Geef uw mening!
Stuur uw brieven, foto's, afbeeldingen, filmpjes of cartoons naar
theo.kooijmans@gmail.com
Maak het niet te bont. De redactie behoudt zich het recht voor om inzendingen zonder opgaaf van redenen te weigeren.

donderdag 12 februari 2009

Winkel van Sinkel (8)

Ik hoef me niet te vervelen. De A12, Hart van Dieren, de Harderwijkerweg in Laag-Soeren en het spoor zorgen voor voldoende opwinding.

Ik heb m’n zienswijze op het OTB A12 ingeleverd. We zullen zien wat het wordt. De Arnhemse wethouder Cees Jansen wil geen pleidooi voor de overkapping in de Arnhemse zienswijze opnemen omdat hij niet wil overvragen. Hij ruilt de overkapping liever in voor een extra afslag vanaf de A12 naar het toekomstige Nationaal Historisch Museum. Ik vraag me af of de Arnhemmers die langs de A12 wonen er ook zo ver denken. Bovendien is het nog maar de vraag of dat NHM ooit op de beoogde locatie, naast het Openlucht-museum , komt. Er wordt de laatste tijd juist gesteggeld over die locatie.

Er is een stroming die het NHM naar de Arnhemse binnenstad wil brengen. Dat betekent nog meer verkeersdruk in Arnhem. Ik wijs daarom nog maar eens op mijn voorstel voor vestiging van het NHM op Riviersteen. Jansen wil dus geen overkapping. Terwijl dat juist zo weinig moeite zou kosten om het in de zienswijze op te nemen. Daarmee laat hij veel mensen, ook de Arnhemmers die langs de A12 wonen, in de kou staan.

De tweespalt tussen de gemeente Rheden en de provincie over Hart van Dieren wordt steeds duidelijker zichtbaar. De provinciale gedeputeerde Marijke van Haaren heeft aan minister Cramer gevraagd om die 53 miljoen nu snel naar de provincie over te maken. Ze “ vergat” even om de gemeente Rheden erbij te betrekken. Tegen het zere been van de Rhedense wethouder Kuiper natuurlijk. Rheden wil gelijkwaardig behandeld worden. Om niet achter te blijven diende Rheden het plan in om een start te maken door de Molenweg in Dieren via een tunnel onder de Burg. De Bruinstraat door te leiden. Kosten 14,2 miljoen en het past in de plannen voor de Traverse. De provincie doet 'n beetje pesterig en zegt het nog te moeten bestuderen.

Nu klinken er weer bezwerende geluiden. Er is volgens wethouder Kuijper goed overleg tussen de provincie en de gemeente en er zijn afspraken gemaakt om het rijksgeld voor 1 mei binnen te krijgen. Zowel provincie als gemeente gaan voor de variant 3-A. Waren ze het daarover dan nog niet eens? Was dat nog niet beslist dan?
De kosten voor 3-A bedragen 83 miljoen. Er is nog zo’n 40 miljoen rijksgeld van de oorspronkelijke 53 miljoen over. Dus dat zal krap aan worden. Ben benieuwd hoeveel er nog precies in de projectpot zit. Maar dat zal de Rhedense raad ongetwijfeld nagevraagd hebben. Mag ik aannemen toch?

Het spoor “leeft” ook weer op. De politiek moet echt wakker worden. Beloften uit het verleden blijken geen cent waard te zijn en de verwachtingen zijn niet rooskleurig. Er dreigen binnen enkele jaren vele tientallen goederentreinen over ons spoor te komen. Politiek en bestuur kunnen daarvoor niet de kop in het zand steken. Juist nu moet daarop geanticipeerd worden. Nu is het nog mogelijk invloed uit te oefenen.

Tja, over de trieste soap in Laag-Soeren is al veel gezegd. Ik denk dat de gemeente creatiever moet worden, alternatieve mogelijkheden ontwikkelen om de situatie in het dorp te verbeteren. Ik zie of hoor de provincie ook niet meer over deze zaak. Terwijl juist de provincie de boel verkloot heeft door fouten te maken met de plannen voor de rondweg.

Van de week kreeg ik signalen dat het opnieuw rommelt in Innoforte. Wat precies is me nog niet duidelijk maar ik zal er ongetwijfeld meer van horen. Wat is dat toch in die (senioren)zorg? We horen de laatste tijd niet anders: Attent, Insula Deï,.. het is overal hommeles.

Persoonlijk gaat het goed. Ik heb het razend druk en ik heb ’t al eerder gezegd: er komt een moment van kiezen. Het zou jammer zijn als ik de blog zou moeten opgeven. Maar ja.. de schoorsteen moet ook roken. Ik zou er overigen behoorlijk wat mensen een plezier mee doen. Misschien moet ik ’t eens van die kant bekijken.

woensdag 11 februari 2009

BLEVE

Ik blijf nog even in spoorsferen. In de laatste decennia zijn er geen dodelijke ongelukken gebeurt door het vervoer van gevaarlijke stoffen op het spoor. Laten we dat vooral zo houden. Ook wordt voortdurend getracht om de kans op dergelijke ongelukken te verkleinen.

Ik zal u nu niet te veel vermoeien met allerlei technische termen en jargon maar één ding wil ik u niet onthouden. Ongelukken met giftige stoffen zijn erg maar een “BLEVE” (spreek uit “BLEVVIE” met dubbel V) is ook niet voor de poes.

Een bleve (boiling liquid expanding vapour explosion = kokende vloeistof-gasexpansie-explosie) is een soort explosie die kan voorkomen als een tank met brandbare vloeistof onder druk openscheurt. Een bleve is niet misselijk.
Ik heb 'n paar filmpjes voor u opgezocht.

Onderstaand een "bleve"-proef in Berlijn.


En hier 'n echte.


Nader uitleg over het onstaan van een bleve.

dinsdag 10 februari 2009

Basisnet Spoor

In januari bezocht ik een informatiebijeenkomst over het Basisnet Spoor in de Nieuwe kerk in Den Haag. Het werd een interessante middag waar ik veel van heb opgestoken.

Vervoer van gevaarlijke stoffen kent vele, soms botsende, belangen. Denk aan veiligheid, transport, reizen, industrie, bouwen en ruimtelijke ordening. Hiervoor heeft het rijk het project Basisnet opgezet waarin het vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor wordt geregeld. De Basisnetten Weg en Water zijn nagenoeg gereed. Het Basisnet Spoor moet eind 2009 klaar zijn.
Het Basisnet moet de knelpunten in het vervoer van gevaarlijke stoffen minimaliseren (zo mogelijk opheffen). Alles gebaseerd op de capaciteit van het spoornet en de risico’s voor de omgeving van het spoor.

De IJssellijn, de spoorlijn tussen Arnhem en Zutphen, valt onder dat basisnet. Het idee dat er maximaal 21 goederentreinen per dag over ons spoor komen is achterhaald en de komende tien jaar wordt meer dan een verdubbeling van het goederenvervoer per spoor verwacht. Voor ons in Rheden is het dus van het grootste belang dat we de ontwikkelingen rond dat basisnet nauwlettend volgen.

Deze middag ging dus niet over het aantal goederentreinen maar over de gevaarlijke stoffen die door die treinen vervoerd (gaan) worden. Dat levert knelpunten en risico’s. Die risico’s worden getoetst aan twee normen: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico.
Op de conferentie kwamen sprekers van de overheid (V&W, ProRrail, VNG), spoorgebruikers (Belangenvereniging Goederen Railtransport) en Industrie (Chemische industrie) voorbij.

De projectmanager van het basisnet (ministerie van V&W), had het vooral over het proces voor de totstandkoming van het basisnet. het ontwerp van het Basisnet Spoor is eind 2009 gereed. Dan ligt er ook een ontwerp voor een saneringsregeling voor de aanpak van knelpunten. In 2011 treedt het Basisnet, na de wetgevingsprocedure, dan in werking. Vanaf dat moment moeten gemeenten met deze regels rekening houden. Dat betreft dan vooral het instellen van veiligheidszones rond het spoor en verantwoording over ruimtelijke ordening.


Vervolgens was Prorail aan de beurt. ProRail beheert het spoor en is verantwoordelijk voor de infrastructuur. ProRail moet ervoor zorgen dat de treinen kunnen rijden.

Uit zijn optreden bleek overigens een niet-onverdeeld enthousiasme voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Dat ligt voornamelijk in de kosten. De kosten voor het vervoer van gevaarlijke stoffen en de veiligheidsmaatregelen die daarvoor nodig zijn kunnen slechts gedeeltelijk worden doorberekend aan de gebruiker van het spoor. Er moeten politieke keuzes worden gemaakt. Moeten gebruikers het spoorgebruik volledig vergoeden of wordt deze tak van sport gesubsidieerd?
Hij lepelde enkele cijfers op. Da’s niet erg. We moeten tenslotte wel weten waar we het over hebben.

Van het totale transport van gevaarlijke stoffen neemt op dit moment het spoor 2%-3% voor haar rekening. Dat lijkt niet veel. Maar dat is altijd nog goed voor 3,7 miljoen ton per jaar. Dat zijn zo’n 75.000 wagons. Dit aantal zal toenemen tot rond de 160.000 wagons in 2020.

Ik ontkom toch niet aan cijfertjes.
• Goederenvervoer verdubbelt in de komende tien jaar naar 80-100 miljoen ton per jaar
• 10% van de goederen per spoor bestaat uit gevaarlijke stoffen (2005)
• 25% van de goederentreinen vervoeren gevaarlijke stoffen
• Het vervoer van gevaarlijke stoffen per spoor groeit met 6% per jaar
• In 2015-2020 zal 50% van de goederentreinen ook gevaarlijke stoffen vervoeren

De Belangenvereniging Goederenvervoer kwam met een verhaal over de noodzaak van het railgoederenververvoer, veiligheids- en geluidsreductiemaatregelen. Verder beklemtoonde hij het belang van het spoorvervoer voor de economie. Hij raakte overigens wel geïrriteerd over enkele opmerkingen van mij. Vooral over mijn opmerkingen over de beloften van Netelenbos (de befaamde 21 treinen) die er nu niet meer toe doen.

Ook de spreker van de Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie kwam de lof van het spoorvervoer zingen. Ze gaf overigens nuttige uitleg over de chemische clusters, gebieden met veel chemische industrie, en de afhankelijkheid van de transportassen die daarvoor nodig zijn.

Tenslotte kwam de VNG het belang van de gemeenten benadrukken. Die lagen op het vlak van veiligheid en ruimtelijke ordening.

Er waren enkele honderden mensen, voornamelijk ambtenaren van diverse pluimage, op af gekomen. Ik had er eigenlijk wel meer verwacht. Van de gemeente Rheden heb ik niemand gezien. Dat kan natuurlijk aan mij liggen. Naast mij was Henk Derks van TAK/RONA ook aanwezig.

En ik heb er nuttige contacten opgedaan. Tot op hoog niveau. Ik werd benaderd door diverse andere congresbezoekers waaronder enkele ambtenaren van het ministerie van V&W en vertegenwoordigers van de vervoerders. Die waren allen zeer geïnteresseerd in de activiteiten van Geen Noordtak Velp. Deze contacten zullen zeker nog van pas komen. Off te record werd er veel geklaagd over de geringe belangstelling van de lagere overheden voor de ontwikkelingen rond het spoor. Onbegrijpelijk vindt men dat.

Plaatsgebonden Risico

Het vervoer van gevaarlijke stoffen wordt getoetst aan risico's: het Groepsrisico (GR) en het Plaatsgebonden Risico (PR).

Het plaatsgebonden risico is de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van een transportroute bevindt, overlijdt ten gevolge van een ongeval met het transport van gevaarlijke stoffen op die route.

De norm voor het plaatsgebonden risico voor het vervoer van gevaarlijke stoffen ligt in principe op 10exp-6 (10-6) per jaar. Dat is een kans van 1/1.000.000 (kans van 1 op de miljoen) per jaar.

Voor nieuwe situaties (nieuwe routes, significante toename in transportstromen en nieuwe kwetsbare bestemmingen) geldt deze norm als grenswaarde. Voor bestaande situaties met een plaatsgebonden risico hoger dan 10-6 per jaar geldt de norm als een streefwaarde. In dergelijke situaties geldt een stand-still beginsel totdat aan de norm van 10-6 wordt voldaan. Voor kwetsbare bestemmingen die zich binnen een gebied bevinden met een plaatsgebonden risico hoger dan 10-5 is eerst sprake van een dringende sanering.

Groepsrisico

Het vervoer van gevaarlijke stoffen wordt getoetst aan risico's: het Groepsrisico (GR) en het Plaatsgebonden Risico (PR).

Het groepsrisico is de kans per jaar per kilometer transportroute dat een groep van 10 of meer personen in de omgeving van de transportroute in één keer het dodelijk slachtoffer wordt van een ongeval op die transportroute.

Voor het groepsrisico is een oriëntatiewaarde vastgesteld die afhankelijk is van het aantal dodelijke slachtoffers per kilometer transportroute:
• voor 10 of meer dodelijke slachtoffers is de oriëntatiewaarde gelijk aan 10-4 (is een kans van 1 op 10.000 per jaar);
• voor 100 of meer dodelijke slachtoffers is deze gelijk aan 10-6;
• voor 1000 of meer dodelijke slachtoffers is deze gelijk aan 10-8 (voor deze en tussenliggende waarden geldt overigens de formule 10-2/N2, waarbij N gelijk is aan het aantal dodelijke slachtoffers).

In tegenstelling tot de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico mag van de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico door het Bevoegd Gezag gemotiveerd worden afgeweken.

maandag 9 februari 2009

Trucks blijven door Laag-Soeren denderen

De bestuursrechter zegt het netjes maar het komt erop neer dat hij gehakt maakt van de onderbouwing van het vrachtwagenverbod van de gemeente Rheden.

Die onderbouwing is zo slecht dat hij betwijfelt of Rheden alsnog een draagkrachtige motivering kan vinden voor een eventueel nieuw besluit. Hij ging zelfs zover om zo’n besluit op voorhand te schorsen tot zes weken na dat nieuwe besluit om Brummen opnieuw gelegenheid te geven bezwaar te maken. Tot die tijd mogen de trucks in ieder geval gewoon over de Harderwijkerweg.

Brummen en Rheden hadden eerder Royal Haskoning om advies gevraagd. De uitkomst daarvan werd door Rheden afgewezen. Rheden handhaafde het besluit om de vrachtwagens te weren. Brummen maakte bezwaar en ging daartegen in beroep.

Rheden vroeg een nieuw advies aan de Grontmij. Dat advies én een gemeentelijke notitie werden door Rheden bij de bestuursrechter als onderbouwing voor het besluit aangevoerd. Die oordeelt dat de rapportage van Grontmij én de gemeentelijke notitie geen objectieve aanknopingspunten geven dat de Harderwijkerweg in Laag-Soeren verkeersonveilig is.

"geen objectieve aanknopingspunten": Brandhout dus.

Nou kan wethouder Elsenaar wel zeggen dat de juristen het vonnis bestuderen en hij zich beraadt op vervolgstappen maar ik heb daar nog weinig vertrouwen in.

Brummen wrijft zich in de handen en Laag-Soeren houdt de vrachtwagens. De soap duurt voort. Het zilveren jubileum zijn we al gepasseerd. Op naar goud.

En wat betekent dit voor Nimmer Dor? Soerens Belang had haar steun voor het plan immers afhankelijk gemaakt van het vrachtwagenverbod.

Klik hier voor de volledige uitspraak

Zie ook rechtspraak.nl

Uitspraak bestuursrechter over vrachtwagenverbod Laag-Soeren

De volledige uitspraak van de bestuursrechter waarmee het besluit tot het instellen van een vrachtwagenverbod op de Harwerwijkerweg in Laag Soeren wordt vernietigd.
---
LJN: BH2165, Rechtbank Arnhem , AWB 08/3408

Datum uitspraak: 06-02-2009

Datum publicatie: 06-02-2009

Rechtsgebied: Bestuursrecht overig

Soort procedure: Eerste aanleg - meervoudig

Inhoudsindicatie: Burgemeester en wethouders van Rheden hebben het besluit om de Harderwijkerweg te Laag-Soeren, ter hoogte van de bebouwde kom, gesloten te verklaren voor vrachtverkeer na een bezwaar van burgemeester en wethouders van Brummen gehandhaafd. Zij hebben een rapport van Royal Haskoning niet overgenomen. In dat rapport is geadviseerd om niet tot de geslotenverklaring voor vrachtverkeer over te gaan omdat deze verkeersmaatregel leidt tot een toename van verkeersonveiligheid op een alternatieve rijroute voor het vrachtverkeer door Eerbeek. De rechtbank Arnhem is in beroep van oordeel dat burgemeester en wethouders van Rheden er niet in zijn geslaagd om het rapport van Haskoning met betrekking tot de toename van de verkeersonveiligheid, afdoende te weerleggen.

-------------------------------------------------------------------------------------
Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM
Sector bestuursrecht

registratienummer: AWB 08/3408

uitspraak ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
van

inzake

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Brummen, eiser,

tegen

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rheden, verweerder.


1. Aanduiding bestreden besluit

Besluit van verweerder van 1 juli 2008.

2. Procesverloop

Bij verkeersbesluit van 20 maart 2007 heeft verweerder de Harderwijkerweg te Laag-Soeren, ter hoogte van de bebouwde kom, gesloten verklaard voor het vrachtverkeer door middel van het plaatsen van borden overeenkomstig model C7 van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) met uitzondering van het bestemmingsverkeer door middel van het plaatsen van onderborden overeenkomstig model OB 108.

Bij het in rubriek 1 genoemde besluit heeft verweerder, voor zover hier relevant, het daartegen door eiser gemaakte bezwaar ongegrond verklaard en het besluit van 20 maart 2007, onder aanvulling van de motivering ervan, gehandhaafd.

Hiertegen heeft eiser bij brief van 23 juli 2008 beroep ingesteld bij de rechtbank.
Bij brief van gelijke datum heeft eiser de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende schorsing van het bestreden besluit. Bij uitspraak van 14 augustus 2008 (AWB 08/3407) heeft de voorzieningenrechter de besluiten van verweerder van 20 maart 2007 en 1 juli 2008 bij wijze van voorlopige voorziening geschorst.

Door verweerder is een verweerschrift ingediend. Naar deze en de overige door partijen ingebrachte stukken wordt hier kortheidshalve verwezen.

Het beroep is behandeld ter zitting van de meervoudige kamer van rechtbank van 21 november 2008. Eiser is daar vertegenwoordigd door [A] en [B]. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door mr. drs. I.E. Nauta, advocaat te Arnhem, en door [C], [D] en [E], ambtenaren van de gemeente Rheden.

3. Overwegingen

3.1 Verweerder heeft aan het na bezwaar gehandhaafde verkeersbesluit samengevat ten grondslag gelegd dat met de geslotenverklaring van de Harderwijkerweg in de kern van Laag-Soeren is beoogd de veiligheid op dit weggedeelte, met name de veiligheid van fietsers, en de leefbaarheid te bevorderen. Volgens verweerder doen zich door het vrachtverkeer regelmatig verkeersonveilige situaties voor en wordt hinder ondervonden door de bewoners.

Aan het bestreden besluit heeft verweerder onder meer een door adviesbureau Grontmij Nederland B.V. (hierna: Grontmij) opgestelde rapportage van 16 februari 2007 en een gemeentelijke notitie van 16 februari 2007 ten grondslag gelegd.

Uit de stukken blijkt voorts dat tijdens bestuurlijk overleg tussen de provincie Gelderland, eiser en verweerder naar aanleiding van het verkeersbesluit van 20 maart 2007 is besloten om een onafhankelijke adviseur de meest geschikte routering voor vrachtverkeer te laten onderzoeken. In opdracht van de provincie heeft Royal Haskoning (hierna: Haskoning) dit onderzoek uitgevoerd, waarvan de bevindingen zijn neergelegd in een rapport van 7 mei 2007. Verweerder heeft Grontmij gevraagd op het rapport van Haskoning te reageren. Onder verwijzing naar deze reactie van Grontmij heeft verweerder bij het bestreden besluit de conclusie en het advies van Haskoning niet overgenomen. Tevens is verwezen naar een advies van de Politie Gelderland-Midden van 21 maart 2007.

Verweerder heeft zich in het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat de nadelige gevolgen van het verkeersbesluit voor vervoerders en de toename van vrachtverkeer op alternatieve routes niet opwegen tegen de belangen die met het nemen van het verkeersbesluit zijn gediend.

wettelijk kader

3.2 Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) kunnen de krachtens deze wet vastgestelde regels, voor zover hier van belang, strekken tot:
a. het verzekeren van de veiligheid op de weg;
b. het beschermen van weggebruikers en passagiers;
c. het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;
d. het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer.

Op grond van het tweede lid van dit artikel kunnen de krachtens deze wet vastgestelde regels voorts strekken tot:
a. het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer;
b. het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte aantasting van het karakter of van de functie van objecten of gebieden.

Ingevolge artikel 15, eerste lid, van de WVW 1994 geschiedt de plaatsing of verwijdering van de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen verkeerstekens, en onderborden, voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd, krachtens een verkeersbesluit.

Ingevolge artikel 12, aanhef en onder a, van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW), voor zover van belang, moet de plaatsing van het bord C7, zoals opgenomen in bijlage 1, behorende bij het RVV 1990, geschieden krachtens een verkeersbesluit.

Ingevolge artikel 14 van het BABW wordt, indien onder de in deze paragraaf genoemde verkeersborden onderborden worden geplaatst als bedoeld in artikel 8, tweede lid, of toepassing wordt gegeven aan artikel 8, derde lid, zulks in het betrokken verkeersbesluit tot uitdrukking gebracht.

Ingevolge artikel 21 van het BABW vermeldt de motivering van het verkeersbesluit in ieder geval welke doelstelling of doelstellingen met het verkeersbesluit worden beoogd.
Daarbij wordt aangegeven welke van de in artikel 2, eerste en tweede lid, van de WVW 1994 genoemde belangen ten grondslag liggen aan het verkeersbesluit. Indien tevens andere van de in artikel 2, eerste en tweede lid, van de wet genoemde belangen in het geding zijn, wordt voorts aangegeven op welke wijze de belangen tegen elkaar zijn afgewogen.

Ingevolge artikel 24, aanhef en onder a, van het BABW worden verkeersbesluiten genomen na overleg met de korpschef van het betrokken regionale politiekorps.

Ingevolge artikel 25, eerste lid, van het BABW worden verkeersbesluiten als gevolg waarvan het verkeer op wegen anders dan die waarop het verkeer betrekking heeft rechtstreeks en ingrijpend wordt beïnvloed, genomen na overleg met het ten aanzien van die andere wegen bevoegd gezag.

artikelen 24 en 25 van het BABW en artikel 3:2 van de Awb

3.3 Eiser heeft allereerst aangevoerd dat het bestreden besluit is genomen in strijd met de artikelen 24 en 25 van het BABW en artikel 3:2 van de Awb, omdat de politie Noord- en Oost-Gelderland en de Provincie Gelderland niet zijn betrokken bij de totstandkoming van het bestreden besluit.

Op grond van artikel 24, aanhef en onder a, moet de korpschef van de betrokken politieregio worden gehoord. In de nota van toelichting bij het BABW (Stb. 1990, 460, blz. 33) is aangegeven dat in dit artikel formeel de betrokkenheid bij de totstandkoming van verkeersbesluiten wordt geregeld van de met de handhaving van verkeersvoorschriften betrokken instantie. Door in het overleg voorafgaand aan de totstandkoming van een verkeersbesluit de politie te betrekken, wordt beoogd om het aspect van de handhaving van verkeersvoorschriften ook op lokaal niveau voldoende tot zijn recht te laten komen.

Gezien het doel en de strekking van artikel 24 van het BABW moet naar het oordeel van de rechtbank onder de betrokken korpschef worden verstaan: de korpschef binnen wiens regio de verkeersmaatregel wordt getroffen. Aangezien Rheden is gelegen in district Arnhem Veluwezoom van de Politieregio Gelderland Midden, dient de korpschef van deze regio op grond van artikel 24 van het BABW bij de besluitvorming te worden betrokken. Voor de veronderstelling van eiser dat op grond van artikel 24 van het BABW bij een verkeersmaatregel die gevolgen heeft voor wegen in een andere politieregio (hier: Noord- en Oost-Gelderland) ook de korpschef van die regio moet worden gehoord, is noch in de wet noch in de jurisprudentie steun te vinden.

De rechtbank stelt vast dat op 21 maart 2007 een schriftelijk advies namens de korpschef van de politieregio Gelderland Midden is uitgebracht. Naar het oordeel van de rechtbank is daarmee aan artikel 24 van het BABW voldaan. Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat, zo zou worden aangenomen dat de korpschef voorafgaand aan het primaire besluit geen advies heeft uitgebracht, er weliswaar een formeel gebrek aan het primaire besluit zou kleven, maar dat dit gebrek in de bezwaarfase is hersteld. Daarom kan in het midden worden gelaten of het advies van 21 maart 2007 de schriftelijke neerslag is van een voorafgaand aan het verkeersbesluit gegeven advies.

3.4 Ook aan de in artikel 25 van het BABW neergelegde verplichting is naar het oordeel van de rechtbank ten aanzien van het bestreden besluit voldaan.
De rechtbank stelt in dit verband voorop dat, anders dan verweerder heeft betoogd, de verkeersmaatregel leidt tot een aanmerkelijke toename van vrachtverkeer op de route door Eerbeek en daarom valt aan te merken als een rechtstreekse en ingrijpende beïnvloeding als bedoeld in het eerste lid van dit artikel. Uit de gedingstukken blijkt dat in elk geval voorafgaand aan het bestreden besluit bestuurlijk overleg met de provincie en de gemeente Brummen heeft plaatsgehad over de verkeersmaatregel, hetgeen heeft geresulteerd in een verzoek om advies aan Haskoning. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank voldaan aan artikel 25 van het BABW. Ook hier geldt dat, voor zover moet worden aangenomen dat er voorafgaand aan het primaire besluit geen overleg heeft plaatsgehad, dit gebrek moet worden geacht te zijn hersteld bij het bestreden besluit.

3.5 Uit voorgaande volgt dat verweerder aan de in het BABW neergelegde overlegverplichtingen heeft voldaan. De rechtbank is daarbij niet gebleken dat verweerder buiten deze wettelijke overlegverplichtingen in ontoereikende mate met (andere) betrokkenen overleg heeft gevoerd, zodat ook in zoverre geen sprake is van strijd met artikel 3:2 Awb.

vertrouwensbeginsel

3.6 Eiser heeft vervolgens betoogd dat verweerder in een bestuurlijk overleg met de provincie Gelderland en de gemeente Brummen heeft toegezegd de uitkomst van het Haskoning-advies te zullen respecteren. Doordat verweerder zich niet heeft gehouden aan die toezegging heeft verweerder volgens eiser gehandeld in strijd met het vertrouwensbeginsel.

De rechtbank ziet in hetgeen eiser heeft aangevoerd op zichzelf beschouwd geen grond voor vernietiging van het bestreden besluit. Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat tussen partijen niet in geschil is dat in een bestuurlijk overleg namens verweerder is toegezegd dat deze de uitkomsten van het - op dat moment nog uit te voeren – onderzoek van Haskoning zou respecteren. Hoewel niet is gebleken dat verweerder bij deze toezegging enig voorbehoud heeft gemaakt, is de rechtbank van oordeel dat eiser in dit geval aan deze toezegging niet de gerechtvaardigde verwachting heeft mogen ontlenen dat verweerder het advies van Haskoning, ongeacht de inhoud en kwaliteit daarvan, zou overnemen.
Hierbij neemt de rechtbank allereerst in aanmerking dat het rapport van Haskoning betrekking heeft op de bevoegdheid die verweerder krachtens de WVW 1994 toekomt om een besluit te nemen dat het algemeen belang dient, meer in het bijzonder het verzekeren van de verkeersveiligheid. Eiser, zijnde een bestuursorgaan, moet hebben kunnen onderkennen dat verweerder met de tijdens het bestuurlijk overleg gegeven verklaring niet kan hebben beoogd het rapport van Haskoning ook te zullen onderschrijven, als hij na kennisneming daarvan de overtuiging zou hebben dat het algemeen belang daarmee niet is gediend.

motiveringsbeginsel

3.7 Eiser heeft vervolgens aangevoerd dat verweerder onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het verkeersbesluit strekt tot de door hem daaraan ten grondslag gelegde belangen van bevordering van de verkeersveiligheid en dat de verkeersveiligheid als geheel niet met het bestreden besluit is gediend. Naar de mening van eiser komt het bestreden besluit wegens strijd met artikel 7:12 van de Awb voor vernietiging in aanmerking.

De rechtbank stelt voorop dat volgens vaste jurisprudentie verweerder bij het nemen van een verkeersbesluit een ruime beoordelingsmarge toekomt. Het is aan verweerder om alle verschillende bij het nemen van een dergelijk besluit betrokken belangen tegen elkaar af te wegen. De rechter dient zich bij de beoordeling van een verkeersbesluit dan ook terughoudend op te stellen en te toetsen of het besluit niet strijdig is met wettelijke voorschriften, dan wel of er sprake is van een zodanige onevenwichtigheid in de afweging van de betrokken belangen dat het bestuursorgaan niet in redelijkheid tot dat besluit heeft kunnen komen.

3.8 Het aan het verkeersbesluit ten grondslag gelegde rapport van Grontmij en de gemeentelijke notitie van 16 februari 2007 maken inzichtelijk dat de telkens vastgelopen besluitvorming over de realisatie van een rondweg om de kern van Laag-Soeren aanleiding is om met de voorgestane maatregel een tijdelijke oplossing te bieden voor verkeerssituatie in Laag-Soeren. In genoemde stukken wordt er op gewezen dat de Harderwijkerweg in Laag-Soeren niet geschikt is voor zwaar verkeer, omdat de weg een smal wegprofiel heeft zonder vrijliggende fietspaden en met smalle trottoirs. De rapportage vermeldt daarbij de aanwezigheid van een school aan de weg. De beoogde verkeersmaatregel op de Harderwijkerweg heeft volgens de rapportage en de notitie tot gevolg dat het doorgaande vrachtverkeer op de route Kanaalweg, Brummenseweg, Lageweg, Loubergweg en Coldenhovenseweg te Eerbeek zal toenemen. Gebaseerd op verkeerstellingen uit 2006 wordt ervan uitgegaan dat er 317 extra vrachtwagens over de Loubergweg zullen rijden, hetgeen een toename betreft van 54% ten opzichte van het huidige aantal vrachtverkeersbewegingen op die weg.

In de schriftelijke neerslag van het advies dat namens de korpschef Gelderland Midden is uitgebracht, beschrijft deze de toename van de verkeersoverlast als minimaal en wordt geconcludeerd dat de (negatieve) effecten daarvan niet opwegen tegen de beoogde verkeersveiligheid in de bebouwde kom Laag-Soeren.

3.9 In de bezwaarfase is een rapport uitgebracht door Haskoning, waarin door middel van een verkeersanalyse de verkeersveiligheid in Laag-Soeren, Dieren, Loenen en Eerbeek in kaart is gebracht. Haskoning heeft drie varianten beoordeeld op leefbaarheid, verkeersveiligheid, doorstroming en bereikbaarheid en handhaving. De varianten betroffen
A. het openhouden van de route door Laag-Soeren voor doorgaand vrachtverkeer;
B. het doorzetten van het verbod op doorgaand vrachtverkeer op die route;
C. een gedeeltelijk verbod voor doorgaand vrachtverkeer op die route.
Haskoning heeft naast verkeerstellingen onder meer gebruik gemaakt van een verkeersongevallenregistratie met vrachtwagens over de jaren 2001 tot en met 2005.
Met betrekking tot de Harderwijkerweg in Laag-Soeren heeft Haskoning aangegeven dat deze weg naar zijn inrichting is te kwalificeren als een erftoegangsweg met circa 6000 motorvoertuigen per dag en dat vanuit dat aantal sprake is van een goede verkeerssituatie, waarbij het percentage vrachtverkeer als ‘vervelend maar niet hinderlijk’ is te kwalificeren, omdat dit boven de 5 uitkomt. De weg voldoet volgens Haskoning grotendeels aan de richtlijnen voor de inrichting van wegen (CROW). Volgens de rapportage van Haskoning zijn op het wegvak door Laag-Soeren in deze periode geen ongevallen met vrachtwagens geregistreerd. Wel tekent Haskoning daarbij aan dat het percentage vrachtverkeer voor aanwonenden en fietsers leidt tot een subjectief gevoel van onveiligheid. Het instellen van het verbod voor doorgaand verkeer leidt volgens Haskoning tot een toename van vrachtverkeer op de route door Eerbeek die van vergelijkbare omvang is als in de gemeentelijke notitie is berekend. Volgens Haskoning voldoet de weg door Eerbeek niet aan de CROW-richtlijnen, door het ontbreken van fietspaden en het relatief grote aantal rechtstreekse erfaansluitingen. Verder wordt er op gewezen dat langzaam- en autoverkeer de route kruist. Van de beschouwde wegvakken vinden de meeste verkeersongevallen met vrachtwagens op de route door Eerbeek plaats. In de rapportage wordt aangegeven dat het toevoegen van vrachtverkeer aan de omrijroute als gevolg van het verkeersbesluit ten aanzien van Laag-Soeren een vermindering van de verkeersveiligheid betekent met een reële kans op extra ongevallen met vrachtwagens. Haskoning heeft geconcludeerd dat aan het aspect van leefbaarheid in Laag-Soeren een lager gewicht dient te worden toegekend dan aan het verkeersveiligheidsaspect in Eerbeek en adviseert te kiezen voor het openhouden van de route door Laag-Soeren voor doorgaand vrachtverkeer.

In een reactienota van Grontmij van 30 mei 2007 heeft deze adviseur kanttekeningen geplaatst bij het rapport van Haskoning. Grontmij stelt zich op het standpunt dat Haskoning in het rapport teveel is ingegaan op inschattingen en vermoedens en te weinig op verantwoord onderzoek. Ten onrechte is het advies van Haskoning volgens Grontmij enkel gebaseerd op de verkeersveiligheid in Eerbeek. Haskoning heeft enkel gekeken naar het objectieve aantal verkeersongevallen zonder deze ongevallen te analyseren en zonder de subjectieve verkeersonveiligheid in het advies te betrekken.

3.10 Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder op basis van bovengenoemde stukken in redelijkheid niet tot de conclusie kunnen komen dat met het instellen van het verbod voor doorgaand vrachtverkeer op de Harderwijkerweg de verkeersveiligheid is gediend.
Daartoe stelt de rechtbank voorop dat de rapportages van Grontmij en de gemeentelijke notitie geen objectieve aanknopingspunten geven dat de Harderwijkerweg in Laag-Soeren verkeersonveilig is.

Verder is verweerder er bij het bestreden besluit niet in geslaagd het rapport van Haskoning, met betrekking tot de toename van de verkeersonveiligheid op de route door Eerbeek afdoende te weerleggen. De door Haskoning aan het rapport ten grondslag gelegde objectieve gegevens zijn door Grontmij niet zodanig in twijfel getrokken dat verweerder aan die gegevens en de daaraan verbonden conclusies bij de besluitvorming voorbij heeft kunnen gaan. Verweerder heeft in het verweerschrift en ter zitting benadrukt dat het wegprofiel van de route door Eerbeek breder is en ook de inrichting van die route meer op vrachtverkeer toegeëigend. De rechtbank ziet daarin echter geen toereikende grondslag om aan te nemen dat een toename van vrachtverkeer over de route door Eerbeek niet tot een onveiliger situatie kan leiden. Daargelaten dat de verkeersongevallenregistratie niet strookt met dit beeld, is in die redenering buiten beschouwing gelaten dat in de kern van Eerbeek de route door langzaam en gemotoriseerd verkeer wordt doorkruist en dat er relatief veel rechtstreekse erfaansluitingen zijn gesitueerd. De rechtbank acht daarbij niet onlogisch dat Haskoning is uitgegaan van een positief verband tussen de toename van vrachtverkeer en de toename van het aantal ongevallen. De in het verweerschrift aangehaalde omstandigheid dat het rapport Haskoning in een kort tijdsbestek tot stand is gekomen, levert evenmin grond op om aan de deugdelijkheid van het onderzoek van Haskoning te twijfelen.

3.11 Aangezien verweerder de mede aan het besluit ten grondslag gelegde verbetering van de leefbaarheid niet heeft onderbouwd, is ook daarin geen motivering te vinden die het besluit kan dragen.

3.12 Gelet op het voorgaande berust het besluit in strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb niet op een deugdelijke motivering. Het beroep is gegrond en het bestreden besluit komt, voor zover de bezwaren van eiser daarbij ongegrond zijn verklaard, voor vernietiging in aanmerking.

Ingeval een besluit wordt vernietigd, dient de rechtbank de mogelijkheden van finale beslechting van het geschil te onderzoeken, waarbij onder meer aan de orde is of er aanleiding is om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Awb de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten. Daarbij is beslissend of de inhoud van het te vernietigen besluit op basis van de nadere motivering de rechterlijke toets kan doorstaan.

Verweerder heeft in beroep een nadere rapportage van Grontmij in het geding gebracht, genaamd “Analyse verkeersveiligheid Laag-Soeren”. In die rapportage heeft Grontmij een nadere analyse uitgevoerd van de verkeersongevallenregistratie met betrekking tot vrachtverkeer over de routes door en langs de kern van Laag-Soeren. In de analyse zijn de ongevallen van vrachtwagens met een herkomst of bestemming langs de route niet nader beschouwd. Van de resterende ongevallen is beredeneerd dat het niet waarschijnlijk is dat dat type ongevallen bij een toename van vrachtverkeer zal toenemen.

De rechtbank merkt allereerst op dat de analyse geen gegevens aandraagt die de gestelde (objectieve) verkeersonveiligheid van de Harderwijkerweg onderbouwt. De omstandigheid dat de analyse geen oorzakelijk verband kan aantonen tussen een toename van vrachtverkeer en het aantal ongevallen op de omrijroute, acht de rechtbank verder geen toereikende grondslag voor de conclusie dat een toename van vrachtverkeer de kans op ongevallen ook niet zal vergroten. De rechtbank ziet in deze nadere analyse dan ook geen aanleiding voor instandlating van de rechtsgevolgen.

3.13 Aangezien de rechtbank voorshands betwijfelt of verweerder na heroverweging van het verkeersbesluit van 20 maart 2007 dit alsnog met een draagkrachtige motivering zal kunnen handhaven, is er aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, zesde lid, van de Awb te bepalen dat de bij uitspraak van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 14 augustus 2008 uitgesproken schorsing van het besluit van 20 maart 2007 voortduurt tot zes weken na het nieuw te nemen besluit op bezwaar.

3.14 De rechtbank acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb, aangezien van voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten niet is gebleken.

Het hiervoor overwogene leidt de rechtbank, mede gelet op artikel 8:74 van de Awb, tot de volgende beslissing.

4. Beslissing

De rechtbank

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt het bestreden besluit, voor zover daarbij het bezwaar van eiser ongegrond is verklaard;

bepaalt dat de schorsing van het besluit van 20 maart 2007 vervalt na zes weken nadat het nieuw te nemen besluit op het bezwaar van eiser bekend is gemaakt;

bepaalt dat de gemeente Rheden het door eiser betaalde griffierecht ten bedrage van € 288 aan hem vergoedt.

Aldus gegeven door mr. L. van Gijn als voorzitter, mr. D.S.M. Bak en mr. J.M. Neefe als rechters, in tegenwoordigheid van mr. G.W.B. Heijmans, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 6 februari 2009.

De griffier, De voorzitter,

Tegen deze uitspraak staat voor belanghebbenden, behoudens het bepaalde in artikel 6:24 juncto 6:13 van de Awb, binnen 6 weken na de dag van verzending hiervan, hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA 's-Gravenhage.

Verzonden op:


Bron: rechtspraak.nl

zondag 8 februari 2009

Dossier A12

Hier vindt u de verwijzingen naar alle artikelen over de voorgenomen verbreding van de A12 die op weblog Politiek Rheden zijn gepubliceerd.

Het dossier wordt actueel gehouden.


Camiel Eurlings ziet niets in "Duurzame weg" (21 december 2009)

Zuid Centraal: Beroep Tracébesluit A12 (13 december 2009)

Verworpen, ingetrokken, verworpen (1 december 2009)
Het was te mooi om waar te zijn.

Moties overkapping snelwegen (1 december 2009)
PvdA en GroenLinks pleiten voor onderzoek naar overkapping snelwegen.

16 mei - Debatochtend Stichting Duurzame A12 - Duurzaamheid vereist politieke lef!
Uitnodiging.

SDA12 betreurt verwarring over voorstel tolheffing : voorstel is misverstand (8 februari 2009)
SDA12 reageert.

Mijn zienswijze op het OTB A12 (7 februari 2009)
Mijn zienswijze

Gedeputeerde Staten negeren (opnieuw) Gelders parlement (4 februari 2009)
Provinciale Staten krijgt geen inbreng in zienswijze OTB A12.

Tolheffing ook volgens SDA12 geen goed idee (3 februari 2009)
Toch maar niet!

Tolheffing A12 - Geen goed idee (1 februari 2009)
Stichting Duurzame A12 stelt voor om de overkapping te betalen uit tolheffing.

A12 in beeld (28 januari 2009)
Filmpjes van de A12 bij Velperbroek en bij viaduct Schelmseweg

Hoorzitting OTB A12 - Presentatie Stichting Duurzame A12 (26 januari 2009)
SDA12's presentatie bij de hoorzitting op 22 januari.

Hoorzitting OTB A12 (25 januari 2009)
Een verslag van de informatieavond annex hoorzitting dd 22 januari 2009

OTB A12 morgen pas. (29 december 2008)
Aanvulling.

Ontwerp Tracébesluit A12 (27 december 2008)
Het OTB is op 30 december beschikbaar.

Brochure Duurzame A12 (17 december 2008)
Zienswijze van SDA12 op het Ontwerp Tracébesluit A12 Waterberg-Velperbroek

“Deze mensen mogen niet het kind van de rekening worden" (6 december 2008)
Diemense politiek in het geweer voor overkapping van de A1-A10

Duurzame A12 (11 september 2008)
Presentatie van de Stichting Duurzame A12 aan de gemeenteraad van Rheden..

Aangepaste Studie Lichte Overkapping A12 (15 juli 2008)
Een aangepaste voorstel

Duurzame A12 vraagt opnieuw steun (2 juni 2008)
De Stichting Duurzame A12 onderneemt nieuw initiatief

Overkapping A1-A10 wel, waarom A12 dan niet? (29 mei 2008)
In de regio Amsterdam wordt een overkapping wél gedragen door de bestuurders.

Stichting Duurzame A12 - Brief aan Eerste en Tweede kamer (23 oktober 2007)
De Stichting Duurzame A12 vraagt in een brief aan de eerste en de twee kamer om (financiële) steun vooe een onderzoek naar de maatschappelijke kosten en baten van duurzame ontwikkeling van de A12.

Stichting Duurzame A12 - Vuile lucht langs de A12: een onderzoek met tastbaar resultaat (22 oktober 2007)
De neerslag van de luchtvervuiling op kozijnen nabij de A12 wordt onderzocht.

Stichting Duurzame A12 – Nieuwsbrief herfst 2007 (22 oktober 2007)
Steun de Stichting Duurzame A12. 'n beetje promotie voor de stichting.

A12 – zoek de samenwerking (10 augustus 2007)
Een mooi landschap, een visueel aantrekkelijke inpassing van de overkapping, geen last van geluid, schone lucht en meer armslag voor de ontwikkeling van projecten gaan prima samen.

Duurzame A12 (25 juli 2007)
Ja hoor. De overheid pleegt woordbreuk en trekt haar financiële steun voor een haalbaarheidsonderzoek naar overkapping van de A12 in.

Hoge hoed (19 juli 2007)
De overheid goochelt met de cijfers over fijnstof en andere luchtvervuiling.

Stichting Duurzame A12: “Een klein beetje ziek voelt ook niet lekker” (29 mei 2007)
De plannen voor de overkapping van de A12 staan onder druk en de overheid maakt terugtrekkende bewegingen van de eerder toegezegde steun voor een haalbaarheidsonderzoek.

Overkapping A12 – studie pArk12. (3 mei 2007)
Het Gelders Genootschap portretteert de A12 als “groene zone”. In de studie wordt de Stichting Duurzame A12 volgens mij bij de neus wordt genomen door dit eerbiedwaardig genootschap.

SDA12 betreurt verwarring over voorstel tolheffing : voorstel is misverstand

Hoewel ik er enig begrip voor had was ik niet blij met het tolheffingsvoorstel van de Stichting Duurzame A12 in de Gelderlander van vorige week. (Klik op een van de afbeeeldingen om te vergroten)

Gisteren ontving ik antwoord van de Stichting Duurzame A12 (SDA12) op mijn mail over het tolheffingsvoorstel. SDA12 excuseert zich voor de ontstane verwarring en betreurt het misverstand.

De discussie over tolheffing is, wat de stichting betreft, niet aan de orde voor de verbreding van de A12 Waterberg-Velperbroek.

Enkele citaten uit de mail:
Het was echt een “slip of the tongue”, bovendien kwam dit als een zijdelingse opmerking ter sprake ivm de plannen voor de doortrekking van de A15, waar de provincie de idee van een tolheffing heeft geopperd. Meer niet, punt uit.

Voor alle duidelijkheid, en vooral ter geruststelling voor jou en alle andere betrokken bewoners:
In de zeer uitgebreide zienswijze van de Stichting Duurzame A12, die gisteren door ons bestuur persoonlijk is overhandigd aan het Inspraakpunt in Den Haag, komt het woord tolheffing helemaal niet voor. Het is dus geenszins de bedoeling geweest en nog steeds niet, om dit als voorstel te steunen.
Ik ben blij dat de SDA12 zo duidelijk uitspreekt dat zij géén voorstander van tolheffing is.

De stichting roept op om ons te concentreren op de kern van het probleem.
Hoe voorkomen we dat het leefklimaat en de gezondheid van vele tienduizenden inwoners van Arnhem, Velp en Rozendaal, nog verder wordt aangetast. Daarbij speelt ook de economische waardedaling van de 3100 woningen met een verhoogde geluidsbelasting, waarvan er 85 een verhoogde, lees 2 dB, geluidsbelasting krijgen opgelegd.
en vraagt daarvoor mijn steun.
Da's niet zo moeilijk.
Ik ben en blijf voor de overkapping. Zie daarvoor ook mijn zienswijze.

Klik hier voor nadere informatie over de zienswijze van de Stichting Duurzame A12.

zaterdag 7 februari 2009

Mijn zienswijze op het OTB A12

Gisteren heb ik mijn zienswijze op het OTB A12 ingeleverd bij het Inspraakpunt.nl.

Dat was via de website van Inspraakpunt.nl ’n fluitje van ’n cent. Even de persoons- en contactgegevens invullen en de tekst in het reactieveld kopiëren en het was gepiept. Na het verzenden kreeg ik binnen ’n paar seconden een bevestiging via email. Goed systeem van dat Inspraakpunt.nl.

U kunt nog tot en met 9 februari uw zienswijze indienen. Verzenden via de post zal waarschijnlijk niet meer lukken maar via internet is het zo gebeurd. Door de bevestiging via email heb je de zekerheid dat de reactie is ontvangen en wordt meegenomen. De email kun je tevens gebruiken als bewijs.

Ik heb me vooral geconcentreerd op het luchtkwaliteitsonderzoek dat volgens mij ernstig tekortschiet. Het onderliggende wegennet in het gebied aan de noord-oostzijde van de A12, Velp, Rozendaal en de oostelijke Veluwezoom komt in het onderzoek niet aan bod terwijl dat volgens mij juist het gebied is dat het meest blootstaat aan de uitstoot van fijnstof en stikstofoxide door het verkeer op de A12.

Bijgaand mijn zienswijze.

------------------------
Geachte heer, mevrouw,

Middels deze brief doe ik u mijn zienswijze op het Ontwerp-Tracébesluit ('OTB') A12 Waterberg - Velperbroek toekomen.

Voor de goede orde: ik woon binnen de in het OTB genoemde 600-meter zone.

Het verbaast mij dat ondanks brede steun van de bevolking en van volksvertegenwoordigers op lokaal, provinciaal en landelijk niveau u geen haalbaarheidsstudie voor overkapping van dit weggedeelte wenst uit te (laten) voeren. Deze oplossing zou te duur zijn maar nergens heb ik kunnen lezen hoe duur die oplossing nu werkelijk is.

De gezondheid van tienduizenden mensen in de directe omgeving van het tracé A12 Waterberg-Velperbroek wordt negatief beïnvloed door geluidsoverlast en de uitstoot van fijnstof en andere voor de gezondheid schadelijke stoffen door het verkeer over de A12. Aanpassing van de A12 zal, als die op de in het OTB voorgestelde manier plaatsvindt, de geluidsoverlast en de hoeveelheid fijnstof verder doen toenemen.

Onderzoek naar overkapping van de A12 volgens het model van de Stichting Duurzame A12 waarin de bouwkosten worden afgezet tegen de maatschappelijke baten is dan ook alleszins gerechtvaardigd.

In het rapportagegebied zal volgens uw rapport de uitstoot van fijnstof (PM10) zowel in 2015 als in 2020 de grenswaarde van 40 μg/m3 niet overschrijden. De waarde van 20 μg/m3 wordt echter wél overschreden en u voldoet daarmee niet aan de Europese norm van de grenswaarde van 20 μg/m3 PM10 welke per 1 januari 2010 van kracht wordt. Ik kan nu niet beoordelen of u daarom nog wel binnen de wettelijke bevoegdheden handelt. Ik maak wel ernstig bezwaar tegen deze gang van zaken. Juist omdat ook u ongetwijfeld weet heeft van deze aanscherping van de regelgeving door de Europese Unie. Mocht dat niet zo zijn dan wijs ik u er bij deze op. Je weet maar nooit!

Ik maak dan ook bezwaar tegen deze overschrijdingen van de grens van 20 μg/m3 en dring er bij u op aan om bij de berekeningen uit te gaan van de nieuwe Europese normen welke waarschijnlijk per 1 januari 2010 van kracht worden. Tevens dring ik er op aan in het Tracébesluit A12 WaVe nadere maatregelen te treffen die er voor zorgen dat aan die aangescherpte normen wordt voldaan.

De luchtkwaliteit wordt in het OTB A12 afgemeten aan de hand van de concentraties PM10 en NO2.

Inmiddels is bekend dat vooral de nog kleinere deeltjes fijnstof i.c. PM2,5 voor veel gezondheidsschade zorgen en dat door, op zich gunstige, ontwikkelingen (schonere motoren/roetfilters) de uitstoot per motorvoertuig van "grovere" fijnstof (groottedeeltjes tussen PM2,5 en PM10) daalt maar het aandeel PM2,5 in fijnstof juist toeneemt. De modellen waarmee fijnstof worden gemeten en doorberekend zouden daarop moeten zijn aangepast. Ik maak dan ook bezwaar tegen dat het aandeel van PM2,5 niet of onvoeldoende rekenmodel, en daarmee het OTB, tot uitdrukking komt.

Noot TKO – ik bedoelde: "Ik maak dan ook bezwaar tegen dat het aandeel van PM2,5 niet of onvoldoende in het rekenmodel, en daarmee het OTB, tot uitdrukking komt." Dat krijg je ervan als je op het laatste moment nog in de tekst gaat rommelen.

Ik dring er op aan om fijnstof PM2,5 in de berekeningen op te nemen en bij de conclusies van die berekeningen rekening te houden met de schadelijke effecten van fijnstof PM2,5.

Door het plan voor de wegverbreding in een engere wettelijke context te plaatsen voldoet u misschien aan alle wettelijke normen maar tegelijkertijd berooft u uzelf van de kans om een wezenlijke bijdrage te leveren aan de gezondheid van meer dan 35.000 mensen. Uit het OTB maak ik op dat u beperking van de kosten voor de wegverbreding laat prevaleren boven de gezondheid van deze 35.000 mensen en hun nageslacht.

Ik maak ook bezwaar tegen de gebiedsafbakening welke in de luchtkwaliteitstudie wordt gehanteerd. En dat geldt voor vooral het onderliggende wegennet waarvoor onderzoek is gedaan en dat zich buiten het rapportagegebied (1 km aan weerszijden A12) bevindt.

Het merkwaardige doet zich voor dat in de metingen en berekeningen geen enkele van de wegen in Velp, Rozendaal of de verdere oostelijke Veluwezoom aan bod komt.

Het gebied aan de noordoostzijde van het wegvak Waterberg-Velperbroek staat door de meest voorkomende weersomstandigheden (zuidwesten/westenwind is de overheersende windrichting) bloot aan extra hoeveelheden schadelijke stoffen. Dit wordt nog versterkt door de aanwezigheid van de stuwwal waardoor een komeffect ontstaat. De effecten die deze omstandigheden op het onderliggende wegennet in genoemd gebied hebben komen in het onderzoek niet tot uiting. In Velp, Rozendaal, Rheden en de verdere oostelijke Veluwezoom bevinden zich aanzienlijke bevolkingsconcentraties.

Het onderzoek zou dan ook geheel of gedeeltelijk het onderliggende wegennet in dit gebied moeten omvatten. Ik acht het luchtkwaliteitsonderzoek van het OTB A12 dan ook onvolledig en ontoereikend. Ik maar hier ernstig bezwaar tegen en pleit alsnog voor onderzoek naar de (toekomstige) concentraties PM10 en NO2 in dit gebied.

Al met al ben ik van mening dat het OTB ernstig tekortschiet en dring er op aan dat u alsnog een haalbaarheidsstudie naar overkapping van de A12 laat uitvoeren en de resultaten laat opnemen en meewegen in het definitieve Tracébesluit A12 Waterberg - Velperbroek.

In die haalbaarheidsstudie dient niet alleen naar de kosten te worden gekeken maar zullen ook de maatschappelijke baten (gezondheid en leefmilieu) van een overkapping voor de huidige bewoners en hun nakomelingen die binnen de A12-invloedsfeer (zullen) leven moeten worden vastgesteld en meegewogen.

Ik verzoek u om het definitieve Tracébesluit aan te passen rekening houdend met mijn opmerkingen en bezwaren.

Geef overkapping van de A12 een eerlijke kans!

Hoogachtend,
M. Th. Kooijmans

vrijdag 6 februari 2009

NimmerDorNee krijgt standje!

In de discussie over het gebruik van de toegang tot Nimmer Dor als parkeervoorziening geeft een van de omwonenden, Soerenaar Herman van der Til, aan dat dit in deze situatie de beste oplossing is. En hij heeft daarvoor een zeer sterk argument.

In een ingezonden brief in het Streekjournaal schrijft hij dat de stichting NimmerDorNee in zijn reactie naar de gemeente doorslaat.

Klik op de afbeelding van de brief om deze vergroot en beter leesbaar weer te geven.

Hij laakt de falende communicatie van de gemeente en vindt dat de gemeente eerder had moeten bedenken dat tijdens de bouw van het Kulturhus parkeerproblemen zouden ontstaan.

De verkeersveiligheid van dit moment staat echter voorop en hij roept NimmerDorNee op “om bruggen te bouwen in plaats van niet goed doordachte acties te ondernemen”.

Zijn argument van de verkeersveiligheid voor de schoolkinderen is ijzersterk. Die veiligheid gaat inderdaad boven alles.

Als we de huidige situatie buiten beschouwing laten dwz de parkeermogelijkheid blijft (zolang er geen goed alternatief is) tijdens de bouw van het Kulturhus gehandhaafd zodat de verkeersveiligheid verder geen geweld wordt aangedaan dan blijft staan dat de gemeente haar eigen regels aan de laars lapt.

Je kunt dit zien als een geval van overmacht maar de gemeente wist deksels goed dat dit soort problemen zich bij de bouw zouden kunnen voordoen en daarop had moeten anticiperen. En de communicatie faalt opnieuw.

Dat bruggen bouwen klinkt mooi en zo zou het ook moeten gaan maar als de overheid onwillig is om te luisteren en het geduld keer op keer op de proef stelt dan valt dat niet mee. Af en toe lijkt het zelfs wel de strategie van de gemeente om juist NIET te reageren op oprechte vragen van burgers en hun pogingen om met de gemeente in overleg te treden. Dat komt heel uitdagend en arrogant over kan ik u vertellen. Dan komt er vanzelf een moment dat die burger gedesillusioneerd afhaakt en zich van die overheid afkeert. Ik ken er persoonlijk de voorbeeelden van.

Dan kun je wel bruggen willen bouwen maar als de overzijde van de kloof steeds weer wijkt dan wordt dat een moeilijke opgave. Het verbaast mij juist dat burgers het soms nog zo lang volhouden.

Dus: Mijnheer Van der Til heeft gelijk voor wat betreft de veiligheid. Die moet voorop staan.

Dat neemt niet weg dat de gemeente wel degelijk op haar functioneren mag worden aangesproken. Stel je voor dat dat niet meer zou gebeuren. Dan is het hek van de dam.

donderdag 5 februari 2009

Toekomstverwachtingen

Tot 2020 wordt meer dan een verdubbeling van het goederenvervoer per spoor verwacht met mogelijk grote gevolgen voor de IJssellijn.

Toen de Noordtak van de Betuweroute door de Achterhoek werd geschrapt werd de IJssellijn door Rheden automatisch het alternatief. Er werd ons aangepraat aangepraat dat het zou gaan om maximaal 21 goederentreinen per dag tussen 7 uur ’s morgens en 7 uur ’s avonds. Die belofte is nooit in wet of regelgeving vastgelegd. En ja hoor..ministers, ambtenaren en spoorgebruikers halen nu hun schouders op. Nee hoor er is nooit iets toegezegd en we leven nu in een andere tijd. Nu heet de belofte van destijds slechts een verwachting. En verwachtingen komen vrijwel nooit uit.

Het “Initiatiefdocument Planstudie Toekomstvaste Routering Spoorgoederenvervoer” is een verkenning van routekeuzes voor het railgoederenvervoer. De planstudie bevat verschillende voorstellen voor benutting van het bestaande spoornet in de periode tot 2020.

Doel is een maximaal gebruik van de Betuweroute, goede aanvullende verbindingen voor het goederenvervoer via het gemengde neten tot meer ruimte voor het personenvervoer op delen van het gemengde net zowel in de Randstad als in overige landsdelen. Alles op basis van prognoses van de groei van het goederenvervoer in die periode.

In het document worden drie varianten besproken. De NUL-variant, de variant SPREIDEN en de variant BUNDELEN.


In de NUL-variant wordt de IJssellijn min of meer buiten beschouwing gelaten. In deze variant loopt een groot deel van het goederenvervoer naar Noordoost Nederland en Duitsland via Amersfoort. Maar ProRail geeft al aan dat deze route in de dagperiode niet haalbaar is in combinatie met hoogfrequent reizigersvervoer waardoor uiteindelijk mogelijk geherrouteerd zal moeten worden over de Betuweroute/IJssellijn. Daarmee komen de alternatieven, de varianten SPREIDEN en BUNDELEN, nadrukkelijk naar voren.

In de variant SPREIDEN wordt de IJsselijn belast met 2 goederentreinpaden per uur en in de variant BUNDELEN met 3 goederentreinpaden per uur

Klik op de afbeelding om te vergroten.

Voor minder dan 18 treinen per richting per dag is 1 treinpad per uur nodig. Bij meer dan 18 treinen per richting per dag zijn 2 treinpaden per uur nodig. Één treinpad per etmaal kan maximaal ca. 18 treinen verwerken wegens buitendienststellingen en benutting van de goederentreinpaden voor onderhoud en leeg reizigersmaterieel.

Dat wil zeggen dat er capaciteit wordt gereserveerd om over de IJssellijn 2 of 3 goederentreinen per uur te laten rijden. In beide richtingen welteverstaan. Dat betekent dus 4 tot 6 goederentreinen per uur ofwel 72 to 108 goederentreinen per dag.

Nu is capaciteitsreservering natuurlijk nog iets anders dan daadwerkelijk gebruik.

De prognoses van ProRail en de BRG (Belangenvereniging Rail Goederenvervoerders) liegen er echter niet om.

Onderstaand de verwachtingen van zowel ProRail als van de BRG. Voor de IJssellijn zijn de routes Rotterdam/Kijfhoek – Noord/oost Nederland v.v. (vanuit het westen naar het noordoosten) en Transito België – Duitsland v.v. (vanuit het zuiden naar het noordoosten) van belang.
Klik op de afbeelding om te vergroten.

Dat betekent dat ProRail en de BRG verwachten dat er in 2020 op drukke cq gemiddelde dagen tussen de 53 (BRG) en 70 (ProRail) goederentreinen over de IJssellijn zullen denderen. Op jaarbasis rijden er dan mogelijk tussen de 12.200 (ProRail) en 15.200 (BRG) goederentreinen over de IJssellijn.

Maar ja...het blijven slechts verwachtingen. En verwachtingen komen vrijwel nooit uit. Toch?

Het wordt hoog tijd dat de lokale en regionale politiek hierover eens grondig gaat nadenken. Wat betekent dat voor het leefmilieu? Kunnen we het aantal treinen beperken? Moeten we ons alsnog sterk maken voor een nieuwe Noordtak? Hoe compenseert het rijk de regio voor te nemen maatregelen om het leefmilieu te beschermen? En tal van vragen meer.

De gegevens, afbeeldingen (muv verkeersbord) en delen van de tekst komen uit het “Initiatiefdocument Planstudie Toekomstvaste Routering Spoorgoederenvervoer” van het ministerie van Verkeer en Waterstaat.

woensdag 4 februari 2009

Gedeputeerde Staten negeren (opnieuw) Gelders Parlement

De Gelderlander meldt dat de provincie Gelderland in haar zienswijze op het Ontwerp Tracébesluit A12 aandringt op de inzet van 'innovatieve oplossingen en methodes' om de overlast voor de inwoners van de aanliggende wijken in Arnhem, Velp en Rozendaal te beperken. Vage formulering waar je niet veel mee kunt. Of juist wel. Rijkswaterstaat zal zeggen dat ze al jaren voorop loopt met het toepassen van innovatieve concepten.

En Gedeputeerde Satten gaan weer eens in de fout. Deze bestuurders hebben voortdurend de neiging om de gekozen volksvertegenwoordiging buiten spel te zetten en op eigen houtje zaken te regelen. Ook nu weer. De Gelderse zienswijze is niet vooraf ter beoordeling en goedkeuring voorgelegd aan Provinciale Staten en de Staten is de mogelijkheid ontnomen om nog wijzigingen in die zienswijze door te voeren.

D66-fractievoorzitter Martijn Leisink is daar, zeer terecht, boos over. D66 had bijvoorbeeld graag expliciete steun voor de overkapping in de zienswijze willen laten opnemen.

Kan dus niet meer. Martijn Leisink heeft het provinciebestuur om opheldering gevraagd.

-------------------
datum: 2 februari 2009
van: Martijn Leisink (D66)
onderwerp: Betrokkenheid Provinciale Staten bij zienswijzen

Inleiding
Op 20 januari heeft D66 gevraagd naar de stand van zaken omtrent de provinciale zienswijze op het ontwerp-tracébesluit A12. Uit het antwoord bleek dat u voornemens was zelf een zienswijze in te dienen onder voorbehoud van goedkeuring door Provinciale Staten. Dat was voor D66 direct de aanleiding af te zien van agendering in de commissie MEZ van 28 januari jl.

De afgelopen dagen zijn bij ons echter ernstige twijfels gerezen of het maken van een dergelijk voorbehoud wel een formele status heeft. In het bijzonder vragen wij ons af of het voor Provinciale Staten thans nog mogelijk is om nieuwe elementen (zoals aandacht vragen voor het mogelijk overkappen van de snelweg) aan de zienswijze toe te voegen. Voor de onlangs door u vastgestelde zienswijze ontwerp-tracébesluit A28 doet zich overigens precies dezelfde situatie voor. Daarom hebben wij de volgende vragen.

Vragen

1. Uit de jurisprudentie maken wij op dat een zienswijze in het kader van een ontwerp-tracébesluit ten minste beknopt de kern van de opvatting, bedenking of bezwaar moet beschrijven. Wanneer een bepaald onderwerp in de zienswijze in het geheel niet geadresseerd is, kan dat na afloop van de termijn niet meer aan de zienswijze worden toegevoegd. Bent u het met onze conclusie eens?

2. Het is een bevoegdheid van Provinciale Staten om de zienswijze op een ontwerp-tracébesluit vast te stellen. U heeft (de uitgangspunten voor) de zienswijze A12 en A28 niet voorgelegd aan een statencommissie of aan Provinciale Staten. Inmiddels is dat binnen de termijn ook niet meer mogelijk. Bent u het met ons eens dat Provinciale Staten daardoor wezenlijk zijn beperkt in hun mogelijkheden om invloed uit te oefenen op deze zienswijze?

3. Is het juist dat Provinciale Staten hierdoor (als voorbeeld van een consequentie)formeel in de zienswijze geen nieuwe elementen meer in kunnen brengen, zoals uitspraken over de wenselijkheid van (een onderzoek naar) een overkapping van dit stuk van de snelweg?

4. De gemeente Arnhem heeft hun zienswijze voor verbreding van de A12 binnen de termijn laten vaststellen door de gemeenteraad. Waarom bent ú er dan zelfs niet in geslaagd de zienswijze of de uitgangspunten voor de zienswijze aan de statencommissie voor te leggen?

5. Waarom heeft u uw zienswijze ontwerp-tracébesluit A28 aanvankelijk op de geheime GS-agenda geplaatst?

6. Op welke manier gaat u de procedure ten aanzien van zienswijzen aanpassen, zodat Provinciale Staten maximaal van hun bevoegdheid gebruik kunnen maken?

Wij verzoeken u vriendelijk, indien mogelijk, de antwoorden toe te sturen, voordat Provinciale Staten over de zienswijze ontwerp-tracébesluit A12 en A28 gaan beraadslagen.

Martijn Leisink

Effe dimme!

Doe wat eerder het licht uit. Dat kan aardig lucratief zijn. De gemeente Renkum krijgt 90.000 euro om het licht op enkele plekken te dimmen. Daar wordt een heel plan voor opgesteld hoor dus doe er niet zo lacherig over.

Voor die 90.000 euro wordt de bevolking wordt betrokken bij het lichtbeleid. Die mag zeggen waar, wanneer en hoe de lichtschakelaar moet worden bediend.
Jaja, zo’n meepraatronde kost ’n sloot geld.

En de gemeente moet iedereen te vriend houden want als Piet het licht wil uitdoen op de Dreyenseweg dan blijft Klaas niet achter. Die wil ook zijn gelijk en stelt voor om het licht op de Benedendorpseweg te dimmen.
Renkum mag ook niet achtergesteld worden bij Oosterbeek dus een evenwichtig aan/uit-beleid is nodig.

Mogelijkheden genoeg hoor. Herstel de lantaarnopsteker weer in ere. Of neem lichtdimmers in dienst. Die zorgen ervoor dat overal het licht op het juiste moment en met de juiste sterkte wordt ontstoken en natuurlijk ook weer wordt uitgedaan.

Je kunt ook alle inwoners een lichtafstandsbediening in de voorkamer geven. Kunnen ze zelf de lantaarns voor hun huis ontsteken of uitdoen.
Wil de laatste die naar bed gaat het licht uitdoen?

En de lichtstichtingen en -comités schieten als paddestoelen uit de grond. Iedere straat zijn eigen lichtcommissie. Weer 'n hobby.

Er is ook een snelle methode. Reik van gemeentewege gratis katapults uit aan de jeugd. Dan is het zo gedaan met de lichthinder.
Yes, we can!

Ook iets voor Rheden!?

dinsdag 3 februari 2009

Tolheffing ook volgens SDA12 geen goed idee

De Stichting Duurzame A12 vind tolheffing toch geen goed idee. Op mijn mail heb ik (nog?) geen antwoord gekregen maar de VVD die mordicus tegen deze tolheffing is heeft opheldering aan SDA12 gevraagd én antwoord gekregen.

Ik denk dat de VVD zich een hoedje schrok van het krantenbericht. Juist op het moment dat zij de stichting met diens overkappingsplannen via advertenties en publiciteit actief steunt popt dat tolplan op.

SDA12 liet aan de VVD weten dat tolheffing weliswaar in het interview ter sprake is gekomen maar "meer in de context van de doortrekking van de A15".

Als u weet wat dat laatste betekent dan mag u het zeggen. In ieder geval laat SDA12 weten dat zij niet voor tolheffing is en een dergelijk voorstel ook niet zal opnemen in haar zienswijze.

Daar is niet alleen de VVD blij mee maar ik ook. Er zit immers niemand te wachten op extra verkeer op het wegennet in Velp en Rozendaal.

Nou, laten we het er maar op houden dat het tolplan wat ongelukkig in de krant terecht is gekomen.

Dus business as usual.

Iedereen voor de overkapping.

Zonder tol!