegepast op niet bestaande gegevens.

• In de tussentijdse actualisatie worden de bovenstaande punten behandeld, waarbij wordt aangegeven dat de oorspronkelijke uitgangspunten (15% prijsdruk) nog steeds reëel zijn. Wel wordt aangegeven dat er tijdsdruk op het project is.

Kletskoek in 2005 was nog steeds kletskoek in 2006

• In de tussentijdse actualisatie is het verschil tussen de BC2005 en de definitieve kostenraming voor de infrastructuur niet opgenomen. Dit verschil was nog niet boven tafel gekomen, omdat er geen analyse van de consequenties van de definitieve kostenraming is gemaakt.

In 2006 liep men dus nog gewoon ’n jaar of anderhalf achter. Er is gewoon geen actualisatie uitgevoerd. Te veel werk zeker. Of een strategie. Des te verder je met een project op weg bent des te moeilijker kan men het project terugdraaien nietwaar?

• Het Projectbureau heeft via ProRail in maart/april 2006 een opdracht heeft gegund aan een infra-adviesbureau met een inspanningsverplichting om de totale bouwkosten van de infrastructuur incl. objectonvoorzien onder het bedrag in de BC2005 te krijgen.

Dus ná deze zogenaamde actualisatie.

BC2007

Ten aanzien van de BC2007 kan het volgende worden geconstateerd:

• De onderbouwing van de kosten zoals die zijn opgenomen in de BC2007 refereren één op één aan het referentieontwerp en de bijbehorende definitieve kostenraming van het het infra-adviesbureau,

Welk referentieontwerp? En welke bijbehorende kostenraming? En gebruikte dat infra-advies bureau de ProRail-methodiek? Dus een tipje van de ProRail-sluier is alvast dat er ter toetsing een referentieontwerp wordt gebruikt. Héél héél erg geheim hoor!

• Alle posten onvoorzien (object- en projectonvoorzien) zijn in de BC2007 opgenomen;

Wedden dat niet alles wat onvoorzien is in de BC 2007 is opgenomen. Daarom heet het juist onvoorzien! Je kunt hoogstens voor iedere post een onzekerheidsvoorziening treffen. En een algemene post onvoorzien om tegenvallers die men niet had voorzien op te vangen. Waarschijnlijk wordt hier bedoeld dat een aantal voor de hand liggende posten onvoorzien ten onrechte niet in de BC2005 waren opgenomen.

• De marktdruk is gereduceerd tot 5%;

Ook die 5% is een vorm van rijkrekenen. Dat kun je pas inboeken als die ook daadwerkelijk wordt gerealiseerd. Je kunt het hooguit onder positieve risico’s (kansen) scharen en vervolgens meenemen bij de onzekerheidsmarges op het totale budget. Als je de 5% marktdruk buiten beschouwing laat dan komt het dreigende tekort overigens zo’n kleine 4 miljoen euro hoger uit.

• De efficiency winst D&C (mogelijk door de aannemer te vinden optimalisaties) is door het projectteam onderbouwd, gekeken is waar een aannemer potentieel nog optimalisaties kan vinden.

Naar de mening van het audit-team is het infragedeelte in de BC2007 goed onderbouwd en volledig. Wel constateert het audit-team dat er een onzekere kostenverlaging in de BC2007 is opgenomen, wat niet overeenkomt met het gestelde in de BC2005 dat onzekerheden die positief zullen uitwerken niet of slechts ten dele op geld gesteld zullen worden. In de BC2007 is niets over een (wijziging van) dergelijk uitgangspunt vastgelegd.

Verschillenanalyse (Verklaring van het tekort BC2007 t.o.v. BC2005)

Het audit-team heeft de verschillenanalyse nader bestudeerd en komt tot de volgende constateringen.

De analyse van de verschillen is niet overal duidelijk, deze is eerder beschrijvend dan verklarend. Daarom heeft het audit-team de achterliggende stukken bestudeerd en geeft zelf een verklaring voor de voornaamste verschillen:

In de BC2007 zijn de kosten van de infra geraamd op € 84,9 miljoen aan infrakosten, de raming van de BC2005 sluit op € 69,1 miljoen (formaat BC2007). Het verschil is totaal € 15,8 miljoen


Klik op de afbeelding om te vergroten.

Dat inflatiepercentage was met 2% veel te laag geschat. Ook een vorm van rijkrekenen. En bovenmatige kostenontwikkeling? Wat is dat dan? Buitengemeen, buitengewoon, buitensporig, excessief, mateloos, onmatig, overdadig, overdreven, overmatig? Ten opzichte van wat dan? En is dat dan niet in tegenspraak met onderstaande?

• Het totaal aan bouwkosten is per saldo € 3,0 miljoen afgenomen, de verklaring hiervoor is dat er een inspanningsverplichting bij het ingenieursbureau is neergelegd om te zoeken naar optimalisaties, m.n. in de tijdelijke situatie. Hiervoor is een Value Engineering sessie uitgevoerd. Verder is een aantal eisen en opties toegevoegd, vooruitlopend op een definitief besluit hierover. Dit is in de Stuurgroep aan de orde geweest. Het infra-adviesbureau heeft in het ontwerp de mogelijke optimalisaties aangegeven, deze zijn in de BC2007 reeds uit het plan gehaald;

Daar komt ook de Noorschuif vandaan. Ik dacht dat die nou juist meer opleverde dan 3 miljoen. Daarom krijgen we de busiensscase 2007 natuurlijk ook niet te zien. daar staan vast nog meer van dit soort dingen in die geen draagvlak onder de bevolking hebben.

• De kostenraming prijspeil 2007 en de kostenraming prijspeil 2004 laten een verschil zien van 8 miljoen door kostenstijging (inflatie). In de verschillenanalyse wordt aangegeven dat € 4,5 miljoen hiervan wordt veroorzaakt door bovenmatige kostenstijging, berekend middels de inflatie over twee jaar, in plaats van drie jaar. Een herberekening op basis van het formaat BC2007 en een berekening over drie jaar, laat een bovenmatige kostenstijging van € 2,6 miljoen zien. De overige kostenstijging van € 5,4 miljoen is in de BC2005 reeds voorzien onder het kopje inflatie (zie bevindingen aldaar).

Tja. De verschillenanalyse deugt dus ook niet. Dus geen 4,5 miljoen maar slechst 2,6 miljoen bovenmatige kostenstijging. Overigens, met 2% inflatie over drie jaar kom ik voor de infrastructuur nog niet aan die 5,4 miljoen hoor. Dat inflatiepercentage deugt gewoon niet.

• Wij constateren dat in de verschillenanalyse de post objectonvoorzien en bijkomende kosten van € 5,4 miljoen (formaat BC2007) niet expliciet naar voren komt onder de verklaring van de stijging van de kosten van de infrastructuur.

Weggemoffeld. Ze hadden er geen goede verklaring voor.

• Het niet behaalde voordeel uit marktdruk is in de verschillenanalyse bepaald op € 7,7 miljoen. Dit wordt verklaard uit de gewijzigde aanname dat niet met 15% aanbestedingsvoordeel maar met 5% wordt gerekend. Het audit-team constateert dat dit punt correct wordt aangeduid.

En die 5% zou ook niet worden gehaald.

vrijdag 28 december 2007

Audit Stuurgroep - 4.1 De gebiedsontwikkeling

4.1 DE GEBIEDSONTWIKKELING

We starten met een korte vergelijking tussen de BC2005 en de BC2007.

De gebiedsontwikkeling laat voor de BC2005 volgens het format BC2007 een overschot zien van € 17,0 miljoen, terwijl in de BC2005 werd uitgegaan van een overschot van € 5,1 miljoen (inclusief de onrendabele kosten (60 %) van de ondergrondse parkeergarage).

Per saldo ontstaat hier een voordelig verschil van € 11,9 miljoen, dat het gevolg is van het hanteren van het nieuwe formaat 2007. Het verschil kan als volgt worden verklaard.

• De kosten van grondverwerving (geraamd in de BC2005 op € 8,0 miljoen) zijn in het formaat BC2007 niet opgenomen onder de gebiedsontwikkeling, maar afzonderlijk verantwoord;

• In totaal is in de BC2007 voor € 3,8 miljoen aan kosten bouw- en woonrijpmaken toegerekend aan raming van de kosten van infrastructuur. In de BC2005 zijn deze kosten toegerekend aan de gebiedsontwikkeling.

Hoe zit dat nou? Bij de informatieavond op 17 december kreeg ik hier geen antwoord op. Hier wordt gesproken van een voordelig verschil van 11,9 miljoen en ’n paar alinea’s verder wordt gesproken over een verslechtering van 11, 8 miljoen.

BC2005

Uit de BC2005 en de samenwerkingsovereenkomst blijkt dat de raming van de kosten en baten (exploitatie) van de gebiedsontwikkeling is overgenomen uit de grondexploitatie 2004, zoals opgenomen in de BC2004 (opgesteld 8 april 2004). Over deze uit 2004 overgenomen cijfers in de BC2005 merken wij het volgende op:

• Uit de BC2004 blijkt dat de beschikbare onderbouwing van de gebiedsontwikkeling nog beperkt is (toelichting bc2004, bladzijde 1) en dat is volstaan met indicatieve berekeningen van de vastgoedexploitatie (toelichting BC2004, bladzijde 2).

Die businesscase 2004 zou ik ook wel eens willen zien. Hier staat,een beetje eufemistisch, dat die onderbouwing op drijfzand is gebaseerd.

• Uit hoofdstuk 2 (conclusies/bevindingen) van de BC2005 blijkt het volgende “Gesteld kan worden dat er sprake is van een solide businesscase die geen belemmering behoeft te zijn om formeel te starten met de planfase. In de businesscase is uitgegaan van conservatieve ramingen en is van grondig onderzochte en getoetste gegevens gebruik gemaakt. Voor onzekerheden die negatief kunnen uitwerken is een bedrag opgenomen en voor onzekerheden die positief kunnen uitwerken zijn niet of slecht ten dele op geld gesteld.”

Je moet maar durven om dat deel (gebiedsontwikkeling) uit de businesscase 2004 vervolgens klakkeloos in de businesscase 2005 op te nemen en van de businesscase 2005te beweren dat die solide is.

• In de BC2005 zijn de uitgangspunten benoemd op basis waarvan de ramingen zijn opgenomen, zoals het gehanteerde prijspeil en de gehanteerde bruto oppervlakte. Uit de BC2005 valt echter niet op te maken welke prijzen zijn gehanteerd voor de uit te geven grond (VON-prijzen). Uit de gevoerde gesprekken en het raadplegen van de diverse documentatie blijkt dat de VON-prijzen zijn gehanteerd op referentie van het bureau de Graaff en de gemeente en dat een toetsing hiervan heeft plaatsgevonden bij een tweetal lokale makelaars. Het audit-team is van oordeel dat de onderbouwing en de toetsing van deze VON-prijzen beperkt is geweest. Tevens constateert het audit-team dat geen diepgravend marktonderzoek is uitgevoerd naar de woningbehoefte in relatie tot de aangebrachte segmentering in het woningbouwprogramma;

’n Maandagochtendauto. Die gebiedsontwikkeling was dus al een rammelkast.

• De VON-prijzen die zijn opgenomen in de BC2005 waren te hoog.

En maar beweren dat exogene factoren het project duurder hebben gemaakt.
In haar persuitingen blijft de stuurgroep maar hameren op de externe omstandigheden waarop vanuit het project geen invloed kon worden uitgeoefend (de zgn. exogene factoren)

Uit het audit-rapport zie ik toch een heel ander beeld oprijzen.

Da’s hetzelfde als een kapitein van een mammoettanker die vanuit West-Europa naar de Perzische Golf wil en zijn schip via de Straat van Gibraltar en de Middellandse Zee naar de Indische Oceaan stuurt omdat dat korter is dan de route om Kaap de Goede Hoop. Bij het Suezkanaal aangekomen blijkt het schip te groot voor de sluizen van het kanaal. Het schip zal door de Middellandse Zee en de Straat van Gibraltar moeten terugvaren om, alsnog om de zuidkaap van Afrika heen, naar de Indische Oceaan te stomen. Tegen aanzienlijk hogere kosten dan begroot.

Dat ligt niet aan het grootte van het Suezkanaal (exogene factor) maar aan de zorgeloosheid en ondeskundigheid van de kapitein (de besturing)

En dat geldt ook Hart van Dieren. De stuurgroep lijkt op de kapitein die het Suezkanaal de schuld geeft. Maar u weet natuurlijk wel beter. Net als deze suffe kapitein was de stuurgroep verantwoordelijk voor de slechte voorbereiding.
De cijfers voor de gebiedsontwikkeling zijn gebaseerd op natte vingerwerk: slecht onderbouwd en veel te optimistisch. Bovendien waren ze al een jaar vóór de businesscase 2005 opgesteld. Hoe cynisch zijn de opmerkingen in de businesscase 2005 dan als gesproken wordt van een solide, conservatief geraamde businesscase waarvor geburik gemaakt is van van grondig onderzochte en getoetste gegevens.

Dit is pure misleiding!!! En de stuurgroep gaat daar nu op dit moment gewoon mee door met de bewering dat 80% van het dreigende tekort te wijten is aan externe omstandigheden. Schandelijk!!

En de onderzoekers bevestigen voor mij dat beeld van ondeskundigheid, misplaatst optimisme en gemakzucht nadrukkelijk.


Tussentijdse actualisatie (verkenning BC2005)

In de tussentijdse actualisatie (in de Stuurgroepvergadering van 23 maart 2006 wordt hiermee ingestemd) wordt per onderdeel van het projectbudget inzicht verschaft in de (financiële) stand van zaken. Aangaande het onderdeel gebiedsontwikkeling:

• Voor wat betreft de post residuele vastgoedopbrengsten maakt de projectdirectie melding van een financiële afwijking ten opzichte van de ramingen zoals deze zijn opgenomen in de BC2005 (verslechtering resultaat van € 9 miljoen). Deze verslechtering is volgens de projectdirectie voornamelijk het gevolg van ‘de marktprijzen die tussen 2003 en 2005 aanmerkelijk in negatieve zin zijn veranderd’. Deze negatieve bijstelling komt volgens de projectdirectie voort uit de analyse van de BC2004 door een externe planeconoom. Uit het rapport van de externe planeconoom dat wij hebben ingezien blijkt dat in totaal sprake is van een verslechtering van € 11,8 miljoen. In hetzelfde rapport zijn optimalisatierichtingen aangegeven.

Zelfde opmerking als enkele alinea’s terug. Hoe zit dit nou? Bij de informatieavond op 17 december kreeg ik hier geen antwoord op. Alleen is het hier omgedraaid. Hier wordt gesproken van een verslechtering van 11,8 miljoen en in de eerdere alinea wordt gesproken over een voordeel van 11,9 miljoen.

En een hard oordeel van de onderzoekers over de projectdirectie. De stuurgroep is door de projectdirectie om de tuin geleid. De projectdirectie noemde niet allen een lager nadelig bedrag dan de externe planeconoom maar loog ook over de achterliggende oorzaak.

• De verklaring voor te tegenvallende vastgoedopbrengsten in de tussentijdse actualisatie komt niet overeen met de verklaring van de externe planeconoom. De externe planeconoom benoemt als belangrijkste oorzaak de te hoog ingeschatte grondwaarden voor in het bijzonder de appartementen in de BC2004 en noemt hier niet de gewijzigde marktprijzen in de periode 2003 tot 2005.

Die kan de projectdirectie in zijn zak steken. Dus niks exogene factor. Gewoon een verkeerde inschatting. En het verkeerd “interpreteren” van de externe planeconoom.

• Tevens blijkt uit de verkenning BC2005 dat in de verslechtering van het resultaat van € 9,0 miljoen is rekening gehouden met het opnemen van de parkeergarage voor 100%. In de verkenning BC2005 is voor wat betreft de kosten van grondverwerving melding gemaakt van hogere kosten als gevolg van het hanteren van de onteigeningsprijs (besluit Stuurgroep). Hierbij heeft geen kwantificering van het tekort plaatsgevonden c.q. is niet aangegeven hoe deze hogere kosten worden gedekt.

M.a.w. In 2005 had men scherper moeten zijn. Iedere besluit van de stuurgroep had direct moeten worden doorgerekend op de (financiële ) consequenties. En bij een strak rapportageschema en rapportagestructuur was dit eerder boven water gekomen.

BC2007

Voor het onderdeel gebiedsontwikkeling in de BC2007 is een gedegen onderzoek uitgevoerd naar (de uitgangspunten van de) raming (inclusief de uitvoering van een second opinion). Wij kunnen echter niet constateren dat een marktonderzoek is uitgevoerd naar de woningbehoefte en de hieraan gerelateerde woninggrootte en VON-prijzen.

Dus de BC2007 heeft men beter aangepakt dan de BC2005 maar de auditors constateren alvast wel wat tekortkomingen . Ook de BC2007 is niet grondig genoeg.
In deze audit is alleen gezocht naar een verklaring voor het dreigende tekort, het verschil tussen de BC2005 en de BC2007. Naar de validiteit van de BC2007 zelf is echter niet gekeken. Begrijpelijk want dat is nog heel wat werk. Bovenstaande opmerking geeft echter wel aan dat ook bij de BC2007 vraagtekens kunnen worden gezet.


Verschillenanalyse (Verklaring van het tekort BC2007 t.o.v. BC2005)

In de verschillenanalyse is door het Projectbureau inzicht verschaft in het resultaat van de BC2007 in vergelijking tot het resultaat van de BC2005. Het nadelig resultaat van € 39,5 miljoen is opgedeeld in de onderdelen volgens het stramien BC2007 en nader toegelicht. Aangaande deze verschillenanalyse constateert het audit-team:

• Er is volgens de verschillenanalyse sprake van een verslechtering van het resultaat van € 11,9 miljoen. Deze verslechtering wordt volgens de verschillenanalyse voornamelijk veroorzaakt door prijsverschillen. Uit de onderliggende documentatie van de externe planeconoom (geactualiseerde gebiedsexploitatie) wordt dit beeld bevestigd.

Zijn hier nou verschillende onderzoekers aan het werk geweest?. Is de ene onderzoeker uitgegaan van de BC2005 en de andere van de BC2007. In de voorgaande paragrafen worden de projectdirectie en opstellers van de BC2005 de oren gewassen. En hier stelt men even tussen neus en lippen door vast dat het toch aan de prijsverschillen ligt. Ja dat klopt natuurlijk. Alleen wordt hier even vergeten te noemen dat eerst een verkeerde grondslag werd gehanteerd.

Of deze constatering is aangepast na overleg met de stuurgroep. Zo’n constatering kan dan gebruikt worden om het dreigende tekort voor 80% te wijten aan de prijsverschillen. Handig hoor! Heel handig!

En vervolgens gaan we weer over tot de orde van het onderzoek. Dan blijken de oorzaken voor de berekende prijsverschillen toch weer in het project zelf te liggen (zie onder).

• In de toelichting van het nadelige resultaat op de prijsverschillen wordt door het Projectbureau volstaan met het noemen van het verschil in de gehanteerde prijzen tussen de BC2005 en BC2007. Een verklaring voor de forse daling van de VON-prijs wordt echter niet gegeven. De externe planeconoom noemt hier zijn rapportage als verklaring dat de residuele grondopbrengsten in de BC2004 (= BC2005) niet marktconform waren en dat de VON-prijzen in de BC2004 te hoog waren ingeschat.

Audit Stuurgroep - 4. Financiële bevindingen - Inleiding

Hoofdstuk 4 - de financiële bevindingen is een boekwerk op zich en heb ik opgeknipt in de verschillende postings. Nu eerst de inleiding.

4. FINANCIËLE BEVINDINGEN

In dit hoofdstuk geven we de bevindingen weer aangaande de financiële ontwikkelingen binnen het project Hart van Dieren. Daartoe knippen wij deze ontwikkelingen op in een drietal hoofdonderdelen, die wij volgordelijk beschrijven. Het gaat om de gebiedsontwikkeling, de infrastructuur en de overige onderdelen.

Per onderdeel gaan we hierna in op de BC2005, de verkenning BC2005 (uit 2006), de BC2007 en de verschillenanalyse die door het Projectbureau zelf is beschreven. Deze verschillenanalyse geeft weer waar de verschillen tussen 2005 en 2007 zitten. Ook de werkwijze die heeft geleid tot deze documenten wordt weergegeven.

Het overall beeld

In het onderstaande overzicht blijken de uitkomsten van de BC2005 en BC2007. Hierbij is het formaat van de BC2007 aangehouden, zoals deze eveneens in de verschillenanalyse van het Projectbureau hvd is aangehouden. Tevens is een vergelijkende kolom opgenomen, waaruit de afwijking op de BC2005 blijkt zoals deze is gemeld in de tussentijdse actualisatie van de projectdirectie d.d. 3 april 2006 (behandeld in Stuurgroep van 23 maart 2006).

BC2005-BC2007-tussentijdse actualisatie april 2006 (+ = voordeel; - = nadeel) Opzet volgens de BC2007

Klik op de afbeelding om te vergroten. De opmerkingen zijn door mij geplaatst.

De BC2005 sluit met een nadelig saldo van € 2,7 miljoen, terwijl de BC2007 volgens de verschillenanalyse van het Projectbureau uitkomt op een nadelig saldo van € 42,2 miljoen.

Per saldo laat de BC2007 derhalve een extra tekort zien van € 39,5 miljoen.
In de verkenning BC2005 heeft een financiële actualisatie plaatsgevonden, waarbij aandacht is besteed aan alle in de BC2005 genoemde onderdelen.
Hierbij zijn bij de diverse onderdelen opmerkingen gemaakt waaruit kan worden herleid dat hieraan financiële gevolgen verbonden (kunnen) zijn (risico’s).
Echter alleen voor het onderdeel gebiedsontwikkeling (blok 2) is een financiële afwijking ten opzichte van de BC2005 (van € 9 miljoen) genoemd.

Dus die actualisatie viel nogal tegen en kun je geen actualisatie noemen. Naar aanleiding van die opmerkingen hadden er alarmbellen moeten gaan rinkelen.

donderdag 27 december 2007

Audit Stuurgroep - 3. Organisatie van de samenwerking

Hoofdstuk 3 van de stuurgroep audit.

Achteraf werd verklaard dat de voornaamste oorzaak van het dreigende tekort te wijten is aan exogene factoren. Nou daar blijkt in dit hoofdstuk nog niet veel van. Het is maar hoe je exogeen definieert natuurlijk. Maar de gangbare definitie voor exogeen is "iets waar je geen invloed op hebt".

En in dit hoofdstuk blijkt juist dat er intern van alles aan schortte.
Of hadden ze geen invloed op zichzelf?
Een onzichtbare macht die alle betrokkenen voortdreef. De tunnel(visie) in.

3. ORGANISATIE VAN DE SAMENWERKING

In dit hoofdstuk beschrijven we in twee delen de samenwerking die in het project Hart van Dieren vorm heeft gekregen. Hieronder beschrijven we eerst de samenwerkingsovereenkomst, waarna we in paragraaf 3.2 ingaan op de projectorganisatie.


3.1 DE SAMENWERKINGSOVEREENKOMST

Op 16 juni 2005 is de samenwerkingsovereenkomst voor de planfase van het project Hart van Dieren krachtens volmacht getekend door de bevoegde organen van partijen. De samenwerkingsovereenkomst is gebaseerd op de uitkomsten van de pré-planfase, waarin een aantal producten is opgeleverd:

• Het schetsontwerp en de functionele programma’s van eisen voor de infrastructuur (d.d. 11 april 2005, opgesteld en geaccordeerd door partijen);

• Het contracteringsplan (d.d. 11 april 2005, opgesteld en geaccordeerd door partijen), hierin is tevens een planning opgenomen;

• Uitgangspunten en randvoorwaarden voor de gebiedsontwikkeling (gemeentelijk structuurplan Centraal Ontwikkelingsgebied Dieren, vastgesteld door de gemeenteraad van Rheden en geaccordeerd door de provincie Gelderland);

• Risicoinventarisatie, (d.d. 9 maart 2005, opgesteld en geaccordeerd door provincie en gemeente);

• Vertrouwelijke BC2005 (d.d. 6 april 2005, opgesteld en geaccordeerd door provincie en gemeente);

• Vertrouwelijke Grondexploitatieopzet voor de gebiedsontwikkeling 2004 (d.d. 8 april 2004, opgenomen in de subsidieaanvraag aan het Ministerie van VROM, d.d. 4 april 2004, opgesteld en geaccordeerd door provincie en gemeente).

De Samenwerkingsovereenkomst (SOK) gaat uit van een integrale benadering van het project, waarin de provincie Gelderland en de gemeente Rheden als initiatiefnemers het grootste deel van de investeringskosten van het project voor hun rekening nemen en de risico’s 50/50 verdelen. Zij zijn ook de begunstigden van de Rijkssubsidie en de subsidie van het Knooppunt Arnhem Nijmegen (KAN). ProRail is uit hoofde van de Spoorwegwet de partij die verantwoordelijk is voor de veiligheid en beschikbaarheid van het spoor en uit dien hoofde de opdrachtgever voor aannemende partijen die aan, over of onder het spoor werken. De financiële bijdrage van ProRail bestaat uit de kosten die voorzien zijn voor vervangingsinvesteringen, die door het project niet meer benodigd zijn.

De aansturing en de regie over het totale project liggen bij de provincie Gelderland én bij de gemeente Rheden. De provincie vervult een overall-coördinerende rol. In paragraaf 4.1 wordt de samenwerking beschreven waarbinnen de taken nader worden verdeeld. Zo ligt het accent van de werkzaamheden van de provincie bij het totale infrastructuur programma, van de gemeente bij de gebiedsontwikkeling en van ProRail bij de spoorgerelateerde onderdelen van het project. Deze verdeling van taken brengt het principe van de samenwerking tot uitdrukking: gezamenlijke aansturing met behoud van eigen verantwoordelijkheden.

Die gezamenlijke aansturing en regie is de mist ingegaan. Uiteindelijk trok de provincie aan de touwtjes. In de samenwerkingsovereenkomst wordt gesproken van samenwerking op basis van gelijkwaardigheid. Ik hoorde laatst dat de gemeente het gewicht van twee stemmen in de stuurgroep had. Dat is toch niet nodig. Waarom is dat? Gelijkwaardig is gelijkwaardig. Had de provincie dan toch een grotere stem in het kapittel?

Door het van kracht worden van de samenwerkingsovereenkomst worden partijen direct aangesproken op hun verantwoordelijkheden. Provincie en gemeente Rheden zijn beiden aan zet. ProRail is uit hoofde van de Spoorwegwet een partij waarbij intensief moet worden samengewerkt, zonder eigenstandige bestuurlijke verantwoordelijk. In de uitgangspunten van de overeenkomst staat dat door uit te gaan van een integraal ontwerp een hoog kwaliteitsniveau en een aanzienlijke kostenreductie kan worden bereikt.

Kort resumé van de samenwerkingsovereenkomst

In de overeenkomst binden partijen zich aan het schetsontwerp en het Functioneel Programma van Eisen (FPvE) voor de infrastructuurbundel en de stedenbouwkundige randvoorwaarden en uitgangspunten zoals vastgelegd in het gemeentelijk structuurplan én aan de taakstelling t.a.v de opbrengsten uit de gebiedsontwikkeling. Aanvullende (functionele) eisen die leiden tot extra kosten t.o.v. de raming komen in principe ten laste van de betreffende partijen (art. 3.2.2.). Van dit besluit kan worden afgeweken door een besluit van de Stuurgroep, een en ander na verkregen toestemming van betrokken partijen.

In de loop van de planfase is een aantal scopewijzigingen doorgevoerd en/of randvoorwaarden bijgesteld. Hierover is niet formeel teruggekoppeld naar de bevoegde organen van partijen. Een aantal geïnterviewden is van mening dat deze beoogde toestemming door bevoegde organen van parijen is voorzien bij vaststelling van de BC2007 of verwijst naar de beslisboom onder art. 9.6.

Die bevoegde organen zijn de gemeenteraad en provinciale staten. Door die niet te raadplegen gaan de bestuurders volgens mij ernstig in de fout. Dat kun je niet achteraf, pas bij de vaststelling van de businesscase 2007, doen.

Als het gaat om scopewijzigingen als gevolg van gewijzigde wet- en regelgeving, is in de samenwerkingsovereenkomst opgenomen dat hieruit voortvloeiende meerkosten binnen het projectkosten moeten worden opgevangen. Dit heeft zich bijvoorbeeld voorgedaan als gevolg van gewijzigde wet- en regelgeving voor de tunnelveiligheid.

In de samenwerkingsovereenkomst is opgenomen dat de gebiedsontwikkeling resulteert in een netto opbrengst van € 8,8 miljoen. Deze grondexploitatie is uitgangspunt geweest voor de Rijksbijdrage en is ook als uitgangspunt gehanteerd bij de BC2005. ‘De opbrengst is taakstellend en is toegerekend aan het projectbudget’ (art. 3.2.3). Als er tegenvallers komen uit autonome factoren (dus niet uit scopewijzigingen), dan moeten deze ten laste van het projectbudget worden gebracht. Het taakstellende karakter van het budget wordt verschillend geïnterpreteerd.

Vage formuleringen leiden tot vage uitkomsten bij de uitwerking. Dat blijkt ook nu weer. Wat is dat ”taakstellend”? Dat had eerst gedefinieerd moeten worden.

In art. 3.2.4. is opgenomen dat, indien de opbrengst uit de gebiedsontwikkeling hoger uitvalt dan het taakstellende bedrag, provincie en gemeente met elkaar in overleg bepalen hoe deze meeropbrengst te verdelen. En ook in art. 11.5 wordt gesteld dat de verdere ontwikkeling in de realisatiefase voor rekening en risico is van de marktpartij en dat in de loop van de planfase provincie en gemeente nadere afspraken zullen maken over de wijze en het moment waarop de netto-opbrengst zal worden gestort in het projectbudget.

De stuurgroep had zich dus rijkgerekend. Dat was al duidelijk ja.


In dit kader is ook van belang wat hierover in hoofdstuk 9 van de overeenkomst wordt vermeld onder 9.6. Uitgangspunt is hier dat kostenstijgingen in eerste instantie binnen het betreffende projectonderdeel moeten worden opgelost, eventueel ten laste komen van de risicoreservering of tot bezuinigingen moeten leiden en dat, ‘indien geen of onvoldoende compensatie kan worden gevonden, de Stuurgroep hierover een besluit zal nemen, een en ander na verkregen toestemming van de bevoegde organen van partijen’.

In hoofdstuk 4 van de overeenkomst is opgenomen dat ‘partijen zich tot het uiterste zullen inspannen om de werkzaamheden en de besluitvorming zodanig te organiseren dat deze voortdurend op elkaar zijn/worden afgestemd’.

Dat gaat dus niet. Twee kapiteins op één schip gaat vrijwel altijd fout. Dat wordt óf ruzie óf een van beide partijen delft geruisloos het onderspit. Alles onder één aansturing brengen. Dat is een goed advies van Verdaas. Alhoewel dat niet mag betekenen dat de andere partijen dan de financiële benen nemen.

De samenwerkingsovereenkomst regelt in hoofdstuk 4 van de overeenkomst ook de gezamenlijke verantwoordelijkheid van partijen. Naast deze gezamenlijke verantwoordelijkheid behouden de betrokken partijen de eigen publiekrechtelijke bevoegdheden en verantwoordelijkheden als bevoegd gezag.

De uitgangspunten en afspraken ter bevordering van de besluitvorming in de Stuurgroep zoals opgenomen in hoofdstuk 5 van de overeenkomst kennen een zekere complexiteit. Zo is vermeld dat in de planfase partijen ieder hun eigen taken en bevoegdheden behouden echter ‘zulks met inachtneming van de hierna beschreven integrale besluitvorming’. En in de nadere afspraken is opgenomen dat ‘Partijen, met inachtneming van de wettelijke voorgeschreven procedures, taken, bevoegdheden en beoordelingskaders zich bij elk besluit en elke handeling die behoort tot hun eigen bevoegdheid er rekenschap van zullen geven dat het project een integraal project is waarover integrale besluitvorming moet plaats vinden’ .

Dit ondersteunt mijn bovenstaande opmerking. Er is niet duidelijk genoeg afgesproken waar de verantwoordelijkheden precies liggen. En bij iedere beslissing die in de stuurgroep genomen werd had die verantwoordelijkheid getoetst moeten worden.

Onder 6.2.2. zijn de taken en bevoegdheden van de Stuurgroep benoemd. Onder artikel 6.2.2.6 staat dat de Stuurgroep jaarlijks financiële verantwoording aflegt aan de subsidieverstrekkers en onder 6.2.2.6.1 staat het volgende: ‘de Stuurgroep stelt de kwartaalrapportages aan de bevoegde organen van partijen vast’. Daarbij is niet opgenomen waarover wordt gerapporteerd.

Onderstaand daarom nog maar eens mijn motie van mei 2005. Die werd door het college van B&W en de gemeenteraad van tafel geveegd. Ze waren dus gewaarschuwd. Maar nee hoor: “het college zat er bovenop”

De Raad van de gemeente Rheden, in vergadering bijeen op 31 mei 2005, sprekende over agendapunt 9, het voorstel betreffende Hart van Dieren

overwegende dat:
• aard, omvang en complexiteit van het Hart van Dieren rechtvaardigen dat invulling wordt gegeven aan het scheppen van omstandigheden en randvoorwaarden waardoor de Raad van de gemeente Rheden zijn functie als hoofd van de gemeente optimaal kan uitoefenen.

• geborgd moet worden dat de Gemeenteraad in alle komende fasen van het project zijn positie als controleur op een werkelijke goede manier kan invullen zowel waar het sturing en controle betreft als ten aanzien van de projectdoelen en de projectbeheersing.

besluit
• dit vorm te geven door de wijze van rapportage en verantwoording door het College van B&W aan de Raad van de Gemeente Rheden over het project Hart van Dieren gedurende de looptijd van het project aan een aantal voorwaarden te verbinden.

draagt het college van Burgemeester en Wethouders op:

• te garanderen dat de Gemeenteraad vroegtijdig betrokken wordt bij belangrijke besluiten en geïnformeerd wordt over opkomende feiten en risico’s die de uitkomsten van het project zowel materieel als financieel wezenlijk beïnvloeden. Een en ander zonodig in vertrouwelijkheid.

• iedere drie maanden een voortgangsrapportage over het project Hart van Dieren aan de Gemeenteraad aan te bieden.
Deze voortgangsrapportage omvat in ieder geval:
a. de ontwikkeling van de scope van het project ten opzichte van de huidige plan;
b. de ontwikkeling van de planning ten opzichte van het huidige plan;
c. de ontwikkeling van de financiën ten opzichte van het huidige plan;
d. de ontwikkelingen in de aan het project verbonden risico’s, de beheersing ervan en de mogelijke financiële gevolgen;
e. wat de Gemeenteraad verder moet weten.

Daarnaast worden in de voortgangsrapportage ontwikkelingen in of veranderingen van de doelstellingen van het project en de hiervoor noodzakelijk randvoorwaarden, zoals flankerend beleid, in aparte paragrafen vermeld en toegelicht.

• bij deze voortgangsrapportages dient periodiek, op basis van een nader te bepalen frequentie, een rapport te worden gevoegd met een oordeel over de kwaliteit en volledigheid van de informatie in de voortgangsrapportage en over de toereikendheid van de projectorganisatie. Bij de beoordeling van de toereikendheid van de projectorganisatie wordt in het bijzonder aandacht besteed aan de administratieve organisatie en de interne controle van het project.

• het rapport, zoals bedoeld in het voorgaande alinea, dient te worden opgesteld door een onafhankelijke externe auditor en wordt gelijktijdig met de voortgangsrapportage, als afzonderlijk document, aan de Gemeenteraad gezonden.


en gaat over tot de orde van de dag,

fractie Leefbaar Rheden,
M. Th. Kooijmans


3.2 HET PROJECTBUREAU

Aan het begin van deze paragraaf is het goed om op te merken, dat in hoofdstuk vijf uitgebreid wordt stilgestaan bij de werkwijze van de Stuurgroep, ook in de relatie tot het Projectbureau Hart van Dieren. In deze paragraaf geven wij een beperkt aantal bevindingen weer, met name op basis van de interviews, over de inrichting en werking van het Projectbureau.

Kernteam Projectbureau al gedurende lange tijd betrokken. De directie van het Projectbureau is al lange tijd betrokken bij het project. Voor 2005 vanuit hun werkzaamheden bij de provincie en vanaf de samenwerkingsovereenkomst voor het zelfstandige Projectbureau. Het Projectbureau is in april 2006 aangevuld met een controller.

De projectdirectie werd geleverd door de provincie en was, bewust of onbewust, in de eerste plaats loyaal aan de provincie. Het provinciale belang voerde in het project dan ook de boventoon. Dat is het project flink opgebroken.

Relatief groot aantal betrokken individuen en partijen bij het onderdeel gebiedsontwikkeling. Het gaat om diverse externe bureaus die bij doorrekeningen of ontwerpen betrokken waren, diverse ambtenaren die vanuit de gemeente Rheden betrokken waren en adviseurs die door de gemeente werden ingehuurd om mee te werken in het Projectbureau. We zien hier ook frequente wisselingen.

Het is ook wel moeilijk dat weet ik ook wel. Hierdoor dreigt zo’n project te desintegreren. Ieder is op het laatst alleen nog bezig met het eigenbelang. Maar daar hadden de stuurgroep en de projectdirectie steviger op moeten sturen.

Betrokkenheid wisselt. Onder de samenwerkingsovereenkomst geldt een integrale verantwoordelijkheid voor het project van alle partijen. Dat veronderstelt dat betrokkenen op de hoogte zijn van (wijzigingen in) belangrijke zaken van het project. In dat licht valt bijvoorbeeld op, dat medewerkers van ProRail tot eind 2005 de BC2005 niet kennen en ProRail in 2007 een brief schrijft waarin zij aangeeft nooit met deze BC2005 te hebben ingestemd. Andere betrokkenen geven aan nauwelijks een beeld te hebben wat er gebeurt met hun input.

Nou breekt mijn klomp. ProRail is niet op de hoogte. Als hoofdreden voor het niet openbaar maken van de businesscases werd aangevoerd dat ProRail tegen openbaarmaking was omdat daardoor de rekenmethodiek van ProRail bekend zou raken. Nu blijkt dat ProRail de businesscase 2005 niet eens kent. Waar hebben we het dan over?

Veranderende rollen. Op 23 november 2006 wordt in de Stuurgroep gesproken over de verantwoordelijkheid voor de gebiedsontwikkeling. Deze wordt definitief uitgewerkt in een notitie over de invulling van de regierol van de gemeente op de gebiedsontwikkeling. De kern daarvan is dat “de gemeente, onder de bestuurlijke verantwoordelijkheid van de projectwethouder (tevens lid van de Stuurgroep), de dagelijkse aansturing en leiding heeft van de gebiedsontwikkeling. De integrale eindverantwoordelijkheid voor het totale project, inclusief de gebiedsontwikkeling, blijft bij de Stuurgroep en de projectorganisatie. Dit betekent in de personele sfeer dat de projectmanager gebiedsontwikkeling voor zijn dagelijkse werkzaamheden (bestuurlijk) wordt aangestuurd door de projectwethouder en (ambtelijk) door de gemeentesecretaris (ambtelijk opdrachtgever). Tegelijkertijd heeft hij binnen de projectorganisatie ook de taak om de samenhang met de andere projectonderdelen (met name de infra), alsook de scope van het project (in procesmatige, inhoudelijke en financiële zin) te bewaken en vorm te geven.”

Dus Jan Bart Wilschut heeft wel pogingen gedaan om meer grip te krijgen. Maar dat gaat niet op die manier. Een los-vast verband met het infrastructuurdeel is gedoemd te mislukken. Of integraal of helemaal los van elkaar. En dan moet je natuurlijk ook nog een afgerond plan hebben voor die gebiedsontwikkeling zodat je de infrastructuurontwikkeling voortdurend kunt toetsen aan je gebiedsontwikkeling.

De hiervoor geciteerde passage uit deze notitie geeft duidelijk weer dat de aansturing van het gebiedsontwikkelingsdeel van het project vanaf dat moment bepaald niet eenvoudiger is geworden.

Toenemend wij-zij gevoel. Diverse geïnterviewden geven het beeld dat er tussen de verantwoordelijken voor de gebiedsontwikkeling en de projectdirectie spanningen zijn ontstaan. Deze spanningen zijn in de loop van de tijd ook geëscaleerd naar het niveau van de Stuurgroep, alwaar de provincie ‘haar’ projectdirectie beschermde en de gemeente ‘haar’ mensen van de gebiedsontwikkeling.

Tja zo gaat dat!Dat had de stuurgroep tijdig moeten onderkennen en benoemen. En er vervolgens maatregelen op moeten nemen.

3.3 ANALYSE EN CONCLUSIES ORGANISATIE VAN DE SAMENWERKING

• In de Samenwerkingsovereenkomst is opgenomen dat scopewijzigingen ten laste komen van betreffende partijen en dat van dit besluit kan worden afgeweken door een besluit van de Stuurgroep, een en ander na verkregen toestemming van betrokken partijen. In de loop van de planfase is een aantal scopewijzigingen doorgevoerd en/of randvoorwaarden bijgesteld. Hierover is niet formeel teruggekoppeld naar de bevoegde organen van partijen. Over de wijze en over het moment waarop deze terugkoppeling had moeten plaatsvinden lopen meningen uiteen.

Raad en staten stonden dus buiten spel.

• De opbrengst van de gebiedsontwikkeling is taakstellend. In de Samenwerkingsovereenkomst is opgenomen hoe om te gaan met opbrengsten uit de gebiedsontwikkeling. Voor partijen is onvoldoende duidelijk geweest hoe kosten worden verdeeld als de opbrengsten uit de gebiedsontwikkeling lager uitvallen dan het taakstellende bedrag.

• De definitieve raming van het infra-adviesbureau van 31 oktober 2005, waarin substantieel hogere bedragen voor de infrabundel worden benoemd t.o.v. de BC2005, wordt, voor zover nu kan worden nagegaan, informeel aangeboden aan het Projectbureau. Door een ongelukkige samenloop van omstandigheden is de Stuurgroep hierover niet geïnformeerd. In deze periode was de projectdirecteur enige tijd door ziekte uitgeschakeld en was het Projectbureau nog onderbezet daar waar gaat om de financiële functies. Pas in 2007 is deze definitieve raming en de consequenties daarvan voor de raming door het Projectbureau en door ProRail geconstateerd. Deze uitkomsten zijn opgenomen in de BC2007.

Smoesjes. Wel een erg makkelijke verklaring. Die hogere raming van meer dan 6 miljoen euro had ook aan de gemeenteraad gemeld moeten worden. In die periode was het besluitvormingsproces in de raad in volle gang. Dit had zeker invloed gehad op de besluitvorming. Wel erg toevallig dat deze informatie de raad niet bereikt heeft. Maar ja dat zie je wel vaker. Op het beslissende momenten is de informatie spoorloos, zijn foto’s overbelicht, is er per ongeluk op de delete-knop gedrukt of is een sleutelfiguur afwezig of ziek. En dan komt het pas twee jaar later boven tafel? Ik geloof er geen bal van.

maandag 24 december 2007

Ada Boerma - hoe kwam dat nou?-

Ja ik kan er ook niks aan doen. Er heeft zich niemand gemeld met de oplossing van de kerstpuzzel. Zoek nog 'n stukje tekst dat Ada uit Thom's toespraak heeft overgenomen. In de tabel (zie onderaan het artikel) de oplossing. Overigens, het zijn niet alleen de passages die zijn gekopieerd maar ook de structuur van de toespraak is door Ada Boerma overgenomen.

Klik hier voor het Dossier Boerma-Maasdriel met verwijzingen naar alle artikelen op deze weblog over deze kwestie. Inclusief een integrale weergave van beide toespraken (Ada Boerma en Thom de Graaf).

Ik vraag me altijd af hoe de dingen zijn gelopen zoals ze gelopen zijn.
Diepzinning hè. Zie je mij al ziiten. Hand onder kin. Arm met de elleboog op m'n knie. Jaja, 'n echte denker.

Zat Ada in tijdnood? En was copy-and-paste nog de enige mogelijkheid?
Moeten we haar voortaan Crtl-V Ada noemen. Of heeft ze toegeslagen met de muis?

Of heeft ze ouderwets de kroontjespen gebruikt en in schoonschrift de letters van Thom overgeschreven. Die letters werden woorden en ziedaar. Het wonder was geschied. Een prachtige toespraak.

Overtrekpapier is ook mooi conservatief. Is wel 'n hoop werk hoor. En je moet het potlood heel erg precies gebruiken. Lastig karweitje lijkt me. Voordat je het weet gaat het papier schuiven en dan ben je weg.

Of dacht ze "knollen voor citroenen verkopen" is een goed Nederlands gezegde. Dat moest ik maar eens in de praktijk gaan brengen.

Het kan natuurlijk ook dat Ada de toespraak voor Thom de Graaf heeft geschreven. Die man heeft het zo druk. Die kan wel wat hulp gebruiken. Ja, dan is het uiteraard wel weer Ada's eigen compositie.

Misschien was de inspiratie effe weg. Ook mogelijk. 'n Writers-block.
Dat ken ik. Soms weet ik ook niet wat ik voor m'n stukkie van morgen uit m'n toetsenbord moet halen.

Ada dan moet je gewoon voor je toetsenbord of schrijfblok gaan zitten en beginnen.
Net als ik nu doe. Dan komt het vanzelf wel weer goed. Je moet natuurlijk wel 'n onderwerp hebben.

En volgens mij had je die ook wel: Een toespraak waar 23.5000 burgers in je gemeente warm van binnen zouden worden. En dat werden ze aanvankelijk ook hoor.

Totdat ik het medicijn ging keuren. Het bleek een placebo. Onecht!
En dat werkt nu eenmaal niet zo lang.

En dan wordt een onschuldig raadslid ook nog met pek-en-veren tentoongesteld door dat gootspook. Vast zo'n CDA-moraalridder die de normen en waarden hoog in het vaandel heeft staan.

Net als Ada! De Drielse bevolking zal je nu voortaan op je woord geloven hoor.
Wees daar maar van overtuigd.

Maar natuurlijk! Dat is het! Nu valt bij mij het kwartje.
Dat Gootspook heeft zelf die toespraak voor Ada "bedacht"?

Overigens kijgt Ada van mij de ruimte om te reageren hoor. Ik stel mijn weblog graag ter beschikking. Kan ze uitvoerig vertellen hoe het allemaal zo gekomen is. En ik zal aan haar bijdrage geen jota veranderen. Stort je hart maar uit. Wel een origineel verhaal graag. Kopieën worden niet geaccepteerd.

Onderstaand de tabel met de overeenkomsten tussen de toespraken van Ada Boerma en Thom de Graaf. Ik heb de laatste "ontdekking" toegevoegd. Ik zeg niet waar maar het is blauw.

Klik op de afbeelding om deze te vergroten.


zondag 23 december 2007

Ada - een lot uit de loterij

Maasdriel heeft met Ada een lot uit de loterij. Als dat maar geen nietje wordt.

Mijn berichten over het betere jatwerk van Ada Boerma, het kopiëren van passages uit de installatiespeech van Thom de Graaf toen hij burgemeester van Nijmegen werd, krijgt langzaamaan aandacht in bredere kring.

De woorden van Ada Boerma zijn niet uit haar hart maar uit de kopieermachine ontsprongen. Daarmee belazert zij, al bij haar eerste officiële daad, zo'n dikke 23.000 inwoners van Maasdriel die dachten met een hartelijke burgemeester te maken te krijgen.


Ik had Cees Sips, VVD-raadslid in Maasdriel, ingelicht over xerox-Ada.
Hij besteedde daar op zondag 16 december aandacht aan op zijn website. En nu probeert een columnist in het Brabants Dagblad deze Cees ook nog eens de schuld in de schoenen te schuiven. Deze columnist, het Gootspook zoals hij/zij zichzelf noemt, is blijkbaar een politiek vriendje van Ada. Het spookje zal nu wel op de koffie bij Ada zitten. Kunnen ze samen naar goed Bommels gebruik even de verdere strategie bespreken. Het spookpeloton heeft alvast bereikt dat er nu uitgebreid aandacht voor de speech van Ada is.

Anno Zijlstra, oud VVD-raadslid in Arnhem maar nu vooral rondstruinend in Zuid-Oost Azië, besteedt er op zijn veelgelezen weblog en zijn forum ook aandacht aan.

Klik op deze regel om naar de weblog van Anno Zijlstra te gaan.

Klik op deze regel om naar het forum met de betreffende opmerkingen van Anno Zijlstra te gaan

Klik op deze regel om mijn Gootspookartikel nog eens te lezen.

Klik op deze regel voor de website van Cees Sips. Lees vooral zijn dagboekartikelen van zondag 16 december en vrijdag 21 december.

Onderstaand nog eens de verwijzingen naar mijn artikelen over Ada Boerma. Klik op een van de regels om naar het betreffende artikel te gaan.

Nóg een voor Ada (22 december 2007)
En ik vond nóg een door Ada gekopieerde passage.

Ada en het Gootspook (22 december 2007)
De boodschapper heeft het gedaan. Ada krijgt steun van het Gootspook.

Ada's Installatiespeech in Maasdriel (22 december 2007)
De speech die Ada uitsprak bij haar installatie tot burgemeester van Maasdriel.

Thom de Graaf - installatiespeech Nijmegen (22 december 2007)
De speech die Thom de Graaf uitsprak bij zijn installatie tot burgemeester van Nijmegen.

Ada - Van de hemel naar de hel (2) (16 december 2007)
Foei Ada!. Oud-burgemeester Ada Boerma van Rzoendaal heeft voor haar installatiespeech in Maasdriel maar eens gegrasduind in de installatiespeech van Thom de Graaf en daar stukken uit overgenomen.

Ada - Van de hemel naar de hel (15 december 2007)
Oud-burgemeester Ada Boerma stapt vanuit het rustige Rozendaal pardoes in een Maasdrielse ramp.

Audit Stuurgroep - 2 Terugblik op Hart van Dieren

In de loop van het project wordt duidelijk dat de provincie en de gemeente andere opvattingen hebben over draagvlak. De provincie vindt draagvlak blijkbaar niet zo belangrijk. De gedputeerde beseft blijkbaar niet dat ook het provinciale bestuur gekozen wordt en dat het ook haar bevolking is waar het om draait.
Met deze houding zet de provincie zich weer eens als overtollig bestuursorgaan neer.


2. EEN TERUGBLIK OP HART VAN DIEREN

Bij de besluitvorming over de Betuweroute hebben Provinciale Staten en de gemeente Rheden zich sterk gemaakt voor een duurzame oplossing voor de zogenaamde ‘Noordtak’ van de Betuweroute. Toen de Minister in 1997 de noordelijke aftakking van de Betuwelijn schrapte en besloot dat de afwikkeling van het goederenvervoer over bestaand spoor zou plaats vinden, is door de provincies Overijssel en Gelderland overleg gestart met het Ministerie over compenserende maatregelen.

In de prognoses voor deze oplossing ging men uit van ca. 100 goederentreinen per dag door de kern van Dieren. Echter in 1999 besloot een nieuw kabinet het goederenvervoer deels over andere tracés naar het achterland te geleiden. Op basis van deze gewijzigde plannen komen er nog steeds 21 goederentreinen over bestaand spoor, naast het personenvervoer. Voor de aanpassingen langs bestaand spoor kwam voor de provincies Overijssel en Gelderland samen fl. 300 miljoen beschikbaar. In deze rijksplannen was echter geen geld opgenomen voor oplossingen in de kern van Dieren.

Behalve de spoorlijn loopt ook de provinciale weg N348 door de kern van Dieren. Hiervoor had het Ministerie van Verkeer &Waterstaat al bij de Wet Herverdeling Wegen (WHV) in 1993 middelen beschikbaar gesteld. De mogelijkheden voor een rondweg rond Dieren waren echter zeer beperkt, enerzijds door de IJssel en anderzijds als gevolg van de ecologische verbindingszone.

Ja, wat is er met dat geld gebeurd? Niet uitgekeerd? Heeft de provincie dit aan andere zaken besteed?

Dus volgens de auditors moet mede vanwege deze ecologische verbindingszone Dieren nu dus zuchten onder de verkeersdruk. Want die mening heb ik nog nergens anders gelezen. Blijkbaar is er nog veel materiaal dat ik niet ken.

In 2000 zijn door de provincie Gelderland en de gemeente Rheden de problemen voor de kern Dieren verkend. Gemeente en provincie zijn een lobby gestart richting de Rijksoverheid om het project mede te financieren. Er was een groot draagvlak onder de bevolking en partijen trokken samen op richting Den Haag.

Bij een bezoek van de vaste kamercommissie van V&W zijn de problemen en de beoogde oplossingen door de toenmalige gedeputeerde van de provincie Gelderland en de wethouder van de gemeente Rheden aan de orde gesteld. Door de Tweede Kamer is vervolgens aan de Minister gevraagd een haalbaarheidsstudie van de Gelderse plannen uit te voeren. In overleg met het ministerie V&W is door beide initiatiefnemers besloten deze haalbaarheidsstudie zelf uit te voeren. Deze studie werd op 5 september 2001 aangeboden aan de Vaste kamercommissie. In april 2002 stelde de Tweede Kamer vervolgens € 70 miljoen beschikbaar als rijksbijdrage in het project. Uiteindelijk werd in 2004, als gevolg van bezuinigingen door het nieuwe kabinet, een definitieve rijksbeschikking van € 50 miljoen afgegeven. Later is dit bedrag gecorrigeerd naar € 53 miljoen, ter compensatie van de inflatie. De bijdrage van het rijk is op dit bedrag gefixeerd.

Het enthousiasme om gezamenlijk te komen tot oplossingen voor de kern Dieren was groot, niet alleen onder de bestuurders maar ook onder de bevolking van Dieren. Gemeente, bevolking en provincie zijn in deze fase gezamenlijk opgetrokken richting Ministerie. Deze lobby is ook succesrijk gebleken; voor de oplossingen in een relatief kleine kern als Dieren was een aanzienlijk bedrag binnengehaald om de problemen als gevolg van het goederenvervoer én het wegverkeer te compenseren.

Waar de constatering over het enthousiasme op is gebaseerd is mij niet bekend. Zijn er toen onderzoeken, enquêtes gehouden?

In 2003 zijn diverse alternatieven uitgewerkt. Deze zijn beoordeeld op het oplossend vermogen voor de knelpunten in Dieren. Voor de provincie en de gemeente was alleen alternatief 8 acceptabel. Dit was de duurste variant. Later is door de Tweede Kamer aangedrongen op een versobering van deze 8 variant tot de, zogenaamde, ‘8 min variant’ . In deze variant wordt uitgegaan van een ‘open tunnelbak’ voor het treinverkeer. Deze ‘8 min variant’ én de voorlopige stedenbouwkundige tekening én de grondexploitatie hebben ten grondslag gelegen aan de BC2005. Namens de gezamenlijke partijen (er was nog geen projectorganisatie) en onder gezamenlijke verantwoordelijkheid is in 2004 gewerkt aan de grondexploitatie.

Als je in de alternatievenstudie duikt zie je dat de alternatieven 3a/3b en 4 (tunnels onder het spoor door) net zo hoog scoren op het gebeid van verkeersveiligheid als de 8-min variant. En ze kostten ongeveer 1/3 van de alternatief 8.

In juni 2005 is de Samenwerkingsovereenkomst (SOK) voor de planfase opgesteld en ondertekend door de provincie Gelderland, de gemeente Rheden en ProRail BV. Partijen beogen middels de samenwerkingsovereenkomst gezamenlijk en op basis van een goed georganiseerde samenwerking een snelle en succesvolle planfase te doorlopen. Het integrale karakter van het project wordt benadrukt in de samenwerkingsovereenkomst. Ten tijde van het opstellen van de BC2005 en de totstandkoming van de samenwerkings-overeenkomst was publiek-private en publiek-publieke samenwerking zeer actueel. Met name in bestuurlijk Nederland leefden hoge verwachtingen over deze vormen van samenwerking. Het project Sijtwende werd dikwijls ten voorbeeld gesteld. Ook in Dieren is gekozen voor een integrale aanpak van het project Hart van Dieren, waarin spoor- en weginfrastructuur én gebiedsontwikkeling zijn opgenomen. In de samenwerkingsovereenkomst wordt als voordeel van deze vorm van samenwerking genoemd: ‘het mogelijk maken van een hoog kwaliteitsniveau en een aanzienlijke kostenreductie’.

Hans Broekman die ook in het Atelier Verdaas zat was intensief bij Sijtwende betrokken. Dus tunnels, bebouwing boven en dicht op de tunnel etc.

Deze vorm van samenwerking was zowel voor de provincie als voor de gemeente nieuw, beide partijen hadden relatief weinig of geen ervaring bij dit type projecten. Een van de redenen achter deze keuze was de bijdrage die vanuit de gebiedsontwikkeling werd beoogd als bijdrage aan het project. Vanwege de uniciteit van het project én om de complexiteit van de aansturing te verkleinen, is gekozen tot het instellen van een projectdirectie/projectteam.

In de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen in 2006 is het project Hart van Dieren inzet van de verkiezingen. Het nieuwe College start een onderzoek naar de mogelijkheden tot verbetering van de z.g. ‘8 min variant om daardoor het draagvlak onder de bevolking te bevorderen. Er volgen diverse ‘bouwstenensessies’ met de bevolking die leiden tot aanpassingen in het ontwerp. Daarna leidt een verschil van mening over de uitwerking van het project binnen de gemeentelijke coalitie tot de val het College van B&W. In april 2007 wordt een nieuwe College geïnstalleerd.

Hier wordt wel een stukje van de historie overgeslagen. Met name mijn moties in 2005 om meer grip op het project te krijgen. En de breuk van mijn partij (Leefbaar Rheden) met de coalitie. Ik hoor het Jan Bart Wilschut nog zeggen "het college zit er bovenop". Daarmee beodelde hij toen de controle op en over het project. Achteraf gezien moet hij toch iets anders bebedoeld hebben denk ik. Want van controle is geen sprake geweest. Anders was dit rapport niet nodig geweest

Als gevolg van de bestuurlijke ontwikkelingen binnen de gemeente loopt de vaststelling van het Verkeerscirculatieplan (VCP) en de bestemmingsplanprocedure vertraging op. Het draagvlak voor het project in de kern Dieren wordt een aantal keren als zorgpunt in de Stuurgroep besproken. Uit de Stuurgroep van 23 juni 2006 blijkt bijvoorbeeld verschil van mening tussen partijen over de verantwoordelijkheid voor het verwerven en behouden van draagvlak in Dieren.

Duidelijk is dat de urgentie van het project voor de inwoners van Dieren voor een belangrijk deel is verdwenen. Dit komt ook tot uitdrukking in het intensieve raadsoverleg over de verkeersbelasting en het verstedelijkte karakter van de gebiedsontwikkeling. In de Stuurgroep is steeds geprobeerd om desalniettemin de oorspronkelijk vastgestelde planning, in goede samenwerking, te realiseren. Uiteindelijk is tot vier maal toe de planning door de Stuurgroep bijgesteld. Daarbij speelt een rol dat bij de betrokken partijen de vrees bestond, om de subsidies voor het project te verliezen.

De zorg van de inwoners betrof niet de urgentie maar de gekozen "oplossing".

Gaandeweg wordt echter duidelijk dat de verwachtingen van de betrokken partijen rond het project niet geheel synchroon lopen. Door de provincie wordt de Planfase van het project vooral gezien als een fase ter verdere uitwerking en detaillering van het project. Een echt goed overzicht van kosten en opbrengsten zou pas zichtbaar moeten zijn bij een actualisatie van de Businesscase zoals nu gebeurd in 2007. Op basis hiervan zou dan een definitieve keuze kunnen worden gemaakt en concrete voorstellen aan de bevoegde organen van partijen worden voorgelegd. Voor de gemeentelijke opgaven op het gebied van gebiedsontwikkeling en fysieke inpassing en bestemming, blijkt het nodig om reeds tijdens de planfase over gedetailleerde informatie over de consequenties van het ontwerp op microniveau te verkrijgen. De uiteenlopende verwachtingen hebben tot een grote druk gelegd op het functioneren van het Projectbureau, als ambtelijke ondersteuning bij het optreden van de Stuurgroep.

Is dit ambtelijke taal voor "Ze vochten elkaar de tent uit"?

Het verschil in verwachtingen biedt een mogelijke verklaring voor de meer gematigde houding van Provinciale Staten in verhouding tot de reacties van de gemeenteraad van Rheden, als in 2007 een omvangrijk tekort op de raming van het project, zichtbaar wordt.

Met uitzondering van enkele leden snappen die Provinciale Staten er dus geen hout van.

Audit Stuurgroep - 1. Audit Hart van Dieren

De komende dagen zal ik 'n paar stukjes aan de Stuurgroep-audit van Hart van Dieren wijden. Ik zal de volledige tekst van de audit in de weblog opnemen. Voor het nageslacht. En van commentaar voorzien. We starten met hoodfstuk 1. Da's overigens nog niet zo spannend. Dus ik heb er slechts enkele opmerkingen over.

1. AUDIT HART VAN DIEREN


Nadat de gemeente Rheden en de provincie Gelderland sinds 2001 de mogelijkheden hadden onderzocht van hun plan om de verkeersdoorstroming en leefbaarheid in de kern van Dieren te bevorderen, hebben zij hiertoe in 2005 een samenwerkingsovereenkomst gesloten. Middels die overeenkomst werd, samen met ProRail, de haalbaarheidsfase afgesloten en een start gegeven aan de planfase van het project ‘Hart van Dieren’.

Deze samenwerkingsovereenkomst was onder meer gebaseerd op een businesscase ten behoeve van het project Hart van Dieren. Sinds 2005 hebben Stuurgroep en Projectbureau gewerkt aan het project. Inmiddels is er door het Projectbureau een geactualiseerde businesscase opgesteld, waaruit een fors tekort blijkt ten opzichte van de BC2005. Dit verschil, in combinatie met ‘verschillende signalen en verwachtingen die moesten worden bijgesteld’, heeft geleid tot vragen over project ‘Hart van Dieren’.

In dat licht heeft de Stuurgroep Hart van Dieren aangekondigd een tweetal onderzoeken uit te laten voeren. Eén onderzoek richt zich op de mogelijkheden om het plan aan te passen teneinde het binnen het bestaande budget uit te kunnen voeren. Het tweede onderzoek betreft een audit door controllers van betrokken partijen, aangevuld met een externe lead auditor. Dit rapport omvat het resultaat van dit tweede onderzoek.

Onderzoeksvraag

De Stuurgroep heeft voor de audit Hart van Dieren de volgende centrale onderzoeksvraag geformuleerd:
Het verkrijgen van inzicht in de kwaliteit van de administratieve, financiële en bestuurlijke aspecten bij het project Hart van Dieren, alsmede de juistheid, tijdigheid en volledigheid van de informatievoorziening, naar aanleiding van het tekort op de raming van de BC2005 zoals blijkt uit de BC2007.

Aanvullend op deze onderzoeksvragen heeft de Stuurgroep een zestiental deelvragen opgesteld. Deze deelvragen geven wij weer in hoofdstuk zes van dit rapport. Daar formuleren wij ook conclusies aangaande deze vragen.

Samenstelling en werkwijze audit-team

In eerste instantie was sprake van een zogenaamde interne audit. Dit hield met name in dat de audit werd uitgevoerd door vier auditors vanuit de betrokken organisaties. Kort na de start van deze interne audit is hierover een nader besluit genomen, namelijk dat dit team onder leiding van een lead auditor verder zou werken. Dit met name om de onafhankelijkheid van de audit zo goed mogelijk te waarborgen. Uiteindelijk is Berenschot uitgekozen om deze rol van lead auditor te vervullen.

Dat leek een heel verstandige zet. Hoewel dit nog geen garantie is voor onafhankelijkheid lijkt de audit daardoor toch redelijk onafhankelijk te hebben plaatsgevonden. Of de audit daardoor aan kracht heeft gewonnen betwijfel ik. De uitleg op de informatieavond was nogal zwak.

Vanaf dat moment hebben lead auditors en de interne auditors en controllers als een gezamenlijk team gewerkt aan het onderzoek en deze rapportage. Bij alle activiteiten zijn zowel de interne auditors als de lead auditors actief geweest. Zo zijn vrijwel alle interviews afgenomen door een duo bestaande uit een interne en lead auditor.

Op hoofdlijnen zijn voor deze audit de volgende activiteiten ondernomen:

• Zelfstandig documentenonderzoek door het audit-team. Zowel gericht op de financiële documenten, als op meer bestuurlijke en procesmatige stukken. Een overzicht hiervan ziet u in bijlage 2. In bijlage 3 is een door het audit-team opgestelde tijdlijn opgenomen.

• Er zijn ruim twintig gesprekken gevoerd (zie eveneens bijlage 2) met betrokkenen bij het project. Het ging om bestuurders, ambtenaren en externe adviseurs. Deze personen zijn allen tussen 2004 en 2007 in verschillende perioden betrokken geweest bij het project. De geïnterviewden hebben het vertrouwelijke gespreksverslag dat is gemaakt ter correctie voorgelegd gekregen. Afgesproken is dat deze in het dossier van Berenschot blijven en dat niet herleidbaar naar personen zal worden gerapporteerd in dit rapport.

Merkwaardigerwijs wordt de raad overgeslagen. Ook de bevolking komt niet aan bod. Er wordt in het rapport wel gesteggeld over het draagvlak onder bevolking maar de bevolking is in het onderzoek niets gevraagd en de houding en de rol van de gemeenteraad komt ook nauwelijks aan bod. Niet ter zake doende, onderzoekers?
Nee, het zat niet in de opdracht. Hoe onafhankelijk ben je dan?


Op basis van deze bronnen heeft het audit-team de nu volgende rapportage opgesteld. Deze is als volgt opgebouwd. We beginnen in hoofdstuk twee met een korte terugblik op het ontstaan van het project. Daarop sluit hoofdstuk drie aan met een beschrijving van de organisatie van de samenwerking. Hierbij gaan we met name in op de samenwerkingsovereenkomst en enkele bevindingen aangaande het Projectbureau.

Daarna gaan we in hoofdstuk vier uitgebreid in op de financiële bevindingen. De opstelling en ontwikkeling van de verschillende ramingen en businesscases wordt beschreven. In hoofdstuk vijf beschrijven en analyseren we vervolgens de informatievoorziening in het project. Hoofdstuk zes rond dit rapport af en bevat de conclusies en aanbevelingen.

Hoofdstuk 1 tot en met 5 zijn voor commentaar voorgelegd aan de leden van de Stuurgroep Hart van Dieren en de projectdirectie. Het audit-team heeft deze voor eigen verantwoordelijkheid verwerkt in deze rapportage.

Ik zou deze concept-versie graag eens willen inzien. Dit tast de onafhankelijkheid natuurlijk weer behoorlijk aan. Ze hadden het oorspronkelijke rapport moeten publiceren met een apart hoofdstuk waarin de stuurgroep en de projectdirectie hun zegje hadden kunnen doen.
Op deze manier is het niet een echt onafhankelijk onderzoek geworden.


Maar goed. De uitleg op de informatieavond was ver onder de maat. We zullen het met het rapport zelf moeten doen.

zaterdag 22 december 2007

Nóg een voor Ada

Nog even door de speeches van Ada Boerma-van Doorne en Thom de Graaf gelopen. Ze stonden toch op de site. En ik kwam nóg 'n stukje van Thom de Graaf tegen dat Ada kennelijk goed kon gebruiken. Ik wil deze kerstpuzzel niet voor u bederven zodat u nog even verder kunt zoeken.

Maandag of zo laat ik het aan u weten.
Als u het zelf al niet hebt gemeld.
Bij mij of bij Cees Sips.

Ada en het Gootspook

In Maasdriel draait de geruchtenmachine op volle toeren. Daar heb ik natuurlijk stevig de hand in gehad. Dat begrijp je.

Toen ik ontdekte dat Ada bij haar installatiespeech uit andermans werk voorlas heb ik maar eens naar contacten gezocht in Maasdriel.

Ik kwam eerst terecht op de weblog van de "Vrijstaat Hoenzadriel" waar ik een berichtje over Ada’s plagiaat achterliet. Ik kreeg geen enkele reactie. Blijkbaar is de vrijstaat een zachte dood gestorven. Gisteravond zag ik nog dat de laatste bezoeker er op zondag 16 december een kijkje was komen nemen. Dat was ikzelf natuurlijk.

Gelukkig vond ik al snel de website van VVD-raadslid Cees Sips. Beter kon ik het niet treffen. Cees reageerde prompt op mijn bericht. Hij schrok zich te pletter en wijdde er aandacht aan in zijn dagboek van zondag 16 december.

De volgende dag was de speech van Ada al van de website van de gemeente Maasdriel verdwenen. Spoorloos. Ik had ‘m voor de zekerheid natuurlijk al gedownload en heb Ada's rede nu ook maar even op mijn weblog gezet. Samen met de volledige installatiespeech van Thom de Graaf. Misschien zijn er bezoekers die nog meer overeenkomsten vinden.

Aanvankelijk vond ik dat Ada Boerma zich aardig door de Bommelse ramp heensloeg. Totdat ik op dat jatwerk stuitte. Later in de week kreeg ik ook nog mee dat de Drielse winkeliers haar bloed inmiddels wel kunnen drinken. Vanwege de aggregaten die de markt wel en de winkeliers niet kregen. Nee, Ada heeft bij mij afgedaan.

De hele wereld viel over Paul Depla heen toen hij onlangs Clintonnetje ging spelen in het fietsenhok. Hoe je daar ook over denkt, hij had politiek niets misdaan.

Maar Ada dus wel!

Zoals de meeste lezers inmiddels wel weten houd ik niet van bestuurders die de boel belazeren. En dat is precies wat Ada Boerma bij haar installatiespeech in Maasdriel heeft gedaan. Ze heeft de inwoners van Maasdriel willens en wetens een rad voor ogen gedraaid. Ze is niet oprecht geweest. Die speech kwam niet uit haar hart maar uit de installatierede van burgemeester Thom de Graaf van Nijmegen.

In de academische wereld wordt je voor plagiaat bestraft met verbanning. In de politiek kun je er blijkbaar mee wegkomen. Met deze daad heeft ze het vertrouwen in het ambt ernstig geschaad. Zij heeft de mensen in de Bommelerwaard bij de neus genomen en hun vertrouwen al bij de eerste officiële woorden die zij uitsprak ernstig beschaamd.

Maar het kan altijd nog erger. In de editie Bommelerwaard van het Brabants Blad verschijnt een column “Uiterwaardigheden” onder het pseudoniem Gootspook.

Dat Gootspook zet de wereld op zijn kop. Niet Ada maar Cees Sips krijgt ervan langs.
Cees is de schuldige. Hij verwart volgens het Gootspook het algemeen belang met het eigenbelang. Cees opereert niet ter meerdere glorie van Maasdriel. Ja beste Gootspooklezers, wie anders dan VVD-er Cees Sips, die zelfbenoemde luis in de pels is volgens deze cliffhanger over Ada aan het klikken op zijn weblog. En Ada Boerma had op haar klompen kunnen aanvoelen dat in het Drielse bos de wolven zouden ontwaken. Het Gootspook besluit met de woorden: De toon is weer gezet. Welkom in de Maasdrielse slangenkuil.

Volgens het Gootspook had Ada op haar klompen kunnen aanvoelen dat de wolven zouden ontwaken. Haar eigen spook vindt haar dus nog dom ook.

Rheden wordt echt te klein voor me. Je zou je ook kandidaat moeten kunnen stellen voor gemeenteraadsverkiezingen in een ander gemeente. Maasdriel is dan een goede optie. Ik zou dan meedoen onder de naam Ghostbusters en beginnen met het uitroeien van anonieme achterbakse laffe Gootspoken die hun partijvrindjes de hand boven het hoofd houden en proberen de boodschapper een kopje kleiner te maken. Zulke gootspoken zijn een belediging voor alle echte Bommelse gootspoken.

Of moet ik medelijden met dat spookje hebben. De zielepoot heeft niet in de gaten waar het om draait: een burgemeester die misbruik maakt van de ideeën van een ander om daar haar voordeel mee te doen en drie-en-twintig-en-een-half-duizend mensen besodemietert. Al bij de eerste keer dat ze haar officiële mond open doet.

Beste lezers. Neem eens een kijkje op de website van Cees Sips. Een aanrader.
Cees heeft een geweldig mooie en complete website. Ben ik echt jaloers op. Zoiets wil ik ooit ook!!

Klik hier voor de website van Cees.
Klik hier voor zijn ontboezemingen over Ada’s plagiaat in zijn dagboeknotities van zondag 16 december en klik hier voor zijn dagboeknotitie van vrijdag 21 december.

Voordat Ada Boerma naar Maasdriel kwam was ze burgemeester in Rozendaal. Die gemeente zal op termijn haar zelfstandigheid moeten opgeven. Ada was nog maar een paar maanden tevoren herbenoemd in de gemeente Rozendaal toen het nieuws kwam dat ze naar Maasdriel ging. Ik vermoed dat Ada er tussenuit kneep omdat ze besefte dat de zelfstandigheid van Rozendaal niet lang meer is vol te houden. En vooruitlopend op die ontwikkeling heeft Commissaris van de Koningin Clemens Cornielje haar gepousseerd bij de Maasdrielse gemeenteraad. Die heeft gehapt en Ada kan nu nog ’n jaar of zes vooruit in Maasdriel. En Clemens Cornielje was alvast van het eerste probleem verlost. Maar Maasdriel zit er intussen maar mee. Die gemeente heeft deze Ada in zijn maag gesplitst gekregen.

Bij haar afscheid van Rozendaal noemde Ada deze gemeente “het groene hemeltje op aarde”. Tja dat komt ervan. Als je niet eens meer tevreden bent met de hemel dan wordt je daarvoor blijkbaar bestraft met rampspoed. En dan zijn gootspoken nog je beste vrienden.

In haar argeloosheid had Ada als dame van stand misschien een Tom Poes in de Bommelerwaard verwacht. Helaas Ada, je moet het met een gootspook doen.

In het Brabants dagblad van vorige week zaterdag liet Ada Boerma nog optekenen "'Jij krijgt hier wel een echte ontgroening', zei mijn man vanmorgen nog tegen me".

Nou Ada, zeg dat wel!

Ik geloof dat ik m’n licht maar eens ga opsteken bij weblog GeenStijl. Daar wordt de gedrukte pers meestal wel wakker van.

Voor de geïnteresseerden nog eens de adressen van Cees Sips:

http://www.ceessips.nl
http://www.ceessips.nl/dagboek/zondag-16-december-2007.php
http://www.ceessips.nl/dagboek/vrijdag-21-december-2007.php

En voor de Drielse bezoekers. Kijk ook eens in het Dossier Rozendaal-Maasdriel.

EN STEUN CEES SIPS.

Dat gootspook mag wel even bij mij langs komen.

Onderstaand het Gootspook-artikel. Klik op de afbeelding om te vergroten.