Geef uw mening!
Stuur uw brieven, foto's, afbeeldingen, filmpjes of cartoons naar
theo.kooijmans@gmail.com
Maak het niet te bont. De redactie behoudt zich het recht voor om inzendingen zonder opgaaf van redenen te weigeren.

maandag 19 januari 2009

Winkel van Sinkel (6)

Afgelopen dagen vooral druk geweest met verjaardagen en bezoeken en ik heb nu even geen zin om diep op onderwerpen in te gaan. Dus ik begin gewoon maar ’n beetje op m’n toetsenbord te hameren. Onderwerpen genoeg hoor. Het Ontwerp Tracėbesluit A12, de spoorbrief van het college of de verkoop van Essent en later mogelijk ook NUON.

En heeft het wel altijd en overal zin? Neem nou zo’n OTB A12. Er wordt een heel circus opgetuigd om allerlei belanghebbenden hun mening over het OTB te laten geven. Individuele burgers, stichtingen, overheden en wat dies meer. Zij trekken alle registers open om hun ideeën over het voetlicht te brengen. Ik doe daar zelf ook volop aan mee hoor. En ik ga ook mijn zienswijze over het OTB opstellen.

Maar welke concrete effecten heeft die inspraak nu eigenlijk? Ik twijfel daar wel eens aan. Heeft het wel zoveel zin? Er is ongetwijfeld al eens onderzoek naar gedaan maar zo snel kan ik er niks over vinden. Hoe beleven de “insprekers” bijvoorbeeld hun betrokkenheid? Is het al voldoende dat ze er iets van vinden? Verwachten ze echt concreet resultaat? Welke resultaten levert inspraak op zo'n OTB nu überhaupt op? Is dat getalsmatig uit te drukken? Helpt inspraak om plannen te accepteren? Kortom, voer voor allerlei –ologen.

Goed. We gaan dus gewoon door. Kijk ook eens op de website van de Stichting Duurzame A12. Daar kunt u voorbeelden van zienswijzen downloaden die u kunt gebruiken om zelf uw zienswijze op te stellen en in te sturen naar inspraakpunt.nl Enkele aanbevelingen ga ik zeker zelf ook gebruiken.


Dinsdag 20 januari (morgen dus) is er een informatieavond en donderdagavond 22 januari is er een hoorzitting. Beide in Hogeschool Van Hall Larenstein. Morgen zit ik zelf in Dieren bij de spooravond in Theothorne maar donderdag hoop ik wel aanwezig te zijn.

donderdag 15 januari 2009

Van Gelderse Pim tot Gelderse Wilders

Wullink is door het partijbestuur van Gemeentebelangen kandidaat gesteld voor het voorzitterschap van de partij. Maandag 19 januari kunnen de leden van Gemeentebelangen daarover een oordeel vellen.

In het artikel "Gemeentebelangen in het kielzog van Geert Wilders." refereerde ik aan het krantenartikel "Van Gelderse Pim tot Gelderse Wilders" dat in de aanloop naar de provinciale verkiezingen van 2007 op zaterdag 10 februari 2007 in de Gelderlander verscheen. Een mooi stuk van de hand van journalist Rob Berends. Helaas is het niet meer op de website van de Gelderlander te vinden. Daarom heb ik het nu ook opgenomen op deze blog.

Van Gelderse Pim tot Gelderse Wilders

De Strijd om de rechtse kiezer in Gelderland is in volle hevigheid losgebarsten. Een aantal LPF'ers is een Wilders-achtige partij begonnen, tot ergernis van Geert Wilders.

Olof Wullink legt in zijn woonkamer in Velp een A4'tje vol cijfers op tafel. Het zijn verkiezingsuitslagen uit de Gelderse gemeenten. In 2003 stemden 50.000 Gelderlanders op de LPF, drie jaar later 53.000 op Geert Wilders. En dus is het logisch, vindt Wullink, dat ook hij de LPF heeft verlaten om zijn eigen Wilders-achtige partij op te richten. "Onze kiezers zijn naar Wilders overgestapt. Ik volg onze kiezers".

Dat is niet helemaal waar. Wullink mag flirten met de Partij van Geert Wilders, de liefde komt van één kant. Wilders laat weten dat hij nergens meedoet met de Provinciale Verkiezingen dat Wullink NIET zijn man in Gelderland is.

Het deert Wullink niet. Hij keerde na de Kamerverkiezingen van 22 november, waarbij de LPF van acht naar nul zetels duikelde, zijn partij de rug toe en richtte met een groep andere ex-LPF'ers en Wilders-sympathisanten Een voor de Vrijheid op. Die naam is een samentrekking van Een.nl van Marco Pastors en de Partij voor de Vrijheid van Geert Wilders. "Als je de aanhang van de PVV en die van Verdonk samen neemt, kun je zomaar zes zetels in de Staten halen".

Wullinks overstap wekt verbazing in de Gelderse Politiek. Wullink presenteerde zich in de afgelopen vier jaar als een bedaarde, bijna bescheiden man. Ingrijpende plannen presenteerde hij niet. Hij diende in Provinciale Staten geen enkel initiatiefvoorstel in en kwam ook niet met opzienbarende moties. Het gevaar van de Islam, kernpunt van het programma van Wilders, roerde hij nimmer aan.

De Gelderse VVD-lijsttrekker Jan Markink verbaast zich over de metamorfose van Olof Wullink. "Hij belde mij voor een vergadering vaak op om te vragen wat wij van een bepaald onderwerp vonden". Wullink is een partijhopper. Een voor de Vrijheid is zijn vijfde partij. Hij was al eens lid van CDA en VVD en was ook betrokken bij de lokale Rhedense partij GemeenteBelangen. "Een gelukszoeker is hij", vindt VVD'er Markink.

De Velpse politicus zelf ziet dat anders. "Zolang we in Nederland geen tweepartijensysteem hebben, zijn er voor mij meer mogelijkheden. De SP, GroenLinks en de PvdA zijn voor mij uitgesloten. Maar bij een conservatief CDA of bij de Verdonk-vleugel van de VVD voel ik me ook thuis.

Sinds de oprichting van Een voor de Vrijheid uit Wullink zich een stuk radicaler. "Pim zei: De Islam is een achtergebleven godsdienst. Eerst na die tijd is duidelijk geworden dat het ook een godsdienst is die wil overheersen. Ik heb veel rondgereisd in Indonesie en heb gezien hoe islamterroristen op Bali de economie om zeep hebben geholpen. De Islam is veel geweldadiger dan Pim zich realiseerde. Mijn positie is nu anders dan voorheen. Op 22 november hebben de kiezers laten zien dat ze dit geluid willen".

En zegt hij:"In grote steden, ook in Gelderland, is over een generatie de helft van de bevolking allochtoon. Daarom moet er een moratorium op immigratie komen".

In de Gelderse politiek leeft de verwachting dat Wullink garen zal spinnen bij zijn radicalisering.

"Maar het is niet meer dan een poging om mee te liften op het succes van Wilders", zegt Anton Reebergen, de nieuwe lijsttrekker van de Lijst Fortuyn.

"Ik vind het puur opportunisme", vindt SP-leider Agnes Lewe. "Van een redelijk nette Fortuynist is hij verworden tot een schreeuwlelijk. We zullen vaker de confrontatie met hem aan gaan".

"Ja, daar schrikken ze van, ze dachten: Die LPF komt niet meer terug. Met Een voor de Vrijheid ben ik ineens een bedreiging voor ze".

Het liefst wil Wullink de zetels die hij haalt, in de komende periode overdragen aan de Partij van Wilders. Die laat weten daar absoluut geen behoefte aan te hebben.

"Wat mensen elders in het land doen, moeten ze zelf weten", zegt zijn woordvoerster. "Wij hebben een fractie in Den Haag. Als wij mensen in de regio's hadden gehad, hadden we zelf mee gedaan".

Gemeentebelangen in het kielzog van Geert Wilders

Het bestuur (en de raadsfractie) van Gemeentebelangen heeft Olof Wullink kandidaat gesteld voor het voorzitterschap van de partij.

Twee dingen zijn zeker: Wullink heeft een groot aantal politieke partijen versleten én hij heeft uiterst rechtse opvattingen. Hij is een van de meest rechtse politici van deze regio.

En Olof Wullink weet ontegenzeggelijk hoe het er binnen partijen aan toe gaat. Hij heeft al een heel lijstje afgewerkt. Zo is hij lid geweest van de landelijke partijen CDA, VVD, LPF en de Lijst Vijf Fortuyn, een nakomeling van de LPF. Daarnaast is hij oprichter van de provinciale Wilders-kloon "Een voor de Vrijheid" en lid van Gemeentebelangen.

Namens de LPF was hij lid van provinciale staten van Gelderland. Bij de kamerverkiezingen van 2006 verdween de LPF uit de Tweede Kamer en de Lijst Vijf Fortuyn haalde ook geen zetels. Reden voor Wullink om het zinkende schip te verlaten.

Hij zag op dat moment meer brood in de PVV en probeerde aan te sluiten bij het succes van Geert Wilders. Daartoe richtte hij samen met enkele oud-LPF-ers en Wilders-aanhangers speciaal voor de Gelderse provincieverkiezingen de partij “Een voor de Vrijheid op” die suggereerde de “Gelderse Wilders-partij” te zijn. Geert Wilders zag dat niet zitten en liet weten dat de EVV ten onrechte suggereert dat er een relatie met de PVV was. Letterlijk: "Wij weten niet wie deze mensen zijn" en “dat Wullink NIET zijn man in Gelderland is”.

In de Gelderlander van 10 februari 2007 stond het artikel “Van Gelderse Pim tot Gelderse Wilders” waarin het een en ander uit de doeken wordt gedaan. Helaas staat het niet meer op de website van de Gelderlander zelf maar ik heb twee andere sites gevonden waar een kopie staat. Klik hier om het artikel “Van Gelderse Pim tot Gelderse Wilders” op de site Lijst Pim Fortuyn – Duiven, te lezen. Uit het bijgevoegde commentaar blijkt tevens dat de Gelderse Fortuynisten niets meer van “zetelrover” Wullink willen weten.

(Noot Theo kooijmans 15-1-2009: Het artikel "Van Gelders Pim tot Gelderse Wilders" uit de Gelderlander van 10 februari 2007 waarover in deze posting wordt gesproken staat inmiddels ook op Politiek Rheden. Klik hier om naar dat artikel te gaan.)

Wullink voelde zich ook aangetrokken tot Rita Verdonk. In het Volkskrantartikel Dirigent Rita Verdonk zoekt orkest (31 maart 2008) wordt ook Wullink geciteerd. Maar ja, Verdonk moest afgelopen jaar klap op klap incasseren en Trots op Nederland is een zinkend schip dus de liefde van Olof voor IJzeren Rita zal inmiddels ook wel bekoeld zij.

Nu is hij dus in beeld als voorzitter van Gemeentebelangen. Meerdere mensen bij Gemeentebelangen zijn afkomstig uit de socialistische hoek en hebben een PvdA-achtergrond en/of een (soms langdurig) vakbondsverleden. Hoe een voorzitterschap van Olof Wullink met dat sociale imago van Gemeentebelangen te rijmen valt is voor mij een vraag maar voor de mensen die het nu bij Gemeentebelangen voor het zeggen hebben ongetwijfeld een weet. Daar krijgen we vast nog wel een antwoord op.

Met de kandidaatstelling van Wullink geven de bestuurders van Gemeentebelangen een helder signaal.

Gemeentebelangen gaat rechtsaf en volgt het spoor van Geert Wilders.

En daar wil ik sowieso niet bijhoren.

Eens zien of er nog oppositie komt van leden van GB die zich daar ook niet mee willen (laten) associëren.

woensdag 14 januari 2009

Gemeentebelangen (4)

In navolging van dhr. Reusink heb ik (gisteren) mijn lidmaatschap van Gemeentebelangen opgezegd. Ik heb daar niks meer te zoeken.

Diverse GB-ers waaronder het grootste deel van de raadsfractie zullen daar niet rouwig om zijn.

Ikzelf trouwens ook niet.

Via onderstaand email heb ik mij afgemeld:

Geacht bestuur van Gemeentebelangen, beste Diny en Gerrit,

Bij deze zeg ik mijn lidmaatschap van Gemeentebelangen op.

De laatste ontwikkelingen bij Gemeentebelangen, het opstappen van de door mij zeer gewaardeerde voorzitter Reusink, de afwijzende houding van een aantal fractie- en partijleden tegenover mijn lidmaatschap en het uitblijven van de door mij aan het bestuur gevraagde verklaring omtrent pers-publicaties in de afgelopen maanden die ook mijn persoon betreffen leren dat er geen basis is voor samenwerking.

Ik wens u en uw partij de komende tijd veel sterkte!

Met vriendelijke groet,
Theo Kooijmans


Die sterkte zal GB nodig hebben.

dinsdag 13 januari 2009

Koning Winter

We weten weer wat winter is. Afgelopen week vroor het af en toe dat het kraakte. Wel een mooie periode overigens. Gisteren namen we (voorlopig?) afscheid van Koning Winter.

Het winterweer leverde mooie plaatjes op. Bijna iedere dag was er een ander facet van het weer te zien. In de mist werd de witte wereld klein en stil. Bij kristalhelder weer toverde de zon een gouden gloed over de zilveren kronen. Prachtig!

Bijgaand nog wat foto's en filmpjes.




Vorig weekeinde gingen de schaatsen uit 't vet maar na de sneeuwval moest er even gepauzeerd worden omdat het ijs er stroef bij en onbetrouwbaar was. Na de strenge vorst kon er weer naar hartelust geschaatst en gesleed worden. Van de week werd er zelfs met sledehonden op de Posbank gesleed. Van dat laatste heb ik jammer genoeg geen foto’s of 'n filmpje kunnen maken. Ik was telkens net iets te laat. De sledehonden verdwenen net om de bocht van de Beekhuizenseweg.

Een Elfstedentocht zat er helaas niet in. We kunnen niet alles hebben. Maar het seizoen is nog niet voorbij. Dus wie weet.

Als toegift nog enkele filmpjes. Alle gemaakt bij Kasteel Rozendaal.

Vijvers Kasteel Rozendaal - Na de sneeuw even niet meer schaatsen - 5 januari 2009

Klik op de pijl om te starten. Klik op de rechthoek (rechts onderin) voor een volledig scherm.

Vijvers Kasteel Rozendaal - 9 januari 2009 omstreeks 9:45 uur


Vijvers Kasteel Rozendaal - Gezien vanuit zijde gemeentehuis - 9 januari 2009 omstreeks 10:20


Vijvers Kasteel Rozendaal - Schaatspret compleet met koek en zopie - 10 januari 2009 omstreeks 16:15 uur


Vijvers Kasteel Rozendaal - Schaatspret compleet met koek en zopie - 10 januari 2009 omstreeks 16:20 uur

maandag 12 januari 2009

Gemeentebelangen (3)

Afgelopen vrijdag schreef de Gelderlander over het conflict bij Gemeentebelangen. In het artikel Intern conflict GB Rheden lijkt beslist werd gemeld dat de heer Henk Reusink de voorzittershamer van Gemeentebelangen heeft neergelegd. Ter aanvulling: hij heeft ook zijn partijlidmaatschap opgezegd.

Ik wacht nog steeds op een verklaring van het bestuur. Op 7 december heb ik daarover onderstaand mailtje naar het partijbestuur gezonden met een cc naar de raadsfractieleden.

Geacht bestuur van Gemeentebelangen,

Zoals u bekend is zijn de afgelopen week berichten in de krant verschenen waarin dhr Wubs, fractievoorzitter van Gemeentebelangen in de raad van Rheden, dreigt met opstappen.

In die berichten fungeer ik als steen des aanstoots.

Ik had minimaal verwacht dat ik daarover formeel door Gemeentebelangen zou worden geïnformeerd. Evenals over de implicaties die het voornemen van de fractievoorzitter zullen hebben.

Helaas heb ik daarover nog formeel nog niets van Gemeentebelangen vernomen.

Ik verwacht van u op zeer korte termijn, binnen enkele dagen, een duidelijke verklaring over het handelen van dhr Wubs, uw standpunt daarin en welke verdere stappen u in deze zaak zult ondernemen.

Gemeentebelangen heeft openheid en duidelijkheid hoog in het vaandel staan.
Het staat zelfs officieel in haar visie, de "grondwet" van de partij!

Ik neem dus zonder meer aan dat u aan mijn verzoek zult voldoen.

Voor de goede orde. De communicatie met Gemeentebelangen in deze zaak, ook emails, beschouw ik als openbare informatie.


Op de website van Gemeentebelangen staat pontificaal “GB is voor 'openheid, betrokkenheid en duidelijkheid'“

Hoezo openheid en duidelijkheid? Kennelijk weten bestuurs- en fractieleden wel de weg maar de krant maar niet de weg naar een van de eigen leden te vinden.

De website van Gemeentebelangen is een communicatieorgaan van de partij Gemeentebelangen. Je mag dus verwachten dat daar de officiële standpunten van het partijbestuur op staan. Niets is minder waar. Het partijbestuur had daar geen enkel controle over. Die site is misbruikt om mij aan te vallen en wordt op dit moment vooral gebruikt om de privé-weblog van Wim Pieper te promoten.

Op die website wordt trouwens met geen woord gerept over het opstappen van Henk Reusink. Openheid en duidelijkheid komt op dit moment zeker niet zo goed uit.

In de krant lees ik ook dat het partijbestuur praat over een nieuwe partijvoorzitter. De enige nog zittende leden van het partijbestuur zijn Gerrit Jochemsen die tevens lid is van de raadsfractie en penningmeester Diny Jurriëns, de vrouw van raadsfractielid Dick Jurriëns. Ziet u dat bestuur al voor u? Gerrit en Diny die samen een nieuwe voorzitter zoeken?

Nee, dat gaat heel anders. Dat wordt helemaal niet door het partijbestuur geregeld maar door de raadsfractie. Dat gebeurt natuurlijk vanzelfsprekend in alle openheid, betrokkenheid en duidelijkheid.

Zo, ik heb er nu iets over geschreven. Dat geeft weer stof voor een reactie op de website van GB. Want zelf initiatief nemen is voor deze "GB-ers" te lastig.
En open duidelijke communicatie is zéker teveel gevraagd.

zondag 11 januari 2009

Bijeenkomst spoor in Theothorne

Op dinsdag 20 januari organiseert de Belangenvereniging Dieren e.o. in Theothorne in Dieren een bijeenkomst over de spoornota. Aanvang 20: 00 uur

Op die avond zal iemand uit de branche railgoederenvervoer voorlichting geven over het goederentransport over het spoor.

Henk Derks uit De Steeg zal die avond iets vertellen over de activiteiten van Tijdelijke Aftakking Katastrofaal (TAK) en Regionaal Overleg Noord-oostelijke Aftakking (RONA).

TAK is het platform waarin belangengroepen in deze gemeente samenwerken op het thema spoor en RONA doet hetzelfde in een breder verband. Binnen RONA wordt overlegd door spoorvertegen-woordigers uit een groot aantal gemeenten langs de gehele noord-oostelijke verbinding, van Elst tot aan Oldenzaal.

Henk Derks is voorzitter van beide platforms.

Geen Noordtak Velp reageert op spoorbrief college

In november stuurde het college van B&W een Brief over de Spoorinfrastructuur. naar de gemeenteraad.

Ik had daar al eerder iets over gezegd in mijn artikel Aanzet tot Spoornota?

Inmiddels heeft Geen Noordtak Velp haar mening over deze spoorbrief verwoord aan het college van B&W en de gemeenteraad.

(Noot Theo Kooijmans: bovenstaande tekst is iets aangepast ten opzichte van het oorspronkelijke bericht i.v.m. verwijzingen naar andere postings)

Onderstaand de reactie van GNV.
------------
Velp , 7 januari 2009
Aan:
College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Rheden, Gemeenteraad van Rheden
Postbus 9110
6994 ZJ De Steeg

Cc:
Raadsfracties van de gemeenteraad van Rheden
Tijdelijke Aftakking Katastrofaal (TAK)
Regionaal Overleg Noordelijke Aftakking (RONA)
Lokale en regionale pers

Onderwerp: Brief (met bijlage) over Spoorinfrastructuur van het college van B&W aan de gemeenteraad van Rheden.

Geacht college van Burgemeester en Wethouders, geachte Raadsleden,

Enkele weken geleden heeft u een brief (met bijlage) over de spoorinfrastructuur naar de raad gestuurd.

Namens Geen Noordtak Velp willen wij u hierbij op de hoogte stellen van onze mening over de inhoud van die brief.

U noemt de brief over de spoorinfrastructuur een aanzet met als doel de onderwerpen te benoemen die samenhangen met de spoorinfrastructuur, het gebruik van deze infrastructuur en de ontwikkelingen in de omgeving ervan.

Op de verdere weg naar een volwaardig beleid in de geest van de motie Nota Spoor van 2005 zien wij deze brief inderdaad als een aanzet. Maar ook niet meer dan dat

Uit de brief en de bijlage spreekt een onthutsend laag ambitieniveau. U plaatst de gemeente in een afwachtende rol die zich voornamelijk beperkt tot “meepraten”. Naar onze mening dient de gemeente zich juist proactief op te stellen. Te laten zien dat zij staat voor de leefbaarheid , het welzijn en de belangen van haar inwoners.

U wilt op voorhand de kaders van de Spoornota (wij gaan er tenminste vanuit dat u de, ook in 2008 herhaalde, wens van de raad respecteert en tot die beleidsnota wilt komen) beperken tot het goederenvervoer. Het goederenvervoer was en is inderdaad een heikel punt. Wij schrijven nu januari 2009. Sinds de spoor-motie van 2005 zijn er tal van ontwikkelingen geweest in het spoorvervoer. Ook in het reizigersvervoer. Wij wijzen u bijvoorbeeld op de plannen voor de lightrail en intensivering van het reizigersvervoer door de NS. Wij zijn dan ook van mening dat alle aspecten van het spoor(gebruik) onder de loep moeten worden genomen.

Voor de goede orde: wij zijn realisten. Wij willen het reizigersvervoer niet van de spoorlijn verbannen. Integendeel, wij zijn juist voorstander van goed openbaar vervoer en het spoor speelt daarin een cruciale rol.

In de bijlage bij uw brief over de spoorinfrastructuur worden 12 onderwerpen genoemd. Bij 11 onderwerpen wordt de positie van de gemeente afgedaan met “meepraten”. Slechts in 1 geval, bij bouwen langs het spoor, ziet de gemeente een actieve rol voor zichzelf weggelegd. Daarnaast blijkt dat geen rekening is gehouden met ontwikkelingen die zich in het afgelopen jaar hebben voorgedaan. Wellicht is u op dat gebied het een en ander ontgaan. In de bijlage wordt vooral gewezen op onmogelijkheden, op nadelen van mogelijke oplossingen. En de inbreng van de gemeente wordt gebagatelliseerd. Daarmee krijgen wij het idee dat de gemeente de verantwoordelijkheid voor het welzijn van haar burgers ontloopt.

Dat is voor ons, burgers van Rheden, een zeer teleurstellende ervaring.

Op enkele aspecten die in de bijlage staan benoemd willen wij nader ingaan.

Zo missen wij een strategie als het gaat om bestrijding van geluids- en trillingshinder van waaruit kan worden gewerkt aan verbeteringen.
De beste strategie voor bestrijding van geluidsoverlast:
- Bestrijding van geluid bij de bron: bijv: raildempers, gladmaken én houden van rails, betonnen dwarsliggers
- Afschermen van de omgeving: schermen
- Bescherming objecten: gevelsanering
- Wegnemen objecten: ontrekken woningen aan woonbestemming

Bij gebruik van raildempers wordt een reductie van 3dB bereikt. Dat lijkt weinig maar is het niet. Een reductie van 3dB betekent een halvering van de geluidsdruk.

Met een combinatie van raildempers en geluidsschermen kan zelfs een geluidsreductie van 8 – 10 dB bereikt worden. Hiermee wordt de geluidsoverlast zeer substantieel gereduceerd. Een geluidsreductie van 8 dB wordt ook echt ervaren als meer dan een halvering van het geluid.

Wij bevelen aan de effecten en kosten van verschillende mogelijkheden voor geluidsreductie op een rijtje te zetten. Vervolgens dient bekeken te worden wat haalbaar is, wie wat betaalt en of/hoe/wanneer/waar geluidsreductiemaatregelen kunnen worden genomen. Zijn er subsidiemogelijkheden? Daarbij blijft de rol van de gemeente zeker niet beperkt tot meepraten maar dient zij juist het voortouw te nemen.

Raildempers blijken overigens niet alleen de geluidsuitstraling te dempen, maar hebben ook een positief effect op het dempen van de trillingen. Dat werd in de praktijk bij een bezoek van ons aan Twello nadrukkelijk bevestigd door de ervaringen van bewoners langs het spoor aldaar.

En er is weliswaar (nog) geen wetgeving voor trillingshinder maar er zijn wel de richtlijnen van de Stichting Bouwresearch (SBR). En bij het opstellen van plannen is op grond van de Wet Ruimtelijke Ordening trillingshinder wel degelijk een aandachtspunt. Daarvoor kunnen de "Meet- en beoordelingsrichtlijnen voor trillingen” van de SBR als richtlijn dienen.

Ook bij de sluiting van spoorovergangen hoeft niet te worden afgewacht wat ProRail besluit. De gemeente dient vooraf te weten wat ze wil en daarmee het gesprek aangaan met spoorpartijen. Welke overgangen wil de gemeente behouden, wil de gemeente überhaupt overgangen sluiten, welke overgangen mogen eventueel gesloten worden? Waar zouden ongelijkvloerse kruisingen moeten/kunnen komen? Allemaal vragen waar van te voren over moet worden nagedacht zodat maximaal invloed kan worden uitgeoefend.

En wat gebeurt er met die destijds toegezegde 13 à 14 miljoen waarvoor in ruil spoorovergangen in Velp zouden moeten worden gesloten?

Meer goederentreinen zijn niet alleen mogelijk maar er wordt zelfs serieus over gedacht om op termijn meer goederentreinen over de IJssellijn (zoals de spoorlijn door onze gemeente wordt genoemd)) te laten rijden. Dat geeft niet alleen meer overlast maar het beperkt ook de ruimte voor het reizigersvervoer en de mogelijkheden voor lightrail. De afgelopen 14 maanden zijn belangrijke documenten gepubliceerd zoals de Landelijke Markt- en Capaciteitsanalyse Spoor (LCMA) van november 2007 en het Initiatiefdocument PHS Planstudie Toekomstvaste Routering Spoorgoederenvervoer (september 2008). In dat laatste document worden varianten benoemd waarbij de mogelijkheid van twee of drie goederentreinpaden over de IJssellijn worden besproken. Om u een idee te geven van het aantal treinen waar we het dan over hebben: er is 1 treinpad nodig voor 18 treinen per richting per etmaal (dag en nacht)

De genoemde prognose voor het vervoer van gevaarlijke stoffen stamt uit 2003. Zoals u weet wordt een nieuw Basisnet voor het vervoer van gevaarlijke stoffen ontwikkeld. ProRail verwacht een forse toename van het vervoer van gevaarlijke stoffen over spoor. Deze verwachtingen horen niet als voldongen feiten te worden gepresenteerd. (bron: VNG)

Hoe gaat de gemeente hiermee om? Tip: Op donderdag 29 januari 2009 organiseert het ministerie van V&W in de Nieuwe kerk in Den Haag een informatiemiddag Basisnet Spoor. De gemeenten behoren tot de doelgroep van die bijeenkomst

Het verbaast ons ook hogelijk dat u met geen woord rept over voorstellen van de gemeente Arnhem die, naar aanleiding van het OTB Sporen in Arnhem, voorstelt om een zuid-tangent voor het goederenvervoer aan te leggen om Arnhem en Velp heen. Een ingrijpend voorstel waarvan je zeker zou verwachten dat die in een Brief over de spoorinfrastructuur aan de orde komt.

Bovenstaande vaststellingen geven ons de indruk dat het kennisniveau van de gemeente Rheden ernstig achterblijft bij de actualiteit.

Dat onderstreept nog eens de noodzaak tot samenwerking. Niet alleen met belangengroeperingen maar ook actieve samenwerking met overheden met belangen langs de IJssellijn is gewenst. Dat geldt voor gemeenten, de provincie Gelderland en eventueel zelfs Overijssel, de Stadsregio Arnhem-Nijmegen en de Stedendriehoek. Hier kan de gemeente zich dus zeker actief opstellen en zich niet beperken tot “meepraten”

Ook ten aanzien van gevelsanering kan de gemeente zich actief opstellen. Ontwikkel ook hier een strategie. Draag zorg voor een betere uitvoering en lobby bij medeoverheden (ministerie, provincie) voor meer en snellere beschikbaarheid van de benodigde gelden zodat eindelijk zicht komt op afronding en beëindiging van onzekerheid bij aanwonenden.

Wij hebben in bovenstaande slechts enkele van onze gedachten aangestipt. Geen Noordtak Velp heeft eerder uitgebreid verwoord dat een integrale visie op het spoor noodzakelijk is. We hebben voor het opstellen van die visie een concreet en goed uitvoerbaar voorstel bij het college en de raad neergelegd. Daarnaast hebben we ook weer zeer concreet een (niet uitputtende) reeks voorbeelden benoemd van thema’s die in de spoornota aan de orde zouden moeten komen.

Dit alles wordt onderschreven door de door ons geconsulteerde collega-belangengroeperingen. Wij weten ons bovendien gesteund door een belangrijk deel van de raad (waaronder twee van de grootste coalitiepartijen) die eveneens de noodzaak van spoorbeleid en samenwerking met belangengroeperingen langs het spoor onderschrijft. Wij hopen dat u zich dit aantrekt en er echt serieus mee aan de slag gaat.

Het moet toch niet zo vreselijk moeilijk zijn om die voorstellen verder uit te werken?

Tot slot:
Begin augustus 2008 hebben wij u een brief gestuurd waarin we concrete voorstellen doen voor het ontwikkelen van de spoornota. We moeten helaas constateren dat wij nu, vijf maanden later, nog steeds geen antwoord op die brief hebben ontvangen.

Op 20 oktober 2008 heeft ondergetekende namens Geen Noordtak Velp ingesproken bij een raadsvergadering. Daarop werd door de wethouder toegezegd dat hij in contact zou treden voor overleg. Ook hier weer teleurstelling. Dat contact is nog steeds niet gelegd. Laat staan dat er overleg heeft plaatsgevonden.

Desondanks: Wij willen absoluut benadrukken dat wij voluit bereid blijven tot samenwerking en wij willen dan ook graag samen met u op weg naar een goed spoorbeleid. Wij hopen dat u die wil ook heeft.

Wij zijn gaarne bereid om een en ander nader aan u toe te lichten en zijn ten volle bereid om met u te overleggen en te zoeken naar mogelijke oplossingen. Wij vragen bovendien nadrukkelijk uw reacties op zowel onze eerdere brief als op deze brief.

Om het u gemakkelijk te maken hebben wij onze eerdere aan u gerichte brief van augustus als bijlage toegevoegd.

Hoogachtend,
Namens Geen Noordtak Velp
G. de Kuijper, voorzitter

Brief over Spoorinfrastructuur

Bijgaand nog eens apart de Brief over de Spoorinfrastructuur mét de bijlage van het college van B&W aan de Rhedense gemeenteraad.
Zie ook de reactie van Geen Noordtak Velp op deze brief.

Geachte raadsleden,

Aan uw raad is destijds voorgesteld de gereserveerde middelen voor de opstelling van de spoornota als bezuiniging in te boeken. Uw raad heeft hiertoe tijdens de begrotingsraad op 4 november jl. besloten. Wel is daarbij door ons college toegezegd in november met een aanzet te komen over dit overwerp met als doel de onderwerpen te benoemen die samenhangen met de spoorinfrastructuur, het gebruik van deze infrastructuur en de ontwikkelingen in de omgeving ervan. In de bijlage is een en ander verwoord, voorzien van een beknopte toelichting. De positie van de gemeente daarbij wordt eveneens vermeld. Op basis van deze afbakening kan vervolgens gericht actie worden ondernomen.


Zonder nadere afbakening van de onderwerpen die in een dergelijke nota behandeld moeten worden bestaat de kans dat een uitgebreide nota wordt opgesteld die de door de raad gestelder doelen voorbijgaat. Door deze aanzet kan de raad aangeven welke onderdelen verdere aandacht behoeven.

Het in de bijlage vermelde overzicht is primair gefocust op het goederenvervoer vanwege de aanleiding van deze aanzet. Het belang van het spoor voor personenvervoer staat bij ons niet ter discussie. Wij zien deze functie van het spoor als een belangrijke bijdrage in het openbaar vervoer en vanuit een oogpunt van mobiliteit. De speciale intercity-status van het station Dieren onderstreept dit nog eens. Ook de kernen Rheden en Velp zijn door middel van het spoor ontsloten.

Graag willen wij op basis van deze aanzet met u een oriënterende bespreking voeren om het onderwerp nader af te bakenen.

Burgemeester en wethouders van Rheden,

---------

Bijlage bij brief college over spoorinfrastructuur

A. De infrastructuur zelf

1. Benutten mogelijkheden voor geluiddemping
ProRail heeft al een aantal mogelijkheden voor geluiddemping benut. Een groot deel van het traject is voorzien van betonnen dwarsliggers. Het deel nabij het dorp Dieren heeft nog houten dwarsliggers. Het vervangen hiervan levert een reductie op van 2dB. Er zullen altijd marktontwikkelingen blijven die nieuwe mogelijkheden kunnen bieden. Een ontwikkeling is raildempers (extra reductie van 3 dB) echter de oplossing is zeer kostbaar. Het is echter zo dat ten aanzien van geluidssanering in overleg met de gemeente wordt besloten tot welke maatregel wordt overgegaan. Meestal is dit isolatie van de woning. De afweging kosten ten opzichte van effectiviteit speelt hier een rol.
Positie gemeente: meepraten. Beslissingsbevoegd: ProRail

2. Sluiting spoorwegovergangen
Het opheffen van een spoorwegovergang of het beperken van het type verkeer dat er van gebruik kan maken wordt alleen weloverwogen toegepast. Het kan in de toekomst noodzakelijk zijn om een ander resultaat, bijvoorbeeld een tunnel, te bereiken.
Op dit moment speelt deze vraag in onze gemeente op een aantal locaties, onder andere in Dieren als gevolg van het project Traverse Dieren. Verder zijn er gedachten voor ongelijkvloerse oversteken in Velp en in de Lentsesteeg te Rheden.
Positie gemeente: meepraten. Beslissingsbevoegd: ProRail

3. Trillingen
Een trein die over het spoor rijdt veroorzaakt trillingen. Het is vooral afhankelijk van de bodemgesteldheid en de kwaliteit van de gebouwen of iemand daar hinder van ondervindt
In Nederland bestaat tot op heden geen wetgeving voor hinder of schade door trillingen. Klachten/vragen over trillingen horen thuis bij ProRail.
Positie gemeente: meepraten. Beslissingsbevoegd: ProRail

B. Het gebruik van de infrastructuur

1. Aantal goederentreinen
Gekeken is naar welke afspraken er bestaan over de tijdstippen waarop goederenvervoer plaatsvindt en gaat plaatsvinden wanneer de Betuweroute volledig operationeel zal zijn.
In het zogenaamde NaNov-besluit staat daarover het volgende aangegeven:
“Als gevolg van de regels van de Wet Geluidhinder kunnen er op het baanvak Arnhem – Deventer (zonder aanpassingen) in de avond- en nachtperiode (van 19.00 tot 7.00 uur) geen extra goederentreinen bij; op dat baanvak zullen de goederentreinen dus uitsluitend in de dagperiode ( van 7.00 tot 19.00 uur) rijden. Gezien de prognose van 21 treinen/etmaal rond 2015 betreft het derhalve in de dagperiode gemiddeld één goederentrein extra per uur en per richting.”
De toelichting van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat zegt: dit citaat maakt duidelijk dat hier geen sprake is van een “besluit” van de minister V&W (zoals sommigen ten onrechte stellen), maar slechts een constatering over de wijze waarop de in 2000 vigerende geluidregelgeving doorwerkt in het goederenvervoer over het spoorbaanvak. Méér goederentreinen zijn mogelijk mits er binnen de milieuruimte gebleven wordt. Er is zeker ook geen maximum aantal goederentreinen vastgesteld.
Positie gemeente: meepraten. Beslissingsbevoegd: ProRail

2. Tijdstip
Er zijn geen beperkingen omtrent het tijdstip van rijden van goederentreinen. De vervoerder moet echter wel capaciteit aanvragen bij ProRail. ProRail beoordeelt of de aanvraag past binnen de capaciteit- en milieuruimte.
Bij de gemeente is geen informatie bekend over de toename van goederenverkeer op het spoor. Er wordt gebruik gemaakt van de bestaande "goederenpaden" in de dienstregeling. Hierdoor is er voor ProRail geen reden om iets te melden. Het Akoestische spoorboekje van ProRail versie 2008 is anders van opzet dan de voorgaande jaren. De prognose wordt niet meer meegeleverd. Het ministerie van VROM is bezig met een aanpassing van de Wet geluidhinder. Verwacht wordt dat er geluidproductieplafonds worden ingesteld. Het akoestische spoorboekje anticipeert hierop. Via het vakberaad geluid van de Milieu Regio Arnhem heeft deze ontwikkeling onze aandacht.
Volgens het akoestische spoorboekje is het overigens nog steeds mogelijk dat in de avond en in de nachtperiode goederenvervoer plaats vindt.
Positie gemeente: meepraten. Beslissingsbevoegd: ProRail

3. Prognose van het vervoer van gevaarlijke stoffen per spoor

In de notitie Prognose van het vervoer van gevaarlijke stoffen per spoor (uitgave ProRail december 2003) is voor de spoorlijn Arnhem-Zutphen opgenomen dat hierover per jaar 100 wagons brandbare gassen (categorie A) en 50 wagons zeer brandbare vloeistoffen (categorie C) kunnen worden vervoerd. Deze prognoses hebben betrekking op een situatie waarbij de Betuweroute gereed is en de zuidtak en de Noordoostelijke Verbinding niet worden aangelegd.
De prognoses zijn overigens indicatieve cijfers voor de toekomst, maar zijn niet gebonden aan een bepaald jaar en mogen in het risicobeleid niet worden geïnterpreteerd als bovengrens van de maatgevende vervoersomvang in die categorie. Er kunnen zich namelijk belangrijke verschillen voor doen tussen de op dit moment geformuleerde reserveringen en de te zijner tijd te realiseren vervoersomvang. Gedacht kan worden aan:
- wijzigingen in de productie van gevaarlijke stoffen vanwege marktontwikkelingen;
- wijzigingen in de door de vervoerder gekozen vervoersmodaliteit;
- wijzigingen van de transportroute door de spoorwegondernemingen.
Positie gemeente: meepraten. Beslissingsbevoegd: ProRail

4. Tijdstip vervoer gevaarlijke stoffen
Het toelaten van vervoer van gevaarlijke stoffen over een spoorweg is een Rijksaangelegenheid waar de gemeente geen invloed op kan uitoefenen. Het transport van goederen per spoor is een particuliere aangelegenheid en wordt door meer dan 30 verschillende partijen verzorgd.
De tijdstippen waarop goederenvervoer over bet spoor mag plaatsvinden zijn door ProRail vastgelegd in het zogenaamde Akoestische spoorboekje. Volgens dit spoorboekje vindt de komende jaren een verschuiving plaats in het tijdstip van het goederenvervoer. Momenteel wordt nog (sporadisch) in de nacht gereden.
Positie gemeente: meepraten. Beslissingsbevoegd: ProRail

5. Rol brandweer
Voor de registratieplichtige gevaarlijke stoffen die vervoerd worden, wordt jaarlijks aan ProRail een opgave gedaan. Er bestaat geen meldingsplicht vooraf ten behoeve van de brandweer. De brandweer wordt daarom niet op voorhand geïnformeerd. Bij de KLPD zijn in geval van calamiteiten wagenlijsten opvraagbaar/beschikbaar. Het betreft hier landelijke afspraken, het is volgens ProRail ondoenlijk om alle brandweerkorpsen te informeren.
Positie gemeente: meepraten. Beslissingsbevoegd: ProRail

C. Ontwikkelingen in de omgeving van de infrastructuur

1. Bouwen langs het spoor
Zolang er binnen de huidige milieuwetgeving gebouwd kan worden lijkt er geen probleem. Als er al sprake is van ontheffingen is dat nog geheel volgens de regels.
Positie gemeente: de gemeente bepaalt uiteindelijk waar gebouwd kan worden.

2. Gevelsanering
Alle woningen in de gemeente Rheden die een te hoge geluidsbelasting ondervinden van het spoor en/of de weg (peiljaar 1986-1987) moeten waar nodig worden voorzien van geluidwerende maatregelen. In de gemeente Rheden zijn dit in totaal 767 woningen. Afgerond zijn 267 woningen. Tijdens de ISV II periode kunnen waarschijnlijk 69 woningen voorzien worden van geluidwerende maatregelen. Nog in voorraad derhalve 431 woningen.
Het saneren van de woningen is overigens een verplichting die voorvloeit uit de Wet Geluidhinder. Op dit moment is de wijziging van de Wet Geluidhinder in procedure. De wijzigingen hebben een aantal gevolgen voor de manier waarop de gemeenten de sanering moeten aanpakken. Het ministerie van VROM wilde graag een versnelde aanpak van de sanering. Bij ongewijzigd beleid kon het nog tientallen jaren duren voordat alle woningen waren gesaneerd. Gemeenten werden in 2006 nog één keer in de gelegenheid gesteld om de saneringsvoorraad af te bakenen. Alle nog niet gemelde gevallen moesten voor een bepaalde datum worden gemeld. Na het verlopen van deze termijn was het duidelijk hoeveel woningen in Nederland voorzien moeten worden van geluidwerende maatregelen.
De nieuwe raillijst bevat meer woningen dan de oude raillijst. In tegenstelling tot de huidige raillijst mag nu ook de tweedelijns-bebouwing worden meegenomen. Ook is het technisch veel makkelijker om de saneringsvoorraad in beeld te brengen. Het opstellen van de zogenaamde eindmelding (= de inventarisatie) is afgerond. Doordat er nu ook tweedelijns-bebouwing is meegenomen komt het aantal te saneren woningen hoger uit dan het aantal woningen op de raillijst. Of de toegevoegde woningen ook allemaal gesaneerd worden hangt af van de beoordeling van VROM. Op basis van het totale aantal (in Nederland) te saneren woningen wordt door VROM gekeken naar de wijze waarop het vervolgtraject van de sanering moet worden ingestoken
Hier is een verdere versnelling van de sanering alleen mogelijk als extra middelen vanuit VROM beschikbaar komen.
Positie gemeente: meepraten. Beslissingsbevoegd: VROM


D. Landelijke ontwikkelingen

1. Basisnet spoor: Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen
Bij het vervoer van gevaarlijke stoffen spelen belangen op het gebied van vervoer, ruimtelijke ontwikkeling en veiligheid een grote rol. Er zijn steeds meer ontwikkelingen in Nederland zichtbaar die zorgen voor spanning tussen deze belangen. Met het doel een balans te creëren tussen deze drie hoofdbelangen is het Basisnet ontstaan: een project dat het Ministerie van Verkeer en Waterstaat en het Ministerie van VROM uitvoeren in nauwe samenwerking met behartigers van de belangen. De belangrijkste spelers zijn gemeenten, provincies en bedrijfsleven. Het Basisnet zal bestaan uit een netwerk van bestaande weg-, spoor- en waterverbindingen die onderverdeeld worden in 3 categorieën routes:
- routes waar het vervoer van gevaarlijke stoffen geen beperkingen krijgt opgelegd, maar
waar wel ruimtelijke beperkingen gelden;
- routes waar zowel beperkingen voor het vervoer als voor de ruimtelijke ontwikkeling gelden;
- routes waar alleen beperkingen voor het vervoer zijn. Hier gelden geen ruimtelijke beperkingen.
VROM gaat ondermeer een zogenoemde 'basisnettoets' ontwerpen. Hiermee krijgt een verlader wel of geen toestemming om gevaarlijke stoffen per spoor te vervoeren. Als het vervoer niet past binnen de gebruiksruimte van het basisnet, krijgt de verlader geen toestemming. Dit om te voorkomen dat het basisnet verder vastloopt.
Positie gemeente: meepraten. Beslissingsbevoegd: ProRail

2. Geluidproductieplafonds
De ministerraad heeft op voorstel van minister Cramer van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer ingestemd met een wijziging van de Wet milieubeheer in verband met de invoering van geluidproductieplafonds bij rijkswegen en spoorwegen.
Langs rijkswegen en spoorwegen zullen op een groot aantal punten maximale toegestane geluidwaarden worden vastgesteld. Hiermee wordt een groot probleem van de huidige geluidwetgeving, de onbeheerste groei van verkeerslawaai bij geluidsgevoelige bestemmingen, aangepakt. In het wetsvoorstel wordt ook een betere koppeling gemaakt met de mogelijkheden om de bron stiller te maken, zoals stille banden, stillere (goederen)treinen en stille wegdekken. Daarnaast wordt als gevolg van de voorgestelde wetswijziging het geluidhinderbeleid minder ingewikkeld, komen er minder regels en worden de normen vereenvoudigd. Onderdelen van de Wet geluidhinder worden hiertoe naar de Wet Milieubeheer overgehaald.
De Raad van State heeft een advies afgegeven over het wetsvoorstel van het ministerie van VROM. Het ministerie van VROM is bezig om dit advies te verwerken
Positie gemeente: meepraten. Beslissingsbevoegd: ProRail

vrijdag 9 januari 2009

De recessie maakt een nieuwe kijk op ruimtelijke ordening mogelijk.

In een opiniestuk in Het Financieele Dagblad van vandaag, 9 januari 2009, geeft Bob Bouhuijs zijn mening over een brief van de bouwwereld aan Eberhard van der Laan, minister voor Wonen, Wijken en Integratie. Bob legt daarbij de nadruk op de relatie tussen woningbouw en de verwachte bevolkingskrimp.
-------------
Enkele projectontwikkelaars, makelaars en andere belanghebbenden hebben onlangs een brief aan minister Eberhard van de Laan gestuurd met het verzoek maatregelen te nemen om de door de recessie getroffen woningmarkt vlot te trekken.

Het uitgangspunt dat grootschalige woningbouw in de nabije toekomst onafwendbaar is om de nijpende schaarste aan woningen op te lossen, vormde een belangrijk argument voor deze actie.

Een hoognodige nuancering is hier echter op zijn plaats: van een woningtekort in heel Nederland zal de komende decennia zeker geen sprake zijn. Het beleid op het terrein van ruimtelijke ordening moet zodoende worden bijgesteld.

Uit tal van demografische studies blijkt dat verscheidene regio's nu reeds kampen met bevolkings- en huishoudenskrimp. Dit aantal zal in de komende jaren toenemen. Vooral het laatstgenoemde verschijnsel leidt tot een structurele afname van de woningvraag. In gemeenten waar de hoeveelheid huishoudens afneemt, is aanpassing van het woningbouwbeleid dan ook dringend gewenst. Wie niet adequaat reageert op deze trend zal negatieve effecten sorteren, zoals leegstand van woningen en onnodige aantasting van de beschikbare ruimte.

Wat de gevolgen kunnen zijn van een vernauwd blikveld op ruimtelijke ordening zien we nu reeds in Oost-Groningen. Daar moest het ambitieuze project 'Blauwestad' een economische impuls te geven aan de regio. De vraag naar de geplande 1500 dure en duurdere woningen blijkt echter domweg afwezig te zijn. Dat de recessie hier invloed op uitoefent is ongetwijfeld een feit, al is het te eenvoudig om de problemen waarmee het project geconfronteerd wordt volledig aan de huidige economische situatie toe te schrijven.

Zonder een ommekeer in het beleid zullen dit soort scenario's zich ook elders in Nederland in de komende decennia voor doen. Een genuanceerde visie op woningbouw en ruimtelijke ordening is daarom nodig en daarvoor moet afstand genomen worden van het regionaal bepalen van de woningbehoefte. Dit is een te wijdmazig instrument om de werkelijke behoefte aan woningen op lokaal niveau registreren. Beleidsonafhankelijk onderzoek naar de lokale woningbehoefte zal hiervoor in de plaats moeten treden. Pas nadat duidelijk is wat de reële, lokale woningvraag is, kan een verantwoord woningbouwbeleid tot stand komen.

De ingetreden recessie beidt een uitgelezen moment om het Nederlandse woningbouwbeleid volgens de hierboven geschetste lijnen te herijken. De Rijksoverheid dient zich hierbij juist niet te laten leiden door de korte termijnbelangen van de woningbouwsector die grotendeels gevoed worden door winstbejag. Lokale overheden moeten juist worden aangezet om doorwrocht onderzoek naar de werkelijke woningbehoefte op de langere termijn te doen. Woningbouw is pas aan de orde als deze behoefte daadwerkelijk is aangetoond.

Bob Bouhuijs is politicoloog en voorzitter van de Stichting NimmerdorNee.

Noot: Klik hier voor een kaartje over de huishoudenskrimp. Te zien is dat ook de gemeente Rheden door huidhoudenskrimp wordt getroffen.

Volgen

Een aardige feature voor bloggers die Google’s Blogspot gebruiken is de mogelijkheid om een blog te “volgen”. Ik zag die ”gadget” op De Berenkuil, de blogspeelpaats van de journalisten van de Gelderlander. Ik heb me daar aangemeld en ik heb deze mogelijkheid zelf ook overgenomen op Politiek Rheden.

Vanaf nu kunnen blogspot-bloggers mij en de lezers laten weten of ze fan zijn en actief mijn weblog volgen. Dan verschijnt er een linkje naar het blogspot-profiel van de blogger en daarmee ook naar de betreffende blog. Op mijn blog wordt dan het plaatje dat bij het profiel hoort getoond.

Als een lezer op het plaatje klikt gaat ie naar het blog-profile van de blog. Goede promotie voor de betreffende blog.

Je kunt je trouwens ook als anonieme volger inschrijven hoor. En je kunt je altijd weer uitschrijven.

Probeer het eens. Links bovenaan op deze pagina kun je je aanmelden.

donderdag 8 januari 2009

Omwonenden hebben bezwaren tegen plan Velperbroek

Afgelopen zomer informeerde de heer van Suylekom mij over de onvrede bij bewoners over de ontwikkelingen rondom winkelcentrum Velperbroek.

Gisteren ontving ik van hem een afschrift van het bezwaarschrift dat door bewoners van de Meerkoetstraat, Fuutstraat, Pres. Kennedylaan, Lepelaarstraat en de Vereniging van Eigenaren van de Churchillflat is ingediend tegen de inmiddels verleende bouwvergunning en de vrijstelling van het bestemmingsplan ingediend.


Er wordt bezwaar gemaakt op een groot aantal punten:
- verwevenheid tussen gemeente en projectontwikkelaar wat to disfunctioneren van de gemeente leidt.

- de gemeente geeft aanhoudend een misleidend beeld van het draagvlak onder omwonenden en de betrokkenheid van die omwonenden bij het opstellen van de plannen.

- incomplete informatie en onduidelijkheid in de plannen die bovendien tegenstrijdigheden bevatten.

- bezwaren tegen afwijkingen ten opzichte van het huidige bestemmingsplan

- het ontwerp is in strijd met door de gemeenteraad gestelde randvoorwaarden

- aan diverse verkeers- en stedebouwkundige ranwooaarden wordt ook niet voldaan

- de ruimtelijke onderbouwing is onvoldoende waarbij wordt ingegaan op een groot aantal aspecten, onder andere geluid, luchtkwaliteit, bodemaspecten, veiligheid, water, archeologie, parkeren en economie.

- recht van overpad voor omwonenden is niet geregeld

Interessante lectuur waar je veel van kunt leren.
Alles is goed onderbouwd en ik denk dat de gemeente hier nog een hele kluif aan krijgt.

Onderstaand de volledige tekst van het bezwaarschrift.
----------------------------------------------
Het College van Burgemeester en Wethouders
van de gemeente Rheden
Postbus 9110
6994 ZJ De Steeg

Betreft: Winkelcentrum Velperbroek; bezwaarschrift tegen verlenen van vrijstelling en bouwvergunning
Velp, 5 januari 2009.

Geacht College,

Hierbij treft u ons bezwaarschrift aan met betrekking tot uw besluit voor de verlening van de bouwvergunning en de vrijstelling van het bestemmingsplan Velperbroek.

In dit bezwaarschrift sluiten wij aan op de zienswijze die wij 15 augustus 2008 hebben ingediend, de door de gemeente ter inzage gelegde stukken in het gemeentelijk servicecentrum in Velp en de door de gemeente op 8 december 2008 verstrekte documenten op grond van ons WOB-verzoek van 19 november 2008. Dit bezwaarschrift is in korte tijd tot stand gekomen. De afstemmingsmogelijkheden tussen omwonenden tijdens de kerstvakantieperiode zijn niet optimaal. Het is mogelijk dat wij gebruik maken van de mogelijkheid (pro forma) om deze zienswijze nog aan te vullen. Graag ontvangen wij van u een bevestiging van deze mogelijkheid en een uiterste datum waarop onze aanvullingen op deze zienswijze door u ontvangen moeten zijn.

Samenwerkingsovereenkomst Gemeente Rheden en Rabo Vastgoed B.V.
Op grond van ons WOB-verzoek heeft u de door ons gevraagde stukken verstrekt waaronder de samenwerkingsovereenkomst tussen de Gemeente Rheden en Rabo Vastgoed B.V. inzake Project Velperbroek. De samenwerkingsovereenkomst is ondertekend in februari 2008. Uit de samenwerkingsovereenkomst blijkt dat de gemeente en de ontwikkelaar wederzijds verplichtingen zijn aangegaan, die zowel randvoorwaarden van het project, te volgen procedures, grondtransacties en de aanleg van openbare werken betreffen. De gemeente stelt daarbij zeer gedetailleerde eisen met betrekking tot het project hetgeen uitmondt in een combinatie van commercieel vastgoed (winkels, medische centrum), vrije sectorwoningen, goedkope woningbouw, parkeervoorzieningen en openbare ruimte. Uit de overeenkomst blijkt dat de gemeente zelf een belang heeft bij realisatie van het project.
Als omwonenden vinden wij de verwevenheid tussen gemeente en ontwikkelaar bij het project Velperbroek onwenselijk. Een dergelijke verwevenheid van eisen, financiële belangen, afspraken over procedures en uitvoering van werken, maakt het onwaarschijnlijk dat de gemeente op objectieve wijze een belangafweging uit kan voeren. Het gebrek aan objectiviteit bij de gemeente blijkt uit de reactienotitie op de ingediende zienswijzen waarin alle door de indieners aangevoerde argumenten tegen het plan en de ruimtelijke onderbouwing worden weggewimpeld.
Wij maken bezwaar tegen de verwevenheid tussen de Gemeente Rheden en Rabo Vastgoed B.V. zoals vastgelegd in de samenwerkingsoverkomst inzake het project Velperbroek. Wij zijn van mening dat de gemeente door deze verwevenheid niet langer op objectieve wijze invulling kan geven aan haar publiekrechtelijke functie. Tevens vragen wij ons af of een dergelijke verwevenheid van eisen, procedures, grondtransacties en de aanleg van openbare werken niet in strijd is met de Europese aanbestedingsregels.

Misleidende informatie over betrokkenheid omwonenden bij planvorming
De gemeente blijft volharden in het schetsen van een misleidend beeld over de betrokkenheid van de omwonenden bij de planvorming en met name over de mate van invloed van de bewoners op de randvoorwaarden voor het uiteindelijke plan.
In reactie op onze zienswijze heeft u uw oorspronkelijke tekst iets afgezwakt. Uw oorspronkelijke tekst waarmee u suggereert dat er voldoende draagvlak is bij omwonenden “De afgelopen jaren hebben omwonenden meegedacht over de invulling van het terrein. Op basis van de uitkomsten van die bijeenkomsten heeft Rabo Bouwfonds het voorliggende ontwerp opgesteld.” heeft u inmiddels gewijzigd in “mede op basis van de uitkomsten”, maar naar onze mening blijft de gemeente de suggestie wekken dat omwonenden invloed uit hebben kunnen oefenen op de randvoorwaarden en dat is niet zo. In de besluitvorming is, omwille van de economische haalbaarheid voor Rabo Vastgoed, voorbij gegaan aan de in een zorgvuldig interactief proces opgestelde randvoorwaarden van een werkgroep met bewoners en belanghebbenden. De voornaamste conclusie van de werkgroep was dat het programma van Rabo Vastgoed een te grote bouwmassa oplevert voor de locatie en teveel parkeer- en verkeershinder oplevert. In februari 2006 zijn door de gemeenteraad de randvoorwaarden voor het nieuwe winkelcentrum vastgesteld. Daarbij is, tegen het advies van de werkgroep in, besloten dat de bouwmassa niet op voorhand aangepast hoeft te worden. In september 2006 heeft de architect zijn ontwerp gepresenteerd aan de werkgroep en andere belangstellenden en ook bij deze bijeenkomst bleek dat er geen overeenstemming was tussen het ontwerp van de architect en de wensen van bewoners. In het definitieve plan zien wij geen enkel resultaat van de door ons aangedragen randvoorwaarden. De bouwmassa is te groot, in plaats van een plein krijgen we een open vlakte tussen 2 flats en onze verkeerstechnische oplossingen zien wij nergens terug. Als omwonenden hebben wij getracht vanuit een constructieve houding mee te werken aan de totstandkoming van een nieuw winkelcentrum. Over het feit dat onze inbreng terzijde is geschoven en er geen enkele bewonersinvloed op het voorliggende ontwerp zichtbaar is, zijn wij uitermate teleurgesteld. U hebt tijdens het proces gebruik gemaakt van onze kostbare vrije tijd waarbij ons de illusie is gegeven dat er sprake zou zijn van serieuze bewonersbetrokkenheid als onderdeel van een “interactief planvormingsproces”.
Wij maken bezwaar tegen de wijze waarop de gemeente in de stukken nog steeds en ondanks de ingediende zienswijzen de suggestie wekt dat voor het voorliggende ontwerp er draagvlak is bij bewoners.

Onzorgvuldigheid in de stukken die ter inzage liggen in Velp
Voor een adequate reactie op de plannen is het van belang dat voor belanghebbenden duidelijk is wat nou exact de plannen zijn. In de stukken troffen wij echter diverse tegenstrijdigheden aan. Zo laat een plaatje (impressie!) een open parkeerdek zien en blijkt uit de beschrijving dat het parkeerdek gesloten gaat worden met daarbovenop terrassen voor bewoners. Op het kaartmateriaal zijn deze terrassen echter niet te zien en is ook volstrekt niet duidelijk hoe de valbeveiliging er uit gaat zien en hoe hoog die wordt. De gemeente volstaat met wederom slechts een impressie van hoe wandelpaden kunnen gaan lopen. Op veel tekeningen staat de tekst “nader te bepalen voorzieningen ten behoeve van dakvalbeveiliging en toegankelijkheid”. Omdat het ontwerp in relatie tot het vigerende bestemmingsplan substantieel opschuift in de richting van de tuinen van de fuutstraat en de meerkoetstraat is het zeer relevant hoe hoog de winkellaag, plus parkeerdek plus terrasvoorziening met dakrandbeveiliging gaat worden.

Wij missen een overzichtskaart in de vorm van een plankaart zoals opgenomen in het vigerende bestemmingsplan Velperbroek uit 2003, waarbij per bebouwingsvlak de mate van bebouwing en de goothoogte is aangegeven. Ook ten aanzien van het materiaalgebruik vinden wij dat de stukken te weinig informatie geven. Zo lezen wij in het welstandsadvies teksten over het gevelontwerp en het materiaalgebruik die wij op het kaartmateriaal en in de impressies van de gevelaanzichten niet kunnen verifiëren.

Wij hebben stellig de indruk dat het plan van Rabo Bouwfonds, waarvoor u een bouwvergunning heeft verleend nog niet compleet is en nadere uitwerking behoeft. Voor ons als omwonenden betekent deze handelswijze van de gemeente een inperking van onze rechtszekerheid, want zodra de bouwvergunning onherroepelijk is, hebben wij geen bezwaarmogelijkheden meer, terwijl onduidelijk is hoe de “nader uit te werken dakvalbeveiliging en toegankelijkheid”, “de lamellenstructuur van het parkeerdek op de eerste verdieping” en de toegankelijkheid van onze achtertuinen vorm krijgt.
Wij maken bezwaar tegen het verlenen van een bouwvergunning en een vrijstelling voor een niet compleet plan dat nadere uitwerking behoeft. Het ontbreken van deze uitwerking schaadt het belang van omwonenden, omdat zodra de bouwvergunning onherroepelijk is geworden er geen bezwaarmogelijkheid meer is.

Afwijking ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan
Op grond van het beeld dat wij uit de stukken hebben kunnen destilleren hebben wij gezien de afwijkingen ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan bezwaar tegen:
- Het ontbreken van een ondergrondse parkeergarage en het realiseren van een parkeerdek op de eerste verdieping;
- De open structuur van de gevel van het parkeerdek (lamellen) leidt tot licht-, stank en geluidsoverlast voor de bewoners van de Meerkoetstraat en de Fuutstraat;
- De breedte van de toren (deze neemt een belangrijk deel van de avondzon voor de bewoners in de Meerkoetstraat weg);
- Het opschuiven van de bouwmassa in de richting van de Fuutstraat en de Meerkoetstraat en de hoogte van de winkellaag, plus het parkeerdek en de terrasbeveiliging (aantasting van privacy, woongenot);
- Het plaatsen van installaties onder de oprit tot het parkeerdek vanwege geluidsoverlast;
- De inpandige vormgeving van de laad- en losvoorziening;
- De inperking van het laad en losterrein tot een smalle strook van 10 meter direct grenzend aan de achtertuinen van de meerkoetstraat. Deze oplossing in combinatie met de vergroting van het aantal m2 winkeloppervlak leidt tot een zeer intensieve benutting van het ingeperkte laad- en losterrein. Het gevolg hiervan is geluids- en stankoverlast en daarmee aantasting van ons woongenot. Bij het oorspronkelijke winkelcentrum was slechts sprake van laad- en losverkeer voor één kleine supermarkt op grotere afstand van onze woningen en ook in het vigerende bestemmingsplan is de laad- en losfunctie op grotere afstand van onze woningen geplaatst. De verkeersoverlast die de continue stroom aan bevoorradingsvoertuigen op gaat leveren rondom het winkelcentrum is hinderlijk voor de buurt en zal leiden tot extra stagnatie op de Reigerstraat en President Kennedylaan.

Het ontwerp is in strijd met de randvoorwaarden van de gemeente
Bij amendement van GroenLinks zijn in februari 2006 door de gemeenteraad 3 randvoorwaarden (van de bewonerswerkgroep) aan het collegevoorstel toegevoegd:
1 Geen parkeren op laad- en losterrein Meerkoetstraat
2 Afgeschermd parkeren voor bewoners Churchillflat
3 Afgeschermde weg voor drive-in woningen Kennedylaan

Ad 1. Bij het vaststellen van de randvoorwaarden is vastgesteld dat op het oorspronkelijke laad- en losterrein (zie kaartmateriaal in Verslag Werkgroep Winkelcentrum Velperbroek) aan de kant van de Meerkoetstraat geen parkeren plaats zal vinden. In het plan waarvoor nu de bouwvergunning wordt verleend wordt het laad- en losterrein met meer dan de helft ingeperkt door het te bebouwen met winkels en daarbovenop een parkeerdek. Feitelijk wordt er op het resterende deel van het laad en losterrein niet geparkeerd, maar vindt op het bebouwde deel van het laad- en losterrein wel parkeren plaats. Hiermee voldoet het plan niet aan de eerste randvoorwaarde.
Ad 2. In het ontwerp zien wij geen oplossing voor het afgeschermd parkeren voor de bewoners van de Churchillflat terug, niet op het kaartmateriaal en niet in de beschrijving. Daarmee voldoet het ontwerp niet aan de 2e randvoorwaarde.
Ad 3. In het ontwerp is van een afgeschermde weg voor de drive-in woningen aan de Kennedylaan geen sprake. De toegankelijkheid van het parkeerdek loopt volledig via de weg voor de drive-in woningen. Dit betekent dat de bewoners van de 106 appartementen en hun bezoekers uitsluitend langs de drive-in woningen hun parkeerplaats kunnen bereiken. Daarnaast wordt de helft van deze weg gebruikt als ontsluiting voor het parkeerterrein van het winkelcentrum. Deze verkeersafwikkeling van het plan is volstrekt in strijd met de 3e randvoorwaarde. Uitermate vreemd vinden wij dat in de reactie van de gemeente op onze zienswijze op pagina 14 wordt gesteld dat “Mocht het echter wenselijk en noodzakelijk zijn om de weg langs de drive-in woningen geheel af te sluiten voor het verkeer dat naar en van het parkeerdek rijdt, dan bestaan mogelijkheden daartoe. Uit onderzoek zal dan moeten blijken wat de meest wenselijke ontsluitingsroute is voor het verkeer dat naar en van het parkeerdek rijd. Hoeveel parkeerplaatsen daarvoor moeten wijken op het grote parkeerterrein en of de parkeernorm dan nog gehaald wordt.” In de randvoorwaarden van de raad is duidelijk aangegeven dat een sluitende parkeerbalans een voorwaarde is voor de realisatie van het plan. In bovenstaande zinsnede ruilt de gemeente de ene randvoorwaarde waaraan niet voldaan wordt (de afgesloten weg) in tegen een andere twijfelachtige oplossing.
Wij maken bezwaar tegen het plan dat strijdig is met de 3 hierboven gestelde randvoorwaarden.

Het ontwerp voldoet evenmin aan de verkeerskundige randvoorwaarden
Op pagina 3 uit het collegevoorstel van 24 januari 2006 staat als verkeerskundige randvoorwaarde onder andere:
- De parkeernorm voor woningen van 1.4 te verruimen naar 1.6 gezien de verwachte groei van de mobiliteit
- Er dient een gesloten parkeerbalans te zijn. (gebaseerd op de bouwverordening)
In de berekening voor de parkeerbalans wordt conform de bouwverordening gerekend met een parkeernorm van 1.4. Een parkeerbehoefte van 1.0 voor de bewoners en 0.4 voor de bezoekers van de bewoners. Deze normstelling van 1.4 is de minimale norm volgens de CROW kencijfers en het hanteren van een norm van 1.4 in de parkeerbalans is in strijd met de andere randvoorwaarde dat de parkeernorm verruimd moet worden naar 1.6. Wij voelen ons nog steeds misleid door deze slimme combinatie van randvoorwaarden. Terwijl richting omwonenden is gesproken over een verruimde norm tot 1,6 om parkeeroverlast tegen te gaan, geldt uiteindelijk bij de beoordeling van het plan toch de lagere norm van 1,4 uit de algemene bouwverordening.

Onze tweede bedenking heeft betrekking op de wijziging die ten behoeve van de parkeerbalans is doorgevoerd in de omvang van de supermarkt met een wijkfunctie ten gunste van de omvang van de supermarkt met een buurtfunctie. De omvang van de supermarkt met een wijkfunctie is gewijzigd van 1500m2 naar 1150m2. De parkeernorm voor een supermarkt met wijkfunctie bedraagt 3,5 per 100m2 en voor een buurtwinkel 2,2 per 100m2. Door deze aanpassing hoeft de ontwikkelaar minder parkeerplaatsen te realiseren. Wij hebben echter onze twijfels bij deze aanpassing. Het lijkt onwaarschijnlijk dat een supermarkt als de Lidl genoegen neemt met een vestiging van 1150m2. Wij betwijfelen of de strikte scheiding tussen buurt- en wijksupermarkt na de realisering van het winkelcentrum nog handhaafbaar of afdwingbaar is. Feit is wel dat na realisatie er geen parkeerplaatsen extra gerealiseerd kunnen worden.

Een derde bedenking ten aanzien van de parkeerbalans is de behoefte aan werknemersparkeren van de winkels in het plan. In de parkeerbalans is uitgegaan van 0,4 parkeerplaats per arbeidsplaats, waarbij in totaal rekening wordt gehouden met 20 arbeidsplaatsen. Dat betekent dat voor het personeel van alle winkels (met een totale winkeloppervlakte van ruim 4000m2) slechts 8 parkeerplaatsen beschikbaar zijn. Wij zijn van mening dat de winkels in het winkelcentrum meer werkgelegenheid op gaan leveren dan 20 arbeidsplaatsen en dat de parkeerbehoefte van het winkelpersoneel groter is dan 8 parkeerplaatsen.

Een vierde bedenking is dat in de randvoorwaarden nadrukkelijk bepaald is dat voor de woningen een parkeernorm van 1,6 dient te worden gehanteerd. In het plan is opgenomen dat de bewoners en bezoekers van de 106 woningen dienen te parkeren op het parkeerdek. Uitgaande van een norm van 1,6 parkeerplaats per woning zou het parkeerdek 170 plaatsen moeten bevatten. Dit zijn er slechts 143. Hetzelfde geldt voor de huidige 32 woningen van de churchillflat. In het plan wordt slechts rekening gehouden met 35 plaatsen en een overloop op het parkeerterrein voor het winkelend publiek van 10 plaatsen. Volgens de parkeernorm uit de randvoorwaarden zouden voor de 32 woningen van de churchillflat 51 parkeerplaatsen beschikbaar moeten zijn. In de parkeerbalans wordt dit opgelost door vraag en aanbod van parkeerplaatsen tussen bewoners, personeel en winkelend publiek te salderen. In de praktijk kan dit niet, want winkelend publiek en personeel heeft geen toegang tot het parkeerdek.
Wij maken bezwaar tegen de wijze waarop de normen met betrekking tot het parkeren zijn verwerkt in de parkeerbalans en het plan. Wij zijn van mening dat er creatief gerekend is om tot een sluitende balans te komen en maken bezwaar tegen de omzetting van m2 winkeloppervlak met een wijkfunctie naar een buurtfunctie. Op grond van de gestelde normen bevat het plan te weinig parkeerplaatsen voor parkerend personeel, de bewoners van de churchillflat, de bewoners van de 106 woningen. Wij vrezen dat dit voor omwonenden gaat leiden tot parkeeroverlast.

Het ontwerp voldoet ook niet aan de stedenbouwkundige randvoorwaarden
Als randvoorwaarde is gesteld: “Winkelplein als echt plein vormgeven en inrichten, maar dient zich ook te openen naar de omgeving.”
Het ontwerp voldoet hier niet aan. Sterker nog, in het ontwerp is geen sprake van een plein, maar van een lange strook winkelpuien parallel aan de President Kennedylaan met daartegenover een toren. Het ontwerp is volledig open en schiet daarbij voorbij aan de doelstelling om een plein te vormen. De behoefte aan een plein is ontstaan uit de behoefte aan een gezellig woon- en winkelcentrum met verblijfskwaliteit. Dit is tevens een randvoorwaarde van de gemeenteraad die gedragen wordt door de bewoners. Het huidige ontwerp biedt echter weinig waarborgen voor een gezellig winkelcentrum met verblijfskwaliteit. Het volledig open karakter in combinatie met de hoogbouw van de toren van 12 lagen en de langgerekte wand parallel aan de President Kennedylaan zullen het winkelcentrum een kil en tochtig karakter geven. Wij betwijfelen of de vele senioren uit de omgeving, de scholieren van het Tituscollege en het overige winkelpubliek veel zullen genieten van de verblijfskwaliteit. In de reactie op onze zienswijze geeft de gemeente aan dat ook dit onderdeel nog nader uitgewerkt gaat worden. Wij vinden een dergelijke benadering onwenselijk gezien het feit dat de gemeente wel de bouwvergunning heeft verleend zonder dat over dit voor de buurt cruciale punt duidelijkheid is ontstaan.

De Ruimtelijke Onderbouwing is onvoldoende
De gemeente heeft besloten de bouwvergunning te verlenen en vrijstelling te verlenen van het vigerende bestemmingsplan door middel van een art 19.2 procedure. Een voorwaarde voor een dergelijke vrijstelling is een goede ruimtelijke onderbouwing voor het plan. Op basis van de ingediende zienswijzen en de stevige kritiek daarin op de bij het ontwerpbesluit ter inzage gelegde document met de titel Ruimtelijke Onderbouwing Artikel 19 lid 2 heeft Rabo Bouwfonds een aangepaste ruimtelijke onderbouwing opgesteld. Het aangepast stuk dat is opgesteld door SAB in Arnhem bevat meer tekst dan het oorspronkelijke. Toch missen wij op essentiële onderdelen in de vernieuwde ruimtelijke onderbouwing een kwalitatieve verbetering. De vernieuwde ruimtelijke onderbouwing is in hoofdzaak beschrijvend van aard, waarbij het voorliggende plan wordt beschreven. Een argumentatie waarom het oorspronkelijke aantal m2 winkeloppervlak van 2200 m2 moet worden opgehoogd tot ruim 4000m2 ontbreekt. De vraag waarom op deze locatie waar voorheen een buurtwinkelcentrum stond nu een winkelcentrum met deels een wijkfunctie moet worden gerealiseerd wordt niet beantwoord. Tevens slaat SAB met deze bureaustudie op een paar cruciale punten de plank volledig mis. Aangezien er geen objectieve lijst met criteria beschikbaar is waarmee een ruimtelijke onderbouwing beoordeeld kan worden, lopen wij in de onderstaande tekst de thema’s langs en voorzien wij de ruimtelijke onderbouwing van ons commentaar.

Het project
Op pagina 9 stelt SAB “Verder kan nog worden aangedragen dat het inrichtingsplan zodanig is uitgewerkt dat de hinder op de omgeving geminimaliseerd wordt. Dit uit zich met name wat betreft het laden en lossen. Dit wordt goed afgeschermd en vindt inpandig plaats. Hier kan aan toegevoegd worden dat ook bij het vroegere winkelcentrum al sprake was van bevoorrading, dus wat dit punt betreft is zeker geen sprake van een verslechtering.”
Hier slaat SAB de plank mis, want het oorspronkelijke winkelcentrum werd slechts gedeeltelijk vanaf de kant van de Meerkoetstraat bevoorraad en was qua winkeloppervlak 2x zo klein als het geplande winkelcentrum. Verder is de strook voor laden en lossen versmald van 25 tot 10 meter en manouvreert het laad- en losverkeer dus letterlijk langs onze erfgrenzen. Omwonenden beschouwen dit als een aanzienlijke verslechtering qua stank, geluid en veiligheid.

Strijdigheid bestemmingsplan: In de tekst wordt alleen aangegeven dat het plan strijdig is en heel kort waarom. Wat ontbreekt, is echter een gedetailleerd overzicht van de afwijkingen en dat is belangrijk omdat het nieuwe plan substantieel afwijkt van het bestemmingsplan uit 2003. Verwijzing naar de situatieschets van Op ten Noort Blijdenstein Architecten en ingenieurs van 16 mei 2007, projectnummer 274606, bladnummer 300 is vanuit het oogpunt van rechtszekerheid voor omwonenden niet relevant. Op de genoemde situatieschets ontbreken essentiele gegevens als goothoogte en bebouwingspercentage per oppervlak.

Milieuaspecten
Geluidsaspecten: De ruimtelijke onderbouwingtekst bevat bij dit thema de tekst “Geluidsbelasting overschrijdt nergens de maximale ontheffingswaarde.” In de conclusie van het DGMR-rapport over het akoestisch onderzoek lezen we dat ter plaatse van rekenpunt 1 de maximaal toegestane hogere waarden 63 dB wordt overschreden. Alleen een combinatie van bronmaatregelen (geluidsreducerend asfalt), geluidsluwe en dove gevels plus een vrijstelling tot de maximaal toegestane hogere waarde maken de bouw van de nieuwe appartementen mogelijk. Bovendien wordt geconcludeerd dat nog aangetoond zal moeten worden dat de karakteristieke geluidswering van de gevels voldoende is om een binnenwaarde van 33 dB te garanderen. Wij zijn van mening dat de feitelijke tekst uit de conclusie van DGMR rapport in de ruimtelijke onderbouwingtekst onjuist wordt weergegeven. Akoestisch gezien is er sprake van een penibele situatie die alleen met een combinatie van maatregelen regeltechnisch kan worden opgelost. Of de woonconsument in Velp echt zit te wachten op appartementen met een dove gevel (geen open raam mogelijk) en zonder buitenruimte lezen we niet in de ruimtelijke onderbouwing. Graag hadden we een relatie gezien met de kwalitatieve aspecten uit de gemeentelijke woonvisie op dit punt. Wij maken u er overigens op attent dat volgens het huidige bouwbesluit appartementen geen buitenruimte hoeven te hebben. De minister voor Wonen, Wijken en Integratie heeft echter onlangs besloten deze vrijheid voor ontwikkelaars en bouwers terug te draaien, aangezien aan appartementen zonder buitenruimte weinig toekomstwaarde op de woningmarkt wordt toegedicht. Op korte termijn valt een aanpassing van het bouwbesluit te verwachten waarin wel de verplichting tot de aanwezigheid van een buitenruimte is opgenomen. Het is aan u om te bepalen of de ontwikkelaar gebruik kan maken van dit hiaat in wet- en regelgeving.

Luchtkwaliteit: Bij dit thema wordt slechts het positieve deel van de conclusie uit het onderzoeksrapport overgenomen. Het bouwplan draagt in niet betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. In het onderzoeksrapport van DGMR lezen we echter dat bij het bepalen van de invloed van het plan op de omgeving DGMR de opmerking maakt dat de aannames van zowel de toename in etmaalintensiteit als het percentage dat over de President Kennedylaan rijdt conservatief zijn. Met deze conservatieve aannames komt de planbijdrage door extra voertuigbewegingen uit op een toename van 1.0% NO2. Dat is exact gelijk aan de gestelde grenswaarde en daarmee komt het plan dankzij de conservatieve aanname met de hakken over de sloot. Wij spreken onze twijfel uit ten aanzien van de conservatieve aannames.
In het onderzoeksrapport van DGMR lezen we dat in de modelmatige berekeningen is aangenomen dat de bijdrage van de A348 is opgenomen in het achtergrondniveau. Deze aanname lijkt ons onjuist, gezien het feit dat de A348 aansluit op het Velperboekcircuit. Op dit circuit staan stoplichten en juist bij afremmen en optrekken veroorzaken auto’s en vrachtwagens de grootste uitstoot. In het rapport van DGMR is bovendien de bijdrage van de N325 (gelegen aan de andere kant van de A12) niet opgenomen. Uit de rapportage luchtkwaliteit 2006 van de provincie Gelderland blijkt dat op de N325 nabij het Velperbroekcircuit niet wordt voldaan aan de grenswaarden voor 2010 voor NO2“ Bij zuid-westenwind waait deze luchtvervuiling van de N325 over de A12 naar Velp. Een derde reden van twijfel ten aanzien van de conservatieve aannames is dat de A12 verbreed gaat worden en dat de consequenties voor de luchtkwaliteit daarvan niet in het model zijn meegenomen.

Bodemaspecten: Bij de conclusie over de bodemaspecten wordt niet vermeld dat Infrasoil tijdens het onderzoek volgens NEN5740 tijdens het veldwerk in afwijking van de NEN5740norm heeft gehandeld.

Externe veiligheid: Bij dit thema in de ruimtelijke onderbouwing wordt geconstateerd dat externe veiligheid een probleem is, maar door verhullend taalgebruik wordt dit niet als harde conclusie aangevoerd. Feit is dat op het moment van vergunningverlening het groepsrisico voor de locatie waarvoor de bouwvergunning is verleend boven de orienterende waarde uitstijgt. Dit feit laat zich niet verhullen door te wijzen naar een convenant tussen het ministerie van VROM en de LPG-branche over nog te nemen maatregelen. De enige juiste conclusie is dat het plan niet voldoet aan de eisen op het gebied van externe veiligheid.

Overige aspecten
Water: De passage over water in de ruimtelijke onderbouwing die betrekking heeft op het plan staat inhoudelijk volstrekt los van de anderhalve pagina daaraanvoorafgaand waarin het provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid met betrekking tot water bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt beschreven. De passage maakt wel duidelijk dat “bij de civieltechnische uitwerking van de bouwplannen nader onderzocht zal worden welke mogelijkheden er zijn”. Gezien het feit dat inmiddels een bouwvergunning is verleend concluderen wij dat er wel algemeen beleid is met betrekking tot water bij ruimtelijke ontwikkelingen maar dat dit volstrekt niet aan de orde is geweest bij de planvorming voor Velperbroek.

Archeologie: Geconcludeerd wordt dat “er geen archeologisch onderzoek nodig is” en verder wordt verwezen naar een notitie van Past2Present-Archeologic. De notitie waar naar wordt verwezen blijkt echter een second opinion te zijn in opdracht van Rabo Bouwfonds. In de reactie van de gemeentelijk archeoloog van de gemeente Arnhem lezen we dat “in het IJsseldal een verborgen dekzandlandschap schuil gaat, met kans op archeologische waarden” … “Met booronderzoek had relatief eenvoudig en snel getoetst kunnen worden of dit voor het plangebied het geval is” … “In ieder geval inspectie van de werkzaamheden door amateur-archeologen noodzakelijk”. Op pagina 26 van de ruimtelijke onderbouwing lezen we bij de conclusies over archeologisch bureau Defilet 2007 “Daarnaast wordt in het onderzoek geconcludeerd dat de archeologische verwachting voor de Romeinse Tijd en locatie van de boerderij middelhoog is. Geadviseerd wordt een booronderzoek uit te voeren.” Op pagina 27 vermeldt SAB echter alleen de conclusie uit de second opinion. In navolging van Rabo Bouwfonds in de eerste ruimtelijke onderbouwing vindt ook SAB het blijkbaar niet relevant om in de ruimtelijke onderbouwing dit dispuut tussen archeologen te vermelden en volstaat SAB met de verwijzing naar de in opdracht van Rabo Bouwfonds opgestelde second opinion.

Verkeer en parkeren
Parkeren: In het stuk wordt volstaan met de vermelding dat adviesbureau Oranjewoud heeft aangetoond dat het bouwplan qua parkeerbalans voldoet aan de bouwverordening. We lezen niets terug van de gewijzigde uitgangspunten en evenmin over de kritische passage na de conclusie over de parkeernorm voor het bewonersparkeren op basis van de CROW kencijfers.
Wel zet SAB de lezer op het verkeerde been door de uitkomst van de parkeerbalans te verwarren met de parkeernorm en daaraan de conclusie te verbinden dat er sprake is van overcapaciteit. De parkeernorm is het uitgangspunt voor de berekening van de parkeerbalans. Feit is dat 1,4 de minimale parkeernorm is voor bewonersparkeren. Teksten als “ grotere overcapaciteit” en “ hiermee is geanticipeerd op een mogelijk groeiende parkeerbehoefte in de toekomst” zijn volledig misplaatst en missen elke grond. Want anticiperen op een mogelijk groeiende parkeerbehoefte doe je door een hogere parkeernorm (bijvoorbeeld 1,6 ipv 1,4) te hanteren. Indien deze hogere norm wordt gehanteerd is er sprake van een fiks tekort aan parkeercapaciteit en een niet sluitende parkeerbalans.

Economische aspecten
Onder deze noemer hadden wij verwacht een zorgvuldige analyse aan te treffen van het economisch belang van het nieuwe winkelcentrum. Wij denken daarbij aan bijvoorbeeld de werkgelegenheid die het winkelcentrum oplevert, vergroting van het draagvlak voor voorzieningen, effecten ten opzichte van overige winkelcentra en de hoofdstraat in Velp door middel van een distributie planologische onderbouwing. Opmerkelijk is dat in deze paragraaf alleen verwezen wordt naar de samenwerkingsovereenkomst, de kostenverdeling en de eigendomsoverdracht van de geprojecteerde parkeerterreinen.


Zienswijzen
De tekst terplaatse heeft betrekking op een ontwerpbesluit tot vrijstelling en is onjuist en misleidend. De procedure is inmiddels zover gevorderd dat sprake is van een besluit tot vrijstelling, waartegen bezwaar kan worden gemaakt.

Conclusie
Zeer vreemd is de zinsnede “ Het project is milieuhygienisch inpasbaar als de bodem, al dan niet na sanering, wordt vrijgegeven voor de met het project beoogde functie”. Elders in de ruimtelijke onderbouwing is volstrekt geen sprake van een bodemsaneringsopgave. De conclusie sluit niet aan bij de rest van de tekst.

Een onvoldoende ruimtelijke onderbouwing betekent geen vrijstellingsprocedure
Met een overall blik kijkend naar het aantal thema’s in de ruimtelijke onderbouwing waarop wij commentaar hebben kunnen wij ons niet aan de indruk onttrekken dat diverse aannames en conclusies uit onderliggende onderzoeken door de ontwikkelaar en het door hem ingehuurde bureau SAB vrij en in het eigen voordeel zijn geïnterpreteerd, dat op diverse thema’s de plank finaal misgeslagen wordt of er een uiterst summiere beschrijving is opgenomen. Daarnaast missen wij de onderbouwing van het programma; waarom zoveel m2 medisch centrum en waarom zoveel m2 winkelruimte.
Wij kunnen niet anders dan deze ruimtelijke onderbouwing als onvoldoende kwalificeren. Daarmee wordt niet voldaan aan de voorwaarde voor een vrijstellingsprocedure.
Wij maken bezwaar tegen de vrijstellingsprocedure aangezien naar onze mening een goede ruimtelijke onderbouwing ontbreekt.

Recht van overpad voor omwonenden Fuutstraat en Meerkoetstraat is niet geregeld in de bouwvergunning
Tot slot willen wij als omwonenden geregeld zien hoe Rabo Bouwfonds invulling gaat geven aan ons recht van overpad. Wij zijn van mening dat sinds de bouw van onze fraaie drive-in woningen in 1971 er een situatie is ontstaan waarbij het laad- en losterrein voor aanwonenden uit de Meerkoetstraat en Fuutstraat toegankelijk is en dat zeker sprake is van “recht van overpad” om de achterzijde van onze woningen te kunnen bereiken. Rabo Bouwfonds heeft ons recht van overpad betwist.

Tot besluit
Tot besluit van dit bezwaarschrift willen wij de indruk wegnemen dat wij als omwonenden tegen elke ontwikkeling op de locatie Velperbroek zijn. Wij zijn als omwonenden juist voor de ontwikkeling van een buurtwinkelcentrum in combinatie met woningen en overige commerciele ruimten. In de nabije toekomst hopen wij als omwonenden met de gemeente opnieuw in overleg te treden over een ontwikkeling die wel past op deze prachtige locatie.


Hoogachtend,
Omwonenden en belanghebbenden Winkelcentrum Velperbroek

Ondertekenaars bezwaarschrift

Naam Adres Handtekening

Noot Theo Kooijmans: Het bezwaarschift is ondertekend door 15 bewoners/families aan de Meerkoetstraat, Fuutstraat, Lepelaarstraat en de President Kennedylaan en de Vereniging van Eigenaren van de Churchillflat.