Geef uw mening!
Stuur uw brieven, foto's, afbeeldingen, filmpjes of cartoons naar
theo.kooijmans@gmail.com
Maak het niet te bont. De redactie behoudt zich het recht voor om inzendingen zonder opgaaf van redenen te weigeren.

donderdag 10 april 2008

Extern onderzoek: Waar is de politieke context?

Het Lysias-rapport heeft het over feiten en constateringen maar had van mij meer aandacht mogen besteden aan de politieke context waarin alles zich heeft afgespeeld. De (politieke) verhoudingen in de raad en tussen de raad en het college van B&W.
Bij lezing van het rapport kreeg ik het gevoel dat het puur om organisaties, posities in die organisaties, over procedures en formele bevoegdheden ging.

Politieke context: een lastig en glibberig onderwerp maar het kan meer inzicht geven. Bijvoorbeeld in het feit dat de raad zo weinig grip kreeg op het project.

Dat wil niet zeggen dat het rapport geen politiek instrument is. Er wordt wel degelijk politiek bedreven met het rapport. Maar daar kom ik nog op terug.

In 2005 zat Leefbaar Rheden nog in de coalitie. Met twee moties hebben wij toen geprobeerd om de kaderstellende en controlerende rol inhoud te geven. De raad heeft beide keren deze voorstellen verworpen. En waarom? Daar zijn meerdere oorzaken voor aan te wijzen.

• Coalitie” partners” VVD en CDA wilden al langer af van Leefbaar Rheden. Bij het aantreden van de coalitie veronderstelden deze partijen een volgzame partij die braaf alle beslissingen van het college zou volgen en zich zou aansluiten bij de gedachten en opinies van VVD en CDA. Maar dat pakte anders uit. Leefbaar Rheden stelde zich kritisch en onafhankelijk op en dat was moeilijk voor die partijen te verteren. Uiteindelijk wilden ze gewoon van Leefbaar Rheden af. Dat heeft zeker meegespeeld bij de stemmingen over de moties.

• Het college vreesde dat de raad teveel invloed kreeg. Het college van B&W heeft een actieve rol gespeeld in het voorkomen dat de raad meer grip op het project kreeg. Na het sneuvelen van de eerste motie over controle op het project (31 mei 2005) hebben VVD-wethouder Holleman en CDA-wethouder Jansen achter de rug van Leefbaar Rheden om een tweede motie over het aantrekken van een raadsadviseur getorpedeerd. De fractievoorzitters van CDA en VVD die eerst géén bezwaar hadden tegen een raadsadviseur bleken na dat gesprek ineens tegen. Duidelijker voorbeeld van invloed van het college op de raad is bijna niet denkbaar.

• Onkunde en pure luiheid van raadsleden. De voorbeelden van uit de hand gelopen projecten lagen voor het grijpen. Op landelijk niveau had de commissie-Duijvestijn uitgebreid onderzoek naar dit fenomeen gedaan en was met concrete en werkbare aanbevelingen gekomen. Maar behalve wij had niemand in de raad de moeite genomen om deze stukken te lezen en een aantal van deze aanbevelingen te vertalen naar Hart van Dieren. Waarom zouden ze ook? Het was veel makkelijker om het college te volgen. Bovendien kreeg ik de indruk dat veel raadsleden niet eens begrepen waar het allemaal om ging.

• Politiek om de politiek. Het algemeen belang sneeuwt nogal eens onder bij het partijbelang. Dat begrijp ik op zich prima maar als grote belangen op het spel staan zoals bij Hart van Dieren moet je je boven het partijbelang kunnen stellen. En niet alleen maar tegen zijn omdat een voorstel niet uit eigen koker komt. En partijen die overal tegen zijn kom je ook overal tegen.

• (Mis)gunning. Niets menselijks is ons vreemd. Persoonlijke verhoduingen, sympathiën en antipathiën spelen ook in de politiek een grote rol. Vaak gemaskeerd door politieke argumenten. Van de één accepteer je nu eenmaal eerder een idee of voorstel dan van iemand die je minder goed ligt.

Dat schetsen van die politieke context hoeft natuurlijk niet allemaal op de wijze zoals hierboven beschreven en het beslaat niet alleen Leefbaar Rheden maar de hele politiek-brede constellatie. Dit facet blijft echter onderbelicht in het rapport.

Extern onderzoek: Gespreksverslag

De begeleidingscommissie van het externe onderzoek heeft besloten om de interviewverslagen geheim te houden.

Ik kan begrijpen dat er mensen zijn die hun naam niet verbonden willen zien aan uitspraken die misschien schadelijk zijn voor hun carrière of hun baan. Daarbij denk ik voornamelijk aan ambtenaren maar daar was met anonimisering van verslagen best wat aan te doen geweest. En informatie die direct tot de geïnterviewde leidt en die schadelijk voor hem/haar is had in overleg met de betrokkenen op een andere manier kunnen worden gepresenteerd.

In ieder geval hadden betrokkenen zelf de beslissing moeten kunnen nemen of hun bijdrage al dan niet openbaar zou zijn.

De geïnterviewden wisten vooraf niet hoe hun bijdrage in het onderzoek zou worden verwerkt. Dat had ook veel explicieter gekund en dan hadden deze mensen ook niet kunnen protesteren. Met andere woorden: onderzoeker en begeleidingscommissie hebben naar believen en oncontroleerbaar in deze gesprekken kunnen shoppen. Welke informatie is er in het filter uitgezeefd en/of vervormd doorgekomen?

Zijn de opmerkingen die gemaakt zijn soms te pijnlijk voor betrokkenen? Was de begeleidingscommissie bang dat ze "out of control" raakt en dat de positie van wethouders, ambtenaren en raadsleden rechtstreeks ter discussie wordt gesteld?

Daarom heb ik altijd gepleit voor een officieel raadsonderzoek (volgens artikel 155 gemeentewet) waarin alle betrokkenen hun verhaal in het openbaar komen doen voor een onderzoekscommissie. Huidige en gewezen bestuurders, politici en ambtenaren zijn dan verplicht om te getuigen, stukken ter beschikking te stellen en volledige medewerking te geven. Alleen om gewichtige redenen kan worden besloten om een verhoor of een gedeelte daarvan niet in het openbaar af te nemen.

Mijn bijdrage is in ieder geval openbaar. Hieronder vindt u het gespreksverslag. Ik had het ook al eerder gepubliceerd maar het was moeilijk te vinden. Een linkje werkte niet meer.

Hopelijk zijn er nog meer geïnterviewden die hun verhaal openbaar willen maken.
----------------------------------------------------------------------
Vertrouwelijk

Verslag interview onderzoek Hart van Dieren
Datum: 31 januari 2008
Gesprekspartner: de heer Kooijmans

Mailadres voor toezending interviewverslag: theo.kooijmans@tiscali.nl
-----------------------------------------------------------------------------------------
Vooraf
De heer Kooijmans is vanaf 2002 tot 2006 raadslid en fractievoorzitter van Leefbaar Rheden geweest. Leefbaar Rheden vormde in de periode 2002-november 2005 samen met de PvdA, de VVD en het CDA de coalitie.

De heer Kooijmans geeft aan dat hij het verslag op zijn website zet.

Het interview
Wethouder Schadd was tijdens zijn aantreden als fractievoorzitter de verantwoordelijk projectwethouder voor Hart van Dieren. In de periode van 2002 tot 2004 speelde volgens de heer Kooijmans nadrukkelijk de vraag of er een Rijksbijdrage kon worden verkregen voor het project. Er was veel gekrakeel rond het bedrag dat aan Rijkssubsidie zou worden binnengehaald. In 2003 was een alternatievenstudie uitgevoerd, waarin 8 varianten werden gepresenteerd. Eind 2004 bleek dat er een Rijksbijdrage was toegezegd van ongeveer 50 miljoen euro. Dat was 20 miljoen minder dan het aanvankelijk toegezegde bedrag door de Tweede kamer.

Incidenteel ging het in de periode 2002 - 2004 ook over andere projectgerelateerde zaken, zoals de Wet Voorkeursrecht Gemeenten en vorming van een voorziening voor het project.

Eind 2004 werd het menens, de 8- variant kreeg verder vorm. Er werd gesproken over kasritmes en financiering. De raad werd wakker. De heer Kooijmans geeft aan dat de raad niet betrokken is geweest bij de alternatievenstudie uit 2003 en dat de uiteindelijke keuze voor de 8- variant geen expliciete keuze is geweest van de raad. Dat zag je ook wel aan de raadsbehandeling van de businesscase 2005 (BC 2005) en de Samenwerkingsovereenkomst (SOK) in 2005. Er was een stortvloed aan vragen tijdens de vertrouwelijke raadsvergadering. De fractie van Leefbaar Rheden kwam hard in aanvaring met de coalitiepartijen. De heer Kooijmans geeft aan dat hij grote twijfels had over de financiële onderbouwing van de BC 2005. In zijn optiek rammelde de BC 2005 op een aantal belangrijke uitgangspunten. De heer Kooijmans geeft aan dat zijn vragen (gesteld eind 2004/begin 2005) uiteindelijk pas werden beantwoord na de behandeling van de BC 2005 in de raad (31 mei 2005). De heer Kooijmans geeft verder aan dat er in de periode tot aan de BC 2005 veel verschillende bedragen naar buiten kwamen. Dat maakte de discussie niet overzichtelijker. In februari 2005 werd op vragen van Leefbaar Rheden nog aangegeven dat het project op 126 miljoen euro was begroot. In april was dit plotseling gezakt naar 104,5 miljoen. Tevens bleek dat provincie en gemeente niet de beoogde 70 miljoen euro van regionale partijen (zoals gemeente en provincie voortdurend hadden beweerd) bij elkaar hadden gekregen maar slechts 45 miljoen euro. Opmerking: het bedrag is volgens mij 50 miljoen.

8-2-2008: Commentaar Theo Kooijmans (staat dus niet in het verslag): Deze opmerking is door de onderzoeker toegevoegd. Ik heb het daarom nog eens nagekeken. Ik kom uit op een bedrag van 47,9 miljoen aan bijdragen uit de regio: 29,2 miljoen euro van de provincie, 14,2 miljoen euro van de gemeente en 4,5 miljoen euro van het KAN (de huidige Stadsregio Arnhem-Nijmegen). Ik heb vrede met die 50 miljoen.

Uiteindelijk overheerste bij de meerderheid van de raad het gevoel dat het toch maar gelukt was om 50 miljoen binnen te halen. De raad heeft volgens de heer Kooijmans feitelijk zijn kaderstellende rol niet ingevuld. De raad liep achter de muziek aan; het college regelde het allemaal wel, was en is zijn (stekelige) gevoel.

De heer Kooijmans geeft aan dat er in de raadsvergadering van 31 mei 2005 een motie door hem is ingediend, waarin gevraagd werd om de (financial) control op het project aan te scherpen. Dit was onder andere naar aanleiding van de conclusies uit de parlementaire enquête over de HLS en Betuweroute. Hij beoogde om de controlerende taak van de raad te versterken. De motie is volgens de heer Kooijmans ‘van tafel geveegd’. Het college, bij monde van de projectwethouder, gaf in die tijd ook aan dat ‘ze er boven op zaten’ en dat ze zouden zorgen voor voortgangsrapportages. De heer Kooijmans geeft aan dat de raad daar genoegen mee nam. Hiermee heeft de raad zijn controlerende kerntaak verzaakt.

Hij geeft verder aan dat het gemiddelde raadslid onkundig is als het gaat om projecten van deze omvang. En hij is van mening dat het college niet wilde dat de raad ze voor de voeten zou lopen. Over de tussentijdse voortgangsinformatie die de raad uiteindelijk onder ogen kreeg, geeft de heer Kooijmans aan dat de informatie geen inzicht gaf in de stand van zaken van het project en dat er geen relatie werd gelegd met de BC 2005. Je had er als raad niets aan. Dat was ook een van de constateringen van de rekenkamercomminissie in april 2007.

Na het van tafel vegen van de motie wilde Leefbaar Rheden uit de coalitie stappen. In een lijmpoging zijn de fractievoorzitters van de coalitiepartijen (PvdA, VVD, CDA en Leefbaar Rheden) toen bijeen gekomen. Er was volgens de heer Kooijmans overeenstemming over het regelen van raadsondersteuning voor het project Hart van Dieren. Begin juli 2005 zou de PvdA de motie indienen, aldus de heer Kooijmans. In de betreffende raadsvergadering is de motie echter nooit ingediend. In de optiek van de heer Kooijmans hebben de toenmalige wethouders van VVD en CDA hier een stokje voor gestoken. Hij was daar erg boos over. De heer Kooijmans geeft aan dat hij er van overtuigd is dat het college van B&W niet wilde dat de raad ‘in control’ kwam. In november 2005 heeft hij alsnog de motie ingediend. Deze werd door onder anderen de coalitiegenoten VVD en CDA afgewezen. Dat was voor hem het sein om uit de coalitie te stappen (in november 2005).

De heer Kooijmans geeft aan dat hij in februari 2006 wederom een motie indiende. Ditmaal ging het over het instellen van een referendum over Hart van Dieren. Hij schetst dat er in die periode veel weerstand onder de bevolking aan het ontstaan was. Dat culmineerde in 1.500 bezwaarschriften op het Verkeerscirculatieplan (VCP). De motie is volgens de heer Kooijmans door alle partijen van tafel geveegd.

Na de verkiezingen in 2006 kwam Leefbaar Rheden niet terug in de raad. Hij heeft het dossier Hart van Dieren niet meer gevolgd tot het moment dat hij steeds meer signalen kreeg dat de bevolking een onjuist beeld geschetst kreeg over de mogelijkheden om invloed uit te oefenen op het plan hart van Dieren. De heer Kooijmans geeft aan dat hij zeer teleurgesteld was in de opstelling van de toenmalige coalitiepartijen SP en Gemeentebelangen die hij van kiezersbedrog beticht. Hij geeft aan dat de bevolking in bouwstenensessies werd gevraagd met ideeën te komen, maar de variant (8-) stond volgens hem op voorhand vast. Een woordvoerder van Gemeentebelangen gaf in een krantenartikel in die tijd aan dat zijn partij als enige tegen de overgang van de haalbaarheidsfase naar de planfase had gestemd. Dat was volgens de heer Kooijmans onjuist; ook Leefbaar Rheden, Groenlinks en twee leden van de PvdA-fractie hadden tegen de plannen gestemd. Vanaf dat moment is hij het project weer gaan volgen.

De heer Kooijmans geeft aan dat de gemeente er niet in geslaagd is om draagvlak te verwerven voor de plannen. Er was wel draagvlak voor de oorspronkelijk variant 8. Ogenschijnlijk heeft de gemeente zich ingespannen om draagvlak te krijgen voor de plannen; dat werd met de mond beleden, maar feitelijk gebeurde er niets met de inspraak van de inwoners. Ook de klankbordgroep voelde zich volstrekt genegeerd door de gemeente.

Het GBO (Gezamenlijke Belangenorganisaties Dieren) werd op een gegeven moment zelfs niet meer te woord gestaan door projectbetrokkenen. De bevolking en de gemeente staan met de rug naar elkaar toe, aldus de heer Kooijmans. Het vertrouwen is helemaal weg. Elke oplossing die in deze setting bedacht wordt, is gedoemd te mislukken.

De heer Kooijmans geeft aan dat hij zich erg gestoord heeft aan het feit dat de BC 2005 niet openbaar was en is. Dat maakt een openbaar debat over het project feitelijk onmogelijk. Hij is zeer ontstemd over het feit dat de stuurgroep gegevens uit de businesscases 2005 en 2007 openbaar maakte in de zgn verschillenverklaring van begin november 2007. Terwijl de overige kennishebbers van deze businesscases gehouden waren aan de geheimhoudingsplicht. Hij heeft daarop aan B&W en de stuurgroep gevraagd om deze alsnog openbaar te maken. Dat werd niet gehonoreerd. In dezelfde brief had hij een klacht ingediend wegens onbehoorlijk bestuur die niet in behandeling werd genomen. Integendeel, in het antwoord aan de heer Kooijmans meldde B&W dat als hij ( de heer Kooijmans) zaken uit de hem bekende businesscase 2005 openbaar zou maken hij strafvervolging riskeerde. Daarop heeft de heer Kooijmans bij de politie aangifte gedaan van schending van de geheimhoudingsplicht door de leden van de stuurgroep e.a. van Hart van Dieren. Deze aangifte is (31-1-2008) nog in behandeling.

Gevraagd naar zijn reactie op de interne audit, geeft de heer Kooijmans aan dat als je de audit goed leest, het vernietigend is voor de rol die de stuurgroep heeft gespeeld. De controle op het project is volstrekt onvoldoende geweest en de stuurgroep had al in een zeer vroeg stadium (2005) kunnen en moeten weten dat het projectbudget onvoldoende was. Dat is de projectdirectie ook aan te rekenen. Naar de mening van de heer Kooijmans heeft de projectdirecteur op de eerste plaats de belangen van de provincie behartigd en onvoldoende oog gehad voor het belang van de gemeente en de inwoners van Dieren. De stuurgroep en de projectdirectie hebben bewezen dat ze onvoldoende gekwalificeerd waren om dit project tot een goed einde te brengen.

Hij vindt de gevolgen van het project tot nu toe zeer kwalijk. Er zijn mensen hun huis uit gezet. Mensen hebben honderden uren van hun vrije tijd gestoken in het meedenken over de plannen, maar daar is door de gemeente niets mee gedaan. Er is gemeenschapsgeld door het afvoerputje gegaan. Wat hem betreft moeten alle betrokkenen daar hun consequenties uit trekken, bestuurders (B&W,gedeputeerden) en politici inclusief de daarvoor verantwoordelijke raadsleden, die al vanaf 2005 de controletaken voor dit project hebben verzaakt.

De heer Kooijmans heeft aan de interviewer tevens aanvullende informatie verstrekt die naar aanleiding van vragen van Leefbaar Rheden door het college van B&W aan hem is verstrekt. Deze informatie valt deels onder de geheimhoudingsplicht.

Extern onderzoek: Vervormde geschiedenis

Na tweede lezing van het Lysias-rapport ben ik iets milder gestemd. Ik vond eerst mijn opmerkingen niet terug maar er zijn enkele passages die daaraan refereren. Niet expliciet maar toch, het is in ieder geval iets.

Maar ik blijf ontvreden. Er staat enkele pertinente onjuistheden in het rapport.

Op pagina 23 van de bijlagen staat de volgende alinea:

Op 31 mei 2005 spreekt de gemeenteraad over de BC 2005 (agendapunt 3) en het beëindigen van de haalbaarheidsfase/overgang naar de planfase (agendapunt 9). De gemeenteraad stelt (onder geheimhouding) veel vragen over de BC. In totaal gaat het om ongeveer 350 vragen die onder geheimhouding vallen op grond van art. 25, 55 en 86Gemeentewet en artikel 10, lid 2b Wet Openbaarheid van Besuur. Deze vragen zijn ten behoeve van de raadsvergadering beantwoord. Daarnaast is sprake van moties van GroenLinks en Leefbaar Rheden. Ook deze vallen onder geheimhouding. Deze moties worden niet aangenomen.
Die laatste zinnen kloppen dus gewoon niet. De motie van GroenLinks was geheim maar de motie van Leefbaar Rheden was openbaar en werd dan ook uitgebreid in de openbare raadsvergadering van 31 mei 2005 behandeld. De manier waarop dit in het rapport is verwerkt stelt de opstellers in staat om dit onderwerp te omzeilen. En dat onderwerp is dat de raad zijn verantwoordelijkheid ontliep. Bewust!!

Op 31 mei 2005 heeft de gemeenteraad, met het verwerpen van onze motie, expliciet aangegeven dat ze het niet nodig vond om grip op het project te krijgen. Ze stak op dat moment de kop in het zand zoals ze nu nog steeds doet. Daar heeft de gemeenteraad expliciet mee uitgesproken dat ze het onnodig vond om meer grip op het project te krijgen. En dan komt de “ slachtofferrol” van de raad toch weer in een iets ander daglicht te staan.

Ik kan me nauwelijks voorstellen dat dit een onopzettelijke fout is. Wel van de onderzoeker maar niet van de begeleidingscommissie. Die weten heel goed wat er in de raadsvergadering van 31 mei gebeurt is.

Maar goed. In paragraaf 5.5 van het hoofdrapport staat weggestopt op pagina 51 het rapport de erkenning dat kritische geluiden op de financiële onderbouwing werden weggewuift.

Ondanks het feit dat de raad bij de behandeling van de Samenwerkingsovereenkomst en de businesscase 2005 veel vragen heeft gesteld, was de feitelijke situatie er een van ‘slikken of stikken’. Het was eigenlijk geen optie om al te kritisch te zijn op het behaalde onderhandelingsresultaat. De kritische geluiden op de financiële onderbouwing van de plannen uit een klein deel van de raad werden daarmee weggewuifd. Uiteindelijk overheerste bij de meerderheid van de raad het gevoel dat het toch maar gelukt was om € 50 miljoen binnen te halen.


Die kritische geluiden op de financiële onderbouwing kwamen vooral van de fractie van Leefbaar Rheden. En die probeerde daar dan ook wat aan te doen.

En pagina 52/53 (zelfde paragraaf 5.5) van het hoofdrapport bevat een volgende onjuiste voorstelling van zaken.
De betrokkenheid van de raad

Het project Hart van Dieren was voor de gemeente Rheden een uniek project, van ongekende complexiteit en omvang. Van een gemiddeld raadslid kan niet verwacht worden dat hij of zij het project in al zijn finesses kan doorgronden. Dat is in de raad ook onderkend. Voor en vrij snel na het moment dat de BC 2005 ter goedkeuring aan de raad werd voorgelegd, is er tweemaal een motie ingediend om een externe adviseur aan te stellen, die in opdracht van de raad het project zou moeten monitoren. Deze voorstellen hebben het echter niet gehaald. De gemeenteraad was in meerderheid van mening dat dit grote project moest worden overgelaten aan specialisten die in de projectorganisatie zaten en kundig genoeg zouden moeten zijn om het project te begeleiden. Daarnaast gaf het college van B&W, bij monde van de projectwethouder, aan dat ‘ze er boven op zaten’ en dat het college van B&W zou zorgen voor voortgangsrapportages. De raad heeft zichzelf hiermee een kans ontnomen om een rol van betekenis te spelen in het project.


Beide moties waren door Leefbaar Rheden ingediend. Die eerste motie ging helemaal niet om een raadsadviseur maar om stevige controle op en auditing van het project. Alleen de tweede motie had betrekking op een raadsadviseur. En de raad heeft dat alles dus NIET onderkend. Anders had ze die moties wel aangenomen. Maar het is en blijft waar. De raad heeft zichzelf de mogelijkheden ontnomen om haar controlerende taak invulling te geven.

Zou het toeval zijn? Toeval dat alleen mijn opmerkingen verkeerd of onjuist in het rapport zijn gekomen? Dat kan ik nauwelijks geloven. Volgens mij moeten ook andere geinterviewden zich achter de oren krabben.

Aan de andere kant. Laat ik de opmerkingen die ik wel terugvind maar als een soort van erkenning van onze inspanningen beschouwen. Zo wordt op pagina 27 van de bijlagen verwezen naar onze motie voor een referendum.

Op 21 februari 2006 spreekt de raad over Hart van Dieren. Er wordt een motie ingediend door Leefbaar Rheden waarin wordt gevraagd om de bevolking in een referendum zich te laten uitspreken over het project Hart van Dieren. Deze motie wordt verworpen.


Om de lezer een beter beeld te geven vindt u bijgaand nog maar weer eens de betreffende moties. Het gespreksverslag had ik ook al eerder gepubliceerd en zal ik opnieuw bovenaan de weblog plaatsen.

---------------------------------------------
Motie 31 mei 2005 over een controleprotocol
Met 3 stemmen vóór (Leefbaar Rheden,GroenLinks) en 22 stemmen tégen (PvdA, Gemeentebelangen, D66, VVD, CDA, ChristenUnie) verworpen

---------------------------------------------
De Raad van de gemeente Rheden, in vergadering bijeen op 31 mei 2005, sprekende over agendapunt 9, het voorstel betreffende Hart van Dieren

overwegende dat:
• aard, omvang en complexiteit van het Hart van Dieren rechtvaardigen dat invulling wordt gegeven aan het scheppen van omstandigheden en randvoorwaarden waardoor de Raad van de gemeente Rheden zijn functie als hoofd van de gemeente optimaal kan uitoefenen.

• geborgd moet worden dat de Gemeenteraad in alle komende fasen van het project zijn positie als controleur op een werkelijke goede manier kan invullen zowel waar het sturing en controle betreft als ten aanzien van de projectdoelen en de projectbeheersing.

besluit
• dit vorm te geven door de wijze van rapportage en verantwoording door het College van B&W aan de Raad van de Gemeente Rheden over het project Hart van Dieren gedurende de looptijd van het project aan een aantal voorwaarden te verbinden.

draagt het college van Burgemeester en Wethouders op:

• te garanderen dat de Gemeenteraad vroegtijdig betrokken wordt bij belangrijke besluiten en geïnformeerd wordt over opkomende feiten en risico’s die de uitkomsten van het project zowel materieel als financieel wezenlijk beïnvloeden. Een en ander zonodig in vertrouwelijkheid.

• iedere drie maanden een voortgangsrapportage over het project Hart van Dieren aan de Gemeenteraad aan te bieden.
Deze voortgangsrapportage omvat in ieder geval:
a. de ontwikkeling van de scope van het project ten opzichte van de huidige plan;
b. de ontwikkeling van de planning ten opzichte van het huidige plan;
c. de ontwikkeling van de financiën ten opzichte van het huidige plan;
d. de ontwikkelingen in de aan het project verbonden risico’s, de beheersing ervan en de mogelijke financiële gevolgen;
e. wat de Gemeenteraad verder moet weten.

Daarnaast worden in de voortgangsrapportage ontwikkelingen in of veranderingen van de doelstellingen van het project en de hiervoor noodzakelijk randvoorwaarden, zoals flankerend beleid, in aparte paragrafen vermeld en toegelicht.

• bij deze voortgangsrapportages dient periodiek, op basis van een nader te bepalen frequentie, een rapport te worden gevoegd met een oordeel over de kwaliteit en volledigheid van de informatie in de voortgangsrapportage en over de toereikendheid van de projectorganisatie. Bij de beoordeling van de toereikendheid van de projectorganisatie wordt in het bijzonder aandacht besteed aan de administratieve organisatie en de interne controle van het project.

• het rapport, zoals bedoeld in het voorgaande alinea, dient te worden opgesteld door een onafhankelijke externe auditor en wordt gelijktijdig met de voortgangsrapportage, als afzonderlijk document, aan de Gemeenteraad gezonden.


en gaat over tot de orde van de dag,

fractie Leefbaar Rheden,
M. Th. Kooijmans

---------------------------------------------
Motie 8 november 2005 over het aantrekken van een raadsadviseur

Het grappige is dat 99% van de tekst oorspronkelijk door de huidige wethouder Joop Kock is opgesteld met de bedoeling deze motie in te dienen in juli 2005. Dat werd echter voorkomen door ingrijpen van de wethouders Jansen (CDA) en Hollemans(VVD)

Met 11 stemmen vóór (Leefbaar Rheden, PvdA,GroenLinks, D66 en ChristenUnie) en 15 stemmen tégen (Gemeentebelangen. VVD en CDA) verworpen

---------------------------------------------
De Raad van de Gemeente Rheden, in vergadering bijeen op 8 november 2005

overwegende:
o dat het project Hart van Dieren gezien zijn omvang en complexiteit een zorgvuldige controle van de zijde van de Raad noodzakelijk maakt,
o dat die controle een zeer specifieke expertise veronderstelt waarvan niet verwacht kan worden dat die (in voldoende mate) aanwezig is binnen de Raad,
o dat soortgelijke overwegingen gelden waar het gaat om de uitoefening door de Raad van zijn kaderstellende taak en het hem toekomende budgetrecht ten aanzien van dit project,

besluit tot het aantrekken van een raadsadviseur Hart van Dieren, onder de navolgende condities:

1. taakstelling en profiel

De raadsadviseur heeft als kerntaak om ten behoeve van de Raad te beoordelen of de projectorganisatie en vervolgens het College:
o alle/voldoende alternatieven heeft afgewogen,
o heldere en passende keuzecriteria heeft gehanteerd (waartoe in ieder geval steeds behoort: het wegen van het oordeel/gevoelen van omwonenden en andere direct betrokkenen),

Meer in het bijzonder geeft de raadsadviseur een oordeel over en brengt in samenhang daarmee een advies uit aan de Raad over:
o de uitwerking van de plannen: past die binnen de begroting en de toerekening van de kosten aan de verschillende onderdelen (spoor, weg en bebouwing)?
o de risico’s (financieel, juridisch en milieutechnisch):
 zijn die in voldoende mate ingeschat?
 en zijn maatregelen getroffen ter voorkoming van het manifest worden van risico’s?
o de rapportages aan de Raad en de besluiten die op grond daarvan worden voorgelegd:
 zijn die correct en voldoende helder?
 wordt de Raad in voldoende mate in staat wordt gesteld om die besluiten te toetsen aan kaders en criteria?
 wordt de Raad in voldoende mate in staat wordt gesteld om (de risico’s van) uitstel af te wegen?
o over de signalering van belangrijke, niet omkeerbare stappen in het proces,
o over de gevolgen voor de omgeving tijdens de bouw: overlast, planschade e.d.
o over de communicatie met de omgeving.

Gegeven deze taakstelling zal de raadsadviseur in het bijzonder deskundig zijn op twee terreinen:
o stedebouwkundig: inrichting plangebied, verkeersafwikkeling e.d.
o processturing: naar/door Raad en omwonenden,en in afgeleide zin:
o (overheids)financiën.

2. tijdsinvestering en budget

o Vooralsnog wordt uitgegaan van een tijdsinvestering van ca. 24 dagen in 2006.
o Het college wordt verzocht om een voorstel ter dekking te doen waarbij de Raad in overweging geeft om de dekking te vinden in de businesscase Hart van Dieren.

3. wervingsprocedure, intake en begeleiding

Een beperkt aantal raadsleden –voor zover mogelijk met (enige) deskundigheid op dit terrein- wordt verzocht om:
o een selectiecommissie te vormen die een wervingsprocedure opstelt en uitvoert,
o in het vervolg te fungeren als aanspreekpunt voor de raadsadviseur.
De griffie coördineert en ondersteunt ook anderszins daarbij.

De griffie wordt verzocht om een voorstel voor de selectie en aanstelling van de
raadsadviseur op te stellen dat in de raadsvergadering van december 2005 kan
worden behandeld.


En gaat over tot de orde van de dag

fractie Leefbaar Rheden
Theo Kooijmans
---------------------------------------------
Motie 21 februari 2006 over het opstellen van een refrendumverordening.
Medeondertekend door Gemeentebelangen.

Met 8 stemmen vóór(Leefbaar Rheden, Gemeentebelangen en GroenLinks)) en 14 stemmen tégen (PvdA, VVD, CDA, ChristenUnie) verworpen. (D66 was afwezig)

---------------------------------------------
Motie Referendum

De raad van de gemeente Rheden, in vergadering bijeen op 21 februari 2006,

Constaterende:
­ dat de gemeente Rheden niet over een referendumverordening beschikt.
­ dat een raadgevend niet-correctief referendum de bevolking de mogelijkheid geeft zich op initiatief van een groep burgers uit te spreken over een voorgenomen besluit van de gemeenteraad of over een voorstel vanuit de bevolking;
­ dat een raadgevend correctief referendum de bevolking de mogelijkheid geeft zich op initiatief van een groep burgers uit te spreken over besluit dat reeds door de gemeenteraad is genomen;
­ dat een raadplegend referendum de gemeenteraad de mogelijkheid geeft de bevolking te vragen zich over een onderwerp uit te spreken;

Overwegende:
­ dat het referendum een instrument is om burgers meer te betrekken bij het gemeentelijk beleid door hen de mogelijkheid te geven direct invloed uit te oefenen op de politieke besluitvorming;
­ dat het referendum de positie van de raad versterkt, omdat het de legitimiteit van raadsbesluiten vergroot;

Besluit:
­ de griffie de opdracht te geven om de raad een voorstel te doen voor de vaststelling van een referendumverordening waarmee een raadgevend correctief referendum, een raadgevend niet-correctief referendum en een raadplegend referendum mogelijk worden gemaakt;
­ dit voorstel op zo kort mogelijke termijn doch uiterlijk in de maand april ter vaststelling aan de raad aan te bieden;

namens de fractie namens de fractie
Leefbaar Rheden Gemeentebelangen
Theo Kooijmans Wim Pieper
---------------------------------------------
2e motie op 21 februari 2006 over het houden van een referendum over Hart van Dieren.
Met 2 stemmen vóór(alleen Leefbaar Rheden) en 19 stemmen tégen (PvdA, GroenLinks, Gemeentebelangen, VVD, CDA, ChristenUnie) verworpen (D66 was afwezig)

---------------------------------------------
Overwegende:
­ Dat het project Hart van Dieren ingrijpende gevolgen zal hebben voor de inwoners van (het centrum van) Dieren;
­ Dat realisatie van de doelen van het project Hart van Dieren ook gevolgen zullen hebben voor de inwoners van de gemeente Rheden;
­ Dat het belang van het project Hart van Dieren is gediend met het vaststellen van de mate waarin de voorgestelde oplossing door de bevolking gedragen wordt;
­ Dat draagvlak voor het project Hart van Dieren onder de inwoners van de gemeente Rheden zorgt voor een soepel verloop van procedures en processen tijdens de volgende fasen van het project;
­ Dat dit draagvlak nu niet onomstotelijk vaststaat;
­ Dat de gemeenteraad de veronderstelde kloof tussen burger en politiek een positieve impuls wil geven door de bevolking de mogelijkheid te geven zich uit te spreken over het project Hart van Dieren;
­ Dat met het aannemen van de besluiten ten aanzien van het project Hart van Dieren nog geen onomkeerbare stappen zijn gezet;
­ Dat een referendumverordening waarmee het mogelijk wordt om een referendum in de gemeente Rheden uit te schrijven wordt voorbereid ;

Besluit:
­ Een referendum over het project voor Hart van Dieren uit te schrijven;
­ Dit referendum in overeenstemming te laten zijn met de nog te vast te stellen refrendumverordening;
­ De vraagstelling voor dit referendum op korte termijn doch uiterlijk zes weken voorafgaand aan de datum waarop het referendum wordt gehouden vast te stellen;

En draagt het College van Burgermeester en Wethouders op:
­ Direct te starten met de organisatorische en logistieke voorbereidingen voor het uitschrijven van een referendum over het project Hart van Dieren waarbij zij rekening houdt met de nog op te stellen referendumverordening en met de nog te nemen besluiten van de gemeenteraad;
­ De datum waarop het referendum wordt gehouden vast te stellen op een nader te bepalen datum die ligt vóór 1 juli 2006;

En gaat over tot de orde van de dag
fractie Leefbaar Rheden

woensdag 9 april 2008

Extern onderzoek: Conclusies over de verantwoordelijkheid

Conclusies over de verantwoordelijkheid

9. Iedere betrokkene is vanuit zijn eigen rol verantwoordelijk:
• De stuurgroep is er niet in geslaagd om met overzicht in financiële zin aan het stuur van het project te zitten. De oorzaken zijn in de voorgaande conclusies onderbouwd.
Hier staat een waarheid als een koe. Letterlijk. De stuurgroep was niet in control. De bestuurlijke controle was onvoldoende. De bestuurlijke controle heeft volledig gefaald.
En........wat gaan we daar nu dan aan doen?

• De projectdirectie is teveel onderdeel geworden van het politieke proces, is er niet in geslaagd om het project adequaat en met overzicht te managen en is er niet in geslaagd om ook adviseur van de gemeente te zijn.
Ja wat wil je nou?. De projectdirectie deed de provinciale belangen.
• Het College van B&W was door diverse oorzaken de facto niet ‘in control’. Het college van B&W heeft de raad niet adequaat kunnen informeren over de financiële voortgang en heeft het project niet tot een ‘gemeentelijk project’ weten te maken.
Nog zo een. Natuurlijk niet. Het college van B&W “zat er bovenop”. Zo konden ze nooit zien wat er onder hun ... gebeurde.
Ook hier geldt: de bestuurlijke controle heeft gefaald. En ook hier is de vraag wat we daar nu aan gaan doen.
• De raad is nooit ‘eigenaar’ van het project geweest. De raad liep vanaf begin van de planfase achter de feiten aan, heeft de kaderstellende en controlerende taak onvoldoende ingevuld en werd daartoe ook niet in staat gesteld. De nadruk is steeds meer op de volksvertegenwoordigende rol komen te liggen De raad is onmachtig gebleken in dit project.
De raad is nooit eigenaar van het project geweest omdat de raad nooit eigenaar van het project wilde worden. In mei 2005 heeft ze bewust die kans laten lopen. En ze heeft dat nog eens dunnetjes over gedaan in november 2005. Het rapport verzwijgt zaken. Ik had het kunnen weten. In mijn naïviteit heb ik toch mijn medewerking aan het onderzoek gegeven. Volkomen overbodig. Had ik niet moeten doen. De inhoud van het interview dat ik met de onderzoeker had is door de Lysias-onderzoeker, de begeleidingscommissie of door beiden zorgvuldig buiten het rapport gehouden. Dat zou ook al te pijnlijk zijn nietwaar. En het zou nog maar weer eens duidelijk gemaakt hebben dat B&W en de Raad wel degelijk gewaarschuwd waren. Van mijn interview met de onderzoeker heb ik in het rapport niets teruggevonden. Mijn verklaringen zijn zorgvuldig uit het rapport gehouden. Net als de inhoud van de moties die wij op 31 mei 2005 en 7/8 november 2005 hebben ingediend. Geschiedvervalsing en het manipuleren van de waarheid. Daar kom ik uiteraard nog wel even op terug.
De duiding van de afzonderlijke verantwoordelijkheden is slechts een deel van het verhaal. Juist in de gezamenlijke invulling van de verantwoordelijkheden van alle betrokkenen ligt de oorzaak van het falen van dit project. Cruciaal is dat juist het samenspel tussen stuurgroep, projectdirectie, college van B&W, ambtenaren en de raad heeft geleid tot de problemen.
En ze hadden nog wel zo keihard "samengewerkt".

10. Er was bij de samenwerkingspartners te weinig ervaring met dit soort complexe gebiedsontwikkelingsprojecten.
Bij gebiedsontwikkeling worden door verschillende betrokkenen verschillende opgaven op een integrale en samenhangende wijze opgepakt. Dat betekent altijd dat het complexe projecten zijn, zowel in de aard van het project (de integrale verbinding van verschillende opgaven) als in het proces (verschillende partijen met verschillende ‘achterbannen’ en deelbelangen). Gebiedsontwikkeling was een relatief nieuw fenomeen voor alle betrokkenen. Er was weinig ervaring met dergelijke projecten. Achteraf constateren we dat het – zowel de afzonderlijke partijen als de partijen gezamenlijk - heeft ontbroken aan voldoende kennis en ervaring met een dergelijk project. De provincie had wel ervaring met grote infrastructuurprojecten maar geen ervaring met de combinatie van gebiedsontwikkeling met infrastructuur. De dynamiek van gebiedsontwikkeling, de afhankelijkheid van de infrastructuuropgave van de uitkomsten van de gebiedsontwikkeling en de eisen die worden gesteld aan de financial control van een project met een ‘fixed budget’ zijn onderschat.

De gemeente had geen ervaring met een dergelijk complex project en had in de eigen organisatie ook niet de competenties in huis om de gebiedsontwikkelingsopgave binnen het grotere geheel van het project te kunnen beheersen.

ProRail had misschien nog wel de meeste ervaring die nodig was voor dit project. Maar gelet op de bijzondere rol en positie van ProRail waren zij slechts zijdelings betrokken bij de het verbinden van de infraopgave met de gebiedsontwikkeling.
Ach ja. Je kunt het ze niet echt verwijten want ze konden er niets aan doen begrijp je? Ze hadden immers geen ervaring. Het kostte wel ’n paar centen, er vielen zo links en rechts wat slachtoffers en bijna was er een volksopstand uitgebroken maar wat wil je. Dat gebrek aan ervaring is ons opgebroken. Maar joh, iedereen heeft wel naar eer en geweten samengewerkt.

Extern onderzoek: Conclusies over het ontstaan van het (plotselinge) tekort

Conclusies over het ontstaan van het (plotselinge) tekort:

5. De kosten van het project zijn aanzienlijk hoger dan in 2005 nog werd verwacht. De opbrengsten zijn in de loop der jaren vrijwel niet gestegen.
De kosten van het project zijn met 27% gestegen. Daar staat een stijging van de opbrengsten met ongeveer 3,5 % tegenover. Onze analyse uit hoofdstuk 2 sluit aan bij de conclusies van de interne audit op dit punt. De combinatie van scopewijzigingen en herziene uitgangspunten is de grootste veroorzaker van de kostenstijging (ongeveer € 33 miljoen). Daarnaast veroorzaken inflatie, rente en de gewijzigde marktomstandigheden (‘verdampen’ van aanbestedingsvoordeel) een kostenstijging van ongeveer € 26 miljoen. Daar staat een positieve post tegenover door optimalisaties (vooral de Noordschuif) van € 7,2 miljoen en een BTW-voordeel van € 6,7 miljoen.

O, is 't werkelijk? Och gut! Dat we daar pas zo laat achter gekomen zijn zeg! Wat jammer nou!

6. De businesscase was geen solide en conservatieve financiële basis voor het project.
De Businesscase 2005 wordt in de toelichtende tekst gekwalificeerd als een solide en conservatief geraamde financiële basis voor het project. Deze kwalificatie is toentertijd door alle betrokken (risicodragende partijen) onderschreven. Terugkijkend
weten we dat deze kwalificatie niet terecht was:
• niet in zijn aard (in deze fase van het project kunnen aan een businesscase niet dergelijke kwalificaties worden meegegeven);
• niet door zijn aannames (de aannames waren niet conservatief, maar eerder optimistisch);
• niet door de (gewekte) verwachtingen en beelden (betrokkenen kunnen zich terecht op het verkeerde been gezet voelen).

Ook de interne audit komt op hoofdlijnen tot dezelfde conclusies op dit punt. De kwalificaties van de BC 2005 zijn een eigen leven gaan leiden. Het geheimhouden van de BC 2005 heeft een kritische reflectie op de merites ervan bovendien niet bevorderd. Tot augustus 2007 leefde bij vrijwel alle geïnterviewden het gevoel dat het project Hart van Dieren een solide financieel fundament had. De afwijkingen van de oorspronkelijke ramingen waren toen zo omvangrijk geworden, dat bijsturen van de oorspronkelijke plannen niet meer mogelijk was. Hart van Dieren was daarmee van tafel.

En dit had voorkomen kunnen worden als mijn motie van 31 mei 2005 was overgenomen door de raad die toen naar “eer en geweten” de kop in het zand stak. Toen wisten we ook al dat die Businesscase aan alle kanten rammelde. Nou ja. We? Op een meerderheid van de raad na dan?

En die Businesscase houden we lekker geheim.

7. Het project is nooit ‘in control’ geweest.
Het project Hart van Dieren is op geen enkel moment ‘in control’ geweest. Dat is het meest manifest geworden door het feit dat de omvang van het tekort in de zomer van 2007 voor iedereen als een verrassing kwam. De belangrijkste onderliggende factoren zijn:

•De BC 2005:
o was niet de solide en conservatieve financiële basis voor het project waariedereen van uit ging (zie conclusie 6);
o maakte geen gebruik van marges in de kosten- en opbrengstenramingen. Dat is wel gebruikelijk in deze fase van het proces;
o kende geen gedegen risicoanalyse, waardoor niet duidelijk was hoe gevoelig het project was voor kostenstijgingen.

•Het gebruik van een verkeerd control instrumentarium. De gehanteerde(provinciale) systematiek leende zich niet voor een project met een fixed budget.

•Er is geen systeem van monitoring van exogene ontwikkelingen opgezet.

•De periodieke financiële voortgangsrapportages waren niet gericht op een scherpe ‘financial control’.

•Het project heeft veel te lang zonder een projectcontroller gezeten.

•De rol- en taakverdeling tussen stuurgroep en projectdirectie was diffuus.

Ik hoor Jan Bart Wilschut op 31 mei 2005 bij zijn afwijzing van de motie van Leefbaar Rheden nog zeggen. “Over de projectorganisatie wil ik zeggen dat het college daar zeer scherp bovenop zit. Een en ander verloopt naar grote tevredenheid, maar het college zal vanzelfsprekend direct handelend optreden als zich kinken in de kabel voordoen.“

8. De communicatie met en het betrekken van de bevolking was in de strategie ondoordacht en in de uitvoering rommelig.
In 2004 was nog er volop draagvlak onder de bevolking voor de plannen. Vanaf de 8- variant is het draagvlak afgenomen. En op dit moment is de weerstand van de bevolking voor de plannen ronduit groot te noemen. Wij hebben ons er zeer over verbaasd dat in twee jaar tijd het beeld bij de bevolking zo is veranderd. Wij concluderen dat de wijze waarop de gemeente het proces van communicatie met en betrokkenheid van de bevolking heeft vormgegeven een belangrijke verklarende factor is geweest voor het verminderen van het draagvlak.

De gemeente heeft volstrekt onvoldoende gecommuniceerd binnen welke (beperkte) kaders de bevolking kon meepraten. Dat heeft grote schade toegebracht aan de relatie tussen de gemeente (politiek) en de inwoners van de gemeente. Wij kwalificeren de wijze waarop de gemeente de bevolking heeft betrokken bij het project als strategisch ondoordacht en rommelig in de uitvoering.

Hier moet niet worden verwezen naar de gemeente maar naar het college van B&W en de stuurgroep. Die hebben het project kapotgecommuniceerd. Onder het motto “laat ze maar lullen” zijn individuen, direct belanghebbenden, klankbordgroepen en allerlei belangenorgansiaties voor schut gezet.

Extern onderzoek: Conclusies over de context van het project:

Vandaag een eerste indruk. Het Lysias-rapport opent met de conclusies. En volgzaam als ik ben zal ik daar ook mee beginnen. De eerste conclusie geeft al een mooie voorzet.

Conclusies over de context van het project:

1. Alle partijen hebben met de beste bedoelingen en naar eer en geweten samengewerkt aan het project Hart van Dieren.
De inzet van de stuurgroep, de projectorganisatie en de opeenvolgende colleges van B&W en de raad was er op gericht om met draagvlak een adequate oplossing voor de problemen in Dieren te realiseren. Er bestond vanaf het begin het besef dat het een uniek project was en een unieke kans om de problemen grondig aan te pakken. Er is door betrokkenen keihard gewerkt om dat voor elkaar te krijgen.
Wat hebben we toch 'n geweldige bestuurders, volksvertegenwoordigers en ambtenaren.
Echt! Petje af.

Wat is dit voor lariekoek? Stel je voor dat een van de partijen er op uit was om het project te laten sneuvelen. Wat een onzin.
Welk draagvlak wordt hier nou bedoeld? Draagvlak bij de raad, bij de provincie, bij de rijksoverheid, bij de stadsregio, bij de ambtenaren of bij de bevolking? Ja bij wie?

Zo kan ik ook nog wel wat conclusies opschrijven. “Ach jongens.. we deden allemaal toch zo ons best. Jammer dat het niet gelukt is. We konden er echt niks aan doen, Ech nie.. En we hebben er nog wel zo ontzettend hard aan gewerkt”

Een werkelijk fantastische conclusie! Iedere partij heeft in ieder geval met de beste bedoelingen en naar eer en geweten zijn eigen belangen gediend.

Wat ’n afgang!

2. Het project kende een ‘droomstart’.
Tegen de stroom in is het de provincie en de gemeente gelukt om een forse (Rijks)bijdrage los te krijgen van € 50 miljoen van het Rijk. Dat was echt uniek, zeker gelet op de schaal van de problemen. De SOK en BC 2005 zijn in tijden van optimisme en enthousiasme opgesteld. Dat heeft in zekere zin wel geleid tot een (financiële en inhoudelijke) gijzeling van het project. De 8- variant was feitelijk ‘in beton gegoten’ en vooral bij de gemeente heeft het risico om het project kwijt te raken en de verhouding met de provincie te verstoren geleid tot een ingewikkelde opstelling in het project.

Ja iedereen was blij dat die € 50 miljoen loskwam. Maar zoals het rapport zelf al aangeeft kreeg de droom al snel het karakter van een nachtmerrie. “het project werd gegijzeld, was in beton gegoten en de gemeente was bang om het project te verliezen en en de verhgouding met de provincie te verstoren”

Een echte droomstart dus!

3. Het project is uiteindelijk nooit één project geweest, maar een verzameling van deelprojecten en deelbelangen.
Hoofddoel van het project was om met partijen gezamenlijk het leefmilieu in Dieren en de doorstroming van het doorgaande verkeer te verbeteren. In de SOK is aangegeven dat sprake is van een gezamenlijke verantwoordelijkheid vanuit verschillende accenten. De provincie had het meeste belang bij de infrastructuurbundel; de gemeente bij de invulling van de gebiedsontwikkeling. ProRail had (uit hoofde van de Spoorwegwet) een belangrijke rol bij de realisatie van de spoorinfrastructuur. Gaandeweg het project is steeds duidelijker geworden dat er spanning zat op enerzijds het integrale karakter van het project en anderzijds de verschillende deelbelangen van betrokkenen. De ‘werkelijkheden’ van partijen zijn steeds verder uit elkaar gaan lopen en het ontstane ‘wij/zij’ gevoel heeft de integrale benadering van het project steeds meer in de weg gezeten.

Nou begin ik het te begrijpen. Dit is natuurlijk waar de eerste conclusie op doelt. Aan die deelbelangen is keihard samnegewerkt.

En het rapport neemt zowaar het woord “verantwoordelijkheid “ in de mond. Dat is door de begeleidingscommossie zeker over het hoofd gezien. Dergelijke uitspraken kunnen gevaarlijk worden hoor! Als er mensen zijn die “verantwoordelijkheid” interpreteren als “verantwoordelijk zijn voor....” en “verantwoording afleggen over....”

Een ander probleempje wordt in de laatste zin benoemd. Binnen het project werd het een slagveld met elkaar bevechtende facties.

Ja dat krijg je als iedereen met de “beste bedoelingen en naar eer en geweten samenwerkt aan het project Hart van Dieren”

4. Het project werd vooral gezien als een infrastructureel project en werd ook als zodanig gemanaged.
De gebruikte beheersingssystematiek was toegesneden op de kenmerken van een infrastructuurproject met een open begroting. Die systematiek onderkende onvoldoende de specifieke kenmerken van het project, zoals de combinatie van infrastructuur en gebiedsontwikkeling en werken met een ‘fixed budget’. De stuurgroep en de projectorganisatie hebben vooral de nadruk gelegd op het creëren van een infrastructuuroplossing, terwijl de problemen – mede door bestuurlijke ontwikkelingen bij de gemeente - juist ontstonden in de uitwerking van de gebiedsontwikkeling. De spanning tussen de deelbelangen en werkwijzen van
provincie en gemeente zijn daar het meest pregnant naar voren gekomen.

Ze konden er dus geen hout van. Wisten niet hoe het moest. Amateurs die van andere amateurs met 100 miljoen euro mochten spelen. Maar ja, ervaring opdoen mag wat kosten. Toch?

dinsdag 8 april 2008

Over Jaap, de VVD en mijn aspiraties

‘N opmerkelijk nieuwtje op de website van de Gelderlander. Voormalig D66-raadslid Jaap Uithof stapt over naar de VVD. Wat is er toch bij de Rhedense D66 aan de hand? Voelt Jaap zich door die partij in de steek gelaten? .

Ik vond juist dat D66 goed bezig was. Martijn Leisink van de Gelderse D66-fractie timmert aan de weg met Hart van Dieren en de Pleijroute. Ik voelde me juist aangetrokken tot D66. Maar ja, je kunt van buiten niet zien wat er binnen zo’n partij aan de hand is.

Is Jaap gewoon D66-moe? Zou hij genoeg hebben van de politiek-correcte Pechtold. Of is er bonje in de D66-tent? Zijn er in Rheden te weinig leden die zich actief willen inzetten en kwam alles op Jaap neer en komen die leden alleen van hun gat als ze uit mogen maken wie er waar op de kieslijst komt? Je eerst vier jaar rot werken om dan afhankelijk te zijn van ’n paar leden die je weg kunnen stemmen. Wel heel democratisch allemaal maar daar werk je natuurlijk niet voor.

Of is Jaap gevallen voor de VVD. De partij die door Wilders en Verdonk in een hoek wordt gedreven. En de VVD profileert zich niet op referenda, gekozen bestuurders etc. Onderwerpen die juist tot het kernprogramma van D66 horen.

Ronald Haverkamp zegt dat hij Jaap persoonlijk heeft overgehaald om zich bij de VVD aan te sluiten. En Ronald is volgens eigen zeggen al bezig met de nieuwe ploeg voor de verkiezingen van 2010.

Laat de VVD nu alle schijn varen? Maken tegenwoordig de VVD-leden niet meer uit wie er op welke plaats op de kieslijst komt Het lijkt erop dat Ronald nu volledig de dienst in de Rhedense VVD uitmaakt. Is in Rheden een liberale Marijnissen opgestaan?

Volgens mij heeft het binnen de VVD onlangs ook nog flink gerommeld. Raadslid Hagedoorn stapte op en de heer Broeks, als raadsvolger de eerste op de lijst om haar op te volgen trok zich terug. Hij legde tegelijk ook maar zijn functie als fractiesecretaris neer. Brieven over het aftreden van Hagedoorn en het terugtrekken van Broeks die op de agenda van de gemeenteraad stonden zijn niet bij de raadstukken op de website van de gemeente terug te vinden. Wat heeft zich daar afgespeeld?

De VVD in Rheden meet zich over het algemeen een sociaal profiel aan. In het verleden heeft ze de PvdA al diverse malen links gepasseerd. Tijdens een raadsperiode komt de VVD enkele keren met voorstellen waarbij ze het “ sociaal-democratische” blok links voorbijgaat. Meestal komt dat uit de koker van de slimme en ervaren Geertje van de Burg. En ik weet zeker dat de VVD ook nu ’n paar “linkse” voorstellen op de plank heeft liggen waarmee ze de SP en de PvdA op een strategisch moment zal verrassen.

De rechterflank van de VVD wordt vertegenwoordigd door Jaap Boehmer maar die houdt zich meestal rustig.

En voor Ronald is vooral het aantal stemmen van belang. De “VVD-ideologie” komt op de tweede plaats. Profileren en scoren is het credo. Dat doet hij trouwens niet slecht met zijn voorstellen voor een raadsdebat over de hoogbouw in Rheden.

Maar goed. Jaap zit nu bij de VVD. En ze hebben 'n goeie aan 'm. Ik had graag gezien dat hij samen met mij ’n lokale onafhankelijke partij zou opzetten. Ons eigen plan trekken zonder rekening te hoeven houden met landelijke oekazes en partijprogramma’s. Jaap is altijd een prima raadslid geweest en hij had voor de nuance kunnen zorgen. Dat heeft hij toen afgehouden. Misschien maar goed ook. Onze karakters verschillen nogal.

En die lokale partij is er ook nog niet. Kost veel tijd, energie en bovendien is het financieel moeilijk om dat goed rond te breien. Vooral die financiën zijn een probleem. Een goed gevulde verkiezingskas is belangrijk. En dat heb je niet zomaar een-twee-drie voor elkaar.

Mij staat een partij voor ogen die staat voor wat ze zegt, recht en rechtvaardigheid als belangrijkste leidraad heeft, burgers op een correcte manier laat delen in de besluitvorming , die geen compromissen sluit op de voornaamste, als zodanig duidelijk aangegeven, programmapunten, die het belang van Rheden op de eerste plaats heeft staan en bijdraagt aan een betrouwbare overheid. En ik vind dat deze gemeente wel wat meer non-conformisme en spontaniteit kan gebruiken. Er zitten nu te veel grijze muizen in de gemeenteraad, meelifters zonder veel eigen inbreng.

Voor zo’n partij zijn goede mensen nodig. Ik kreeg op een eerdere oproep welgeteld één serieuze reactie. Daarnaast ken ik zelf nog wel ’n paar geschikte mensen maar ik twijfel toch hoor. Waar zijn al die mensen die zich in willen zetten voor “hun” Rheden. Die hun nek uit durven steken en die zeggen waar het op staat als dat nodig is? Samen met mij. Of ligt het aan mij? Schrik ik teveel af?

Wat denkt u? Zal ik ’t nog één keer proberen? Kom, geef eens een reactie. Wat denkt u, lezer van Politiek Rheden, ervan?

Weet je wat! Ik schrijf gewoon een nieuwe poll uit die ik langer laat staan. Hiernaast kunt u uw stem kwijt.

D66 en SP zagen G.S. door over Businesscase 2005

De Gelderse statenfracties van D66 en de SP blijven Gedeputeerde Staten op de huid zitten.

D66 had in februari gevraagd om de Businesscase 2005 openbaar te maken maar daar is nog niet op gereageerd. Omdat een antwoord uitblijft zijn nieuwe vragen ingediend.

Er wordt ook gevraagd of er mogelijk specifiek Rhedense oorzaken voor de geheimhouding zijn. Het is ook vreemde boel in Rheden. Het interne onderzoeksrapport van de stuurgroep en de reacties en adviezen van de stuurgroep op datzelfde rapport zijn in Rheden nog steeds niet aan de orde geweest. Of krijgen we daar vandaag uitsluitsel over? Bij de publicatie van het resultaat van het externe raadsonderzoek, het Lysias-rapport.

Bijgaand de vragen.
------------------------------------------------
datum: 7 april 2008
van: Martijn Leisink (D66) en Eric van Kaathoven (SP)
onderwerp: Geheimhouding Business Case 2005

Inleiding
Op 19 februari hebben Gedeputeerde Staten besloten “de verdere ontwikkeling van het Project Hart van Dieren [...] te beëindigen.”

Diezelfde dag heeft de fractie van D66 u verzocht als logisch gevolg dan ook de geheimhouding op de Business Case 2005 in te trekken.

Voor een transparante verantwoording van de politiek naar de bevolking toe achten wij openbaarmaking van dit kerndocument van groot belang. Bovendien hebben wij de stellige overtuiging dat het document (in elk geval nu) geen informatie bevat die (nog) geheim gehouden zou moeten worden.

Ondanks dat wij u indertijd verzocht hebben zo mogelijk vóór de commissievergadering van 5 maart te reageren, heeft u tot op heden geen besluit genomen. Daarom vragen wij u onderstaande schriftelijke vragen nu zo spoedig mogelijk te beantwoorden.

Vragen
1. Wat D66 en de SP betreft wordt de geheimhouding op (in elk geval) de Business Case 2005 per direct opgeheven. Bent u bereid daaraan tegemoet te komen en zo nee, wanneer of onder welke omstandigheden zult u wel tot volledige openbaarmaking overgaan?

2. Bent u bereid de Business Case 2005 gedeeltelijk (dus zo veel als naar uw oordeel mogelijk) openbaar te maken?

3. Geheimhouding op stukken kan slechts worden opgelegd, wanneer er een belang speelt als genoemd in artikel 10 van de Wet Openbaarheid van Bestuur. Wanneer u van mening bent dat er nog altijd (gedeeltelijke) geheimhouding geldt, wilt u dan nauwkeurig omschrijven
a. op grond van welk belang die geheimhouding wordt opgelegd
b. welk soort gegevens het betreft en
c. waarom dat belang thans nog aan de orde is?

4. Zijn er omstandigheden in de gemeente van Rheden die een rol hebben gespeeld in uw overwegingen rondom de geheimhouding?

Martijn Leisink, D66
Eric van Kaathoven, SP

maandag 7 april 2008

Krimp (2)

Ter aanvulling op het eerdere artikel over de afname van het aantal inwoners in de komende decennia.
Het aantal huishoudens in de gemeente Rheden daalt met 5% tot 10% terwijl het aantal alleenstaanden toeneemt tot boven de 40% (nu: tussen 35%-40%) van datzelfde aantal huishoudens.

De afbeeldingen zijn afkomstig van het Ruimtelijk Planbureau.

Absoluut gezien zal het aantal woningen dat voor die huishoudens nodig is over zo'n jaar of twintig dus minder zijn. En er zullen minder grote gezinswoningen nodig zijn maar juist meer woningen die bestemd zijn voor allenstaanden.

De donkerrode vlek in het midden van Gelderland is de gemeente Rheden. In de gemeente Renkum is de krimp nog sterker terwijl in Rozendaal het aantal huishoudens licht groeit.

Let wel! Het zijn prognoses, ontwikkelingen voor de komende twintig jaar.

Hoe is het nu? Hoeveel woningen zijn er nu nodig?

Hoeveel mensen wachten op dit moment op woonruimte? En hoe lang al?

En in hoeverre is het zo dat de Rhedense bevolking krimpt juist ómdat er minder woningen in de gemeente worden gebouwd?

Komen die vragen in het raadsdebat over hoogbouw ook aan de orde?

Onderstaand de bevolkingsgroei in Nederland per gemeente in de komende decennia. Klik op de afbeelding om te vergroten.

zondag 6 april 2008

Wie is het beste Rhedense raadslid

In de nieuwe poll kunt u het beste gemeenteraadslid kiezen. Tot en met zondag 13 april kunt u uw keuze kenbaar maken.

Welk gemeenteraadslid komt volgens u het best uit de verf?
Welk raadslid timmert het meest aan de weg en is voor u het meest zichtbaar?

Ik heb ze alle 27 voor u op een rijtje gezet. Met opzet zonder partijaanduiding.
U kunt een raadslid best goed vonden zonder dat u op de betreffende partij stemt.

Doe ik in ieder geval wel. Ik geef een van de raadsleden mijn stem terwijl ik het niet eens ben met zijn/haar standpunten. Het gaat mij om zichtbaarheid en activiteit van de betreffende persoon. Overigens is alles relatief. In de vorige polls kwamen de politici en hun partijen er niet al te best vanaf.
En u voelt ‘m natuurlijk al. In de volgende poll vraag ik u naar het slechtste raadslid.

De poll blijft ’n week staan. Tot en met zondag 13 april.

Slecht rapport voor Rhedense politiek

De lezers die de poll hebben ingevuld hebben over het algemeen geen hoge pet op van de Rhedense politiek.

De coalitiepartijen scoorden in slechts 6 (21%) van de 29 antwoorden een voldoende. De oppositie kwam er nog slechter van af met 2 (8%) "voldoendes" (van de 25 antwoorden).

De mening over de coalitie was iets duidelijker dan over de oppositie.
De coalitie scoorde in 62% van de gevallen een onvoldoende tegenover 48% voor de oppositie.
17% van de antwoorden waardeerde de coalitie met de kwalificatie zwak/twijfelachtig terwijl de oppositie door 44% als twijfelachtig/zwak werd gezien.

Onderstaand de details. Klik op een van de afbeeldingen om te vergroten.


zaterdag 5 april 2008

Salaris burgemeester

’n Tijdje geleden schreef ik over de salarisverhoging van de Rozendaalse wethouders. Zie het bericht Rozendaal - relatie tussen zelfstandigheid en salaris bestuurders is hypocriet

Sinds die tijd krijg ik regelmatig vragen over de bezoldiging van burgemeesters, wethouders en raadsleden.
Ik heb een en ander eens nagezocht. Het is allemaal te vinden op de website van het Ministerie van Binnenlandse Zaken.

Vandaag een overzichtje van de salarissen van burgemeesters.

De hoogte van de bezoldiging van de burgemeester is afhankelijk van de grootte van de gemeente. De gemeenten zijn hiertoe ingedeeld in elf inwonersklassen.
De bezoldiging van de individuele burgemeester wordt bepaald bij zijn benoeming. De bezoldigingsschaal bij een bepaalde inwonersklasse kent 7 periodieken. Bij de benoeming wordt hij ingeschaald in een periodiek afhankelijk van het laatst verdiende salaris. Heeft de burgemeester de leeftijd van 55 jaar bereikt dan ontvangt hij de maximum bezoldiging van de inwonersklasse waarin de gemeente is ingedeeld.

Onderstaand de inwonerklassen. Klik op de afbeelding om te vergroten.


En de tabel met de bezoldigingen. Exclusief vakantietoeslag, 13e maand, overige emolumenten en secundaire arbeidsvoorwaarden.
Klik op de afbeelding om te vergroten.

Je kunt dus zelf uitrekenen wat de burgemeester in je gemeente verdient. Volgens deze tabel ontvangt de burgemeester van Rheden (inwonersklasse 7) tussen de 6501,60 euro en 7744,77 euro per maand.

vrijdag 4 april 2008

Pinokkio?

Ik las in de Regiobode het artikel "Masterplan Dieren tweede kans voor Hart van Dieren" waarin wethouder Kock het een en ander uit de doeken doet over het masterplan.

In het artikel staat ook dat de raad vorige week twee ton beschikbaar stelde voor het inhuren van externe expertise en er werd ook gesproken over de “Tafel van Tien”. Informatie die verwijst naar de raadsvergadering van 25 maart.

Kock zegt dat hij de inhoud van het Lysias-rapport niet kent. Het artikel besluit met een alinea over het externe onderzoek waarover hij onder andere zegt “Ik ken de inhoud en de conclusies nog niet......” .

Uiterst merkwaardig. Ik heb Kock toch heel duidelijk op de avond van 25 maart tijdens de raadsvergadering zo rond ’n uur of twaalf iets horen zeggen over dat rapport. Het ging te snel en ik heb niet precies onthouden wat ie zei maar hij refereerde duidelijk aan de inhoud. De exacte opmerking kunnen we helaas pas naluisteren als de notulen zijn verschenen. Die moeten dus vóór het raadsdebat over het rapport dat op 22 april wordt gehouden beschikbaar komen. Of heeft iemand de geluidsband van die vergadering nu al bij de hand?

Hoe zit dat nou? In het artikel staat niet wanneer Kock zijn opmerkingen maakte maar door de verwijzingen naar de raadsvergadering van 25 maart heb ik als argeloos lezer toch heel sterk de indruk dat de inhoud van het artikel inclusief de opmerkingen van Kock van later datum is.

Ik heb uit betrouwbare bron gehoord dat de opmerking die Kock tijdens de raadsvergadering over het Lysias-rapport maakte een “slip of the tongue” was. Een verspreking. En ik vind het opmerkelijk dat er vanuit de raad op dat moment geen reactie kwam. Waren de raadsleden op dat late tijdstip niet alert genoeg of vond men Kock’s opmerking niets nieuws omdat B&W en de raad al op de hoogte waren van de inhoud van het rapport?

Het lijkt me, ook voor de raad, uiterst relevant om te weten of de Lysias-opmerkingen, die Kock in het Regiobode-artikel laat optekenen, uitgesproken zijn vóór of ná de raadsvergadering van 25 maart. Of is het artikel 'n compilatie van informatie uit de raadsvergadering en eerdere opmerkingen van Joop Kock? Wanneer is dat interview met Joop Kock geweest?

donderdag 3 april 2008

8 april: Rapport extern onderzoek Hart van Dieren

Komt ie toch nog.

Het Lysias-rapport wordt volgende week dinsdag (8 april) openbaar.
14 april, de maandag daarop, is er een informatieavond met inspreekmogelijkheid.
22 april wordt het rapport in de gemeenteraad behandeld.

Ja, ik wil antwoord op de vragen:

-Hoe heeft het tekort kunnen ontstaan?

-Hoe kunnen tekorten in de toekomst bij Hart van Dieren en andere omvangrijke projecten worden voorkomen?

-Wie is er verantwoordelijk voor het ontstaan van de tekorten?


Eens kijken of er moed wordt getoond!!!
Durven de raad en B&W de hand ECHT in eigen boezem te steken of gaan we weer 'n paar mooie staaltjes van draaikonterij zien, tollen in de speeltuin?

Bijgaand het officiële persbericht.

Rapport extern onderzoek Hart van Dieren

De afgelopen maanden heeft een extern onderzoeksbureau in opdracht van de gemeenteraad onderzoek gedaan naar het begrote financiële tekort van Hart van Dieren. Het onderzoek is nu afgerond en de resultaten worden volgende week openbaar gemaakt.

Het onderzoek is uitgevoerd door Lysias Advies B.V. Zes fractievoorzitters van de gemeenteraad hebben de uitvoering van het onderzoek begeleid. In het onderzoek staan drie vragen centraal: Hoe heeft het tekort kunnen ontstaan? Hoe kunnen tekorten in de toekomst bij Hart van Dieren en andere omvangrijke projecten worden voorkomen? Wie is er verantwoordelijk voor het ontstaan van de tekorten?

Het onderzoeksrapport wordt dinsdag 8 april om 17.00 uur openbaar gemaakt. Het rapport is vanaf dat moment te vinden op de website van de gemeente Rheden. Op 14 april wordt er vanaf 19.30 uur een informatie-avond besteed aan het onderzoeksrapport.

De onderzoekers zullen dan een korte toelichting geven en raadsleden kunnen vragen stellen. Ook is er gelegenheid tot inspreken over het rapport. Insprekers dienen zich vooraf aan te melden bij de griffie van de gemeenteraad: (026) 4976 905.

Op 22 april zal de gemeenteraad tijdens de raadsvergadering debatteren over de uitkomsten van het onderzoek.

Privacy

Het CBP (College Bescherming Persoonsgegevens) liet gisteren weer eens van zich horen. Persoonsgegevens op internetloketten van de overheid vormen een potentieel risico voor burgers. Daarom heeft ze richtsnoeren voor diezelfde overheid ontwikkeld.

Een mooie gelegenheid om eens stil te staan bij privacy. Hoe gaat u daar mee om? Wat vindt u ervan?

In dit electronische tijdperk worden op grote schaal gegevens over u vastgelegd. U wordt gevolgd door politie en justitie via camera- en verkeerstoezicht. Uw medische gegevens worden op verschillende plaatsen vastgelegd en komen binnen enkele jaren in een elctronisch dossier.U heeft een burgerservicenummer dat door allerlei overheids- en (semi)-publieke instanties wordt gebruikt om u te identificeren en om gegevens over u op te slaan. Commerciële bedrijven leggen via klantenkaarten vast wat u uitgeeft en wat uw smaak is en wat uw voorkeuren zijn. Als u naar de Verenigde Staten vliegt dan zijn uw gegevens ook aan de overkant van de grote plas bekend. Internet- en telecomproviders zijn verplicht om gegevens langere tijd te bewaren etc...

Denkt u wel eens na over uw privacy? Vindt u het wel best of maakt u zoch zorgen? Is het nodig voor de veiligheid? Maar verhoogt het dan ook uw gevoel voor veiligheid? Is het volgens u de laatste jaren veiliger geworden?

Waar ligt de grens? Als iemand vraagt naar uw salaris, uw medische gegevens?

Neem ook eens een kijkje op de website van het College Bescherming Persoonsgegevens